| |
PAS
Parental Alienation Syndrome
Gardner -
ouderverstotingssyndroom
-
oudervervreemding
na scheiding
-
loyaliteitsmisbruik
-
kindermishandeling
Kindermisbruik
na scheiding -
hersenspoelen van
kinderen
-
geestelijke
mishandeling
|
Datum
publicatie op f4j.be
26/01/07
"Ik kan mijn vader
niet uitstaan, ik haat
hem" en "Ik
wil mijn moeder nooit
meer zien" zijn
uitspraken van kinderen
die hun ouder verstoten.
Het komt tegenwoordig
vaak voor dat een kind
het contact met de
ouder, zonder
aanwijsbare reden,
verbreekt. Het
Ministerie van Justitie
meent dat zo'n 5 procent
van alle kinderen die
bij een scheiding
betrokken zijn het
contact met een van de
twee ouder verliest.
Organisaties van ouders
die hun kinderen niet
mogen zien, schatten dit
aantal veel hoger in en
spreken over 40 procent
(Telegraaf,
27 december 2000). Als
oplossing voor de
contactbreuk tussen
ouder en kind wil de
Tweede Kamer meer
sanctiemiddelen voor de
gescheiden ouders ter
beschikking stellen,
zodat ze de afspraken
over de kinderen wel
nakomen. (ANP, 22 april
2004).
Ouders raken na een
scheiding vaak in een
machtsstrijd verwikkeld.
Die kan leiden tot
verstoting van één van
de ouders door de
kinderen. Dat kinderen
zonder aanwijsbare reden
het contact met één of
beide ouders verbreken,
wordt ook wel het
ouderverstotingssyndroom
genoemd. Is dit terecht?
Hoe ziet het eruit en
hoe serieus moeten we
dit verschijnsel
eigenlijk nemen?
Gegronde
redenen
De redenen waarom een
kind het contact met de
ouder(s) verbreekt,
kunnen uiteenlopen. Het
ene kind komt in
aanraking met foute
vrienden en belandt in
het criminele circuit,
het andere beschuldigt
zijn/haar ouder van
incest. Het kan ook om
een onopgelost conflict
gaan, of mishandeling.
In de kern is het
doorgaans een
grenzenkwestie. "Soms
kun je je ouders maar in
een bepaalde dosering
verdragen", aldus
professor René Diekstra
in Psychologiemagazine
(maart 2004). Hij is
bezig met een onderzoek
naar de oorzaken en
mogelijke oplossingen
van het fenomeen. Het
kan ook voorkomen dat
het contact tussen ouder
en kind simpelweg
verwatert. Bovenstaande
redenen zijn
begrijpelijke reacties,
maar dit is niet altijd
het geval.
Ongegronde reden
In de
Telegraaf (27
december 2000 wordt
Judith aangehaald. Zij
is één van de kinderen
die na de echtscheiding
van haar ouders het
contact met haar vader
is verloren:
"Mijn moeders
verdriet was na de
scheiding zo groot
dat ik niet anders
kon dan me solidair
met haar verklaren.
Om mijn moeder te
steunen, heb ik alle
contact met mijn
vader verbroken.
Mijn vader heeft
gevochten maar hij
kreeg geen voet aan
de grond. Het enige
dat hij continu
hoorde, was dat het
'in het belang van
zijn kinderen' zou
zijn om de strijd te
staken. Indertijd
was ik daar blij
mee, ik vond immers
dat wij het grootste
gelijk van de wereld
hadden om het
contact met hem te
frustreren. Nu denk
ik echter: hoe heeft
het kunnen
gebeuren?"
Dat een kind na een
scheiding niets meer met
één van de ouders te
maken wil hebben, blijkt
uit verschillende
onderzoeken, waaronder
die door Van Gijseghem
en door Garder. Hubert
van Gijseghem is
hoogleraar in het
Canadese Québec en
forensisch psycholoog.
