

SWENNEN VRAAGT AANDACHT
VOOR OUDERVERVREEMDING
STANDAARD: Swennen vraagt meer aandacht voor
oudervervreemding (pdf)

Als
scheiding tot breuk
leidt
Stokvis.
SWENNEN VRAAGT AANDACHT
VOOR OUDERVERVREEMDING
Veerle.beel@standaard.be
en
www.standaard.be/stokvis
Hoe
vaak het voorkomt, weet
niemand precies: dat een
ouder na de scheiding de
kinderen opzet tegen de
andere ouder. Gezond is
het niet.
,,Hoe
is dat geworden Van
altijd komen slapen Tot
nooit meer willen
zien?''
MET
dit citaat van Judith
Herzberg begon de
Nederlandse
professor-emeritus Peter
Hoefnagels, specialist
in familierecht en
bemiddeling, zijn lezing
in het parlement over
oudervervreemding': het
fenomeen waarbij
kinderen na de
echtscheiding van hun
ouders een van die
ouders niet meer willen
zien zonder dat daar een
gegronde reden voor is,
en meestal omdat ze
hiertoe opgestookt zijn
door de ouder bij wie ze
verblijven.
Tot
daar de definitie. Het
gaat niet om kinderen
die hun andere ouder
niet meer zien omdat
hij/zij aan de andere
kant van de wereld
verblijft, want dan nog
kunnen ze in hun hart
goede herinneringen
bewaren. Het gaat ook
niet om kinderen die
door een ouder misbruikt
of mishandeld zijn, of
een andere goede reden
hebben om hem/haar niet
meer te willen zien.
Er is
sprake van
zwart-witdenken,
minachting voor de
verstoten ouder,
afwezigheid van
schuldgevoelens en
uitbreiding van de
vijandschap' naar de
hele familie van de
afgewezen ouder. Dat
zijn kenmerken
beschreven bij het kind.
Cruciaal is dat er ook
een ouder is, doorgaans
degene bij wie dat kind
verblijft, die tot deze
vijandschap aanzet.
,,Niet
altijd uit kwaaie wil'',
zegt Hoefnagels. ,,Vaak
gebeurt het eerder uit
onmacht. Vader is
bijvoorbeeld weggegaan
met een andere vrouw,
dus hij is slecht.
Wanneer moeder dat elke
avond na de maaltijd
herhaalt, moet je als
kind heel sterk zijn om
er openlijk tegenin te
gaan. Mijn ervaring
leert mij dat kinderen
dat niet snel doen,
omdat ze niet nog een
ouder willen verliezen.
Ze kunnen er wel anders
over denken dan hun
moeder, maar ze zwijgen
meestal.''
,,Ik
heb ook wel een paar
kinderen gekend die
tegen die zwartmakerij
ingingen. Dat waren hele
sterke karakters. En het
duurde ook niet lang
voor die moeder haar
zoon uit huis had
gewerkt. Ze was bang dat
hij zijn broer en zusje
met zijn mening zou
besmetten'. Die jongen
is toen bij zijn vader
gaan wonen.''
Voor
alle duidelijkheid:
Hoefnagels heeft het
over moeders als
opstokers, niet omdat
vrouwen slechter' zijn,
maar omdat de meeste
kinderen in Nederland na
de scheiding hun
hoofdverblijf bij hun
moeder hebben.
Over
de omvang van het
fenomeen bestaat geen
duidelijkheid. Er zijn
geen cijfers.
In
Nederland meldt het
Centraal Bureau voor de
Statistiek (CBS) dat een
kwart van de kinderen na
echtscheiding geen
contact meer heeft met
een ouder, meestal de
vader. Nog eens een
kwart zou een slecht
contact hebben met de
afwezige ouder. In ons
land vermelden de
statistieken alleen
hoeveel echtscheidingen
volgens welke procedure
zijn verlopen, niet eens
hoeveel kinderen daarbij
betrokken zijn.
Kun je
van dat Nederlandse
kwart zeggen dat het
altijd om
ouderverstoting' gaat?
Niet per se, vinden
specialisten. Bedenk
bijvoorbeeld dat een
ruime meerderheid van de
paren die uit elkaar
gaan, liefst acht op de
tien, dat met onderlinge
toestemming doet. In
zo'n geval zou er geen
sprake zijn van vechten'
om de kinderen.
Maar
welzijnswerkers hebben
al vaker gesignaleerd
dat dit een illusie is.
Ook paren die zelf een
akkoord op papier
zetten, verschijnen
later ineens voor de
jeugdrechter wegens
conflicten over de
kinderen. Zelfs de
nieuwe echtscheidingswet
die scheiden zonder
schuld mogelijk maakt,
zou dat volgens hen niet
verhinderen.
De
Belgisch-Canadese
specialist inzake
oudervervreemding,
Hubert Van Gijseghem,
houdt het op vier
procent van alle
kinderen na
echtscheiding (DS 31
maart 2004).
Verenigingen van
gescheiden vaders noemen
dat een ,,grove
onderschatting''.
Hoe
het ook zij, gezond is
het fenomeen niet.
,,Zo'n radicale breuk in
de relatie tussen
kinderen en ouders
veroorzaakt langdurig
psychisch leed voor
beide partijen'', zegt
de Duitse psychologe
Ursula Kodjoe, gisteren
ook in Brussel aanwezig.
In Duitsland, waar de
wet mannen niet langer
benadeelt inzake het
verblijf van de
kinderen, ziet ze zowel
moeders als vaders die
het slachtoffer worden
van ouderverstoting.
De
ouder die het kind
opstookt, isoleert het
tegelijk in zijn folie à
deux', waardoor er een
ongezonde band ontstaat,
die moeilijk te
verbreken is. ,,En dan
zie je mannen van
veertig die nog altijd
bij hun moeder wonen,
die van haar geen eigen
leven mogen uitbouwen.
Of prinsessen van dertig
die nog altijd met grote
toewijding voor hun
vader zorgen. Ze raken
niet van elkaar los.''
Kodjoe
volgde een groep van
twaalf vrouwen op, die
allemaal van hun
kinderen afgesneden
waren. ,,In de twee jaar
die volgden op het besef
dat ze hun kinderen niet
meer zouden zien,
brachten deze vrouwen
gemiddeld acht maanden
door in het ziekenhuis
of in een psychiatrische
instelling. Zelfmoord is
een reëel risico, ook
bij de mannen die hier
het slachtoffer van
worden.''
Volgens deze specialiste
komt het fenomeen in
gradaties voor, en is
het daarom van belang om
in te grijpen bij de
eerste tekenen.
Net
wat het SP.A-kamerlid
Guy Swennen wil
doen: hij stelde
gisteren in het
parlement zijn
tienpuntenplan ter
preventie van
oudervervreemding voor
(zie inzet). ,,Geen
enkele wet, zelfs niet
belangrijke wetten zoals
die omtrent de
schuldeloze
echtscheiding, kan
vechtscheidingen
uitsluiten. Daarom
blijft preventie zo
belangrijk, en preventie
moet niet bij woorden
blijven. We moeten laten
zien dat het menens
is.''

