Inhoudsopgave:
11

Een belangrijk deel van deze
pagina is afkomstig uit
het boek “het
ouderverstotingssyndroom
in de Nederlandse
context” ISBN 90 57 86
02 95. Het boek bevat
nog heel wat meer
nuttige informatie en
zou niet mogen ontbreken
in Uw bibliotheek


De jongste cijfers van
het NIS (Nationaal
Instituut voor
Statistieken) geven aan
dat er jaarlijks
ongeveer 30 000
echtscheidingen zijn in
Belgie.
De
cijfers van
longitudinale
onderzoeken in westerse
landen liegen er niet
om. Afhankelijk waar
men woont verliest
tussen de 10% en de 54%
van de kinderen het
contact met één van zijn
ouder een jaar na
scheiding. In Zweden
waarbij o.a. een
deurwaarde met bij
komende opleiding een
boycot omgangsrecht
dient vast te stellen,
en waarbij een omkering
van de zorg in
dergelijke gevallen
vaker wordt toegepast
verliezen +/-10% van de
kinderen één van hun
ouder bij een
scheiding. In België
zijn er tot op heden
geen gegevens
hieromtrent maar allicht
zullen jaarlijks
ongeveer 8500 kinderen
elk contact met hun
vader verliezen in de
jaren na scheiding. In
Nederland wees een
studie van 1985** uit
van 40% gemiste
oudercontacten uit
huwelijkse scheidingen
en jaar na scheiding.
Als buurland doet
Duitsland het nog
slechter met 50%
verbroken ouder –
kindcontacten
(Zeitschrift fur
Bevolkerungswissenschaft
maart 1995). In
90%-95% van die gevallen
wordt de vader-kind
relatie voorgoed
afgebroken. De
onderzoeksgegevens
wijzen uit dat ongeveer
30% van deze kinderen te
maken krijgen met
gevolgen op lange
termijn (Ursula
Kodjoe). Ze hebben in
hun latere leven dan
o.a. te maken met
stabiliteit van
menselijke relaties,
slechtere prestaties op
persoonlijke
professionele en het
sociale vlak. Ze zijn
niet in staat zich
overeenkomstig hun
intellectuele
mogelijkheden te
ontplooien. De
sociaal-emotionele
gevolgen van het verlies
of onredelijk verdeeld
contact met één ouder en
zijn familie kost de
samenleving veel geld.
Posttraumatische stress,
(psycho)somatische
klachten
arbeidsongeschiktheid,
gedragsproblemen bij de
kinderen, en zelfs
(zelf)moorden of
neigingen daartoe zijn
maar al te vaak het
gevolg van
scheidingsproblematiek.
Omdat kinderen van
gescheiden ouders ook
vaak last hebben met
relaties zal dit patroon
mogelijk herhalen.
Volgens een Nederlandse
studie van het CBS uit
januari 2001, komen er
ieder jaar ongeveer 9000
kinderen bij die binnen
een jaar het contact met
de andere ouder
verliezen na
echtscheiding (in 2001
is dit dus 25% van het
totaal). De totale
hoeveelheid aan kinderen
zonder contact met de
andere ouder wordt
geschat, volgens de
steekproef, op ca.
150.000 kinderen.
Gerekend met een
gezinssamenstelling van
2, 2 kind per gezin
worden hiermee ca.
70.000 ouders direct
getroffen in het verlies
met het contact van hun
kinderen. Gerekend met
overige familieleden,
grootouders, ooms en
tantes wordt de
populatie begroot op ca.
500.000 personen die
getroffen worden als
gevolg van het verbreken
van de familiebanden.
In 90% - 95% van de
gevallen verliezen
vaders het contact met
hun kinderen in genoemde
situaties. Laten we
aannemen ondanks dat het
hier wel in de strafwet
staat dat de situatie
hier vergelijkbaar is.
Blijkbaar zitten
(echt)scheidingen in de
lift dus ook de
gezagskwesties. In
steeds meer landen laten
rechters in het belang
van het kind PAS
doorwegen in hun
vonnissen.
*Bron NIS, CBS,
SNO.MYWEB, SCJF
**
Onder regie van de
coördinatiecommissiewetenschappelijk
onderzoek
kinderbescherming
uitgevoerd door
Grifftiths en Hekman van
de universiteit
Groningen

PAS staat voor Parental
Alienation Syndrom in
het nederlands het
ouderverstotingssyndroom.
Wat is de definitie van
een syndroom?
In de medische
wetenschap is een
syndroom een groep van
symptomen die bij elkaar
mogen worden geplaatst
omdat ze zich
gezamenlijk voordoen.
Een goed voorbeeld van
een syndroom is het
downs syndroom, waarin
een combinatie van een
geestelijke handicap en
een gezichtsuitdrukking
die lijkt op die van
Aziatische mensen. De
kinderen met dit
syndroom hebben ook
allemaal een relatief
korte vijfde vinger.
Begin jaren ’80 werd het
ontdekt door Prof. R.
Gardner die zich bezig
houd met
kinderpsychiatrie.
Wat is PAS?
PAS is een verstoring
die ontstaat exclusief
in een dispuut om het
gezag om een kind.
Meestal gaat het om de
vader en de moeder, soms
ook de grootouders.
Maar het gaat altijd om
een gezagskwestie. Het
gaat om twee
componenten. Ten eerste
is er sprake van het
systematisch
hersenspoelen van het
kind, een campagne van
denigreren van de ene
ouder door de andere.
De tweede component, en
dit is belangrijk, is de
eigen bijdrage van het
kind.
Het syndroom van
ouderverstoting is de
echtscheidingsziekte bij
uitstek. Elk kind heeft
daar in meer of mindere
mate last van. Er
ontstaat een
verwijdering tussen de
kinderen en de niet
verzorgende ouder. Vaak
gebruikt de verzorgende
ouder allerlei manieren
om die oudervervreemding
zo groot mogelijk te
maken. Daartoe
aangemoedigd zal ook het
kind hierin een rol
vervullen en ontwikkelt
zich bij het kind het
zogenaamde
Ouderverstotingssyndroom:
het Parental Alienation
Syndrome (PAS).
Dit syndroom kan het
verdere hele leven van
het kind sterk
beïnvloeden, maar kan
ook in de volgende
generatie merkbaar zijn.
PAS is dermate ernstig
dat dit in het
diagnostisch handboek
voor psychische
stoornissen (DSM-V) zal
worden opgenomen.
(WWW.familycourt.com)
Volgens prof. Gardner is
PAS een stoornis omdat
‘geen enkel kind door
zijn genen
geprogrammeerd is om een
ouder af te wijzen die
van dat kind houdt’. De
stoornis bestaat uit
hysterie, in ernstige
gevallen uit paranoia.
Bovendien handelt een
kind dat zonder reden
een ouder verstoot,
consequent tegen zijn
belang in en ook dat
wijst niet op
geestelijke gezondheid.
Gardner benadrukt dat
PAS niets te maken heeft
met die kinderen die om
een gegronde reden (b.v.
ernstige mishandeling of
verwaarlozing) een ouder
verstoten. In die
gevallen is verstoting
immers een normale
reactie, zij wordt pas
een stoornis als zij
niet gegrond is en tegen
het eigen belang
indruist.

2. Gevolgen van PAS!
Ruzie en agressie
Bij een (v)echtscheiding
leert het kind dat ruzie
en agressie tussen
ouders heel normaal is,
en dat het vertellen van
onwaarheden over elkaar
ook heel normaal is.
Een sterke psychische
stoornis
Hoewel het
vaderverstotingssyndroom*
geen geestesziekte is,
beschouwt Gardner het
wel als een sterke
psychische stoornis en
als een voorbeeld van
het zogenoemde
‘folie-à-deux’, een
verschijnsel waarbij de
ene partij zijn/haar
psychische afwijking op
de andere overbrengt,
zodat zij die dan
allebei hebben. Andere
Amerikaanse psychiaters
delen het PAS dan weer
in bij het Munchhausen
syndrome by proxy (door
overdracht), een
stoornis die voor het
eerst zo genoemd is door
J. Money in l986 naar de
bekende fantastische
vertellingen van baron
von Münchhausen. Het
syndroom bestaat daaruit
dat een ouder totaal
verzonnen verhalen, vaak
over ingebeelde ziekten,
overal voor waar gaat
rondvertellen en dat
gestoorde gedrag op haar
kind weet over te
brengen. Ook valse
incestbeschuldigingen
worden (voor het eerst
in 1989 door D.C. Rand)
tot dit
Munchhausensyndroom
gerekend. Gardner houdt
er echter aan vast dat
het
vaderverstotingssyndroom*
iets zelfstandigs is
omdat daarin volgens hem
veel meer sprake is van
een, zij het door
programmering op gang
gebracht, actief
handelen door het kind
zelf.
Ernstige, matige en
lichte gevallen.
Gardner onderscheidt
drie gradaties van het
verstotingssyndroom: de
ernstige, matige en
lichte gevallen. Bij de
ernstige gevallen zijn
de moeders volkomen
fanatiek en soms
paranoïde. Kenmerkend
voor paranoia is het op
een ander projecteren
van ongunstige
eigenschappen en
gedachten die men in
zichzelf niet erkennen
wil, een bekend
voorbeeld hiervan is de
valse sexbeschuldiging.
Kenmerkend is ook
wreedheid. Met de
kinderen is een
folieàdeux binding
ontstaan: zij delen de
paranoïde wanen van de
moeder en kunnen in
totale paniek op de
vlucht slaan als zij de
vader (moeten)
ontmoeten. Bij de matige
gevallen zou het niet
zozeer om gestoorde
vrouwen gaan maar om
vrouwen die razend zijn
omdat zij door hun man
verlaten werden. De
binding met de kinderen
is gezond te noemen.
Vóór de scheiding waren
zij vaak goede
opvoedsters (in
tegenstelling tot de
moeders van de ernstige
gevallen, die als
opvoedsters tekort
schoten). Als kinderen
uit zichzelf met een
sexbeschuldiging komen
aanzetten dan kunnen
deze moeders toegeven
dat die vals is.
Kinderen van deze matige
gevallen maken weliswaar
hun vader zwart maar
kunnen die houding nog
wel veranderen wanneer
zij weer regelmatig met
de vader in aanraking
komen. Hun afweerhouding
komt daaruit voort dat
zij de gezonde binding
met hun moeder willen
verdedigen. Ook bij de
lichte gevallen van
vaderverstoting hebben
de kinderen een gezonde
binding met de moeder.
Hier gaat het meest om
moeders die in de eerste
kinderjaren erg goed
voor de kinderen gezorgd
hebben en nu de kinderen
tegen de vader
programmeren om als het
ware hun eigen positie
veilig te stellen.
*Kan net zo goed de
moeder zijn.

3. Oorzaken en signalen
van PAS.
PAS verstoting
ontstaat wanneer de
verzorgende ouder in het kind
haatgevoelens tegen de
andere ouder inbrengt, die
vervolgens een eigen
leven gaan leiden. Om dit
alleen als
‘hersenspoelen’ aan
te duiden, is het te
eenzijdig en passief:
kenmerkend is juist dat de door de
sociale omgeving
opgeroepen krachten daarna in het
kind een zelfstandige
dynamiek ontwikkelen. Acht
duidelijke symptomen
zouden het syndroom herkenbaar
maken:
minachtingscampagne tegen de
niet-verzorgende ouder,
zwakke of onzinnige
redenen daarvoor, geen
ambivalente gevoelens
(de ene ouder is louter
goed, de andere louter
slecht), een nageprate ‘geheel
eigen mening,
reflexmatige steun
aan de zorgouder in het
ouderconflict,
afwezigheid van schuldgevoelens,
letterlijk citeren van
onbegrepen woorden en uitbreiding
van de vijandschap tot
de familie van de gehate
ouder. In
Belgie-Nederland is de
verstoten ouder in 90% van de
gevallen, de vader en in
10% de moeder. In Amerika was
dat tot voor kort ook
zo. De psycholoog I.D. Turkat
gebruikte in plaats van
PAS zelfs de aanduiding
Malicious mother
syndrome. Gardner hanteerde in
plaats van de neutrale
termen ‘verstoten ouder’ of
‘vervreemde ouder’ af en
toe ook ter vereenvoudiging het
woord ‘vader’ en in
Belgie of Nederland is de term
‘Parental Alienation
Syndrome’ (PAS) wel vereenvoudigd
weergegeven met ‘vaderverstotingssyndroom’.
Maar volgens recente indrukken zou
zich in somige staten
van Amerika een
kentering voltrekken:
het percentage moeders
onder de verstoten
PAS-ouders zou zelfs de
50% benaderen. In Belgie
en Nederland is daar nog
weinig of niets van te
merken vandaar deze
bundel.
*Met dank aan Rob Van
Altena

