f4j.be » verblijfsregeling vorm van de verblijfsregeling      :: Ga naar  
 

f4j.be home


Bron     www.f4j.be  
Datum  03/11/06
 
Datum  16/10/06

3.  Verblijfsregeling

 

3.1.  Vorm van de verblijfsregeling

  • 3.1.  De verblijfsregeling en recht op persoonlijk contact

  •   A.  Regeling van het verblijf

  •     3.1.1  In het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag.

  •     3.1.1  Secundaire verblijfsregeling.

  •     3.1.2  Twee-verblijfsregeling.

  •     3.1.3  In het geval van exclusieve gezagsuitoefening.

  •  

    Indien de ouders niet meer samenleven, zal er een verblijfsregeling voor de kinderen worden uitgewerkt. Deze bepaalt waar, wanneer en hoelang de kinderen bij welke ouder verblijven.

    De verblijfsregeling wordt bepaald in ‘het belang van het kind’ en eventueel in samenspraak met een kinderpsycholoog of maatschappelijk assistent.

     

            

     

    A.  Regeling van het verblijf

    1.  In het geval van gezamenlijk ouderlijk gezag

    Indien er wordt gekozen voor het systeem van gezamenlijk ouderlijk gezag kan de verblijfsregeling in twee grote delen worden afgebakend, namelijk de secundaire verblijfsregeling en de twee-verblijfsregeling.

    1.1. Secundaire verblijfsregeling

     Deze verblijfsregeling, ook gekend als het klassieke verblijfssysteem, bepaalt dat het kind zijn hoofdverblijfplaats houdt bij één ouder en daar de meeste tijd zal doorbrengen. Deze ouder heeft het primaire verblijfsrecht.

    Uiteraard heeft de andere ouder recht op secundaire huisvesting van het kind.

    De meest voorkomende secundaire verblijfsregeling is de helft van de vakantieperiodes van meer dan drie dagen en buiten de vakanties één weekend om de twee weken van vrijdagavond (of zaterdagmorgen) tot en met zondagavond.

    Deze regeling is maar één van de vele mogelijkheden waarop deze periodes kunnen worden ingedeeld. De klassieke regeling kan bijvoorbeeld ook worden uitgebreid met woensdagnamiddagen. Er wordt voor de beste oplossing gekozen op voorwaarde dat de duur van de verblijven niet even lang is.

     Er zijn verschillende criteria om deze regeling als al dan niet geschikt te beschouwen: 

  • -         de materiële leefomstandigheden;

  • -         de (on)beschikbaarheid van de ouders;

  • -         de graad van affectiviteit in de relatie tussen ouder en kind;

  • -         de mening van de kinderen;

  • -        

  •          

    1.2.  Twee-verblijfsregeling

     De twee-verblijfsregeling is een volwaardige bilocatieregeling. De minderjarige verblijft alternerend bij de ouders gedurende een gelijkdurige periode (bv. één week bij de moeder, één week bij de vader, enz.). Ook hierop zijn variaties mogelijk.

    Ik wil nog opmerken dat ook in dit geval de wettelijke hoofdverblijfplaats van het kind aan één ouder moet worden toegekend. Het kind moet een vaste domicilie hebben waarmee het in de bevolkingsregisters staat ingeschreven.

    Het gebeurt wel eens dat er een voorlopige bilocatieregeling wordt uitgesproken in afwachting van een betere regeling na onderzoek van de feitelijke situatie.

    Voorwaarden die men in acht nam tot toekennen van de bilocatie waren o.a.:

  • -         geen grote geografische afstand tussen beide ouders;

  • -         leeftijd van het kind (het is beter indien het geen baby meer is);

  • -         beschikbaarheid van de ouders;

  • -         goede verstandhouding tussen de ouders;

  • -        

  • Tot voor kort stonden de rechtbanken erg voorzichtig en zelfs weigerachtig t.a.v. de toepassing van de bilocatieregeling - zeker indien er geen akkoord was tussen de partijen - omdat dan de kinderen zich voortdurend moeten verplaatsen en heen en weer worden verhuisd.

    Sinds de bilocatiewet van 18 juli 2006 is de rechter verplicht te onderzoeken of een gelijke huisvesting mogelijk is, indien één van de ouders hierom verzoekt.  Of bilocatie/co-ouderschap in het belang van het kind is complexe vaak delicaat, waarbij het erg opvallend is dat de vrouwenbeweging wel gelijke rechten wil, maar niet een gelijke zorgverdelingen van de kinderen na scheiding.  