Richard A. Gardner,
hoogleraar
kinderpsychiatrie aan de
Columbia Universiteit
van New York, heeft het
verschijnsel benoemd als
het ouderverstotingssyndroom,
het 'parental alienation
syndrome' (PAS). Het is
terecht om het fenomeen
als stoornis te
omschrijven, zo meent
Gardner, omdat het kind
tegen het eigen belang
in handelt. Men spreekt
niet van PAS wanneer het
kind een redelijke grond
heeft voor de
verstoting, zoals
(seksuele) mishandeling
of verwaarlozing. In die
gevallen is de
verstoting te zien als
een gezonde reactie,
waarmee het kind juist
wél in het eigen belang
handelt.
Gardner meent dat
ouderverstoting zich
ontwikkelt zodra het
kind besef heeft van de
gezagsstrijd. Het kind
wil hier een eigen
bijdrage in hebben,
stelt zelf scenario’s op
en is zo geheel actief
in het kleineren van de
‘gehate’ ouder.
Psycholoog Ursula Kodjoe
sprak op een conferentie
over omgangs(on)recht in
2001:
"We spreken hier
niet over vaders die
hun kinderen
misbruiken, maar
over normale,
liefdevolle vaders
die gehecht waren
aan die kinderen en
een liefdevolle
relatie hadden voor
dat de relatie met
de moeder eindigde."
Het komt ook voor dat
een kind beide ouders
verstoot. Hierbij
speelt de gezagsstrijd
geen rol en dit rekent
Gardner dan ook niet tot
het
ouderverstotingssyndroom.
Syndroom?
Volgens Gardner is
het fenomeen een
syndroom, omdat het aan
de definitie voldoet van
de medische wetenschap.
Er zou namelijk sprake
zijn van acht symptomen
die bij elkaar geplaatst
mogen worden, omdat ze
zich gezamenlijk
voordoen. Het speelt
zich af in een brede
context waarbij de
symptomen ernstige
schade hebben op het
individu. Van Gijseghem
meent dat
ouderverstoting een
omstreden begrip is,
maar verdedigt het wel.
Een belangrijk
probleem is de
definitie. Gardner
spreekt automatisch van
een syndroom. In de VS
en Canada wil men het
zelfs laten opnemen in
de 'komende editie van
het meestgebruikte 'Diagnostic
and Statistical Manual
of Mental Disorders' (DSM-V).
Maar gaat het wel om een
stoornis? En zo ja, bij
wie dan? Lijdt het kind
eraan of de
programmerende ouder?
Van Gijseghem in
De Standaard (31
maart 2004):
"Het gaat om een
familiedynamiek,
binnen een
relationele,
ethische en
juridische context.
Daarom kun je het
geen syndroom
noemen. Het fenomeen
zal niet als
dusdanig in de DSM-V
belanden. Als we het
anders noemen, als
we het woord
syndroom laten
vallen, kan het er
wel in. Als een
psychisch kenmerk
van het kind."
Voor het vaststellen
van het
ouderverstotingssyndroom
is de socio-culturele
context volgens hem dus
van groot belang. Maar:
"Doordat de
definitie van Gardner
volledig en precies is
kan de ouderverstoting
als syndroom gezien
worden", aldus
Van Gijseghem op een
conferentie over het
ouderverstotingssyndroom
(19 februari 2003).
Andere onderzoekers
kijken echter alleen
naar het kind en niet
naar de bredere context,
waardoor de definitie
van het
ouderverstotingssyndroom
volgens hen niet
gerechtvaardigd kan
worden. Er is pas sprake
van een syndroom als er
een stoornis in het
individu is en dat is
volgens menigeen niet
altijd het geval bij het
ouderverstotingverschijnsel.
Moet ouderverstoting
per se als syndroom
gezien worden? Wat is
het belang van een
syndroomstatus? Van
Gijseghem wil de
ouderverstoting graag in
DSM-V: "Je kunt
het dan als argument
gebruiken voor de
rechtbank. Het is dan
een erkend fenomeen."