4. Het PAS kind.
‘Geliefd’ en een
‘gehaat’
Bij een geval van PAS
heeft het kind zijn
ouderpaar als het ware
door-kliefd in een
‘geliefd’ en een
‘gehaat’ deel,
aanduidingen die door
Gardner bewust tussen
aanhalingstekens worden
gezet: “De gehate ouder
wordt alleen
ogenschijnlijk gehaat,
er is nog veel liefde
aanwezig. En de geliefde
ouder wordt soms meer
gevreesd dan geliefd.”
Er
bestaat met deze ouder
echter een sterkere
gevoelsbinding dan met
de gehate ouder. Een
kind heeft een binding
met allebei de ouders
maar de sterkste binding
zou veelal bestaan met
die ouder door wie het
als baby en als kleuter
het meest verzorgd werd.
Die binding zou het kind
willen bewaren en zodra
het denkt dat zij door
de scheiding bedreigd
wordt, zou het daarom
tegen de andere ouder
een afwijzingscampagne
beginnen. De wapens die
het daarbij inzet, zijn
vaak kinderlijk en
simplistisch. Helaas
zijn er moeders die vaak
ook van de onzinnigste
klachten van het kind
met welbehagen kennis
nemen. Erger nog: ook
advocaten en zelfs
rechters laten zich soms
door zulke klachten
meeslepen in
plaats van zich af te
vragen of dat nu redenen
zijn om een vader nooit
meer te willen
ontmoeten.
Een strijd om gezag en
zorg
Het verstotingssyndroom
gaat zich, volgens
Gardner, ontwikkelen
zodra het kind beseft
dat er een strijd om
gezag en zorg aan het
ontbranden is. Om in die
strijd een rol te
spelen, begint het zijn
eigen scenario van
geringschatting en
uitsluiting op te
stellen. Na enige tijd
kan het kind ervan
bezeten raken de
‘gehate’ ouder te
kleineren, beschuldigen
en uit te stoten - dat
alles zonder aanleiding
of om aanleidingen die
in geen enkele
verhouding staan tot
een levenslange
afwijzing.
De gevolgen zijn
rampzalig voor de
verstoten ouder en voor
het kind zelf.
Zij uiten
zich in gedrags-,
prestatie- en
ontwikkelingsstoornissen
die het verdere leven
kunnen overschaduwen.
Een kind met PAS
programmeren is
geestelijke
kindermishandeling en
volgens Gardner zelfs
ingrijpender dan
lichamelijke
mishandeling of seksueel
misbruik. “Veel mensen
die als kind mishandeld
werden, konden over hun
pijn en vernederingen
heengroeien en dat geldt
ook bij seksmisbruik al
grijpen de gevolgen
daarvan dieper in. Maar
wie een kind met een PAS
programmeert, verbreekt
de band tussen dat kind
en de andere ouder voor
het leven... Jongens
hebben echter een vader
nodig als rolvoorbeeld
en meisjes een vader
voor hun beeldvorming
van de man. En op
dezelfde manier hebben
meisjes een moeder nodig
als rolvoorbeeld en
jongens een moeder voor
hun beeldvorming van de
vrouw. Kinderen van
beide geslachten hebben
ouders van beide
geslachten nodig om te
leren hoe zij in hun
leven met mensen van
beide geslachten moeten
omgaan... Bovendien
krijgen PAS-kinderen
problemen met het
inschatten van de
werkelijkheid. Zij zijn
ertoe geprogrammeerd
dingen voor waar aan te
nemen die totaal niet
met hun eigen
waarnemingen
overeenstemmen. Dat
leidt tot verwarring,
onzekerheid, gebrek aan
zelfvertrouwen,
wantrouwen jegens mensen
die iets anders zeggen
dan de programmeerster
en in ernstige gevallen
tot een breuk met de
werkelijkheid.
Beschadigde
werkelijkheidszin is een
van de kenmerken van een
psychose. Veel genoemd
in verband met
PAS-kinderen worden -
paranoïde
waanvoorstellingen en
die kunnen jaren zoniet
het hele leven
aanhouden. Soms wordt
hun zelfs ronduit
psychopatisch gedrag
aangeleerd: openlijk
vijandelijkheid betuigen
en zich van het gevolg
daarvan voor het mikpunt
niets aantrekken... Dat
alles neemt echter niet
weg dat een PAS-kind, al
kan het er openlijk op
snoeven dat het de
andere ouder verstoten
heeft, diep in zijn hart
toch vaak een groot
verlies ervaart. Een
eens geliefd en
gewaardeerd mens is uit
zijn leven verwijderd...
Dat kan gevoelens van
depressie oproepen
zonder de vrijheid die
te kunnen uiten. Wat
zich dan weer voortzet
in
aanpassingsmoeilijkheden
op school en in de
verstandhouding met
anderen.”
Ook de
verstoten ouder is
ondertussen slachtoffer.
vaak wordt hij op een
uitgesproken
sadistische manier
geschoffeerd, geminacht,
beschimpt en belasterd
en door zijn eigen
kinderen behandeld en
gehaat alsof hij geen
gevoel zou hebben... Nu
is bezeten haat vaak
maar een dunne
verhulling van diepe
liefde. Echte verwerping
is neutraliteit, weinig
of niet meer aan iemand
denken. Het tegendeel
van liefde is niet haat
maar
onverschilligheid.
Hier neemt liefde echter
de vorm van haat aan
omdat kinderen zich
tegenover hun moeder
schuldig zouden voelen
als zij openlijk liefde
voor hun vader zouden
bekennen...
Kinderen kunnen met de
ouder gaan meetrillen.
Daarnaast kunnen bij de
vorming van PAS ook nog
oorzaken meespelen als
identificatie met de
agressieve ouder,
overneming (inductie)
van haar gevoelens,
eenzijdige idealisering
en de kans vrijuit woede
te kunnen luchten die
onder normale
omstandigheden
onderdrukt of in banen
geleid wordt.
Identificatie met een
agressor is een
verschijnsel dat zich
kan voordoen wanneer een
zwakkere tegenover een
overrompelende en
dreigende partij
machteloos staat.
Hij/zij kan de toestand
dan proberen te
beheersen door de
kenmerken van de sterke
over te nemen. Als een
razende moeder voor de
ogen van het kind
constant de vader staat
te honen, dan kan het
kind aan haar kant gaan
staan omdat het bang is
die uitbarstingen anders
zelf over zich heen te
krijgen. Een omgekeerd
geval was dat van een
jongen die er
herhaaldelijk bij was
dat zijn vader zijn
moeder gemeen sloeg. Om
zich daar zelf tegen af
te schermen verklaarde
hij zijn moeder te haten
en veel van zijn vader
te houden:
liefdesverklaringen
die wel meer met angst
dan met genegenheid te
maken hadden. Het
passief overnemen
(inductie) van gevoelens
is het best te
vergelijken met het
verschijnsel dat een
trillende stemvork ook
een andere stemvork in
de buurt spontaan doet
meetrillen. Zo kunnen
ook menselijke gevoelens
vaak heel snel door een
ander worden
overgenomen. Kinderen
die bij een ouder wonen
die van woede vervuld is
en hysterische
uitbarstingen van
razernij vertoont,
kunnen al gauw met haar
gaan meetrillen.”
Dan wordt het maar al te
duidelijk dat zulke
kinderen wel geestelijk
moeten scheefgroeien…
Een duidelijk symptoom
van PAS is als men een
kind als ‘geheel
zelfstandig’ een mening
laat zeggen die uit de
ouder zelf voortkomt.
Bedoeld wordt b.v. die
situatie waarin een
ouder er bij het kind op
blijft hameren dat het
helemaal zelf beslissen
mag of het naar de
andere ouder toe wil.
Het kind, dat maar al te
goed aanvoelt hoe de
programmerende ouder
hier eigenlijk over
denkt, zegt dan met
nadruk dat het uit
zichzelf niet wil.
Gardner maakte in zijn
praktijk moeders mee die
tegen hun kind woorden
gebruikten als: ‘Als je
niet naar hem toe wilt,
dan sta ik helemaal
achter je. Al moeten we
ervoor naar de rechter,
we staan op je mening.
Ik laat hem niet met je
sollen. Jij hebt het
recht om niet te willen
en je kan op mij rekenen
dat ik daar ook voor
opkom’. “Hoe
luidruchtiger en
vastberadener deze
moeders worden, des te
meer verharden de
kinderen in hun
weigering - niet uit een
primair verlangen hun
vader niet meer te zien
maar om niet tegen de
moeder in te gaan. Tegen
elke poging van de vader
om bij de kinderen
betrokken te blijven,
wordt door moeder en
kinderen een muur
opgetrokken. Ondertussen
kan men zich maar al te
goed de reactie van de
moeder voorstellen als
dezelfde kinderen niet
naar school of naar de
tandarts zouden willen
of niet ingeënt zouden
willen worden. Er is
beslist maar één soort
weigering waarvoor de
moeder de barricaden
opgaat en dat is de
weigering om de vader op
te zoeken.”
Als men ziet om wat voor
redenen kinderen de
andere ouder of diens
familie nooit van hun
leven meer willen
ontmoeten, dan wordt het
maar al te duidelijk dat
zulke kinderen wel
geestelijk moeten
scheefgroeien. ‘Hij zei
altijd zo hard dat ik
mijn tanden moest
poetsen’; ‘Zij zei:
‘niet in de rede
vallen’; ‘Oma verwent
me: ze geeft me teveel
speelgoed’; ‘Ik moet
rustig zitten onder het
eten’. ‘Ik mag pas
televisie kijken als
mijn huiswerk af is’;
‘Als ik piano gespeeld
heb, klapt hij niet zo
hard in zijn handen als
mijn moeder’; ‘Ik moet
meehelpen mijn bed op te
maken’; ‘Ik moest op
mijn zusje letten
terwijl hij de afwas
deed’; ‘De fiets bij
mijn moeder is veel
beter’; (een kind van
zes:) ‘Hij behandelt me
als een kind’. Enz.
enz.

5. De programmerende
ouder.
Hersenspoelen of
programeren..
Hoewel Gardner juist de
eigen inbreng van het
kind het kenmerk vindt
van een PAS-syndroom,
laat hij geen twijfel
bestaan aan de
overheersende rol van de
programmerende ouder.
“Het woord hersenspoelen
wordt niet als een
vakterm beschouwd en in
strikt wetenschappelijke
publikaties niet erg
aanvaard maar ik zie het
toch wel degelijk als
een nuttig woord omdat
het heel direct aangeeft
dat iemand via een
welbewust proces het
denken van een ander
probeert te veranderen.”
Van dit hersenspoelen
of programmeren geeft de
schrijver dan een
bladzijden lange
catalogus van
voorbeelden waarvan wij
er hier maar enkele
kunnen overnemen: “Er
zijn moeders die zodra
hun man vertrokken is,
door het huis heen razen
en alles vernielen wat
nog maar aan zijn
bestaan zou kunnen
herinneren. Dat geeft de
kinderen het gevoel dat
hun vader zo’n
verachtelijk en
minderwaardig individu
is, dat al wat van hem
is blijven liggen het
huis als het ware
bevuilt en dat elk
bewijs dat hij ooit
bestaan heeft, moet
worden uitgewist zelfs
met inbegrip van b.v.
foto’s van leuke
gebeurtenissen. Het
gebeuren heeft iets van
wat er in bepaalde
autoritaire staten
plaatsvond, waar mensen
opeens van de aardbodem
verdwenen en elk restant
van hun bezittingen in
beslag genomen en
vernietigd werd.
Enkele technieken…
Algemeen
is de manoeuvre om de
vader voor te schrijven
dat hij bij het afhalen
van de kinderen in zijn
auto moet blijven zitten
en zijn aankomst maar
kenbaar moet maken door
te toeteren: aan de
voordeur komen is er
niet bij en aanbellen al
helemaal niet.
Letterlijk iedere andere
sterveling die toevallig
langskomt, mag gewoon op
de deurbel drukken maar
de vader als enige niet.
Ook het antwoordapparaat
is een machtig wapen:
het staat altijd aan,
ook als moeder en
kinderen thuis zijn. Als
de telefoon gaat,
luistert moeder eerst
wie er opbelt voordat
zij al of niet opneemt.
Voor de vader wordt in
elk geval niet opgenomen
en zo krijgen de
kinderen praktijkles hem
maar te laten praten en
geen antwoord te geven.
Deze gewoonte is zo
algemeen dat sommige
vaders (het gaat hier
over Amerika) de moeder
via een gerechtelijk
bevel lieten verplichten
om als zij thuis was het
antwoordapparaat uit te
schakelen en de telefoon
op te nemen zodat de
vader met zijn kinderen
kon bellen. “In veel
gevallen kon dat bevel
helaas ongestraft
genegeerd worden, zoals
dat met vonnissen tegen
PAS-moeders trouwens
vaker het geval is.”
Maar zodra het om de
bezoektijden gaat,
houden deze moeders zich
juist weer uiterst stipt
aan de vonnissen: ‘Als
je een minuut te vroeg
aan de deur komt, bel ik
de politie!’ of ‘Als je
een minuut te laat komt,
krijg je ze niet mee!’
Ook door sabotage van
het bezoek kan een wrede
moeder doeltreffend
haar gram halen: de
vader klopt of belt aan
de deur maar niemand
komt hem opendoen, al
zijn moeder en kinderen
wel degelijk thuis. Een
volgende keer zijn zij
echt niet thuis: vóór de
afgesproken bezoektijd
gewoon zonder bericht
weggegaan. Hoe grotere
afstand de bezoekvader
moet afleggen, des te
krachtiger dat wapen is.
Gardner: “Ik heb een
aantal zaken meegemaakt
waarin vaders voor een
bezoekrecht naar de
andere kant van Amerika
reisden, alleen om te
ondervinden dat hun
kinderen niet op de
afgesproken plaats en
tijd aanwezig waren.
Omdat
kinderen zo de boodschap
meekrijgen dat een
bezoek van de vader
onbelangrijk is ..
Helaas ondernemen
rechtbanken meestal niet
veel tegen dit soort
wreedheid en dat is van
belang voor de vorming
van het
vaderverstotings-syndroom
omdat kinderen zo de
boodschap meekrijgen dat
een bezoek van de vader
onbelangrijk is en ook
dat niemand zich er iets
van aantrekt als hij
gemeen behandeld wordt.
Hebben alleen vrouwen
onvoorwaardelijk recht
op een liefdevolle,
intieme band met hun
kinderen?
(4) “Bij
schoolvoorstellingen
zetten moeders de
kinderen onder druk door
te zeggen dat zij (de
moeders) niet meegaan
als de vader komt. Dat
geeft het kind het
gevoel dat de vader een
soort ordeverstoorder is
die louter door zijn
aanwezigheid alles zal
bederven. Naar Gardners
ervaring zijn juist dit
soort moeders eerder
geneigd tot
demonstratief gedrag dan
hun gehate exgenoten:
Een mooi voorbeeld van
hoe het
projectiemechanisme bij
deze vrouwen
werkt.
“Wat veel tot het
verstotingssyndroom
bijdraagt is om elke
contactpoging van de
gehate ouder als ‘lastig
vallen’ te bestempelen.
De vervreemde vader
blijft immers vaak blijk
geven van belangstelling
door op te bellen, te
proberen de kinderen te
zien, cadeautjes te
sturen enz. en wanneer
dat door de moeder
steeds als ‘lastig
vallen’ wordt
gebrandmerkt, gaan ook
de kinderen het op de
duur zo zien. Als de
vader voor de kinderen
opbelt, geeft zo’n
moeder antwoorden in de
trant van: “Ze zijn
bezig”, “Ze gaan net
eten”, “Ze zitten net te
eten”, “Ze zijn nog niet
met hun eten klaar”, “Ze
kijken net televisie”,
“Ze zitten net hun
huiswerk te maken”, “Ze
spelen met andere
kinderen”, “Ze gaan net
naar bed”, enz. De vader
schijnt nooit op het
goede ogenblik te
bellen: wat de kinderen
ook doen, ze mogen nooit
door hem gestoord
worden. Elke bezigheid,
hoe onbeduidend of
willekeurig ook, is
belangrijker dan de
vader.”
Dan zijn er de
blijf-van-mijn-lijf
huizen of neutrale
bezoekruimten.
In zulke huizen kan men
over het algemeen drie
soorten moeders met
kinderen vinden:
(1) Moeders en
kinderen die echt
mishandeld zijn,
(2)
Niet-mishandelde moeders
en kinderen waarvan de
moeder de (soms
paranoïde)
waanvoorstelling heeft
dat zij en de kinderen
mishandeld zijn, terwijl
daar absoluut geen
aanwijzingen
voor bestaan en
(3)
Niet-mishandelde moeders
en kinderen waarvan de
moeder het vluchthuis
bewust en
weloverwogen
als een PAS-manoeuvre
gebruikt. Louter omdat
zij naar een
blijf-van-mijn-lijf
huis gaan,
raken de kinderen er
immers van doordrongen
dat zij thuis onveilig
waren.
Helaas zijn sommige
hoofden van deze huizen
echt paranoïde en zien
zij geen verschil tussen
de drie groepen vrouwen
die er binnenkomen.”
In Nederlandse
blijf-van-mijn-lijf
huizen hoeven zij dat
verschil trouwens niet
te zien: die zijn er
expliciet niet alleen
voor mishandelde vrouwen
maar voor alle vrouwen
‘met een uitzichtloze
relatie’.
“Series moeders zijn er,
die hun kinderen naar
een psychiater hebben
gebracht zonder dat de
vader daar zelfs maar
iets van wist. Volgens
Gardner gaan heel wat
therapeuten daar helaas
in mee waardoor zij
zonder dat blijkbaar te
beseffen het
verstotingssyndroom in
de hand werken.
Het medisch
beroepsgeheim bestendigt
hier de stoornis.
Verantwoordelijke en
verstandige therapeuten
werken zo niet.”
Wanneer
zulke moeders de
juridische veldslag om
het gezag ‘winnen’
bereiken zij
uiteindelijk ook een
totale vervreemding van
hun kinderen met de
gehate ex-genoot.
Een echt liefdevolle
ouder begrijpt heel goed
en hoe belangrijk ook de
niet-zorgouder voor de
kinderen is en de
minachtingscampagne
waarin deze moeders de
kinderen meeslepen, is
dan ook niet in het
belang van het kind, ja
een blijk van hun
tekortschieten als
ouder... Wanneer zulke
moeders de juridische
veldslag om het gezag
‘winnen’, bereiken zij
niet alleen dat gezag
maar uiteindelijk ook
een totale vervreemding
van hun kinderen met de
gehate ex-genoot.
Dat deze zegepraal de
kinderen geestelijk kan
vernielen, is wat zij
diep in hun hart
misschien wel willen. En
zij voelen dat zij dat
door onophoudelijk
vechten, programmeren en
vervreemden ook kunnen
bereiken.”
Ook de vaders die
kinderen van hun moeders
vervreemden,
kunnen er trouwens wat
van. Toen een moeder
haar zoontjes naar hun
schoolrapporten vroeg,
zeiden die dat zij ‘veel
te groot waren dan dat
hun moeder nog voor hen
op de ouderavonden
hoefde te komen’ en dat
zij zich trouwens ‘moest
schamen om over kinderen
van onze leeftijd nog op
school navraag te doen’.
De jongetjes waren zeven
en negen jaar oud. Een
andere vader zei de
kinderen dat hun moeder
hen aan hem had
‘verkocht’ en liet als
bewijs daarvan zijn
alimentatiekwitanties
zien. Toen de moeder de
kinderen opbelde, wilden
die niets meer van haar
weten: ‘je bent onze
moeder niet meer, je
hebt ons aan vader
verkocht!’
Programmerende ouders
beschikken over zo’n
indrukwekkend repertoire
van manoeuvres dat het
Gardner niet gelukt is
dat in groepen onder te
verdelen. “Dat zegt wel
wat over de creativiteit
van de mensen die al
deze kunstgrepen
verzinnen. En hoe
schandelijk die ook
zijn, vernuft kan men
hun niet ontzeggen. Mijn
lijst van hun manoeuvres
zal dan ook nog wel
blijven aangroeien.
Zoals bekend worden de
meeste uitvindingen
gedaan in oorlogstijd en
dit vechten om kinderen
is oorlog. Waarin net
als in een echte oorlog
de voortbrengselen van
het vernuft vooral
vernietiging dienen.”

