| |
Gezamelijk gezag is
gezamelijk gezag
Datum
publicatie f4j.be 11/05/07
LJN: AZ1192, Rechtbank
Utrecht , 215053/FA RK
06-3569
Datum
uitspraak:
18-08-2006
Datum
publicatie:
02-11-2006
Rechtsgebied:
Personen-en
familierecht
Soort
procedure:
Eerste aanleg
- enkelvoudig
Inhoudsindicatie:
Moeder heeft
verhuizing doorgezet,
ondanks eerdere afwijzing
van een verzoek tot
wijziging van de
co-ouderschapsregeling.
Vader vraagt nu medewerking
van de moeder aan uitvoering
van de
co-ouderschapsregeling (met
dwangsom) en wijziging
verblijfplaats van de
kinderen. De rechtbank wijst
de verzoeken toe, met
vaststelling van een
omgangsregeling tussen de
moeder en de kinderen.
Uitspraak
beschikking
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en
familierecht
zaaknummer / rekestnummer:
215053 / FA RK 06-3569
geschillenregeling 1:253a
Beschikking van 18 augustus
20[naam kind 1]de zaak van
[de vader],
wonende te [woonplaats],
de vader,
procureur mr. E.H. de
Jonge-Wiemans,
tegen
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
gemeente [gemeente],
de moeder,
procureur mr. V.C.T. van 't
Westende Meeder.
1. Verloop van de procedure
De vader heeft op 23 juni
2006 ter griffie van deze
rechtbank een verzoekschrift
ex artikel
1:253 a BW ingediend.
De moeder heeft op 21 juli
2006 een verweerschrift
ingediend.
Op 5 juli 2006 is ter
griffie van deze rechtbank
een brief binnengekomen van
mr. De Jonge-Wiemans en op
14 augustus 2006 een fax van
mr. Van ’t Westende Meeder.
De zaak is behandeld ter
terechtzitting met gesloten
deuren van 15 augustus 2006.
De minderjarige [naam kind
1] is op 18 augustus 2006
door de rechter gehoord.
2. Vaststaande feiten
- Het huwelijk van partijen
is door echtscheiding
ontbonden.
- De minderjarige kinderen
van partijen zijn:
[naam kind 1], geboren op 29
december 1993 te
[woonplaats],
[naam kind 2], geboren op
15 mei 1996 te [woonplaats].
- Partijen zijn samen belast
met het ouderlijk gezag over
de minderjarigen.
3. Beoordeling van het
verzochte
3.1 Verzoek vader
De vader heeft - kort
weergegeven - gevraagd de
actieve medewerking van de
moeder te bevelen aan het
voortduren van de
co-ouderschapsregeling
alsook haar medewerking te
verlenen aan de inschrijving
van de minderjarige [naam
kind 1] op het Eemland
College in [woonplaats] en
de minderjarige [naam kind
2] ingeschreven te houden op
zijn huidige basisschool
althans een zodanige
beslissing te nemen,
rekening houdend met het
co-ouderschap en de belangen
van de kinderen. Dit alles
op last van een dwangsom.
Ter terechtzitting heeft de
vader zijn verzoek zodanig
gewijzigd dat hij ook
wijziging van de
verblijfplaats van de
kinderen verzoekt.
3.2 Verweer moeder
De moeder heeft zich
hiertegen verweerd en heeft
verzocht het (gewijzigde)
verzoek van de vader af te
wijzen.
3.3 Inhoudelijke beoordeling
3.3.1. Omvang van het
geschil
De moeder heeft zich op
zichzelf niet verzet tegen
de hiervoor vermelde
wijziging van het verzoek
van de vader. Voor zover de
moeder meent onvoldoende in
staat te zijn gesteld om
inhoudelijk verweer op het
gewijzigde verzoek te
voeren, verwerpt de
rechtbank die grond, nu
gebleken is dat de moeder
ter zitting feitelijk
verweer heeft gevoerd en
bovendien het gewijzigde
verzoek van de vader valt
aan te merken als een nadere
precisering van zijn
subsidiaire verzoek om een
zodanige beslissing te geven
rekening houdend met het
co-ouderschap en de belangen
van de kinderen. De moeder
is door de wijziging van het
verzoek derhalve niet
onredelijk in haar belang
geschaad. De rechtbank zal
dan ook recht doen op het
aldus gewijzigde verzoek.
3.3.2 Voorgeschiedenis
Op 17 november 2004 is
tussen de ouders de
echtscheiding uitgesproken.
In het kader van de
echtscheidingsprocedure
hebben de vader en de moeder
zich tot een mediator gewend
om afspraken te maken over
de verdeling van de
gezamenlijke zorg voor hun
kinderen [naam kind 1] en
[naam kind 2]. Vervolgens is
tussen hen een
vaststellingsovereenkomst
tot stand gekomen. Deze
overeenkomst houdt in dat de
kinderen op maandag, dinsdag
en woensdag bij hun moeder
zijn en op donderdag en
vrijdag bij hun vader. Op
zaterdag en zondag zijn de
kinderen de ene week bij
vader en de andere week bij
moeder. Daarnaast gaan de
kinderen tijdens de
vakantieperiode tien dagen
per jaar extra naar vader.