(De Standaard, 31 maart
2004). Toch blijft het
een discussiepunt of de
ouderverstoting als
syndroom gekenmerkt mag
worden. Bovendien is de
opname in DSM-V niet
noodzakelijk: ook nu al
hebben rechters in de VS
besloten dat de theorie
voldoende ‘algemeen
aanvaard en
geaccepteerd’ is onder
wetenschappers om in de
rechtsgang
gebruikt
Gardner ziet het
zogenoemde
ouderverstotingssyndroom
als voorbeeld van ‘folie-à-deux’,
een verschijnsel waarbij
de ene partij zijn/haar
psychische afwijking op
de andere overbrengt,
zodat ze die allebei
hebben. Vaak wordt het
ouderverstotingssyndroom
geassocieerd met het
Munchausen Syndrome By
Proxy (MSPB),
waarbij een ouder het
kind opzettelijk ziek
maakt of een ziekte
verzint. Volgens Gardner
geheel onterecht, omdat
het
ouderverstotingssyndroom
alleen gerechtvaardigd
kan worden als er sprake
is van hersenspoeling èn
eigen bijdrage van het
kind, wat niet het geval
bij is bij MSPB.
Meer
aandacht nodig?
Ondanks dat Gardner
zich al vanaf de jaren
vijftig bezig hield met
echtscheidingen, heeft
hij het
ouderverstotingssyndroom
pas in 1984
gesignaleerd. Gardner
heeft het
ouderverstotingssyndroom
als eerst beschreven in
zijn boek 'The Parental
Alienation Syndrome'.
Het aantal vaders dat
zeggenschap over kind
wilde nam rond die
periode toe. Hierdoor
steeg het aantal
gezagszaken,
voedingsbodem voor
ouderverstoting.
Gardner ziet niet
alleen de stijging van
het aantal gezagszaken
als oorzaak van een
toename in het
ouderverstotingssyndroom,
maar ook speelt
onbekendheid volgens
Gardner een rol.
Hierdoor mist het
syndroom aandacht en
wordt het zelden serieus
genomen. Volgens hem
weten veel rechters
niets van de
ouderverstoting af,
evenals de advocaten van
de ouders en
verscheidende
therapeuten. Wilma
Eijeriks is voorzitter
Patiëntenraad
DeltaBouman, één van de
organisatoren van het
ouderverstotingscongres
in Rotterdam. Eijeriks
is het met Gardner eens.
In een
brief aan de Tweede
Kamer schrijft zij:
"Het is
onvoorstelbaar dat voor
een probleem van deze
omvang en ernst zo
weinig aandacht is."
Ook prof. dr. Peter
Hoefnagels,
emeritus-hoogleraar
criminologie en
familierecht aan de
Erasmus Universiteit
Rotterdam en
scheidingsbemiddelaar,
verdedigt dit standpunt.
Volgens hem is er ook
onbekendheid bij de
kinderbescherming. "Zij
hebben meestal geen
kennis genomen van de
psychologie van het
scheidingsproces".
(Rotterdams
Dagblad (3 september
2002).
Alleen is de
onbekendheid niet zo
dramatisch zoals
hierboven gesteld wordt.
Aan de huidige
ontwikkelingen is te
zien dat er wel enige
aandacht bestaat voor
het
ouderverstotingverschijnsel.
In steeds meer landen
laten rechters in het
belang van het kind het
fenomeen meewegen in hun
vonnissen. (Bron:
NIS, CBS, SNO.MYWEB,
SCJF).
In Nederland bracht
Joep Zander samen met
Rob Altena en Wim
Theunissen het boek ‘Het
ouderverstotingssyndroom
in de Nederlandse
context’ uit (1999).
Zander heeft nu zijn
tweede boek voltooid,
‘Moeder-kind-vader, een
drieluik over
ouderverstoting’,
waarvan de publicatie
midden april 2004 wordt
voorzien.