6. De verstoten ouder.
Hij doet het altijd
fout…
Tegenover de
programmerende ouder
staat haar of zijn
mikpunt: de verstoten
ouder. Voor hem geldt
dat hij het altijd fout
doet. Als hij aandringt
om de kinderen te
ontmoeten, wordt hij
door de programmerende
ouder en niet veel later
ook door de kinderen
beschuldigd van ‘lastig
vallen’. En als hij
welbewust afstand neemt
en niets doet in de hoop
dat de kinderen zo tot
bezinning zullen komen
dan ‘laat hij ze in de
steek’, ook weer een
kreet die door de
kinderen in hun
verstotingscampagne kan
worden opgenomen.
Dringend?
Waar omgang maanden of
jarenlang was stilgezet,
is de verstandhouding
niet meer te herstellen.

“Snelle maatregelen
worden door de rechtbank
alleen opgelegd als een
ouder door de andere van
geweld en vooral van
seksmisbruik wordt
beschuldigd. Andere
zaken kunnen soms
eindeloos lang blijven
liggen, waardoor de
programmerende ouder
ongehinderd door kan
gaan de kinderen met het
PAS op te zadelen...
Therapeuten hebben in
hun opleiding geleerd
zich passief en
begrijpend tegenover hun
patiënten op te
stellen... Daarom kan de
afgewezen ouder bij
goedwillende maar
onnadenkende therapeuten
nogal eens raad
verwachten in de trant
van: “Niet te veel doen.
Als de kinderen ouder
worden, zullen zij
begrijpen hoe zij
gehersenspoeld zijn en
dan draaien zij bij”.
Maar in werkelijkheid
werkt de tijd juist in
het voordeel van de
programmerende ouder en
zou de verstoten ouder
dus de tegengestelde
raad moeten krijgen.
Johnston
(5) heeft
PAS-kinderen gevolgd tot
hun jonge volwassenheid
en vond dat de meesten
van hen ook toen nog
niets met de verstoten
ouder te maken wilden
hebben en aan hun
houding van minachting
en verwerping
vasthielden. De gedachte
dat kinderen als zij
ouder worden vanzelf tot
ander inzicht komen, kan
onmogelijk voortkomen
uit ervaring. Hoe langer
het programmeren
doorgaat, des te zwakker
wordt namelijk de band
met de verworpen ouder
en des te
onwaarschijnlijker een
herstel van de omgang.
En waar omgang maanden
of jarenlang was
stilgezet, is de
verstandhouding niet
meer te herstellen.
Helaas vallen
PAS-slachtoffers maar al
te vaak in handen van
zulke therapeuten en
volgen zij lijdzaam hun
slechte raad op met als
gevolg dat zij hun
kinderen voorgoed
kwijtraken.
Programmerende ouders
zitten hun ex ook via de
school dwars.
Zij vragen de
schooladministratie hem
geen informatie over de
kinderen te geven ja
zelfs van ouderavonden,
schooluitvoeringen e.d.
uit te sluiten. Of de
kinderen krijgen te
horen dat als hij op de
schoolavond komt, de
moeder niet met hen
meegaat. Tegenover de
kinderen is dat
weliswaar wreed maar
programmeerders vallen,
ondanks hun
liefdesbetuigingen aan
de kinderen, niet op
door gevoeligheid voor
wat die kinderen in
werkelijkheid nodig
hebben.
Vaders
worden bang
…
dat er aan de waslijst
van andere klachten ook
nog een
seksbeschuldiging zal
worden toegevoegd. Dat
hangt vooral in de lucht
als de
uitstotingsmanoeuvres
nog niet helemaal gelukt
zijn. Voorzichtige
vaders gaan dan
angstvallig die
omstandigheden vermijden
waaraan zo’n
beschuldiging kan worden
verbonden: met name de
badkamer en de
slaapkamer. Zij zullen
hun dochtertje niet meer
zelf wassen of op de
w.c. doen maar zoiets,
hoe onnatuurlijk het ook
is, liever aan hun
vriendin, zuster, moeder
of een andere vrouw
overlaten. Nog erger is
het dat naïeve vaders
dit soort gevaren niet
zien aankomen en daar
dan soms verschrikkelijk
voor moeten boeten.”
“In onze tijd is het erg
in de mode om
slachtoffer te zijn en
sommige mensen kunnen
daar zelfs een
ziekelijke voldoening
aan ontlenen. Werkers in
de gezondheidszorg zijn
vertrouwd met het
verschijnsel van de
‘beroepsslachtoffers’.
Helaas heeft dat er toe
geleid dat men ook de
door hun eigen
PAS-kinderen verstoten
ouders soms is gaan zien
als mensen die op de een
of andere manier hun
slachtofferschap over
zichzelf afgeroepen
zouden hebben. Naar mijn
ervaring is dat echter
niet zo... Ik heb nu l5
jaar met PAS-gevallen te
maken gehad en ben er
nog niet een
tegengekomen waarin de
verstoten ouder zijn
slachtofferzijn zelf in
de hand gewerkt of
bevorderd zou hebben.”
Opmerkelijk is ook het
grote verschil tussen de
soort ouders die door
hun kinderen om gegronde
redenen (mishandeling of
verwaarlozing) worden
afgewezen en de door
PAS-kinderen verstoten
ouders. Ouders die hun
kinderen slaan zijn
typisch opvliegende
mensen en dat blijkt ook
op ander gebied. Zij
hebben ‘een laag
kookpunt’ en kunnen het
bij voorbeeld ook vaak
niet te lang bij
dezelfde werkgever
uithouden. Voor
verstoten PAS-ouders
geldt volgens Gardner zo
ongeveer het tegendeel:
het zouden veelal mensen
met zelfbeheersing zijn,
zowel in het gezin als
daarbuiten: mensen die
vooruit kunnen denken en
een regelmatig
beroepsleven geleid
hebben.

7. Rechters en
advocaten.
The winner takes it all.
Het is van belang om
stil te staan bij het
civiele procesrecht in
de Westerse landen.
Gardner beschouwt het
zelfs als de
hoofdschuldige van de
mensonterende strijd om
de kinderen. Dit
procesrecht kan worden
omschreven als een
conflictsysteem met een
hang naar een ‘winner
takes all’ uitkomst.
In Aziatische landen
zijn daarentegen
begrippen als
bemiddeling en
verzoening veel sterker
in de samenleving
verankerd. Als twee
Japanners een geschil
hebben dan gaan zij vaak
eerst samen naar een
door hen allebei
hooggeachte oudere om
die om bemiddeling te
vragen: wie dat niet zou
doen wordt zelfs als een
asociale ruziemaker
beschouwd. Komt men er
zo niet uit dan kan men
zich wenden tot
buurthuizen voor
geschillenbemiddeling en
pas als ook daar geen
oplossing gevonden wordt
dan zal men naar een
advocaat stappen. Dat is
een van de redenen
waarom er in Japan maar
een advocaat op de 7.500
inwoners is en in de
Verenigde Staten een op
de 275 (dat komt neer op
bijna 1 miljoen
advocaten!). Nederland
zit daar met een
advocaat op de 1.600
inwoners tussenin. Het
systeem van tegen elkaar
in procederen scherpt
vijandelijkheid aan en
drukt de partijen wapens
in de hand waarvan zij
uit zichzelf geen weet
hadden. Het draagt zo
sterk bij tot een
escalatie van
wraakneming dat de
procesvoering zelf
grotere geestelijke
schade kan toebrengen
dan het kapotte huwelijk
dat het eigenlijk alleen
maar had moeten
ontbinden.
Het belang van de
cliënt.
Civiele procesvoering
bewaart nog trekken van
de middeleeuwse wet dat
bepaalde geschillen
namens de partijen in
een tweegevecht werden
beslecht door
beroepsworstelaars.
Naar mijn mening staan
wij in sommige opzichten
niet echt zover van die
middeleeuwse
rechtsgewoonte af...
Veel
echtscheidingsprocessen
zijn een ‘bloedig
tweegevecht’. Levens
zijn er letterlijk door
verwoest, mensen er al
hun middelen bij
kwijtgeraakt of
geestelijk onherstelbaar
door beschadigd”. De
beroepsworstelaars van
onze tijd zijn de
advocaten. Aan hun
pleidooien zou tot
omstreeks l850 mede de
eis zijn gesteld de
waarheid te zoeken en
het recht te dienen
terwijl daarna de nadruk
geheel is verschoven
naar het belang van de
cliënt. Dat men voor dat
belang ook recht mag
praten wat krom is, ja
de rechtbank mag
voorliegen, wordt
blijkbaar als normaal
ervaren
(6)
. “Het gevolg”,
schrijft Gardner nogal
cru maar onomwonden, “is
dat naar mijn mening
studenten in
rechtsfaculteiten worden
opgeleid tot
leugenaars”.
The tender years of
presumption.
Een ander verhelderend
punt is de geschiedenis
van het toewijzen van de
kinderen na scheiding.
Volgens de Code Civil
(van l804 af in veel
landen van Europa
ingevoerd) bleven
kinderen na
echtscheiding - die toen
praktisch nog niet
voorkwam - automatisch
bij de vader: dat
vloeide voort uit diens
rechtspositie als
gezinshoofd. Maar al
vrij gauw daarna ging
het schuldbeginsel
overwegen en zo gold
b.v. in Nederland sinds
het Burgerlijk Wetboek
van 1838 als hoofdregel
dat de kinderen bij die
ouder kwamen die aan de
scheiding onschuldig
was waarbij de
rechtspraak moeders op
dat punt vaak wat
strenger schijnt te
hebben beoordeeld dan
vaders. Kleine kinderen
bleven bij de moeder
totdat zij, wat
opgegroeid, eventueel
naar de vader gingen als
die de onschuldige
partij was verklaard.
Van ongeveer l900 af
begon internationaal de
opvatting door te breken
dat moeders door hun
zachtaardigheid
wezenlijk beter geschikt
zouden zijn om kinderen
op te voeden: een
vooronderstelling die in
Engelstalige landen nog
steeds wordt aangeduid
met de vakterm ‘tender
years presumption’.
Nederland liep hierin
nogal voorop: al sinds
l901 gold er de regel
dat het kind na
echtscheiding onder
eenhoofdig gezag stond
van de ouder die ook de
dagelijkse zorg mocht
geven en dat was steeds
vaker de moeder. In
Engeland gold hetzelfde
sinds l925. Aanvankelijk
werd daarbij aan moeders
nog wel de eis gesteld
de kinderen een goed
moreel voorbeeld te
geven, waardoor b.v. een
vrouw die haar man
bedrogen had of veel
uithuizig was, vaak niet
voor gezag en zorg in
aanmerking kwam. Maar
die eisen werden steeds
meer afgezwakt. Ook in
België is het
voorrangsrecht van de
onschuldige ouder in
l965 vervallen.
Praktisch elke moeder
die bereid en
beschikbaar was, kreeg
voortaan bij voorrang de
kinderen.
De advocatuur
Sinds de jaren 60 begon
het aantal scheidingen
bovendien de pan uit te
rijzen en brak er een
tijd aan die, althans
voor de advocatuur, wel
als de gouden eeuw van
de
echtscheidingsprocessen
kan worden aangemerkt.
En hoewel sommige
advocaten beseffen wat
voor een verschrikkelijk
geestelijk trauma er uit
lange
echtscheidingsprocessen
kan voortkomen, beseffen
anderen dat niet. Zij
willen een zaakje
winnen. Niet zelden
begint de advocaat ermee
zijn cliënt(e) op het
hart te drukken niet
meer met de (ex)genoot
te praten, ook niet voor
regelingen over de
kinderen: “Daar heeft u
nu juist uw advocaat
voor”. Vervolgens gaat
men aan de slag om de
exgenoot lukraak te
betichten van al wat
maar bedacht of
opgeblazen kan worden.
Ik noem dit de terriërs
onder de advocaten.
Helaas een aardig groot
deel van de
beroepsgroep. Ook
moeizaam tot stand
gekomen afspraken tussen
ouders worden soms
teruggedraaid. De
vader die dat meemaakt
(7) gaat
dan meestal op zoek naar
een advocaat om zich
hiertegen te verweren
maar komt vaak van de
drup in de regen.
Vermindering van eigen
inkomen om mogelijkheden
te creëren zich meer met
de kinderen bezig te
houden, staat vaak
gelijk aan
alimentatieontduiking.
Een rambo-advocaat.
Het Maastrichtse
advocatenkantoor W. en
F. liet op zijn
briefpapier de tekst
uittikken dat een meisje
van elf met haar vader
(die nergens van
beschuldigd werd) geen
omgang meer wilde; het
Zwolse advocatenkantoor
B. en G. maande een
grootmoeder per brief om
weg te blijven van de
derde verjaardag van een
kleinkind waar zij in de
voorafgaande
scheidingsfase geruime
tijd thuis voor gezorgd
had, ja het kindje ook
geen verjaardagskaart te
sturen. Enz. enz.
Een Amerikaanse advocaat
schrijft in zijn
memoires: “Als ik mijn
kantoor uitkom op weg
naar het gerechtsgebouw,
dan weet ik dat daar een
zaak wacht waarin geen
plaats is voor vergelijk
of verzoening of het
goede afwegen tegen het
slechte. “Het wordt een
zaak van erop of
eronder, van vechten met
klauwen en tanden. En
daar geniet ik van”
(8).
Een rambo-advocaat,
zullen we maar zeggen.
Gelukkig zijn er ook
nog andere:
“Zowaar als er fatsoen
en rechtvaardigheid is,
zowaar kunnen de
opstellers van onze
grondwet nooit bedoeld
hebben dat bij een
echtscheiding de
beklagenswaardige ouders
en hun kinderen in een
gerechtelijk strijdperk
worden geworpen om daar
met hun advocaten als
helpers elkaar met
woorden te verscheuren
en neer te houwen in een
door gemoedsbeweging
beheerst vechten waar
nooit een eind aan komt.
Wij zijn menselijk
genoeg geweest om
hanengevechten,
hondengevechten en
stierengevechten te
verbieden, waarom zoeken
wij dan niet naar een
manier om deze barbaarse
echtscheidingsgevechten
te beëindigen?”
9)
Moeder is de beste.
Sinds +/- ‘75 begon de
vooronderstelling dat de
moeder door haar
zachtaardigheid nu
eenmaal de beste ouder
is, in de VS. terrein te
verliezen. Er kwam een
nieuw beginsel op in
onze maatschappij met
haar totale gelijke
kansen waarin ook
vrouwen desgewenst
straaljagerpiloot,
hartchirurg of
echtscheidingsadvocaat
kunnen worden, moeten
vrouw en man ook als
moeder en vader gelijke
kansen hebben (‘the sex
blind rulings’). Toch
houden sommige
Amerikaanse rechters nog
aan het moedervoorrecht
vast en in Europa is dat
zelfs onomstreden. In de
Verenigde Staten geldt
na l980 in de meeste
staten bij voorrang het
gezamenlijk gezag en een
gelijk recht op de
dagelijkse zorg. Alleen
in sommige
Noordoostelijke staten
is dat, vooral door het
veto van de gouverneurs,
nooit van kracht
geworden.

