Als de ene ouder de
ander tot boeman maakt.
n.a.v. de Conferentie
"Oudervervreemding bij
Scheiding" Schaarbeek
30-3-04
Belgisch-Canadees expert
over ouderverstoting
BRUSSEL -
Wanneer een kind na de
scheiding van zijn
ouders een van beiden
niet meer wil zien,
zonder dat daar gegronde
redenen voor bestaan,
spreekt men van
oudervervreemding. Het
is een omstreden begrip,
geeft ook de
Belgisch-Canadese
hoogleraar Hubert Van
Gijseghem toe. Maar hij
verdedigt het wel.

HET
begrip
'ouderverstoting', of
'ouderlijke
vervreemding' is een
omstreden begrip, en wel
om drie redenen, zegt
Van Gijseghem. ,,Critici
zeggen dat we het
fenomeen overal zien. Ik
ontken. Er doen
sensationele cijfers de
ronde, maar die moeten
zwaar gerelativeerd
worden. Bij de meeste
scheidingen bereiken de
ouders een overeenkomst.
Ik spreek voor Canada,
waar de wet scheidende
paren ertoe verplicht
zes bemiddelingssessies
te volgen. Meer dan 80
procent bereikt daardoor
een overeenkomst. Van de
17 procent
vechtscheidingen die
volgen, zie je het
fenomeen nog niet in de
helft van de gevallen.
Ik houd het op zo'n vier
procent van alle
kinderen na
echtscheiding.'' Van
Gijseghem is hoogleraar
in het Canadese Québec
en forensisch
psycholoog. Hij heeft
jarenlang kinderen
ondervraagd wier ouders
in een rechtszaak
verwikkeld geraakten bij
scheiding en/of seksueel
misbruik. ,,Dan is het
moeilijk om het fenomeen
van ouderverstoting niét
te zien'', zegt hij.
Tweede reden waarom het
begrip omstreden is: de
identiteit van de
verstoten ouder. Van
Gijseghem: ,,Meestal is
de vader het slachtoffer
van ouderverstoting. Het
kind woont dan bij de
moeder en deze zet er,
bewust of onbewust, het
kind toe aan om de
banden met zijn vader te
verbreken. Het kan om
een ware hersenspoeling
gaan, maar ook om
subtielere vormen van
beïnvloeding. Een moeder
kan zeggen: 'Als ik je
alles vertelde wat hij
mij heeft aangedaan!' _
maar ze doet het niet.
Of ze kan het kind
meteen gelijk geven als
het in het weekend
liever naar zijn vader
gaat.''
Het derde probleem is
misschien nog het
grootste: de definitie.
In de Verenigde Staten
en Canada heeft men het
over een regelrecht
'syndroom'. Er wordt
door lobbyisten voor
geijverd om het te laten
opnemen in de DSM V, het
handboek voor
internationaal erkende
psychische aandoeningen,
dat in 2010 in een
nieuwe versie
verschijnt. Maar gaat
het echt wel om een
ziekte, en zo ja, bij
wie dan? Lijdt het kind
eraan, of de afwijzende
ouder?
Van Gijseghem: ,,Het
gaat om een
familiedynamiek, binnen
een relationele,
ethische en juridische
context. Daarom kun je
het geen syndroom
noemen. Het fenomeen zal
niet als dusdanig in de
DSM V belanden.'' Maar
hij voegt eraan toe:
,,Als we het anders
noemen, als we het woord
syndroom laten vallen,
kan het er wel in. Als
een psychisch kenmerk
van het kind.''
Waarom zulke bochten
maken om het fenomeen
per se in een handboek
met psychische
afwijkingen te krijgen?
Voor de leken onder ons:
dit handboek, dat
wereldwijd als leidraad
wordt gebruikt in
allerlei procedures,
heeft decennialang
'homoseksualiteit' als
syndroom vermeld. Van
Gijseghem wil
'ouderlijke
vervreemding' graag in
de DSM V: ,,Je kunt het
dan als argument
gebruiken voor de
rechtbank. Het is dan
een erkend fenomeen.''
EN
waarom hij dat zo
belangrijk vindt, blijkt
uit de remedies die hij
voorstelt: ,,Milde
vormen van
ouderverstoting kunnen
ongedaan worden gemaakt
door ouders naar een
bemiddelaar te sturen.