    In de rechtspraak vinden we uitzonderlijk weliswaar, een bijzondere verblijfsregeling terug die een tijdelijke oplossing kan bieden, namelijk de regeling waarbij de ouders afwisselend bij de kinderen verblijven en de kinderen in één huis blijven wonen, namelijk daar waar ze hun wettelijke woonplaats hebben.

    Zo oordeelde bv. de vrederechter te Bastenaken dat de rechten van de echtgenoten op het vlak van de huisvesting van de kinderen en de toewijzing van de echtelijke verblijfplaats gelijkwaardig zijn. Nu er geen enkel argument was om de ene of andere echtgenoot deze rechten toe te wijzen, oordeelde de vrederechter dat hij de echtgenoten kon opleggen voor een periode van drie maanden, beurtelings twee weken in de laatste echtelijke verblijfplaats bij de kinderen te wonen.2

    2.  In het geval van exclusieve gezagsuitoefening

    Het kind verblijft logischerwijze bij de ouder met het exclusief ouderschap over dat bepaald kind. De andere ouder heeft recht op persoonlijk contact met het kind en een recht op toezicht over de opvoeding. Dit laatste houdt onder meer in dat deze ouder nuttige informatie, bv. inzake de opvoeding, mag opvragen zowel bij de gezaghoudende ouder als bij derden.

     

            

      


    2 Vred. Bastenaken 3 mei 1996, J.L.M.B 1996, 979 in G., BAETEMAN, J., GERLO, E., GULDIX, A., WYLLEMAN, G., VERSCHELDEN en S., BROUWERS, “Personen- en familierecht 1995-2000”, T.P.R. 2001, (1551) 1947

    3 Op 26 juni 2004 publiceerde De Standaard een artikel inzake het ‘chatrecht’. De vader had zijn recht om te chatten met zijn kinderen in de familierechterlijke overeenkomst (opgesteld bij echtscheiding onderlinge toestemming) laten opnemen. Hierdoor verwerft hij een bepaalde zekerheid omdat dit recht nu afdwingbaar is. Dit was de eerste keer dat dit in Vlaanderen werd toegekend.  

    4 Gent 15 november 1999, T.J.K. 2000, 34 noot G. Decock

    5 B.S. 21 juli 1994, in werking getreden op 1 oktober 1994

    6 Art. 1280, 2de lid en art. 931 3-7de lid Ger.W.

     

          

     

    Verwante links:  

    Datum   Type Titel Bron
    20/11/89 document art. 3 IVRK -belang v kind is steeds de eerste overweging - Belgische Wet
    20/11/89 document art. 18 IVRK -beide ouders verantwoordelijk voor opvoeding Belgische Wet
    20/11/89 document art. 8 IVRK -behoud van familiebetrekkingen - Belgische Wet
    20/11/89 document art. 9§3 IVRK -frequent & regelmatig contact met ouderS - Belgische Wet
    20/11/89 document art. 7§1 IVRK -recht op verzorging door de ouderS - Belgische Wet
    04/10/50 document art. 8 EVRM -recht op familie- en gezinsleven- Belgische Wet
    21/02/02 document art. 10 grondwet -alle Belgen man/vrouw gelijk voor d wet- Belgische Wet
    21/02/02 document art. 11 grondwet - geen discriminatie - Belgische Wet
    23/03/00 document art. 22bis grondwet -eerbiedig integriteit v/h kind - Belgische Wet
    04/09/06 document aanpassing art. 374 BW -de bilocatiewet van 04/09/2006- Belgische Wet
    13/04/95 document art. 374 BW - gescheiden ouders blijven gezag behouden - Belgische Wet
    13/04/95 document art. 373 BW - gescheiden ouders handelen samen o gezag- Belgische Wet
    13/04/95 document art. 203 BW -ouderS zorgen naar evenredig v middelen voor huisvesting levensonderhoud toezicht opvoeding opleiding Belgische Wet
    17/03/01 document art. 432 Sw -zware straffen voorzien schending familieleven Belgische Wet

          

    Verwante links:

     
    Datum   Type Titel Bron
             

     

            


    bij favorieten  E-mail paginalink
    suggestie/opmerking? print selectie
     
    f4j.be bilocatiewet co-ouderschap gezagsco-ouderschap verblijfsco- ouderschap omgangsrecht het belang van het kind Ouderschap echtscheiding scheiding samenwonende ouders kinderen moeder vader verblijfsregeling alimentatie onderhoudsgeld opvoeding ouderlijk gezag hoederecht bezoekrecht Bemiddeling gelijkmatig verdeelde huisvesting vechtscheiding oudervervreemding kindermishandeling ouderverstoting parental alienation papa mama familierecht.