8. Welzijnswerkers.
Therapeuten &
grootmoeders maatstaven.
Medische deskundigen
kunnen bij processen
over de kinderen een
belangrijke rol spelen.
Hun enige goede
informatiebron is
volgens Gardner echter
een gesprek met beide
ouders en de kinderen
gelijktijdig. Als dat
niet mogelijk is omdat
een van de partijen het
niet wil, valt er niets
te bereiken. Alleen uit
dat gesprek kan namelijk
blijken met welke ouder
de kinderen de sterkste
geestelijke binding
hebben. En die moet
worden vastgesteld aan
de hand van wat Gardner
zo mooi ‘grootmoeders
maatstaven’ noemt: dat
wat grootmoeder tekenen
van goed ouderschap zou
vinden als haar geest in
de woning kon rondwaren
en aan de deskundige
verslag uitbrengen. De
meeste grootmoeders
hadden weliswaar geen
doctoraal in de
kinderpsychologie en
geen benul van de
uitgekiende metingen
waar wij ons
tegenwoordig op laten
voorstaan, maar zij
letten wel goed op die
ouderhandelingen waaruit
het gevoel spreekt en
die het vlechtwerk van
de ouder-kind binding
uitmaken: wie maakt de
kinderen ’s morgens
wakker, zet ze het
ontbijt voor, brengt ze
naar school, zit ’s
middags met ze aan
tafel, helpt ze bij het
huiswerk en stopt ze ’s
avonds in bed; wie is
bereid zich wat voor de
kinderen te ontzeggen,
offers voor hen te
brengen. Zo kan de
deskundige vaststellen
welke ouder-kind binding
in de kleuterjaren tot
stand is gekomen. Dat is
niet alleen van belang
in verband met het later
gevormde
verstotingssyndroom maar
ook om vast te stellen
wie van de ouders de
dagelijkse zorg moet
krijgen.
Gezinstherapie.
Bij duidelijke gevallen
van een
verstotingssyndroom
bepleit Gardner een
gerechtelijk bevel tot
psychiatrische
behandeling van het
gehele gezin. Zonder dat
bevel zal het nooit tot
een behandeling komen en
individuele therapie
leidt nergens toe. “Dit
is niet het soort
therapie dat verricht
kan worden door een
therapeut die er passief
bij zit terwijl
patiënten hun verzinsels
afdraaien, maar door
iemand die eventueel
niet te benauwd is een
dwarsliggende patiënt
ermee te dreigen de
rechter in te schakelen.
Sommige lezers zullen
wel onthutst zijn dat
Gardner in verband met
een patiënt het woord
dreigen gebruik maar
zonder die mogelijkheid
zal therapie van
PASgezinnen geen
resultaat opleveren”.
Deprogrammeren.
Volgens Gardner vereisen
de drie gradaties van
het verstotingssyndroom
elk een andere aanpak.
In ernstige PASgevallen
moeten de kinderen vóór
alles aan de dagelijkse
zorg van de moeder
worden onttrokken en bij
de vader komen wonen, in
de eerste tijd zelfs
zonder enig contact met
de moeder. Veel moeders
in deze groep zijn
uitgesproken paranoïde.
Tussen moeder en
kinderen bestaat een
ongezonde binding en die
zal ook door therapie
niet verdwijnen zolang
de kinderen bij hun
moeder wonen en daar
zijn blootgesteld aan
een spervuur van
afkammerij en andere
openlijke en heimelijke
beïnvloeding die het
syndroom in stand
houdt... De
geprogrammeerde kinderen
moeten gedeprogrammeerd
worden, zoals dat ook
gebeurt met kinderen die
lang in een sekte hebben
gezeten. Een wat verder
terug liggend voorbeeld
is dat van de
Amerikaanse soldaten die
in Korea krijgsgevangen
waren gemaakt, daar
gehersenspoeld werden
tot haat tegen hun
vaderland en na hun
terugkeer weer
‘teruggespoeld’ moesten
worden.
Als de kinderen bij de
vader geplaatst worden,
zal hun vijandelijkheid
tegenover hem
stapsgewijze
verminderen. Die
plaatsing is hun enige
hoop om de band met hem
te herstellen en
beschermd te zijn tegen
het door inductie
overnemen van de
geestelijke stoornis van
de moeder. Zonder dit
omdraaien van de zorg
zal hun band met de
slachtofferouder
onherroepelijk verloren
gaan en zullen zij
voorspelbaar de stoornis
van de moeder
ontwikkelen.
Helaas zijn veel
rechters en
gezondheidswerkers niet
ontvankelijk voor deze
aanbeveling om (vooral
wanneer paranoia
aanwezig is) de kinderen
aan de programmerende
ouder te onttrekken.
Dat heeft wel te maken
met het diepgewortelde
gevoel dat kinderen nu
eenmaal niet bij de
moeder weggehaald moeten
worden, hoe gestoord die
ook is.
Het Hof van Beroep
heeft hier een zwaar
PAS-geval voorkomen.
Toch zijn er ook
rechters die over dat
vooroordeel heen
stappen. Zoals dat
gebeurde in een
geruchtmakende zaak in
Antwerpen (de zaak
notaris X), waarin de
vader na scheiding als
omgangsrecht de twee
jonge kinderen nog ’s
zondags overdag ten
huize van zijn ouders
mocht ontmoeten en de
paranoide moeder dan ’s
maandags met het oudste
jongetje (7) naar de
politie trok waar het
verklaarde dat hij en
zijn broertje de vorige
dag door de vader
misbruikt en mishandeld
waren. Nadat bewezen was
dat de moeder het kind
de valse beschuldigingen
in de mond had gelegd,
heeft het hof van beroep
de zorg omgedraaid en de
kinderen eerst als
overgangsmaatregel aan
de ouders van de vader,
later aan de vader zelf
toegewezen
l0). Uit latere
mededelingen in de pers
van de inmiddels
adolescente jongens
lijkt naar voren te
komen dat die overgang
naar de vader niet tot
bijzondere moeilijkheden
heeft geleid. Het
contact met de moeder is
bewaard gebleven.
Opgemerkt kan worden dat
het Hof van Beroep hier
een zwaar PAS-geval
heeft voorkomen: de
jongetjes verstootten
hun vader nog net niet
maar de haatvorming was
al in volle gang.
10.
P. Koeck (1990), Notaris
X. Leuven, Kritak.
Bij meer gematigde
PAS-gevallen
acht Gardner het
mogelijk de kinderen bij
de moeder te laten om
van daaruit aan herstel
van de omgang met de
vader te werken. Als de
moeder blijft
tegenwerken dan zou men
haar kunnen dreigen met
omkering van de zorg of
met gevangenisstraf
hoewel zegt de schrijver
erbij, hij in de
praktijk wel vaders
achter de tralies heeft
zien verdwijnen als zij
niet aan hun
(financiële)
verplichtingen voldeden
maar geen moeders als
die niet aan hun
(omgangs)verplichtingen
voldeden. De therapeut
die met deze situatie
aan de slag gaat, moet
een neutrale, door de
rechtbank aangewezen,
deskundige zijn. Zijn
behandelkamer kan dan
tegelijk als het
‘uitwisselpunt’ dienen
waar de kinderen voor de
omgang van de ene naar
de andere ouder gaan.
Moeilijke moeders in
deze categorie lijden
nogal eens aan neiging
tot overbescherming. Als
zij naar een verre
bestemming willen
verhuizen om de kinderen
aan de vader te
onttrekken, moet de
rechtbank hun verbieden
de kinderen mee te
nemen.
Bij zwakke gevallen van
het verstotingssyndroom
is therapie meestal niet
eens nodig. Gardner
denkt dat veelal alleen
maar de moeder
gerustgesteld moet
worden dat de vader de
dagelijkse zorg niet
krijgt en zijzelf dus
wel. Als zij zich maar
veilig voelt om te mogen
zorgen, zou zij de
omgang met de vader niet
meer beletten. Veel
vaders komen al
procederend geestelijk
en financieel totaal aan
de grond te zitten.
Rechtbanken willen het
gezag niet van de moeder
aan de vader overdragen
en ook geen andere harde
maatregelen tegen
moeders nemen. Uitdagend
negeren moeders hun
omgangsverplichtingen in
de zekerheid dat de
rechtbank daar toch niet
tegen zal optreden.

9. Behandelingsschema
bij PAS.
|
|
zwak
|
matig
|
ernstig
|
rechtbank
|
geen verandering
van gezagshouder |
Plan A
(meestal)
1.) geen
verandering van
gezaghouder
2.) aanwijzing
van een
PAS-therapeut
3.) sancties:
a. boete
b.
huisarrest
c. gevangenis
Plan B
(Soms nodig)
1.vonnis:
verandering van
gezaghouder
2. heel beperkt
contact met de
'geliefde'
ouder, zo nodig
onder toezicht,
tegen
indoctrinatie |
1. (meestal)
verandering van
gezagsouder
2.
voorgeschreven
uitwisselingspunt |
therapie
|
meestal niet
nodig |
Plan A
(meestal)
rechtbank wijst
PAS-therapeut
aan
Plan B
(Soms nodig)
uitwisseling
onder regelmatig
toezicht
|
uitwisseling
onder regelmatig
toezicht
therapeut |