Deze twee publicaties
maken het
ouderverstotingssyndroom
echter enigszins
verdacht. Zander is
namelijk een voorvechter
van het vaderrecht. Zijn
publicaties zijn mede
gebaseerd op
persoonlijke negatieve
ervaringen: hij strijdt
al jarenlang voor het
omgangsrecht van zijn
eigen kinderen. Het
ouderverstotingssyndroom
komt hem, in zijn
positie, dus goed van
pas. Er is in dit geval
dus wel aandacht voor
het fenomeen, maar is
dit wel juiste en
objectieve aandacht?
Dit zijn echter niet
de enige publicaties die
over het
ouderverstotingssyndroom
zijn verschenen. Gardner
zelf heeft ook tal van
artikelen geschreven in
peer-reviewed
vakbladen. Ook wordt
er op de televisie
aandacht besteed aan de
ouderverstoting. Onder
andere in programma’s
als
Bij ons thuis en
‘De Ochtenden’.
DeltaBouman. Er
blijkt dus wel degelijk
aandacht te zijn voor
het fenomeen. Dit kan
uiteindelijk zelfs
leiden tot een
overschatting van de
ouderverstoting. Door er
meer op te letten, wordt
het vaker waargenomen en
lijkt het alsof het
probleem is toegenomen,
terwijl vooral de
aandacht ervoor is
gegroeid.
Diagnose
volgens Gardner
Gardner onderscheidt
drie gradaties in het
door hem genoemde
ouderverstotingssyndroom:
de ernstige, waarbij de
ouder volkomen fanatiek
en soms zelfs paranoïde
is. Een bekend voorbeeld
hiervan zijn de
seksbeschuldigingen. De
matige vorm wordt
gekenmerkt door
razernij, de ouder is
des duivels door de
verlating van zijn/haar
partner. Hierbij is de
binding met het kind
gezond en voor de
scheiding was de ouder
een goede opvoeder, wat
niet het geval is bij de
ernstige vorm. Pas in de
matige vorm kan door
middel van regelmatig
contact de houding ten
opzichte van de
slachtofferouder
verbeteren. In de lichte
gevallen wil de
programmeerde ouder
zijn/haar positie alleen
veilig stellen. Herstel
is hierbij makkelijker
te verwezenlijken.
Naast de drie
gradaties zijn er acht
symptomen die het
ouderverstotingssyndroom,
volgens Gardner
rechtvaardigen. Ten
eerste de dagelijkse
denigratiecampagne tegen
de slachtofferouder,
waar de geprogrammeerde
ouder mee begint en het
kind overneemt, zoals
verschrikkelijke
benamingen te gebruiken
of in het gezicht te
spugen. De
geprogrammeerde ouder
zal slechts toekijken
zonder het kind te
corrigeren, waardoor de
treitering aangemoedigd
wordt.
Als tweede symptoom
ziet Gardner de
rationaliseringen voor
het gedrag. Op de vraag
waarom het kind z’n
vader haat, zou het
kunnen zeggen: “Hij liet
boeren, ik mocht niet
naar mijn favoriete
programma kijken!”
Absurde, irreële
rechtvaardigingen van de
campagne, volgens
Gardner. Alleen blijken
dit normale reacties te
zijn van een kind tot
een jaar of vijf.
Volgens onder andere
Selman (1980, in:
Schaffer, 1996) zijn
jonge kinderen
egocentrisch ingesteld
en zien alleen hun eigen
perspectief. Daardoor
hangt de rechtvaardiging
van dit symptoom af van
leeftijd.
Gebrek aan
ambivalentie wordt als
het derde symptoom
aangeduid. De
programmerende ouder is
geweldig, de
slachtofferouder
daarentegen heeft alleen
maar negatieve
kenmerken.
Als vierde blijkt de
schijnbare
onafhankelijkheid een
rol in het fenomeen te
spelen. Het kind beweert
dat de ideeën van hem of
haarzelf zijn. Een
recent voorbeeld van een
programmerende moeder en
haar kind: “Als je je
vader niet wilt zien,
respecteer ik dat, ik
doe alles voor je. Ik
respecteer het recht je
vader niet te zien. Wil
je je vader dan zien?
