| |
PAS
Parental Alienation Syndrome
Gardner -
ouderverstotingssyndroom
-
oudervervreemding
na scheiding
-
loyaliteitsmisbruik
-
kindermishandeling
Kindermisbruik
na scheiding -
hersenspoelen van
kinderen
-
geestelijke
mishandeling
|
KIND-OUDER-VERVREEMDING
NA SCHEIDING,
OUDERVERSTOTING
ID:
2169
Kastnr: 0
Auteur: Ursula
Kodjoe
Ref.: Ter
gelegenheid van de PvdA-conferentie
over
omgangs(on)recht d.d.
31 mei 2001 te Den
Haag, 2001
Inleiding
Zowel in Duitsland
als in de Verenigde
Staten laat het
resultaat van
longitudinaal
onderzoek zien dat
slechts 1 jaar na de
scheiding ongeveer
54% van de kinderen
het contact
verliezen met de
ouder bij wie ze
niet wonen. Gezien
recente cijfers van
het CBS in Nederland
zal dit percentage
in Nederland niet
veel lager liggen.
In de meeste van die
gevallen wordt de vader-kind relatie
dan voorgoed
afgebroken. De
onderzoeksgegevens
wijzen uit dat
ongeveer 30% van
deze kinderen te
maken krijgen met
gevolgen op lange
termijn. Ze hebben
in hun latere leven
dan problemen met
het onderhouden van
liefdesrelaties met
partners, geworteld
in een algemeen
wantrouwen in de
stabiliteit van
menselijke relaties.
Ze hebben slechtere
prestaties op het
persoonlijke,
professionele en het
sociale vlak, en
zijn niet in staat
om zich
overeenkomstig hun
intellectuele
mogelijkheden te
ontplooien.
Een van redenen van
contactbreuk tussen
de kinderen en een
ouder is dat de
andere ouder de
liefde van de
kinderen exclusief
voor haar/hemzelf
opeist. De
manipulatie van de
kinderen reikt dan
veel verder dan de
“normale”
hoeveelheid
beïnvloeding gericht
tegen de vroegere
partner ten tijde
van de scheiding
zelf.
De poging de andere
ouder te kleineren
en de kinderen te
instrueren met de
bedoeling eigen
behoeftes of
gevoelens van haat
en woede te
bevredigen, kan
evengoed door vaders
als door moeders
gebeuren. Vaders
vervreemden de
kinderen op net zo
slechte wijze als
moeders, de
slechtste situatie
ontstaat wanneer
kinderen worden
verscheurd tussen
twee ouders die
elkaar kleineren.
Het onderwerp van
dit document is de
vervreemding/verstoting
van 1 ouder die in
vele gevallen de
vader is, die dan
contact verliest als
de kinderen zichzelf
onttrekken aan een
ondraaglijk
loyaliteitsconflict,
door de kant van de
moeder te kiezen.
We spreken hier NIET
over vaders die hun
kinderen misbruiken,
maar over normale,
liefdevolle vaders
die gehecht waren
aan die kinderen en
een liefdevolle
relatie hadden voor
dat de relatie met
de moeder eindigde.
Enkele belangrijke
aspecten nader
uitgewerkt
Het gedrag van
kinderen tijdens en
na scheiding
verandert. Vaak
kiezen zij voor de
ouder die het
dichtst bij is (moeder);
dit is dan de goede
ouder; de andere
ouder wordt gezien
als aanstichter van
alle kwaad.
Een scheiding brengt
veel spanning, woede
en teleurstelling
met zich mee en deze
wordt door de moeder
vaak geprojecteerd
op de vader.
Er zijn in dit soort
situaties twee
soorten reacties op
de scheiding te
onderscheiden. De
afwijzing en
bijbehorende
beschadiging wordt
door moeder ervaren
als een bedreiging
van het hele bestaan.
Ze kan dit
nauwelijks verdragen.
Na het verlies van
de man kan de vrouw
het verlies van een
kind er niet bij
hebben Zij wil haar
kind niet delen met
dezelfde persoon die
haar heeft afgewezen.
Daarnaast is er nog
de vrouw die alles
projecteert op de
man. Een slechte
partner is in haar
ogen dus ook een
slechte vader/opvoeder.
Zij wil haar kind
beschermen tegen
zo’n slechte man die
haar zoveel onrecht
heeft aangedaan. De
achtergebleven ouder
kan de partnerrol en
de rol als ouder die
de andere ouder
speelt niet van
elkaar scheiden.