10. Behandeling bij
PAS.
Wat kan Gardner de
verstoten vaders voor
raad geven?
“Sommige vaders
verliezen de moed en
lijden zoveel verdriet
door de verstoting dat
zij erover denken zich
maar voorgoed van hun
kinderen terug te
trekken. Vaak wordt hun
(soms zelfs door
goedwillende
therapeuten) aangeraden
de wens van kinderen die
hen niet meer willen
zien, te 'eerbiedigen'
omdat die kinderen toch
uiteindelijk uit
zichzelf weer naar hem
toe zullen komen. Zo'n
raad is niet doordacht:
de raadgever is er niet
mee vertrouwd hoe de
geestelijke band tussen
vader en kind in het
geniep verzwakt en zelfs
gesloopt kan worden.
Mijn algemene raad aan
zulke vaders is om
redelijke
contactpogingen te
blijven volhouden, ervan
uitgaande dat er ondanks
vijandelijkheid van de
kinderen nog steeds
resten van de vroegere
binding doorwerken. Ik
probeer de vaders een
middenweg te helpen
vinden tussen opdringen
en opgeven. Ik raad ze
aan om per post en via
kennissen wat van zich
te laten horen bij
verjaardagen,
diploma-uitreikingen,
intrede in de kerkelijke
gemeente enz...Ook al
worden hun brieven (voor
of na lezing) vernietigd
en de telefoon op de
haak gegooid, ik raad ze
aan te blijven
schrijven. Nogmaals:
vooral niet zo vaak dat
het als lastig overkomt.
Vaders moeten zich de
vroegere band met hun
kind blijven herinneren
en hopen dat liefde
uiteindelijk angst zal
overwinnen. Omdat wij
geen vervolgstudies over
de zo volwassen geworden
kinderen hebben, weet ik
niet hoe dikwijls deze
raad van nut is geweest.
Ik vermoed maar in een
beperkt aantal gevallen,
al mag ook dat er een
therapeut nooit van
weerhouden zo'n raad te
geven.”
Wanneer justitie en
psychiatrie op dit punt
samenwerken dan kan hier
succes worden behaald.
“Maar bij deze
pessimistische noot wil
ik het niet laten. Ik
ben in wezen
optimistisch over de
mogelijkheid om kinderen
met een ernstig
verstotingssyndroom in
gezinsverband
therapeutisch te
behandelen, als de
therapeut er de
rechtbank tenminste van
kan overtuigen dat het
om zo’n syndroom gaat en
hij daarna de
rechtsmacht als stok
achter de deur kan
inzetten... Wanneer
justitie en psychiatrie
op dit punt samenwerken
dan kan hier succes
behaald worden, terwijl
elk afzonderlijk bijna
tot mislukken gedoemd
zijn. “De
therapeut heeft nu
eenmaal niet de macht
van de rechtbank en de
rechtbank niet de kennis
van de therapeut.”
Gardner geeft dan (blz.
341-351) een tien
bladzijden lang
voorbeeld van de uiterst
moeizame therapeutische
behandeling van Gloria
en Ned en hun kinderen
waarin Gloria de zaak in
het begin op alle
manieren saboteert en de
therapeut
zachtmoedigheden als
“Stomme idioot, je
verpest mijn kinderen”
naar het hoofd slingert.
Maar uiteindelijk weet
deze met moed en
volharding de kinderen
toch weer tot een
redelijk normale omgang
met de vader te brengen.
Al verzucht hij wel:
“Sommige lezers hebben
bij dit
behandelingsvoorbeeld
vast gedacht dat er
binnen of buiten de
psychiatrie waarachtig
wel een prettiger manier
is om aan de kost te
komen. En dat vind ik
zelf ook. Het is
onsmakelijk en af en toe
vernederend... Maar voor
ernstige
verstotingsgevallen is
het de enige behandeling
die ik ken. En in alle
beroepen moet soms vuil
werk gedaan worden...
Door dit te verdragen
kan het leven van jonge
mensen worden beveiligd,
kan verhinderd worden
dat een kind blijvend
vervreemdt van een
ouder: zijn kostbaarste
bezit.”
Dat alles is wel
afhankelijk van de
medewerking van de
rechterlijke macht. “Ik
ken geen beter voorbeeld
van de waarde van de
samenwerking van
psychiatrie en recht dan
de behandeling van het
verstotingssyndroom”.
Nog eens rechters en
advocaten
Maar in de praktijk valt
dat niet altijd mee:
“Een klacht die ik over
veel rechters heb, is de
traagheid van de
uitspraken. Vaak komt
dat omdat een rechtbank
overbelast is of een
advocaat de zaak
vertraagt maar ik heb
ook te veel zaken
meegemaakt waarin de
uitstelmanoeuvres van de
rechters zelf uitgingen.
Veel rechters zijn
besluiteloos en vinden
steeds weer redenen om
het vonnis voor zich uit
te schuiven.
Als het grootste
struikelblok ziet
Gardner delen van de
advocatuur: Advocaten
rekken de procesvoering:
sommigen voor gewin,
anderen omdat zij weten
dat de tijd in het
voordeel van hun cliënte
werkt, vooral wanneer
zij het is die de
kinderen programmeert.
De drang om het met alle
macht voor de cliënte op
te nemen is groter dan
de bereidheid in te zien
dat dit schadelijk is
voor haar kinderen. Het
probleem zit dan ook
diep: Die advocaten die
de in dit boek
beschreven euveldaden
begaan, moeten wel
persoonlijkheidsgebreken
vertonen. Zij schieten
sterk tekort in hun
ontvankelijkheid voor
anderen en sluiten zich
af voor de geestelijke
schade die zij cliënten
zowel hun eigen als die
van andere advocaten
toebrengen. In
uiterste gevallen worden
zulk soort mensen
psychopaten genoemd.
Psychopatische typen
kunnen erg overtuigend
en beminnelijk
overkomen: zij zijn vaak
meesters in misleiding.
Na jarenlang
beroepshalve andere
partijen misleid te
hebben, beseffen veel
advocaten niet meer wat
zij zichzelf en hun
cliënten aandoen. De
waarheid verbergen en
weglaten is een deel van
hun persoon en hun
levensstijl geworden.”
“Liegen kan op twee
manieren: door
onwaarheid te spreken en
door waarheid weg te
laten. Een handelaar die
een stuk glas te koop
aanbiedt en zegt dat het
een diamant is, spreekt
onwaarheid. Een zwangere
vrouw die voor haar man
verzwijgt dat hij niet
de vader is van het kind
dat zij verwacht, laat
de waarheid weg. Maar in
beide gevallen gaat het
om bedrog. De regels van
het strijdproces
moedigen liegen door
weglating aan. Zij
leiden ook tot absurde
inconsequenties.
Dezelfde advocaat die
een arts voor het
gerecht daagt als die in
zijn werk gegevens heeft
achtergehouden (omdat ze
voor een patiënt
schadelijk kunnen zijn),
zal in zijn eigen werk
en voor datzelfde
gerecht als
vanzelfsprekend
gegevens achterhouden
(omdat ze voor zijn
cliënt schadelijk kunnen
zijn)... Het
strijdproces moedigt het
achterhouden van
gegevens aan en het
argument dat de andere
partij daar dan wel mee
op de proppen zal komen,
klopt niet omdat de
andere partij misschien
wel niet weet dat zulke
informatie bestaat. Op
grond van mijn ervaring
in
echtscheidingsprocessen
zou ik zeggen dat ik
80-90% van alle cliënten
zonder aarzeling voor de
rechtbanken heb horen
liegen. Daarnaast leidt
de procedure ook nog tot
muggenzifterij,
tijdverspilling,
vertraging en
ondervragingen die het
boven water komen van
gegevens eer belemmeren
dan bevorderen.
Om beter de waarheid
vast te stellen stelt
Gardner voor om de
partijen over hun
verklaringen
rechtstreeks met elkaar
in gesprek te brengen en
dus niet alleen via de
advocaten of de rechter.
Een gunstige zaak acht
Gardner de
echtscheidingsbemiddeling.
Maar hoewel deze ook in
Amerika al een jaar of
twintig bloeit, zijn er
nog steeds geen algemene
normen voor de
opleiding.
Universiteiten tonen er
weinig belangstelling
voor.
Grondonderzoek
Wat Amerika betreft
zoekt Gardner de
voedingsbodem van het
PAS in de
echtscheidingswetgeving
van de jongste decennia:
“Vaak heb ik de laatste
jaren het gevoel gehad
dat wij in Amerika de
vroegere voorrang van de
moeder beter niet
overboord hadden kunnen
zetten. De nieuwe
gelijkheid heeft veel
leed berokkend, vooral
het gelijke recht van
vader en moeder op de
zorg en het grote
enthousiasme voor het
gedeelde gezag. Het
vechten om het gezag is
sinds het midden van de
jaren 70 dramatisch
toegenomen en dat is
ongetwijfeld het gevolg
van die twee
ontwikkelingen.
“Naar mijn mening houden
de rechtbanken niet
genoeg rekening met de
krachtige invloed van de
prilste levensjaren en
van de binding met de
ouder die toen het meest
voor het kind zorgde...
Dat was meestal de
moeder...Wanneer die
binding bedreigd wordt
door een rechter die
vader en moeder precies
gelijkstelt of door een
opgelegd gezamenlijk
gezag dan zullen moeder
en kind zich daar met
alle kracht tegen
verweren. De moeder
hersenspoelt het kind en
daarnaast ontwikkelt het
kind, om de binding te
handhaven, zijn eigen
scenario”.
De schrijver stelt dan
voor om de volkomen
rechtsgelijkheid (in
Amerika) van vader en
moeder in gezag en zorg
weer af te schaffen,
zonder echter terug te
keren naar het oude
voorrangsrecht van de
moeder. Toewijzing van
zorg en gezag zou moeten
gebeuren op grond van
drie maatstaven:
1. Voorrang voor
die ouder (moeder of
vader) met wie het kind
de
sterkste
gezonde geestelijke band
heeft.
2. Die band zal
het waarschijnlijk
hebben met die ouder
(moeder of
vader) die er in de
eerste levensjaren het
meest voor gezorgd
heeft.
3. Maar hoe meer
tijd er ligt tussen die
eerste jaren en het
ogenblik van
de
gezagstoewijzing, des te
groter is de kans dat
latere invloeden de
overhand
krijgen.
“De toewijzing aan die
ouder die in de eerste
jaren het meest voor het
kind gezorgd heeft, zal
tot gevolg hebben dat
veel moeders automatisch
zorg en gezag krijgen en
dat zou het getwist om
het gezag zoals wij dat
nu in Amerika kennen,
sterk verminderen.”
Dat laatste lijkt een
wensdroom. Want komt PAS
wel echt voort uit een
afweerslag van moeders
die zich in hun oude
zorgvoorrecht bedreigd
voelen? En hoe zou dat
te rijmen zijn met
Gardners eigen jongste
schattingen dat in
Amerika nu al bijna de
helft van de
PAS-kinderen niet door
de moeders maar door de
vaders geprogrammeerd
worden?
En waarom zou ook een
goed drie-punten-plan
niet net zo hard tot
verbitterde
vechtscheidingen kunnen
leiden? Want die drie
punten gaan sterk in de
richting van de manier
waarop idealiter in
Europa na scheiding de
zorg wordt toegewezen.
Toch is in Europa de
voorrang van de moeder
op de kinderen in de
praktijk nooit betwist,
terwijl het gezamenlijk
gezag in Nederland nog
maar bestaat sinds l998
(in België sinds l995)
en dan nog vaak alleen
als ook de moeder het
wil. Toch verbreekt ook
hier zowat de helft van
de scheidingskinderen
binnen een paar jaar het
contact met de vader -
hoe goed die hen ook
behandeld, soms ook voor
hen gezorgd heeft. Op te
merken valt nog dat de
afweerslag van kinderen
tegen de vader feller
wordt naarmate deze
langer het huis uit is
en de binding met de
moeder dus juist minder
bedreigd wordt.
Vaderverstoting hoeft
dus niet te maken te
hebben met zich bedreigd
voelen in een binding
als wel met de
haatstemming die, niet
zelden feministisch
geïnspireerd, door de
moeder in het kind op
gang wordt gebracht. Het
kind past zich aan aan
een algemene mentaliteit
in onze samenleving waar
“niemand zich er nu
eenmaal veel van
aantrekt als een vader
gemeen behandeld
wordt”.
Niettemin verdient The
Parental Alienation
Syndrome alle lof om
zijn grandioze
beschrijving van het
verstotingsverschijnsel,
precieze formuleringen,
ruime blik en grote
leesbaarheid. Het boek
draagt als ondertitel
‘Gids voor werkers in de
geestelijke
gezondheidszorg en
juristen’ en het is te
hopen dat die het ook
grondig zullen lezen.
Ouderverstoting wordt
hier bij ons weten voor
het eerst systematisch
gezien en omschreven als
vooral een
gezondheidsprobleem.
Syndroom, stoornis,
scheefgroei of alleen
maar ziekelijk? Een ding
is zeker: vanuit de
geestelijke
volksgezondheid zou er
wel meer tegen gedaan
kunnen worden. Met
rechtsmacht als
onmisbare hulp voor de
moeilijkste gevallen.
rob van altena
1.
Richard A. Gardner
(1998) The Parental
Alienation Syndrome, A
Guide for Mental Health
Professionals, 2de druk.
Cresskill, New Jersey,
U.S.A. ISBN
0-933812-24-s.
Daarop als aanvulling
door de schrijver:
Addendum I, juni 1999.
terug naar tekst
2.
Op internet ondet
http://www.rgardner.com/refs/pas.thml
Ook:
http://home.worldonline.nl/csnel/jz/pas.html.voor
Duitsland:
http://www.pappa.com/recht/pasinfo.htm
terug naar tekst
3.
I.D. Turkat (1995),
Divorce relatedmalicious
mother syndrome.
Journal of Family
Violence, 10(3):
253-264.
terug naar tekst
4.
A. Burgess (1997) Het
vaderinstinct.
Amsterdam. Vertaling van
Fatherhood Reclamaimed,
Londen, 1997.
terug naar tekst
5) J.R. Jonhnston
(1993). Children of
divorce who refuse
visitation. In
Nonresidential
Parenting: New Vistas in
Fammily Living, redactie
C.E. Depner en J.H.
Bray.
Londen, Sage
Publications
terug naar tekst
6.
mr. G. Sprong (1997).
Leugens om bestwil.
Amsterdam.
terug naar
7.
P. van de Wiel (1998).
De gescheiden man.
Elmar; Rijwijk.
terug naar tekst
8.
H.A. Glieberman (1975),
confessions of a
Divorce Lawyer. Chicago.
Geciteerd in Gardner
(1998), The Parental
Alienation Syndrome.
terug naar tekst
9.
S.J. Berger (1985).
Geciteerd in Garnder;
The Parental Alienation
Syndrome.

12. Krantenartikel.
Vechtende ouders
maken hun kinderen KAPOT
(Bron:
De Telegraaf, zaterdag
26 juni 1999)
Emotionele
mishandeling soms
ernstiger dan seksueel
misbruik

BREDA -- "Een kind dat
wordt ingezet als wapen
bij een scheiding, wordt
eigenlijk ernstiger
beschadigd dan een
leeflijdsgenootje dat
het slachtoffer is van
seksueel misbruik", zegt
professor Richard
Gardner. "Wie mishandeld
of misbruikt wordt, kan
aangifte doen. De dader
wordt bestraft, de
ellende houdt op.
Sommige kinderen komen
over dat trauma heen
Maar jongens en meisjes
die door de ene ouder
volgepropt worden met
negatieve informatie
over de andere ouder,
hebben levenslang. Die
worden gedwongen
zogenaamd vrijwillig
zonder papa of mama op
te groeien en moeten
leren leven met leugens
die hen zijn
opgedrongen."
De Amerikaanse
kinderpsychiater Richard
Gardner is al 15 jaar
bezig met door
'vecht'-scheidingen
getraumatiseerde
kinderen. Hij probeert
hen te helpen ("maar dat
kan alleen als ze zijn
weggehaald bij de
'programmerende' ouder,
anders is het water naar
zee dragen") en treedt
tevens op als
getuige-deskundige bij
voogdijen strafzaken
waarbij kinderen
betrokken zijn die een
van de ouders
beschuldigen van
bijvoorbeeld incest of
mishandeling.
"Wanneer twee mensen
gaan scheiden en ze
gebruiken de kinderen om
elkaar zwart te maken,
creëren ze het Parental
Alienation Syndrome
(PAS), vertelt Gardner.
"Het kind wordt door de
ene ouder geprogrammeerd
om nadelig te denken
over de ander ouder. In
feite is wat er gebeurd
te vergelijken met wat
een sekte doet met een
volgeling; er worden
nieuwe ideeën in het
hoofd geplant, die zo
vaak worden herhaald dat
het slachtoffer gaat
geloven dat het waar
gebeurd is (een kind
raakt er bijvoorbeeld
van overtuigd dat papa
het seksueel misbruikt
heeft, terwijl dat niet
zo is)."
"Het kind wordt
volgestopt met negatieve
informatie tot het zelf
gaat zeggen: 'ik wil die
man of vrouw nooit meer
zien.' De programmerende
ouder gaat dan bij de
zijlijn staan en roept
dat hij/zij de wens van
zijn kind respecteert en
de relatie van de
slachtoffer-ouder wordt
verbroken. Het kind
verliest zo een
belangrijk
referentiekader. Meisjes
en jongetjes die op die
manier van hun vader
worden gescheiden,
krijgen voor de rest van
hun leven het idee dat
alle mannen engerds en
viezeriken zijn. Meisjes
kunnen daardoor nooit
meer een fatsoenlijke
relatie met een man
opbouwen, jongetjes
zullen blijven worstelen
met hun eigen
identiteit. Daar zijn
heel wat zelfmoorden
onder kinderen uit
voortgekomen."
Uitgebreid

Volgens Gardner is het
niet moeilijk te
achterhalen welke
kinderen echt last
hebben van negatieve
ervaringen met een ouder
en welke alleen maar
denken dat het zo is.
"Als ik vermoed dat het
in een bepaald gezin om
PAS gaat, interview ik
alle betrokkenen zeer
uitgebreid gedurende een
aantal dagen. Ik toets
de verhalen aan 66
criteria. Zo gauw een
kind bijvoorbeeld zegt:
'ik wil papa nooit meer
zien want hij smakt
tijdens het eten', weet
ik dat er iets niet
klopt. Blijkbaar heeft
het kind het idee
gekregen dat er iets mis
is met zijn vader, maar
hij weet niet wat en
komt met een absurde
rede. Die vervolgens
door de andere ouder
legitiem wordt genoemd.
Ook een kenmerk van PAS
is dat er allerlei
mensen bij betrokken
zijn. "Het slachtoffer
roept niet alleen dat
papa definitief moet
verdwijnen, maar vindt
ook oma en alle ooms en
tantes van vaders kant
plotseling uitschot.
Soms worden die ook
betrokken bij fictieve
incestscenario's. Dan,
zegt het kind door een
hele rits aan
familieleden misbruikt
te zijn. Die verhalen
zijn vaak ook erg bizar.
De ene ouder heeft het
kind zover gekregen dat
hij de ander van vieze
spelletjes beschuldigt,
maar het kind (met zijn
rijke fantasie), geeft
daar vervolgens een
eigen draai aan."
"Ik kan me bijvoorbeeld
een meisje herinneren
dat beweerde dat haar
vader haar had verkracht
op de veranda, terwijl
de buren net de hond
uitlieten maar niets
zagen. En ooit
interviewde ik een
kindje van een jaar of 5
over incest: die kwam
ook met een raar verhaal
en de aanwezige sociaal
werkster vroeg 'is dat
echtwaar?' 'Ja hoor,
echt!', zei het kindje.
Om na een paar seconden
stilte plotseling te
vragen: 'groeit mijn
neus nu?'."
Afgelopen donderdag
sprak Gardner over zijn
bevindingen in de Grote
Kerk in Breda in het
kader van een congres
met betrekking tot
scheidingen en
omgangsregelingen. Dit
symposium werd
georganiseerd door de
Open Universiteit
bedrijfsopleidingen in
opdracht van het
ministerie van Justitie
en het Platform van
Samenwerkende
Cliëntenorganisaties in
Jeugdzorg en
Familierecht. In totaal
worden er drie
congressen gehouden
rondom het thema 'Het
belang van het kind'.
Het tweede vindt plaats
op 16 september in Ede
en het derde(waar alle
sprekers van de eerste
twee wederom aanwezig
zijn om samen tot een
visie te komen) is op 1?
?????ber in Breda.