Nee, nee ik wil hem niet
meer zien.” Het
programmeren is nu
duidelijk te zien, maar
door de schijnbare
onafhankelijkheid is het
lastig voor anderen om
het
ouderverstotingssyndroom
te herkennen.
Het vijfde symptoom
wordt beschreven als de
reflex van steun van de
programmerende ouder in
het conflict. Het kind
kiest automatisch de
kant van deze ouder,
zonder dat er enig
bewijs is. De vraag is
of dit wel als symptoom
beschouwd kan worden,
aangezien het kind
altijd voor die weg
kiest die het beste voor
hem/haar is. Partij
kiezen voor de
programmerende ouder, is
voor het kind altijd het
gunstigste.
Het kind heeft bij
het zesde symptoom
gebrek aan schuld,
schaamte, sympathie en
empathie voor de
slachtofferouder. Het
kind heeft dit niet
geleerd, met als gevolg
respectloos en
ongemanierd gedrag.
Het zevende symptoom
is het lenen van
scenario’s. Het kind
gebruikt woorden en
zinnen die niet bij die
leeftijd passen. Een
extreem voorbeeld dat
Gardner aangeeft van een
vierjarig meisje:
“Waarom wil je je vader
niet zien? Hij
penetreerde me. Wat
betekent dat? Dat weet
ik niet, dat moet je aan
mamma vragen, zij zei
dat hij me penetreerde.”
Het laatste symptoom
is de verspreiding van
het programmeren naar de
familie van het
slachtofferouder. Het
kind verbreekt ook het
contact met voorheen
dierbare familieleden.
De vraag is of dit geen
normale reactie. Vaak
verwatert het contact
simpelweg met
familieleden door de
omstandigheden. Er hoeft
niet altijd sprake te
zijn van opzet.
Door middel van deze
acht symptomen zou de
diagnose van het
ouderverstotingssyndroom
vast te stellen zijn.
Maar de vraag is of alle
symptomen altijd
duidelijk zichtbaar zijn
en of ze allemaal als
symptoom gezien mogen
worden en niet als
normaal gedrag. Dit
neemt nog niet weg, dat
een aantal symptomen
zich nog steeds
gezamenlijk voor doen en
er nog steeds sprake is
van een problematiek.
De
gevolgen
Het
ouderverstotingverschijnsel
brengt voor alle
partijen gevolgen met
zich mee, maar volgens
Gardner zijn de gevolgen
voor het kind het meest
ernstig. In de
Telegraaf (26 juni
1999) vertelt Gardner:
"Een kind dat wordt
ingezet als wapen
bij een scheiding,
wordt eigenlijk
ernstiger beschadigt
dan een
leeftijdsgenootje
dat het slachtoffer
is van seksueel
misbruik. Wie
mishandeld of
misbruikt wordt, kan
aangifte doen. De
dader wordt
bestraft, de ellende
houdt op. Sommige
kinderen komen over
dat trauma heen,
maar kinderen die
door de ene ouder
volgepropt worden
met negatieve
informatie over de
andere ouder, hebben
levenslang. Die
worden gedwongen
zogenaamd vrijwillig
zonder papa of mama
op te groeien en
moeten leren leven
met leugens die hen
zijn opgedrongen."
Het is nogal kort
door de bocht om te
beweren dat de gevolgen
van het
ouderverstotingverschijnsel
ernstiger zijn dan die
van
seksueel misbruik.
De gevolgen van hiervan
mogen niet zomaar
onderschat worden. Ook
hoeft er niet altijd
sprake te zijn van
blijvende schade zoals
Gardner het stelt.
Volgens Smulders is de
band tussen ouder en
kind wel degelijk te
herstellen:
“Het heeft vooral te
maken met de
negatieve houding
van de
programmerende ouder
na de scheiding. In
principe is de band
tussen ouder en kind
ontzettend sterk.”