Ouders moeten dus
leren om de
verschillende rollen
die zij t.o.v.
elkaar en t.o.v. het
kind spelen los te
koppelen.
De rol van het kind
is in deze situatie
zeer moeilijk. Ten
eerste wil het alle
partijen behagen en
door een natuurlijke
liefde die het voor
beide ouders voelt
zal het geen van
beiden afvallen.
Daarnaast heeft een
kind dat inmiddels
bij een van de
ouders woont geen
keuzemogelijkheid.
Kinderen weten dat
ze afhankelijk zijn
van hun verzorger en
zullen zich daar dan
ook naar gedragen.
Probleem van de
meeste ouders is dat
ze weliswaar
gescheiden zijn maar
geestelijk nog niet
los van elkaar zijn.
Zaken die de
vervreemding/verstoting
kunnen beïnvloeden
- situatie van
vechtscheiding
- er was voor de
scheiding al sprake
van heftige
problematiek.
- veel ouders komen
zelf uit
1-oudergezin en
daaruit komt ook de
angst om mensen te
verliezen
- het kind speelt
vaak al een rol in
het conflict voor de
scheiding.
- advocaten (en
andere betrokken
partijen) spelen
door hun
vechtersmentaliteit
vaak een schadelijke
rol.
- hoe beleven de
kinderen de
scheiding? Het kind
voelt zich door de
vader vaak verlaten.
- hertrouwen van
ouder kan de afgunst/woede
van het kind weer
aanwakkeren.
Gedrag van kinderen
die de afwezige
ouder verstoten:
- kinderen laten
openlijk hun haat/woede t.o.v. hun andere
ouder zien, welke
gevoelens echter
niet gebaseerd zijn
op hun persoonlijke
ervaring met die
ouder
- ze weigeren
contact met hun
andere ouder
- ze gebruiken
onduidelijke
argumenten waarom ze
de andere ouder
haten
- ze praten openlijk
tegen iedereen over
wat de andere ouder
in hun ogen fout
doet.
- wat de andere
ouder ook doet… het
is altijd fout
- ze praten enkel
positief over de
ouder bij wie ze
wonen
- gedurende
gesprekken komt
alles er geoefend en
voorgeprogrammeerd
uit
- de verhalen die de
kinderen vertellen
kloppen niet, worden
opgeblazen of
verzonnen
- kinderen haten
niet alleen hun
vader maar de
vrienden, kennissen,
familieleden,
hobby’s en alles wat
maar in verband kan
worden gebracht met
die vader
De beste ouder is de
ouder die ziet dat
een kind beide
ouders nodig heeft
en zich over de
persoonlijke
problemen met de
andere ouder heen
zet
Hoe ouders zich
uitlaten en gedragen
in het bijzijn van
het kind m.b.t. de
andere ouder.
- moeder laat het
kind denken dat de
vader een
gevaarlijke partij
is (‘hier heb je een
kwartje… je kunt me
altijd bellen’).
- moeder ziet het
nut van een tweede
ouder niet in
- het kind mag
beslissen wanneer ze
hun eigen vader
willen zien
- moeder overdrijft
de tekortkomingen
van de vader
- alles wat vader
doet is slecht, van
hobby’s tot vrienden
en tot werk
- alle herinneringen
aan vader worden uit
huis gehaald
- brieven, kaarten
en pakjes worden
niet doorgestuurd
- beschuldigingen/verdachtmakingen
in verband met
incest en
mishandeling worden
ingezet
- telefoonterreur;
moeder belt kind
wanneer deze bij
vader is.
- telkens een excuus
bedenken op de dag
dat vader het kind
bij zich behoort te
hebben
- na ieder bezoekje
aan vader wordt het
kind onderworpen aan
een kruisverhoor
Gedrag van verstoten
ouder:
- vader wordt te
strenge vader
doordat hij al zijn
opvoedingsideeën in
twee uur per twee
weken moet stoppen
- vader draait door
in het doen van
leuke dingen terwijl
het belangrijk is
dat de kinderen met
hun vader ook heel
gewone alledaagse
dingen doen.
- er is vaak sprake
van wegloopgedrag,
nog overgehouden ui
de tijd van de
ellende tijdens het
huwelijk
- hij voelt zich
aangevallen door de
afwijzing van het
kind en wijst
vervolgens in zijn
kwaadheid het kind
zelf af.