13. Ouderverstoting:
Kind-ouder-vervreemding
na scheiding.
T.g.v. de
PvdA-conferentie over
omgangs(on)recht, 31 mei
2001 te Den Haag
door Ursula Kodjoe
Inleiding
Zowel in Duitsland als
in de Verenigde Staten
laat het resultaat van
longitudinaal onderzoek
zien dat slechts 1 jaar
na de scheiding ongeveer
54% van de kinderen het
contact verliezen met de
ouder bij wie ze niet
wonen. Gezien recente
cijfers van het CBS in
Nederland zal dit
percentage in Nederland
niet veel lager liggen.
In de meeste van die
gevallen wordt de
vader-kind relatie dan
voorgoed afgebroken. De
onderzoeksgegevens
wijzen uit dat ongeveer
30% van deze kinderen te
maken krijgen met
gevolgen op lange
termijn. Ze hebben in
hun latere leven dan
problemen met het
onderhouden van
liefdesrelaties met
partners, geworteld in
een algemeen wantrouwen
in de stabiliteit van
menselijke relaties. Ze
hebben slechtere
prestaties op het
persoonlijke,
professionele en het
sociale vlak, en zijn
niet in staat om zich
overeenkomstig hun
intellectuele
mogelijkheden te
ontplooien.Een van
redenen van contactbreuk
tussen de kinderen en
een ouder is dat de
andere ouder de liefde
van de kinderen
exclusief voor
haar/hemzelf opeist. De
manipulatie van de
kinderen reikt dan veel
verder dan de “normale”
hoeveelheid beïnvloeding
gericht tegen de
vroegere partner ten
tijde van de scheiding
zelf. De poging de
andere ouder te
kleineren en de kinderen
te instrueren met de
bedoeling eigen
behoeftes of gevoelens
van haat en woede te
bevredigen, kan evengoed
door vaders als door
moeders gebeuren. Vaders
vervreemden de kinderen
op net zo slechte wijze
als moeders, de
slechtste situatie
ontstaat wanneer
kinderen worden
verscheurd tussen twee
ouders die elkaar
kleineren. Het onderwerp
van dit document is de
vervreemding/verstoting
van 1 ouder die in vele
gevallen de vader is,
die dan contact verliest
als de kinderen zichzelf
onttrekken aan een
ondraaglijk
loyaliteitsconflict;
door de kant van de
moeder te kiezen. We
spreken hier NIET over
vaders die hun kinderen
misbruiken, maar over
normale, liefdevolle
vaders die gehecht waren
aan die kinderen en een
liefdevolle relatie
hadden voor dat de
relatie met de moeder
eindigde. Enkele
belangrijke aspecten
nader uitgewerkt Het
gedrag van kinderen
tijdens en na scheiding
verandert. Vaak kiezen
zij voor de ouder die
het dichtst bij is
(moeder); dit is dan de
goede ouder; de andere
ouder wordt gezien als
aanstichter van alle
kwaad.Een scheiding
brengt veel spanning,
woede en teleurstelling
met zich mee en deze
wordt door de moeder
vaak geprojecteerd op de
vader. Er zijn in dit
soort situaties twee
soorten reacties op de
scheiding te
onderscheiden. De
afwijzing en
bijbehorende
beschadiging wordt door
moeder ervaren als een
bedreiging van het hele
bestaan. Ze kan dit
nauwelijks verdragen. Na
het verlies van de man
kan de vrouw het verlies
van een kind er niet bij
hebben Zij wil haar kind
niet delen met dezelfde
persoon die haar heeft
afgewezen. Daarnaast is
er nog de vrouw die
alles projecteert op de
man. Een slechte partner
is in haar ogen dus ook
een slechte
vader/opvoeder. Zij wil
haar kind beschermen
tegen zo’n slechte man
die haar zoveel onrecht
heeft aangedaan. De
achtergebleven ouder kan
de partnerrol en de rol
als ouder die de andere
ouder speelt niet van
elkaar scheiden. Ouders
moeten dus leren om de
verschillende rollen die
zij t.o.v. elkaar en
t.o.v. het kind spelen
los te koppelen. De rol
van het kind is in deze
situatie zeer moeilijk.
Ten eerste wil het alle
partijen behagen en door
een natuurlijke liefde
die het voor beide
ouders voelt zal het
geen van beiden
afvallen. Daarnaast
heeft een kind dat
inmiddels bij een van de
ouders woont geen
keuzemogelijkheid.Kinderen
weten dat ze afhankelijk
zijn van hun verzorger
en zullen zich daar dan
ook naar gedragen.
Probleem van de meeste
ouders is dat ze
weliswaar gescheiden
zijn maar geestelijk nog
niet los van elkaar
zijn. Zaken die de
vervreemding/verstoting
kunnen beïnvloeden
·
situatie
van vechtscheiding
·
er was
voor de scheiding al
sprake van heftige
problematiek.
·
veel
ouders komen zelf uit
1-oudergezin en daaruit
komt ook de angst om
mensen te verliezen
·
het kind
speelt vaak al een rol
in het conflict voor de
scheiding.
·
advocaten
(en andere betrokken
partijen) spelen door
hun vechtersmentaliteit
vaak een schadelijke rol
·
hoe
beleven de kinderen de
scheiding? Het kind
voelt zich door de vader
vaak verlaten.
·
hertrouwen
van ouder kan de
afgunst/woede van het
kind weer aanwakkeren.
Gedrag van kinderen die
de afwezige ouder
verstoten:
·
kinderen
laten openlijk hun
haat/woede t.o. v. hun
andere ouder zien, welke
gevoelens echter niet
gebaseerd zijn op hun
persoonlijke ervaring
met die ouder
·
ze
weigeren contact met hun
andere ouder
·
ze
gebruiken onduidelijke
argumenten waarom ze de
andere ouder haten
·
ze praten
openlijk tegen iedereen
over wat de andere ouder
in hun ogen fout doet.
·
wat de
andere ouder ook
doet...het is altijd
fout
·
ze praten
enkel positief over de
ouder bij wie ze wonen
·
gedurende
gesprekken komt alles er
geoefend en
voorgeprogrammeerd uit
·
de
verhalen die de kinderen
vertellen kloppen niet,
worden opgeblazen of
verzonnen
·
kinderen
haten niet alleen hun
vader maar de vrienden,
kennissen, familieleden,
hobby’ s en alles wat
maar in verband kan
worden gebracht met die
vader De beste ouder is
de ouder die ziet dat
een kind beide ouders
nodig heeft en zich over
de persoonlijke
problemen met de andere
ouder heen zet Hoe
ouders zich uitlaten en
gedragen in het bijzijn
van het kind m.b.t. de
andere ouder.
·
moeder
laat het kind denken dat
de vader een gevaarlijke
partij is (‘hier heb je
een kwartje...je kunt me
altijd bellen ‘).
·
moeder
ziet het nut van een
tweede ouder niet in
·
het kind
mag beslissen wanneer ze
hun eigen vader willen
zien
·
moeder
overdrijft de
tekortkomingen van de
vader
·
alles wat
vader doet is slecht;
van hobby’s tot vrienden
en tot werk
·
alle
herinneringen aan vader
worden uit huis gehaald
·
brieven,
kaarten en pakjes worden
niet doorgestuurd
·
beschuldigingen/verdachtmakingen
in verband met incest en
mishandeling worden
ingezet
·
telefoonterreur; moeder
belt kind wanneer deze
bij vader is.
·
telkens
een excuus bedenken op
de dag dat vader het
kind bij zich behoort te
hebben
·
na ieder
bezoekje aan vader wordt
het kind onderworpen aan
een kruisverhoor Gedrag
van verstoten ouder:
·
vader
wordt te strenge vader
doordat hij al zijn
opvoedingsideeën in twee
uur per twee weken moet
stoppen
·
vader
draait door in het doen
van leuke dingen terwijl
het belangrijk is dat de
kinderen met hun vader
ook heel gewone
alledaagse dingen doen.
·
er is vaak
sprake van
wegloopgedrag, nog
overgehouden uit de tijd
van de ellende tijdens
het huwelijk
·
hij voelt
zich aangevallen door de
afwijzing van het kind
en wijst vervolgens in
zijn kwaadheid het kind
zelf af.
·
hij stelt
zijn eigen benodigdheden
centraal en niet die van
het kind Oplossing:
·
vroegtijdig voorkomen
·
goede
professionele
begeleiding zoeken
·
duidelijke
uitspraken en afspraken
bij de rechtbank Voor
andere partijen is het
zeer belangrijk om goed
te luisteren; en niet op
zoek te gaan naar wie
van ex-partners
gelijkheeft; de twee
partijen hebben zoveel
met elkaar meegemaakt en
hebben zodanig
tegengestelde percepties
over wat er gebeurd is
en wat er gebeurt, dat
dit ook al daarom weinig
zin heeft.Lange termijn
gevolgen voor het kind:
·
psychologische klachten
(angst, depressie,
agressie,
psychosomatische
reacties, etc. )
·
verminderd
gevoel van eigenwaarde
· verliezen van
contact met eigen
gevoelens
·
verminderde prestatie op
intellectueel gebied
gebrekkige sociale
ontwikkeling Steeds meer
onderzoek wordt gedaan
naar de gevolgen voor
het kind De gevolgen
voor de verstoten ouder
moeten echter niet
ondergesneeuwd raken.
Aan deze partij moet
meer aandacht worden
besteed. Onderzoek in
Duitsland heeft
uitgewezen dat onder
deze vaders veel
medische klachten; auto
ongelukken en
zelfmoorden (of pogingen
daartoe) voorkomen.
Wat zou moeten
worden gedaan?
Tot aan de nieuwe
Nederlandse wet van
januari 1998 het
desorganisatiemodel
heersend. Thans gaat het
om het recht van de
kinderen en de plicht
van de ouders om een
doorgaande relatie
tussen beide ouders en
hun kinderen mogelijk te
maken. Het gaat om de
reorganisatie van het
gezin. De vraag is NIET
“of” er contact is
tussen het kind en de
ouder die elders woont,
maar HOE het contact tot
stand kan worden
gebracht en verzekerd
indien nodig kan worden
geforceerd tegen de wil
van de ouder die de
dagelijkse zorg heeft.
Het is niet langer nodig
om te zoeken naar de
beste ouder. De beste
ouder is simpelweg de
ouder die helpt het kind
de relatie met de andere
ouder te bestendigen en
uitdrukkelijk toelaat
dat het kind van de
andere ouder houdt,
precies zoals voor de
scheiding.
Tenslotte
De instellingen zouden
vanaf het allereerste
contact duidelijk moeten
maken aan de
programmerende ouder die
bijdraagt aan de
vervreemding van het
kind van zijn andere
ouder, dat hij/zij
daarmee de rechten van
het kind alsook de
rechten van de andere
ouder schendt. Voorts
zouden rechters bedoelde
rechten moeten
waarborgen.
“tolerantie van
hechting” is een van de
meest belangrijke
factoren voor
opvoedingskwaliteiten,
andere factoren zijn: in
staat en bereid zijn om
met de andere ouder te
komen tot samenwerking
in het belang van het
kind
Gegevens Ursu1a Kodjoe
Dipl. Psychologist MA.
Dipl. Socialworker B.A,
Family Mediator,
Therapistsince 1997
Lecturer for the
guardian at litem
education,
supervisorsince 1998
Study on the longterm
effects of alienated
childrenPractica:WorkFamily
Mediation / Evaluator in
High Conflict Custody
and Visitation Cases /
Guardian at litem /
Counce11ing for
seperation and divorce
families.Focus:
ResponsabIe parenting
after seperation and
divorce / The “Parental
Alienation Syndrome”:
Diagnosis and
Intervention in
parent-chiId-alienation
cases and loss of
contact / Seminars for
members of Chi1d Care
Centers, Lawyers,
Therapists, Teachers:
Fami1y dynamics,
conflict reso1ution,
visitation mode1s,
reorganisation of the
post-divorce family!
Case supervsion / Pubtic
Re1ations -Work !
Educational
SeminarsScientific
publications:Kodjoe,U.
Je jünger, desto weniger
Kontakt?
Zur Fragwürdigkeit von
Faustrege1n in: Der
Amtsvormund
(3/1996)Kodjoe, U. &
Koeppel, P. Das Parenta1
A1ienation Syndrome. in:
Der Amtsvormund (1/1998)
SonderdruckKodjoe, U. &
Koeppel, P.
Früherkennung von
E1tementfremdung
-Mög1ichkeiten
psychologischer und
rechtlicher
Interventionen in:
Kind-Prax (5/1998) S.
138-144Kodjoe, U. Ein
Fall von PAS in:
Kind-Prax (6/1998)

14. 'Omgangsrecht is
een tandeloze tijger’.
Duitse psychologe
bemiddelt in
‘vechtscheidingen’
Hulpverleners moeten
speciaal worden opgeleid
om te helpen voorkomen
dat kinderen na een
echtscheiding het
contact met één ouder
verliezen. Verlies van
dat contact kan ernstige
gevolgen hebben voor de
ontwikkeling van het
kind. Dit kan veel vaker
dan nu het geval is
worden voorkomen. Aldus
Ursula Kodjoe, die als
mediator werkt met
‘high-conflicted
families’.
Bij
tweederde van de
gescheiden ouderparen
die ernstige conflicten
hebben over de omgang,
zegt de Duitse
psychologe Ursula Kodjoe
de gestelde doelen te
bereiken. De ex-partners
leren als ouders samen
te werken en hun
kinderen houden op een
goede manier contact met
hen. "Vaak zijn deze
ouders officieel wel
gescheiden, maar
emotioneel nog niet.
Onbewust hebben ze
liever een negatieve
band dan geen band. Als
ze dat via de kinderen
spelen, kan dat nare
gevolgen hebben.
Misschien ken je ze wel,
de moeders die zeggen:’
Nee hoor, mijn kind
heeft deze vader niet
nodig.’ Of de moeder die
het kind op subtiele
wijze laat merken dat
het bij pappa vreselijk
eng is:’ Bel maar als er
iets is hoor’. Het kind
kan uit loyaliteit of
uit angst de gevoelens
en het gedrag van deze
moeder overnemen. Ook
als het tegen zijn eigen
belang indruist. Want
met het verlies van het
contact met één ouder,
verliest het kind ook de
helft van zijn
identiteit."
Parental Alienation
Syndrome
Kodjoe sprak tijdens de
PvdA-conferentie
‘Omgangs(on)recht’ van
31 mei jongstleden over
het Parental Alienation
Syndrome (PAS). Dit
oudervervreemdingssyndroom
werd voor het eerst
beschreven door de
Amerikaanse professor
Richard A. Gardner (Hij
sprak daar twee jaar
geleden in Breda over op
een door het Ministerie
van Justitie samen met
het Platform van
samenwerkende
Cliëntenorganisaties in
Jeugdzorg en
Familierecht
georganiseerd congres;
zie Perspectief nr. 5
van de 7e
jaargang). Het gaat om
kinderen die de ene
ouder (vaak degene bij
wie ze niet wonen) gaan
haten onder invloed van
de andere ouder, hoewel
de relatie met die ouder
goed was. Soms weigert
het kind contact, maar
oudervervreemding kan
ook ontstaan terwijl er
wel omgang is.
Kodjoe benadrukt dat
zowel vaders als moeders
de kinderen tegen elkaar
opzetten. De gevolgen
van PAS voor het kind
kunnen zijn: een lage
zelfwaardering, minder
sociale vaardigheden,
lagere school- en
werkprestaties en
problemen met relaties.
De Duitse psychologe
waarschuwt echter voor
al te rechtlijnige
conclusies: "De gevolgen
van het verlies van
contact met één van de
ouders na een scheiding
kunnen enorm zijn, maar
dit hangt ook af van het
temperament van het
kind. We weten nog te
weinig over de
lange-termijngevolgen."
Andere aanpak dan de
Raad
Het
conflict via rechters en
advocaten uitvechten
biedt geen oplossing.
"Het recht is op dit
gebied een tandeloze
tijger", vindt Kodjoe.
Er is een uitspraak over
de omgang, maar ouders
krijgen van hun advocaat
te horen dat ze zich
hieraan niet hoeven te
houden. Er volgen dan
immers geen sancties.
Kodjoe werkt als
mediator met gezinnen
waarin de echtscheiding
is uitgedraaid op een
vechtscheiding. Op de
vraag wat het verschil
is tussen haar werkwijze
en die van instanties
zoals de Raad voor de
Kinderbescherming of het
Duitse Jugendamt, zegt
Kodjoe: "Ik spreek in
mijn werk de krachten
van mensen aan. Ik ga
ervan uit wat ze
allemaal kunnen, wijs ze
daar op en dan bouwen we
dat samen verder uit. Ik
werk ook individueel met
de ouder die de omgang
saboteert. Dat doe ik
door die te wijzen op
wat het betekent voor
een kind om een ouder te
verliezen en op de
schadelijke gevolgen die
dat heeft.
De
Raad en het Jugendamt
werken juist vanuit een
deficit-model. Die
onderzoeken wat ouders
allemaal níet kunnen en
werken niet samen met de
ouder. Dat versterkt de
ruzie alleen maar.
Bovendien zijn
raadsonderzoekers op
zoek naar een waarheid
die niet bestaat. Wel
bestaat de subjectieve
beleving van beide
ouders. Ik probeer niet
de waarheid boven tafel
te krijgen, maar
destructieve patronen te
herkennen. En dan samen
naar een oplossing te
werken."
Het
kind kán gegronde
redenen hebben om de
andere ouder te haten,
zoals lichamelijke of
geestelijke
mishandeling, verslaving
of seksueel misbruik.
Onderzoek naar deze
zaken moet gedaan worden
door goed getrainde
specialisten. Kodjoe
pleit ervoor dat
raadsonderzoekers hun
onderzoekspet afzetten.
"Ze zouden met het gezin
moeten gaan samenwerken
aan het versterken van
de band van het kind met
beide ouders. Daarvoor
moeten ze het gezin
eerst goed leren kennen,
zowel alle gezinsleden
apart als de
verschillende
combinaties."
Positieve ontwikkeling
In
Duitsland zijn positieve
ontwikkelingen gaande op
omgangsgebied. Zo staat
in de wet dat ieder kind
recht heeft op contact
met beide ouders. Beide
ouders hebben wettelijk
vastgelegd het recht én
de plicht om hun
kinderen te zien. In
sommige
echtscheidingsprocedures
komt een eigen advocaat
op voor de specifieke
belangen van het kind.
Steeds meer rechters
krijgen bij hun zaken
supervisie van ervaren
mediators, vertelt
Kodjoe.
Heeft zij nog andere
ideeën om problemen in
de toekomst te
voorkomen? Allereerst
vindt ze het belangrijk
om ouders én
hulpverleners
voorlichting te geven
over ontwikkelingsfasen
van kinderen en de rol
en het belang van beide
ouders voor het kind.
Ook over eventuele
gevolgen van
echtscheiding voor
kinderen. Als
oudervervreemding
dreigt, moeten de
rechter en de
gezinsvoogdij de ouders
aanspreken op hun plicht
te handelen in het
belang van hun kind.
Verder pleit Kodjoe
ervoor dat advocaten en
psychologen samen één
praktijk voeren. Zo kan
mediation sneller en
effectiever ingezet
worden.
‘Motherhood mystique’
Kodjoe raakte
geïnteresseerd in
omgangsproblematiek toen
ze tijdens haar studie
een seminar over gezin
en scheiding bezocht. Ze
studeerde van 1989 tot
1994 psychologie aan de
Universiteit van
Freiburg in Duitsland.
Daar was het vóór 1998
(net als in Nederland)
zo dat ouders bij
echtscheiding niet
automatisch allebei het
gezag kregen. Onder
invloed van de
‘motherhood mystique’
(moederverheerlijking),
zoals Kodjoe het noemt,
dolven vaders vaak het
onderspit. Ze vroeg zich
af wat dit eigenlijk
voor mannen betekende.
"Stel je voor: je loopt
de rechtbank in als
vader, en een paar uur
later ben je dat
officieel niet meer. Dat
leek me vreselijk. Toen
ik op zoek ging naar
informatie over de
sociaal-emotionele
gevolgen van deze
gebeurtenis voor vaders,
vond ik planken vol over
moeders, niets over
vaders. Dat vond ik
oneerlijk."
Voor haar
afstudeerscriptie riep
Kodjoe vaders op te
vertellen over hun
ervaringen. De reacties
waren overweldigend. "
Met één vader heb ik
zestien uur aan de
telefoon gezeten. Er had
nog nooit iemand naar
zijn verhaal
geluisterd." Kodjoe
wijst erop dat er nog
steeds weinig aandacht
is voor de gevolgen van
het verlies van contact
met een kind voor de
ouder. "En dat terwijl
het de samenleving
volgens mij veel geld
kost. Ik denk dat deze
mensen veel vaker last
hebben van
posttraumatische stress,
arbeidsongeschiktheid,
psychosomatische
klachten en
zelfmoordneigingen.
Daarvoor zou veel meer
aandacht moeten komen."
Moeite met relaties
Op
dit moment doet Kodjoe
een onderzoek naar de
lange-termijngevolgen
van het verbreken van
contact tussen het kind
en een van de ouders. Op
een advertentie
reageerden 436 mensen in
de leeftijd van 17 tot
82 jaar. "Wat ik tot nu
toe heb ontdekt, is dat
deze kinderen moeite
hebben met relaties, dat
het patroon van scheiden
en contact verbreken
zich bij hun eigen
gezinnen herhaalt. Ze
geven anderen en het
verlies van contact vaak
de schuld van hun
mislukkingen. Opvallend
is ook dat velen er niet
in slagen een
bevredigende carrière op
te bouwen.". Op de vraag
of ze in haar onderzoek
ook een controlegroep
gebruikt van kinderen
zonder contact met een
van de ouders met wie
het wel goed gaat,
antwoordt ze
ontkennend." Nee, ik wil
ook niets bewijzen met
dit onderzoek. Ik wil
laten zien wat voor
negatieve gevolgen het
verbreken van contact
voor kinderen kan
hebben."
Marit van Luijn
Laatst gewijzigd:
12-07-2001