Dit neemt niet weg
dat het
ouderverstotingverschijnsel
wel degelijk negatieve
gevolgen met zich mee
brengt. Volgens Smulders
verliest het kind niet
alleen zijn vader of
moeder, maar zo ook een
deel van zijn eigen
identiteit. "Die
pijn veroorzaakt enorme
schade." Vaak
uiten de gevolgen zich
in gedrags-, prestatie-
en
ontwikkelingsstoornissen
die het verdere leven
kunnen overschaduwen.
Ook de verstoten
ouder is slachtoffer
Ervaringsdeskundige Ans
Grashoff vertelt op
Ouders Online haar
verhaal. Vele ouders met
haar ervaren het
ouderverstotingssyndroom
(De
Telegraaf, 24
augustus 2002). Het
aantal contactgroepen in
Nederland is toegenomen.
Naast het vreselijke
gemis van het kind
blijkt de verstoten
ouder een grotere kans
te hebben op medische
klachten, auto
ongelukken en zelfs
zelfmoord.
Aanpak
Terwijl de discussie
omtrent de definïering
en status van
ouderverstoting nog in
volle gang is, probeert
men ondertussen als iets
aan de problematiek te
doen. In Rotterdam is
alvast een omgangshuis
geopend. Hier kan de
programmerende ouder de
kinderen naar toe
brengen. De kinderen
kunnen hier onder het
toeziend oog van een
hulpverlener een ochtend
met de slachtofferouder
doorbrengen. Om zo het
contact tussen beide te
herstellen.
Eerdergenoemde Zander
meent dat dit project
geen zin heeft, omdat de
programmerende ouder
nooit mee zou willen
werken. Maar volgens
Liesbeth Smulders,
gedragspedagoge
verbonden aan de Raad
voor de
Kinderbescherming, valt
dat in de praktijk erg
mee. Zij
stelt:
"We hebben
meegemaakt dat een
moeder het contact
tussen vader en kind
echt probeerde te
verstoren om haar
ex-man te pesten,
maar over het
algemeen gaat het
toch om vrouwen die
best mee willen
werken, maar alleen
bang zijn. Zij zijn
juist heel blij met
de mogelijkheid die
een omgangshuis
biedt. Daar kunnen
ze op neutraal
terrein beetje bij
beetje hun argwaan
laten varen."
Uit onderzoek blijkt
dat ruim 40 prcent van
de ouders door middel
van het omgangshuis er
in slaagt om een
omgangsregeling te
treffen (ANP-bericht, 19
april 2004).
Toekomst
Het is duidelijk dat
ouderverstoting vooral
ontstaat door
gezagskwesties. Hier zou
iets aan gedaan moeten
worden. Volgens Gardner
is het van belang om
stil te gaan staan bij
het civiele procesrecht,
de manier waarop in het
Westen wordt omgegaan
met conflicten. Hij ziet
het conflictsysteem
zelfs als hoofdschuldige
van de machtsstrijd om
de kinderen, wat voor
escalatie van de
wraakneming zorgt, "een
bloedig tweegevecht".
In de advocatuur gaat
het tegenwoordig om het
belang van de cliënt,
terwijl het om de
waarheid zou moeten
draaien. Professor
Hoefnagels, tevens
scheidingsbemiddelaar,
ziet het net even
anders. Volgens hem zou
er verplichte
bemiddeling plaats
moeten vinden, waarbij
niet iedere partij een
aparte advocaat heeft,
maar een gezamenlijke
advocaat.
Omde machtsstrijd te
verminderen zou volgens
Gardner het
rechtssysteem moeten
veranderen. Hij stelt
voor om terug te komen
op de volkomen
gelijkheid van man en
vrouw in gezag en zorg,
zonder terug te keren
naar het oude
voorrangsrecht van de
moeder. Toewijzing aan
één ouder zou alleen in
hoogst uitzonderlijke
situaties mogen plaats
vinden.
|
Bronnen: |
|
|
Articles in
Peer-Review
Journals and
Published Books
on the Parental
Alienation
Syndrome (PAS)
by Richard A.