- hij stelt zijn
eigen benodigdheden
centraal en niet die
van het kind
Oplossing:
- vroegtijdig
voorkomen
- goede
professionele
begeleiding zoeken
- duidelijke
uitspraken en
afspraken bij de
rechtbank
Voor andere partijen
is het zeer
belangrijk om goed
te luisteren, en
niet op zoek te gaan
naar wie van
ex-partners gelijk
heeft. De twee
partijen hebben
zoveel met elkaar
meegemaakt en hebben
zodanig
tegengestelde
percepties over wat
er gebeurd is en wat
er gebeurt, dat dit
ook al daarom weinig
zin heeft.
Lange termijn
gevolgen voor het
kind:
- psychologische
klachten (angst,
depressie, agressie,
psychosomatische
reacties, etc.)
- verminderd gevoel
van eigenwaarde
- verliezen van
contact met eigen
gevoelens
- verminderde
prestatie op
intellectueel gebied
- gebrekkige sociale
ontwikkeling
Steeds meer
onderzoek wordt
gedaan naar de
gevolgen voor het
kind. De gevolgen
voor de verstoten
ouder moeten echter
niet ondergesneeuwd
raken. Aan deze
partij moet meer
aandacht worden
besteed. Onderzoek
in Duitsland heeft
uitgewezen dat onder
deze vaders veel
medische klachten,
auto ongelukken en
zelfmoorden (of
pogingen daartoe)
voorkomen.
Wat zou moeten
worden gedaan?
Tot aan de nieuwe
wet van januari 98
het
desorganisatiemodel
heersend. Thans gaat
het om het recht van
de kinderen en de
plicht van de ouders
om een doorgaande
relatie tussen beide
ouders en hun
kinderen mogelijk te
maken.
Het gaat om de
reorganisatie van
het gezin. De vraag
is NIET “of” er
contact is tussen
het kind en de ouder
die elders woont,
maar HOE het contact
tot stand kan worden
gebracht en
verzekerd indien
nodig kan worden
geforceerd tegen de
wil van de ouder die
de dagelijkse zorg
heeft.
Het is niet langer
nodig om te zoeken
naar de beste ouder.
De beste ouder is
simpelweg de ouder
die helpt het kind
de relatie met de
andere ouder te
bestendigen en
uitdrukkelijk
toelaat dat het kind
van de andere ouder
houdt, precies zoals
voor de scheiding.
Tenslotte
De instellingen
zouden vanaf het
allereerste contact
duidelijk moeten
maken aan de
programmerende ouder
die bijdraagt aan de
vervreemding van het
kind van zijn andere
ouder, dat hij/zij
daarmee de rechten
van het kind alsook
de rechten van de
andere ouder schendt.
Voorts zouden
rechters bedoelde
rechten moeten
waarborgen.
Gegevens Ursula
Kodjoe:
Dipl. Psychologist
M.A, Dipl.
Socialworker B.A.,
Family Mediator,
Therapist
since 1997 Lecturer
for the guardian at
litem education,
supervisor
since 1998 Study on
the longterm effects
of alienated
children
Practical Work:
Family Mediation /
Evaluator in High
Conflict Custody and
Visitation Cases /
Guardian at litem /
Councelling for
seperation and
divorce families.
Focus: Responsable
parenting after
seperation and
divorce / The „Parental
Alienation
Syndrome“: Diagnosis
and Intervention in
parent-child-alienation
cases and loss of
contact / Seminars
for members of Child
Care Centers,
Lawyers,Therapists,
Teachers: Family
dynamics, conflict
resolution,
visitation models,
reorganisation of
the post-divorce
family / Case
supervision / Public
Relations Work /
Educational Seminars
Scientific
publications:
Kodjoe, U. Je
jünger, desto
weniger Kontakt? Zur
Fragwürdigkeit von
Faustregeln in: Der
Amtsvormund
(3/1996)
Kodjoe, U. & Koeppel,
P. Das Parental
Alienation Syndrome.
in: Der Amtsvormund
(1/1998) Sonderdruck
Kodjoe, U. & Koeppel,
P. Früherkennung von
Elternentfremdung –
Möglichkeiten
psychologischer und
rechtlicher
Interventionen in:
Kind-Prax (5/1998)
S. 138-144
Kodjoe, U. Ein Fall
von PAS in:
Kind-Prax (6/1998)

| |
|
|
|
|
|