15. Gevonden op de site
WWW.minjust.nl.
Oorzaken en signalen
van PAS
Bij
PAS spelen volgens
Kodjoe drie factoren een
belangrijke rol. Ten
eerste dragen de
persoonlijkheden en de
levensgeschiedenis van
de ouders bij aan het
vervreemdingsproces.
Vaak kunnen beide ouders
niet omgaan met
conflicten, zijn ze niet
flexibel en erg gericht
op hun eigen behoeften
in plaats van die van
het kind.
Ten
tweede hebben veel van
deze ouders zelf niet
geleerd op een
constructieve manier met
anderen te communiceren.
Als laatste kunnen er
complicerende factoren
zijn in het leven van de
ouders zoals ziekte en
werkloosheid. Ook kan de
familie of een
gezinsvoogd die een
ouder steunt tegenover
de ander, het
vervreemdingsproces
versterken.
Kodjoe onderscheidt een
milde, een matige en een
ernstige vorm van PAS.
Bij de milde vorm kan
het kind nog wel zeggen
dat het van de ouder
houdt, ook als de ander
erbij is. Het verzint
dingen om de andere
ouder niet te hoeven
zien, zoals: ‘je geeft
ons niet genoeg geld’.
Na een scheiding is het
kind vaak boos op de
ouder die is vertrokken
die het gezin in de
steek heeft gelaten. Dat
is normaal.
Hulpverleners zouden op
PAS bedacht moeten zijn
als de boosheid niet af-
maar ernstig toeneemt in
de tijd.
Bij
de matige vorm durft het
kind niet te laten zien
aan de ene ouder dat het
nog van de ander houdt,
uit angst om door de
verzorgende ouder
afgewezen te worden.
Ernstig wordt het als
het kind ervan overtuigd
is dat de andere ouder
slecht is en niet meer
in staat is om normaal
contact te hebben.
Laatst gewijzigd:
12-07-2001
Bron:
http://www.minjust.nl/b_organ/dpjs/tijdschriften/perspectief/p94_pas.htm

16. Gevonden op de site
WWW.familycourts.com
|
Parental
Alienation
Syndrome
A severe
emotional
and
psychological
disorder in
children
brought on
by highly
contested
custody
battles in
our Family
Court
System.
Parental
Alienation
Syndrome
(PAS) is
best defined
by the well
known child
psychologist,
Dr. Richard
Gardner, as
"a
disturbance
in which
children are
obsessively
preoccupied
with
deprecation
and/or
criticism of
a parent,
denigration
that is
unjustified
and/or
exaggerated."
Children of
PAS show
negative
parental
reactions
and
perceptions
which can be
grossly
exaggerated
and entirely
lack any
ambivalence.
Put simply,
they profess
rejection
and hatred
of a
previously
loved
parent, most
often in the
context of
divorce and
child
custody
conflicts.
Parental
alienation
has become
an
increasingly
common
element in
the
"battlefield"
of divorce
and custody
litigation.
In the 60’s,
the
accusation
most often
used between
embittered
spouses was
infidelity;
in the 70’s,
homosexuality;
in the 80’s
we saw
allegations
of sexual
abuse used
to
"eliminate"
the other
parent
entirely, a
situation
which has
become
epidemic in
the 90’s.
Now the
final
frontier has
been
reached. In
PAS,
children’s
psyches are
manipulated
to make them
hate and
reject a
person they
need and
love, their
mother or
their
father.
Parental
alienation
is a form of
psychological
kidnapping
which has a
devastatingly
destructive
effect on a
parent-child
relationship.
Frequently
PAS is found
in cases of
allegations
of physical
or sexual
abuse and is
a major
factor in
child
abduction.
"The most
important
factor which
produces
Parental
Alienation
Syndrome in
a child is
fear; fear,
not of the
parent for
whom the
child
professes
hatred, but
fear of the
so-called
‘loved’
parent, the
‘hostage
taker.’"
The
psychological
process of
alienation
resembles
that
observed in
hostage-takings,
where the
captive
identifies
with the
aggressor to
the point of
rejecting
all outside
influences—the
"Stockholm
Syndrome,"
best known
in North
America in
the Patty
Hearst case.
Cult control
methods also
produce a
similar
pathology.
The process
of
alienation
is complex,
but the
symptoms are
remarkably
easy to
distinguish,
although
each case
has its own
particular
psychological
and legal
dynamics.
One factor
is common to
all,
however, and
that is the
destructive
effects on
both child
and parent.
Because of
more
egalitarian
family laws,
custody is
no longer
the presumed
right of one
parent,
(usually the
mother)
resulting in
a huge
increase in
custody
litigation.
Although our
laws are
designed to
protect
children’s
rights and
best
interests,
the opposite
is happening
more and
more.
Parental
Alienation
is being
used to
distort our
family court
system’s
role and
duty to
protect both
children and
parents.
Actually the
legal
process,
with its
concomitant
evaluations,
interventions
and delays,
may
aggravate
the
pathology,
or even
create it,
the
so-called
"Iatrogenic
Phenomenon."
REINTEGRATION
While the
courts tend
to hand down
judgments
favorable to
the "hated"
parent, the
latter is
often
powerless to
implement
these
because of
(a) the
alienating
parent’s
sabotage,
(b) the
children’s
extreme
hostility
and
disregard
for any form
of authority
(another
classic
symptom of
PAS), and
(c) the
draconian
measures
that have to
be taken to
implement
any court
ruled
measures.
Successful
reintegration
is rarely
addressed by
our legal
system and
social
services.
After a
judgment is
rendered,
the parent
is left
alone to
pick up the
pieces of a
shattered
bond, often
dealing with
hostile or
severely
disturbed
children.
WHO
ALIENATES
MORE,
FATHERS OR
MOTHERS?
Contrary to
information
from some
other
sources, our
files show a
fairly even
balance of
fathers and
mothers who
act as
"alienators."
Fathers may
alienate
children
from their
mother for
vengeance or
control, or
to retain
the family
residence,
or to avoid
paying child
support. It
is seen in
various
degrees of
severity in
90% of cases
of conjugal
violence.
Conversely,
women are
profoundly
threatened
by the
possible
loss of
custody of
their
children,
and may go
to any
lengths to
keep them,
in both a
psychological
and
biological
reaction.
Women may be
motivated by
vengeance or
financial
issues as
well.
Parental
Alienation
Syndrome,
whether
induced by a
mother or
father,
produces the
same
symptoms in
a child, but
early
results of
clinical
research
show
important
differences
in the
factors
which
motivate men
and women to
alienate
their
children.
The
long-term
effects of
PAS on a
child are
extremely
serious.
Research is
currently
fragmented
among
psychiatric
institutions
and
individual
specialists.
Information
tends to
support the
prognosis
that PAS, if
not overcome
before
adolescence,
usually
becomes
permanent.
The effects
of parental
alienation
include
long-term
depression,
inability to
function in
a normal
psycho-social
framework,
ego and
identify
dysfunction,
despair,
uncontrollable
guilt,
isolation,
hostility,
disorganization,
personality
"splitting"
and even
suicide.
Research
also shows
that adult
children of
alienation
are prone to
alcoholism,
drug abuse
and other
symptoms of
internal
distress.
The effects
on the
rejected
parent are
equally
devastating
and
permanent if
the
parent-child
bond remains
broken, and
should be
given due
attention in
our legal
and social
systems.
TREATMENT OF
PAS
Methods are
still
experimental
and
professional
opinions
often vary.
Study of the
most severe
cases shows
that
successful
reintegration
can be
achieved
only by
complete
separation
from the
alienating
parent, and
this for a
substantial
period
(minimum of
six months
to as much
as two
years). In
many cases
recently,
re-integration
was
successfully
achieved in
severe cases
through
"implosion"
or
"immersion"
therapy and
complete
separation
from the
alienating
parent
indefinitely.
Moderate and
mild cases
may not
require such
drastic
measures.
Much depends
on the age
of the
child,
whether
pre-adolescent,
adolescent
or adult,
the factor
which
determines
what legal
or
therapeutic
steps can be
undertaken.
STRUCTURED
REHABILITATION
There is a
very urgent
need for
structured
rehabilitation,
not normally
provided by
social
services of
psychiatric
institutions.
A parent who
succeeds in
regaining
custody of a
hostile,
alienated
child needs
practical
and
professional
support,
particularly
during the
preliminary
re-integration
period.
Traditional
therapy is
useless in
severe
cases. What
is needed is
a 24-hour
supervised
nurturing
environment,
supportive
to both
parent and
child and
meeting BOTH
their needs.
HOW TO SPOT
CASES OF
SEVERE PAS
The very
first thing
to look for
in severe
cases of PAS
is
irrational
behavior in
a child who
for no good
or properly
explained
reasons,
tells you
they want
nothing
further to
do with one
of their
parents.
This is the
number one
tip-off that
this child
is in severe
emotional
trouble and
is
definitely
suffering
from a well
advanced
case of
extreme PAS.
The second
most easily
identifiable
symptom of
PAS is when
a child
shows no
ambivalence
whatsoever
toward their
parents,
stating that
one parent
is all good
and the
other parent
is all bad.
This
portends
something we
all know is
not right
with the
child
because a
lack of
ambivalence
is unnatural
behavior in
human
beings. No
one of any
basic
intelligence,
maturity or
emotional
stability
can support
the notion
that one
thing or one
person is
all good and
the other
all bad – we
all must
have
ambivalent
feelings or
else we
couldn’t
survive in
this world.
And,
finally, the
third most
easily
recognized
symptom of
severe PAS
is when the
child also
displays
their
unjustified
and open
hostility,
anger and
hatred to
all of the
other
members of
the
so-called
"hated"
parent’s
extended
family, also
for no good
or properly
explained
reasons.
It’s as if
both the
so-called
"hated"
parent and
their entire
extended
family were
made
completely
non-existent
and rendered
totally
unimportant
in the
syndrome
induced
child’s
life.
Grandparents,
siblings,
aunts,
uncles,
cousins,
nephews,
nieces all
seem to
suddenly
disappear
from the
child’s life
never to be
heard from,
spoken to or
seen again.
The key to
all of this
totally
unnatural
and extreme
behavior is
this. When
such a child
who is
suffering
form a
severe case
of PAS
cannot and
will not
provide you
with a good
and
plausible
and
logically
intelligent
reason why
they are
behaving in
this
fashion,
then you
will know
exactly what
is going on.
A trained
psychologist
doesn’t have
to tell you
– plain,
good
old-fashioned
common sense
and logic
will tell
you that you
have a
severely
emotionally
disturbed
child on
your hands
who needs
help.
Child abuse,
which PAS
children are
definitely
victims of,
is a very
serious
matter.
Adult
victims of
child abuse,
later on in
life, will
tell you
that they
were very
good at
hiding their
abuse, both
from others
and from
themselves.
They were
able to put
on a happy
face and put
up a good
front on the
outside,
while they
died a
thousand
deaths of
extreme
anxiety,
guilt,
emotional
turmoil and
fear on the
inside. It
is
important,
then, that
you not
allow
yourself to
be fooled by
a child
suffering
from severe
PAS who will
tell you
everything
is just
wonderful
and happy in
their life,
but you know
from the
symptoms I
just
described
that this is
just flat
out not
true. If you
should ever
encounter
such a
child, I
would urge
you to call
us for more
information
and do
everything
in your
power to
direct them
to some very
skilled and
professional
counseling.
You very
well might
just be
saving their
life by
doing so.
For more
information
on Parental
Alienation
Syndrome
please
contact:
The Family
Court Reform
Council of
America
William
Kirkendale,
Chairman
31441 Santa
Margarita
Parkway,
Suite A184
Rancho Santa
Margarita,
CA 92688 -
(949)
766-0700 |
Bron :
WWW.familycourts.com/pas.htm