Deze regeling is op verzoek
van de ouders in de
echtscheidingsbeschikking
opgenomen. Voorts heeft de
rechtbank, op grond van de
overeengekomen
co-ouderschapsregeling,
bepaald dat de kinderen hun
gewone verblijfplaats bij de
moeder zullen hebben.
In het voorjaar van 2005,
dus kort na de
totstandkoming van
bovengenoemde
co-ouderschapsregeling,
heeft de moeder besloten om
samen met haar nieuwe
partner naar Rockanje te
verhuizen. Zij hebben daar
een woning gekocht en
stellen inmiddels aan het
verhuizen te zijn. De vader
en de moeder hebben over de
consequenties van deze
beslissing van de moeder ten
aanzien van de
verblijfsregeling van de
kinderen geen
overeenstemming kunnen
bereiken. De moeder heeft
zich vervolgens tot de
rechtbank gewend en verzocht
de regeling te wijzigen,
welk verzoek bij uitvoerbaar
bij voorraad verklaarde
beschikking van 12 april
2006 is afgewezen. De
rechtbank heeft daartoe
onder meer overwogen dat de
noodzaak tot verhuizing niet
is aangetoond en dat er
evenmin reden was om het
verblijf van de kinderen bij
de vader te verminderen.
Desalniettemin heeft de
moeder haar plannen om te
verhuizen doorgezet en heeft
de kinderen, zonder
instemming van de vader,
ingeschreven bij scholen in
de omgeving van Rockanje. Op
de dag van de zitting had de
feitelijke verhuizing echter
nog niet plaats gevonden. De
moeder was wel de
verhuisdozen aan het
inpakken. Overigens heeft de
moeder tegen de beschikking
van 12 april 2006 hoger
beroep ingesteld. De
behandeling zal echter pas
in dit najaar plaatsvinden
3.3.3 Inhoudelijke
beoordeling
Inmiddels breekt het nieuwe
schooljaar aan en tot op
heden hebben de ouders geen
oplossing voor hun geschil
gevonden. De vader wenst aan
de huidige
co-ouderschapsregeling vast
te houden, hetgeen met zich
meebrengt dat de kinderen in
[woonplaats] naar school
(blijven) gaan, terwijl de
moeder een aanpassing van de
regeling wil zodat de
kinderen naar nieuwe scholen
in de buurt van Rockanje
kunnen. Zowel bij fax van 14
augustus 2006 als op de
zitting heeft de moeder te
kennen gegeven dat zij het
co-ouderschap wil handhaven.
De vader heeft op zijn beurt
verklaard dat hij het niet
eens is met de consequenties
die deze beslissing op het
co-ouderschap hebben, te
weten dat het co-ouderschap
door de geografische afstand
feitelijk onmogelijk wordt
en het contact tussen de
kinderen en hun vader
wezenlijk zal wijzigen.
De rechtbank acht het voor
de te nemen beslissing van
belang om aan te sluiten bij
de bedoeling van de ouders
ten tijde van het maken van
de afspraken in 2004 en
neemt daarbij de
vaststellingsovereenkomst
als uitgangspunt. Het feit
dat de vader en de moeder
een co-ouderschapsregeling
zijn overeengekomen geeft
aan dat zowel de vader als
de moeder nauw betrokken
willen blijven bij de
opvoeding en verzorging van
de kinderen ondanks het feit
dat zij niet meer bij elkaar
zijn. De rechtbank begrijpt
dat de ouders deze afspraken
gemaakt hebben ervan
uitgaande dat zij beiden in
of rond [woonplaats] zouden
blijven wonen. Immers, de
kinderen gaan in
[woonplaats] naar school en
hebben daar hun sociale
leven. De destijds
overeengekomen
co-ouderschapregeling maakte
het mogelijk dat de kinderen
in hun vertrouwde omgeving
konden blijven wonen. De
geplande verhuizing van de
moeder brengt echter met
zich mee dat [naam kind 1]
en [naam kind 2] uit de
vertrouwde omgeving van
[woonplaats] worden
weggehaald en dat het
contact tussen de vader en
de kinderen drastisch wordt
beperkt. Deze consequenties
zouden dus, zonder enige
feitelijke zeggenschap van
de vader, eenzijdig ten
laste van de omgang tussen
de kinderen en de vader
komen, zonder dat daarvoor
enigerlei noodzaak is
gebleken. De moeder had er
immers ook voor kunnen
kiezen een woning in (de
buurt van) [woonplaats] te
zoeken. De rechtbank merkt
nogmaals op dat de ouders
naast het co-ouderschap
gezamenlijk met het gezag
over hun kinderen belast
zijn en derhalve gehouden
zijn belangrijke
beslissingen over de
kinderen gezamenlijk te
nemen. Daaronder vallen
beslissingen over de
verblijfplaats van de
kinderen en de mate waarin
en de omstandigheden
waaronder de kinderen met
beide ouders contact met
elkaar onderhouden. De
rechtbank verwijst hierbij
naar de beschikking van 12
april 2006. De moeder heeft
weliswaar hoger beroep
ingesteld tegen deze
beslissing, echter door de
status-quo te handhaven tot
de uitspraak in hoger beroep
wordt voorkomen dat de
kinderen eventueel twee keer
zouden moeten verhuizen. De
rechtbank merkt voorts op
dat het hier niet het
afstemmen van het leven van
moeder aan de wensen van de
vader betreft, zoals door de
moeder ter terechtzitting
naar voren is gebracht, doch
om het afstemmen van haar
leven aan de belangen van de
kinderen. Naar het oordeel
van de rechtbank is het in
het belang van [naam kind 1]
en [naam kind 2] dat zij zo
veel mogelijk in hun
vertrouwde omgeving blijven
en dat de in 2004 gemaakte
afspraken in stand blijven.