Tienpuntenplan ,,om te
laten zien dat het
menens is''
Het
SP.A-kamerlid
Guy Swennen
lanceerde een
tienpuntenprogramma ter
preventie van
oudervervreemding'.
1. Er
moet onderzoek komen
naar de omvang van het
probleem.
2.
Neutrale bezoekruimtes
moeten ,,veel meer geld
krijgen'' omdat ze een
actieve bemiddelingsrol
kunnen spelen als het
fout dreigt te lopen.
Probleem: dit is Vlaamse
materie.
3.
Ontradende
publiekscampagnes kunnen
wijzen op de psychische
gezondheidsgevaren voor
het kind bij conflicten
over de omgangsregeling.
4. Een
omgangsbuddy kan ouders
en kinderen tijdens het
scheidingsproces
begeleiden. Niet te
verwarren met de sociaal
assistent die een
verslag moet maken voor
de rechtbank.
5. In
geval van een conflict
over het omgangsrecht
moet met een
attitudevragenlijst'
gepeild worden welke
ouder het meeste
openstaat voor contact
met de andere ouder.
6.
Preventief een dwangsom
bepalen bij elke
uitspraak of
overeenkomst in verband
met kinderen, voor het
geval een van beide
ouders de afspraken niet
nakomt. Dit om te laten
zien dat het menens' is.
7.
Meer vormingen over
oudervervreemdingen voor
rechters, advocaten en
andere beroepsgroepen.
8.
Twee verplichte
bemiddelingssessies voor
ouders bij elke
betwisting omtrent de
kinderen.
9.
Ouderverstoting
strafbaar maken voor de
ouder die ertoe aanzet.
10.
Een parlementaire
werkgroep oprichten die
de snaren stemt. (vbr)