17. HET
OUDERVERSTOTINGSSYNDROOM.
Korte
samenvatting/boekbespreking
van 'The Parental
Alienation Syndrome'
Tekst Rob van Altena
Een
kind dat zonder reden
een ouder verstoot: dat
doet zich nogal eens
voor na een scheiding.
Het kind wil dan met de
ouder waar het niet bij
woont letterlijk nooit
meer iets te maken
hebben. Dit is een
omvangrijk verschijnsel:
in Nederland verliezen
minstens 40% van de
scheidingskinderen op de
duur alle contact met de
ouder bij wij zij niet
wonen (bijna altijd de
vader) en vaak gaat het
daarbij om een
verstotingssyndroom.
Ouderverstoting is in
1984 voor het eerst als
syndroom benoemd en
beschreven door Richard
A. Gardner, hoogleraar
in de toegepaste
kinderpsychiatrie aan de
Columbia Universiteit
van New York,
gastprofessor in
Sint-Petersburg, Leuven
enz. en tevens bekend
door ongeveer 35 boeken
over kinderen in
echtscheiding waarvan
sommige ook in het
Nederlands zijn. Als
standaardwerk over het
verstotingverschijnsel
geldt Gardners boek "The
Parental Alienation
Syndrome (1°). Daarnaast
is er de laatste tien
jaar in Amerika over dit
gegeven een steeds
grotere stroom van
boeken en artikelen in
de vakpers op gang
gekomen (2°).
Volgens prof. Gardner is
Parental Alienation
Syndrome (PAS) een
stoornis omdat "geen
enkel kind het in zijn
genen draagt een ouder
te willen afwijzen die
van hem houdt". De
stoornis heeft te maken
met hysterie, in
ernstige gevallen met
paranoia. Bovendien
handelt een kind daarmee
consequent tegen zijn
belang en ook dat wijst
niet op geestelijke
gezondheid. Gardner
waarschuwt dan ook dat
PAS mee te maken heeft
met kinderen die (bv.
wegens ernstige
mishandeling) een
gegronde reden hebben om
een ouder af te wijzen.
In zulke gevallen is
verstoting immers een
normale reactie, zij
wordt pas een stoornis
als zij niet gegrond is
en tegen het eigen
belang indruist.
Sommige van Gardners
collega's zijn het niet
eens met diens
omschrijving van de
verstoting of met de
betiteling ervan als een
syndroom maar deze
geleerdenstrijd draait
nogal eens om definities
en lijkt ons van minder
belang dan het
verstotingverschijnsel
zelf. Voor dit
verschijnsel zijn
volgens prof. Gardner
drie factoren nodig:
vechtscheiding,
programmering en een
door deze twee op gang
gebrachte derde factor:
een actief optreden
vanuit het kind zelf. Om
deze laatste reden vindt
Gardner het begrip
'gehersenspoeld" te
passief: kenmerkend is
juist dat er door de
sociale omgeving
opgeroepen krachten in
het kind zelf actief
werkzaam worden.
Acht duidelijke
symptomen zouden het
syndroom al in het
beginstadium herkenbaar
maken:
minachtingcampagne tegen
de andere ouder, zwakke
of absurde reden
daarvoor, geen
ambivalente gevoelens
(de ene ouder is louter
goed, de andere louter
slecht),
ongeloofwaardige "eigen
mening", reflexmatige
steun aan de zorgouder
in het ouderconflict,
afwezigheid van
schuldgevoelens,
letterlijk citeren van
onbegrepen woorden en
uitbreiding van de
vijandschap naar de
familie van de gehate
ouder.
Na
enige tijd kan het kind
ervan bezeten raken de
"gehate" ouder te
kleineren, beschuldigen
en uit te stoten - dat
alles zonder aanleiding
of om aanleidingen die
in geen enkele
verhouding staan tot een
levenslange afwijzing.
De gevolgen zijn
rampzalig voor de
verstoten ouder en voor
het kind zelf. Het
oproepen van PAS in een
kind is geestelijke
kindermishandeling en
volgens Gardner
misschien nog wel
ingrijpender dan
lichamelijke
mishandeling of seksueel
misbruik. "Veel mensen
die als kind mishandeld
werden, zijn over hun
pijn en vernederingen
heengegroeid en dat
geldt ook bij
seksmisbruik al grijpen
de gevolgen daar dieper
in. Maar wie een kind
met PAS programmeert,
verbreekt de band tussen
het kind en de andere
ouder voor het leven."
Bovendien krijgen
PAS-kinderen problemen
met het inschatten van
de werkelijkheid. Zij
zijn ertoe
geprogrammeerd dingen
voor waar aan te nemen
die totaal niet met hun
eigen waarnemingen
overeenstemmen.
In
Nederland is de
verstoten ouder in 90%
van de gevallen de vader
en in 10% de moeder. In
Amerika was dit voor
kort ook zo. Ter
vereenvoudiging
hanteerde Gardner dan
ook soms het woord
'vader' om niet steeds
de juistere maar ook
omslachtige
woordcombinaties als
"verstoten ouder" of
"vervreemde ouder" te
hoeven herhalen. Van
onze kant is het woord
PAS af en toe wel
weergegeven met
"vaderverstotingssyndroom".
Maar volgens de jongste
gegevens zou zich in
Amerika een snelle
kentering voltrekken:
zoveel vaders krijgen
daar van de rechtbank de
dagelijkse zorg over de
kinderen dat het
percentage afgewezen
moeders onder de
PAS-ouders zelfs tegen
de 50% zou lopen.
Bij het PAS heeft het
kind zijn ouderpaar als
het ware doorkliefd in
een "geliefd" en een
"gehaat" deel,
aanduidingen die door
Gardner bewust tussen
aanhalingstekens worden
gezet: "De gehate ouder
wordt alleen
ogenschijnlijk gehaat,
er is nog veel liefde
aanwezig. En de geliefde
ouder wordt soms meer
gevreesd dan geliefd."
Er bestaat met deze
ouder echter een
sterkere gevoelsband dan
met de gehate ouder.
Natuurlijk heeft een
kind een binding met
allebei de ouders maar
de sterkste binding zou
bestaan met die ouder
door wie het als baby en
als kleuter het meest
verzorgd is. Die binding
zou het kind willen
bewaren en zodra het
denkt dat die door de
vechtscheiding bedreigd
wordt, begint het daarom
tegen de andere ouder
een
afwijzigingscampagne. De
wapens die het daarbij
inzet, zijn vaak
kinderlijk en
simplistisch. Helaas
zijn er moeders die vaak
ook van de onzinnigste
klachten van het kind
met welbehagen kennis
nemen. En nog eens
helaas laten ook
advocaten en zelfs
rechters zich soms door
zulke klachten meeslepen
in plaats van te vragen
of dat nu redenen zijn
om een vader nooit meer
te willen ontmoeten.
Hoewel Gardner de eigen
inbreng van het kind
kenmerkend vindt, laat
hij ook geen twijfel
bestaan aan de
aanzwengelende rol van
de programmerende ouder
(in Nederland bijna
altijd de moeder): "Er
zijn moeders die zodra
hun man vertrokken is,
door het huis razen en
alles vernielen wat nog
maar aan zijn bestaan
zou kunnen herinneren.
Wat veel tot het
syndroom bijdraagt, is
om elke contactpoging
van de vader als "lastig
vallen" te bestempelen
en ook diens
omgangsrecht niet na te
leven… Helaas ondernemen
rechtbanken vaak niet
veel tegen dit soort
wreedheid en zo krijgen
kinderen de boodschap
mee dat een bezoek van
de vader onbelangrijk is
en ook dat niemand er
zich iets van aantrekt
als hij gemeen behandeld
wordt."
"Het kind leert het af
op eigen waarnemen te
vertrouwen en die onder
woorden te brengen". "De
gevolgen van het trauma
uiten zich in gedrags-,
prestatie- en
ontwikkelingsstoornissen
die het verdere leven
kunnen overschaduwen."
Bemiddeling op
vrijwillige basis kan
soms helpen maar voor de
moeilijke gevallen ziet
Gardner geen oplossing
zonder een mate van
rechterlijke dwang,
liefst door samenwerking
tussen gezondheidszorg
en rechterlijke macht.
Zijn boek draagt als
ondertitel: "Gids voor
werkers in de
geestelijke
gezondheiszorg en
juristen"(3*)
Ouderverstoting wordt
hier bij ons weten voort
het eerst systematisch
behandeld als vooral een
gezondheidsprobleem.
Syndroom, stoornis,
scheefgroei of gewoon
ziekelijk? Hoe dan ook:
er zou meer aan gedaan
kunnen worden.
1*
Richard A. Gardner, M.D.
The Parental Alienation
Syndrome. A Guide for
Mental Health and Legal
Professionals. 2de druk,
1998. Uitg. Creative
Therapeutics, Creskill,
New Jersey. ISBN
0-933812-42-6
2*Onder internet
http://home.worldonline.nl/
csnel/jz/pas.html.

18. Kinderen
programmeren om de
andere ouder te haten.
Uit het boek van
Prof. Richard A. Gardner
nemen we onder vele
situaties slechts tien
voorbeelden hoe de
programmeringsstrategie
naar kinderen toe wordt
opgezet door de
boosaardige ouder
tegenover de uitwonende
ouder. Vervreemding van
die uitwonende ouder is
het fatale gevolg.
*
Er zijn moeders die
zodra hun man vertrokken
is, door het huis razen
en alles vernielen wat
nog maar aan zijn
bestaan zou kunnen
herinneren.
*
Algemeen is het maneuver
om de vader voor te
schrijven dat hij bij
het afhalen van de
kinderen in zijn auto
moet blijven zitten en
zijn aankomst maar
kenbaar moet maken door
te toeteren: aan de
voordeur komen is er
niet bij en aanbellen al
helemaal niet.
*
Ook het antwoordapparaat
is een machtig wapen:
het staat altijd aan,
ook als de moeder thuis
is. Als de telefoon
gaat, luistert zij eerst
wie er belt voordat er
al of niet opgenomen
wordt. Voor de vader
wordt in elk geval niet
opgenomen en zo krijgen
de kinderen praktijkles
hem maar te laten praten
en geen antwoord te
geven. Deze gewoonte is
zo algemeen, dat ik een
aantal zaken heb
meegemaakt waarbij de
vader de moeder via een
gerechtelijk bevel moest
verplichten om als zij
thuis was het
antwoordapparaat af te
zetten en de telefoon op
te nemen, zodat de vader
met zijn kinderen kon
bellen. In veel gevallen
kon dat bevel helaas
ongestraft genegeerd
worden, zoals dat met
gerechtelijke uitspraken
tegen PAS-moeders
trouwens vaak het geval
is.
*
Zodra het om de
bezoektijden gaat,
houden deze moeders zich
juist weer uiterst stipt
aan de vonnissen: 'Als
je een minuut te vroeg
aan de deur komt, bel ik
de politie!' of 'Als je
een minuut te laat komt,
krijg je ze niet mee!'
*
Ook door sabotage van
het bezoek kan een wrede
moeder zich doeltreffend
wreken en hoe groter de
afstand die de
bezoekvader moet
afleggen, des te
krachtiger dat wapen is.
Ik heb een aantal zaken
meegemaakt waarin vaders
voor een bezoekrecht
naar de andere kant van
Amerika reisden, alleen
om te constateren dat
hun kinderen niet op de
afgesproken plaats en
tijd aanwezig waren.
Helaas ondernemen
rechtbanken meestal niet
veel tegen dit soort
wreedheid en dat is van
belang voor de vorming
van het
vaderverstotingssyndroom,
omdat kinderen zo de
boodschap meekrijgen dat
een bezoek van de vader
onbelangrijk is en ook
dat niemand zich er iets
van aantrekt als hij
gemeen behandeld wordt.
*
Bij schoolvoorstellingen
zetten moeders de
kinderen onder druk door
te zeggen, dat zij (de
moeders) niet gaan als
de vader komt. Dat geeft
het kind het gevoel dat
de vader een soort
ordeverstoorder is die
louter door zijn
aanwezigheid alles zal
bederven. Naar mijn
ervaring zijn echter
juist dit soort moeders
eerder geneigd tot
demonstratief gedrag dan
hun gehate
ex-echtgenoten: een mooi
voorbeeld van hoe het
projectiemechanisme bij
deze vrouwen werkt.
*
Wat veel tot het
verstotingssyndroom
bijdraagt is om elke
contactpoging van de
gehate vader als 'lastig
vallen' te bestempelen.
De vervreemde vader
blijft immers vaak blijk
geven van belangstelling
door op te bellen, te
proberen de kinderen te
zien, cadeautjes te
sturen enz. en wanneer
dit door de moeder als
'lastig vallen' wordt
gebrandmerkt, gaan ook
de kinderen het zelf op
de duur zo zien. Als de
vader opbelt voor de
kinderen, geeft zo'n
moeder antwoorden in de
trant van : "Ze zijn
bezig", "Ze gaan net
eten", "Ze zitten net te
eten", "Ze zijn nog niet
met hun eten klaar", "Ze
kijken net televisie",
"Ze zitten net hun
huiswerk te maken", "Ze
spelen met andere
kinderen", Ze gaan net
naar bed" enz. De vader
schijnt nooit op het
goede ogenblik te
bellen: wat de kinderen
ook doen, ze mogen nooit
door hem gestoord
worden. Elke bezigheid
hoe onbeduidend of
willekeurig ook, is
belangrijker dan de
vader.
*
Series moeders heb ik
gesproken die hun
kinderen bij een
psychiater hadden
gebracht zonder dat de
vader dat zelfs maar
wist. Naar mijn ervaring
gaan veel therapeuten
daar helaas in mee,
waardoor zij zonder dat
blijkbaar te beseffen
het verstotingssyndroom
in de hand werken. Het
medisch beroepsgeheim
bestendigt hier de
psychopathologie.
Verantwoordelijke en
verstandige therapeuten
werken zo niet. Men
dient goed te beseffen
dat veel van deze
moeders heel wat minder
liefdevol voor hun
kinderen zijn dan een
naïeve waarnemer dat op
het eerste gezicht zou
denken. Ogenschijnlijk
willen zij het kind
tegen de gevreesde
oudere beschermen uit
liefde. Maar een echt
liefdevolle ouder
begrijpt heel goed hoe
belangrijk ook de
niet-zorgouder voor de
kinderen is en de
minachtingscampagne
waarin deze moeders de
kinderen meeslepen, is
juist niet in het belang
van het kind, ja een
blijk van hun
tekortschieten als
ouder. Wanneer zulke
moeders de juridische
strijd om het gezag
'winnen', bereiken zij
niet alleen dat gezag
maar uiteindelijk ook
een totale vervreemding
tussen hun kinderen en
de gehate ex-echtgenoot.
Dat deze overwinning de
kinderen geestelijk kan
vernielen, is wat zij
diep in hun hart
misschien wel willen. En
zij voelen aan dat zij
dat door onophoudelijk
vechten, indoctrineren
en vervreemden ook
kunnen bereiken.
*
Ook de 10 % vaders die
kinderen van hun moeders
weten te vervreemden,
kunnen er trouwens wat
van. Toen een moeder
haar zoontjes naar hun
schoolrapporten vroeg,
zeiden die dat zij "veel
te groot waren dan dat
hun moeder nog voor hen
op de ouderavonden
hoefde te komen" en dat
zij zich trouwens "moest
schamen om over kinderen
van onze leeftijd nog op
school te gaan
navragen". De jongetjes
waren zeven en negen
jaar oud.
*
Een andere vader zei de
kinderen dat hun moeder
hen aan hem had
"verkocht" en liet als
bewijs daarvan zijn
alimentatiekwitanties
zien. Toen de moeder de
kinderen opbelde, wilden
die niets meer van haar
weten: "Je bent onze
moeder niet meer, je
hebt ons aan vader
verkocht!".
Deze voorbeelden
onthullen hoe
boosaardige ouders het
naar hun kinderen aan
boord leggen om
vijandschap bij hun
kinderen te wekken
tegenover de andere
ouder. Wij halen ze hier
opzettelijk aan, opdat
ouders die zich in een
dergelijke verongelijkte
positie voelen
gemaneuvreerd, zich
daartegenover weerbaar
zouden kunnen opstellen,
als zij die kans nog
krijgen. Ontmaskering
van
manipulatietechnieken
kan soms wel helpen !
Ghislain Duchateau
www.goudi.be