Gardner, M.D.
 |
|
|
Broken Link,
e-zine over
scheiding en
omgang.
 |
|
|
Het
ouderverstotingssyndroom
(PAS) -
bespreking van
het boek
“Parental
Alienation
Syndrome” van
R.A. Gardner
door Rob van
Altena voor het
Platform SCJF.
 |
|
|
Nederlandse
overzichtspagina's
Parental
Alienation
Syndrome
(ouderverstotingssyndroom)
door Joep Zander
en Rob van
Altena.
 |
|
|
Oudervervreemding
/
ouderverstoting,
(Ursula Kodjoe,
2001)
 |
|
|
Oudervervreemding
door
echtscheiding
(Stichting
Thomas Asselijn)
 |
|
|
Parents Who Have
Successfully
Fought Parental
Alienation
Syndrome (Jayne
A. Major, 2002)
 |
|
|
Rotterdams
Dagblad, 3
september 2002
 |
|
|
Telegraaf, 24
augustus 2002
 |
|
|
Telegraaf, 27
december 2000
|
|
Verwante
artikelen: |
|
|
Bundesfamilienministerin
Smidt pleit voor
Familiekunde op
scholen

De Duitse
Bundesminister
Smidt (SD) pleit
voor invoering
van Familiekunde
als schoolvak.
Doel: het aantal
echtscheidingen
in de toekomst
laten dalen.(Die
Welt, 4-11-2002) |
|
|
D66:
Verplichte
bemiddeling bij
omgangsregeling

D66 wil dat
gescheiden
ouders verplicht
bemiddeling
inschakelen
wanneer er
problemen zijn
met de
omgangsregeling.
(29-10-2002) |
|
|
Scheiding
voor kind erger
dan overlijden
van ouder

"Een dode ouder
is voor een kind
beter te
verdragen dan
een gescheiden
ouder. Het leed
voor kinderen na
een
echtscheiding
wordt
onderschat",
vindt klinisch
pedagoge
Liesbeth
Smulders-Groenhuijsen.
Terecht? |
|
Internet
links: |
|
|
Expanding the
Parameters of
Parental
Alienation
Syndrome

Cartwright, G.F.
(1993). The
American Journal
of Family
Therapy,
21(3):205-215. |
|
|
Parental
Alienation

Brandes, J.R.
(2000), New York
Law Journal,
March 26, 2000,
pp. 3 ff.
|
|
|
Parental
Alienation
Syndrome vs.
Parental
Alienation:
Which Diagnosis
Should
Evaluators Use
in Child-Custody
Litigation?

Gardner, R.A.
(2002), The
American Journal
of Family
Therapy,
30(2):101-123.
|
|
|
Remarriage as
a Trigger of
Parental
Alienation
Syndrome

Warshak, R.A.
(2000), American
Journal of
Family Therapy,
28: 229-241.
|
|
|
The
Judiciary's Role
in the Etiology,
Symptom
Development, and
Treatment of The
Parental
Alienation
Syndrome (PAS)

Gardner, R.A.
(2003), American
Journal of of
Forensic
Psychology,
21(1): 39-64. |
|
|
The Lost
Parent's
Perspective on
Parental
Alienation
Syndrome

Vassiliou, D.
and Cartwright,
G.F. (2001), The
American Journal
of Family
Therapy, 29(3):
181-191. |
|
|
The Spectrum
of Parental
Alienation
Syndrome (part
I)

Rand, D.C.
(1997a),
American Journal
of Forensic
Psychology.
15(3):23-51.
|
|
|
The Spectrum
of Parental
Alienation
Syndrome (part
II)

Rand, D.C.
(1997b),
American Journal
of Forensic
Psychology.
15(4):39-92. |

| |
|
|
|
|
|