Maar in de gevallen waar
de ouderverstoting
drastische vormen
aanneemt, haalt
bemiddeling niets meer
uit. Dan moet de
overheid ingrijpen.''
Hoe? Van Gijseghem: ,,De
rechter kan de kinderen
aan de afwijzende ouder
onttrekken en ze
tijdelijk in een
neutraal milieu
plaatsen; bijvoorbeeld
in een gezin dat geen
banden heeft met een van
beide families. Hij kan
de kinderen ook
toewijzen aan de
benadeelde ouder. In de
meeste gevallen krijgen
ze door zo'n actie terug
twee ouders, in plaats
van slechts één. Je kunt
er immers van uitgaan
dat de ouder die zelf
slachtoffer is geweest
van ouderverstoting,
zich er zelf niet
schuldig aan zal
maken.''
En als dat toch het
geval is? ,,Dan moet de
rechter weer
ingrijpen.'' Voor de
duidelijkheid: hij heeft
het over kinderen tot
tien of hooguit twaalf
jaar. ,,Als ze ouder
zijn, kun je tegen
ouderverstoting nog
weinig beginnen.''
Tot slot
pleit hij ook voor het
opleggen van het
verblijfs-co-ouderschap
door de rechter, ook in
het geval van
vechtscheidingen. Kan
dat wel als gescheiden
ouders met getrokken
messen tegenover elkaar
staan? Hij wuift het
argument weg: ,,Er is
voldoende onderzoek dat
aantoont dat
verblijfs-co-ouderschap
ook werkt wanneer de
ouders niet on
speaking terms
zijn.''
VERPLICHTE BEMIDDELLING
ALS REMEDIE
WAAR komt
eigenlijk de plotselinge
belangstelling voor het
fenomeen van
ouderverstoting vandaan?
In ons land wordt de
mare vooral verspreid
door mannenverenigingen,
die de belangen van
ouders, veelal vaders,
na echtscheiding
verdedigen. Eén van hun
woordvoerders is
Ghislain Duchateau. Hij
bouwde er een website
over uit. Duchateau, bij
het gesprek met Van
Gijseghem aanwezig,
betwist prompt de
cijfers die de expert
naar voren schuift: ,,In
België, Engeland en
Nederland gaat het om
veel meer dan slechts
vier procent van de
scheidingen.
Vermoedelijk om veertig
procent, of een kleine
helft.''
Hij kan
daar geen bewijsstukken
voor aandragen, maar
wijst erop dat er bij
gebrek aan verplichte
scheidingsbemiddeling
nog veel
vechtscheidingen
plaatsvinden, waarbij de
rechter tot een
'klassieke'
verblijfsregeling
beslist. Het kind bij de
moeder dus. Duchateau is
voorstander van
verplichte bemiddeling,
maar meer nog van
verblijfs-co-ouderschap
als nieuwe norm.
Isabelle
Simonis, de federale
staatssecretaris voor de
gezinnen, heeft al laten
weten dat zij een
wetsvoorstel in die zin
zal aanmoedigen.
DIRECTRICE Gaby Jennes
van het Hoger Instituut
voor
Gezinswetenschappen,
waar Van Gijseghem te
gast was, zegt dat zijn
lezing aansluit bij de
aandacht die het
Instituut besteedt aan
de rol van vaders. Ze
kan zich helemaal vinden
in het Canadese
voorbeeld van verplichte
scheidingsbemiddeling,
maar schaart zich niet
achter het voorstel om
kinderen in het geval
van ouderverstoting in
een pleeggezin of
instelling te plaatsen.
En Jennes
vraagt zich af of vaders
die lange tijd niet naar
hun kinderen hebben
omgekeken, zomaar weer
kunnen opduiken om hun
rechten als vader op te
eisen. ,,Een goede
moeder is een moeder die
de vader respecteert. En
een goede vader is een
vader die de moeder
respecteert. We geloven
ook dat wie zorgt,
rechten heeft en die
rechten kan laten
gelden. De keerzijde van
de medaille is dat wie
niet zorgt, zijn of haar
rechten verliest.''