Om dit te bewerkstelligen
dient de toentertijd
afgesproken situatie te
worden gehandhaafd. Dit
betekent dat [naam kind 1]
in [woonplaats] naar zijn
nieuwe school gaat en dat
[naam kind 2] op zijn
huidige school blijft.
Indien en voorzover de
moeder de verhuizing naar
haar nieuwe woonplaats
doorzet is het onmogelijk om
de huidige regeling in stand
te laten. De afstand
Rockanje-[woonplaats] is
eenvoudigweg te groot om
dagelijks te overbruggen. De
verblijfplaats van de
kinderen kan dan ook niet
langer bij de moeder zijn en
zal derhalve dienen te
worden gewijzigd. De
rechtbank realiseert zich
daarbij dat ook dan het
co-ouderschap niet in
ongewijzigde vorm in stand
kan blijven. De kinderen
kunnen dan echter wel in hun
vertrouwde omgeving blijven
zodat deze oplossing van
twee kwaden de minst slechte
is.
Over de verblijfplaats van
[naam kind 1] en [naam kind
2] overweegt de rechtbank
voorts nog als volgt.
De rechtbank constateert dat
zowel de vader als de moeder
begaan zijn met hun kinderen
en het beste met hen voor
hebben. Beide ouders worden
in staat geacht om op een
goede wijze in de verzorging
en opvoeding van hun
kinderen te voorzien. Het
tegendeel is immers gesteld
noch gebleken. Voorts wijst
de rechtbank er nogmaals op
dat deze wijziging in het
belang van [naam kind 1] en
[naam kind 2] is. Het
verzoek van de vader zal
derhalve worden toegewezen
en de kinderen zullen met
ingang van de datum van deze
beslissing hun gewone
verblijfplaats bij hun vader
hebben. De rechtbank gaat er
daarbij van uit dat de vader
passende maatregelen neemt
voor de opvang van [naam
kind 1] en [naam kind 2] op
de tijden dat hij aan het
werk is, zoals hij reeds
eerder op de donderdag en
vrijdag deed. Gelet op de
intentie van de beide ouders
om nauw bij de zorg van de
kinderen betrokken te zijn
zal de rechtbank een ruime
omgangsregeling tussen de
kinderen en de moeder
bepalen. Gelet op de afstand
tussen Rockanje en
[woonplaats] zal de
rechtbank bepalen dat het
halen en brengen van de
kinderen tussen de ouders
bij helfte dient te worden
verdeeld. De frequentie van
de omgangsregeling hebben
partijen aan de rechtbank
overgelaten. De rechtbank
zal bepalen dat [naam kind
1] en [naam kind 2] tijdens
drie van de vijf
opeenvolgende weekenden van
vrijdagmiddag tot
zondagavond bij hun moeder
zullen verblijven. De ouders
dienen, indien nodig met
ondersteuning van hun
raadslieden, nadere
afspraken te maken over de
volgorde van deze weekenden.
Ten slotte merkt de
rechtbank ten overvloede op
dat het bij gezamenlijk
gezag van het grootste
belang is dat ouders met
elkaar overleggen over de
beslissingen die betrekking
hebben op de verzorging en
opvoeding van hun kinderen.
De rechtbank drukt de ouders
nogmaals op het hart zich
tot een mediator te wenden
om beter met elkaar te leren
communiceren, zodat verdere
conflicten in de toekomst
kunnen worden vermeden.
3.3.3 Dwangsom
De vader heeft zijn
verzoeken onder oplegging
van een dwangsom gedaan.
Naar het oordeel van de
rechtbank dient met het
opleggen van een dergelijke
sanctie behoedzaam te worden
omgegaan. In de onderhavige
zaak ziet de rechtbank
aanleiding deze maatregel
wel te treffen. De hieronder
te nemen beslissing zal met
name door de moeder als
ingrijpend worden ervaren en
zal de nodige impact hebben
op het dagelijkse leven
zoals zij dat voor ogen had
toen zij besloot naar
Rockanje te verhuizen. Het
feit dat de moeder tegen de
beschikking van 12 april
jongstleden hoger beroep
heeft aangetekend
ondersteunt de
veronderstelling dat zij
moeite zal hebben zich bij
de onderhavige beslissing
neer te leggen. Dit alles is
voor de rechtbank aanleiding
om een dwangsom op te
leggen. De door de vader
verzochte bedragen acht de
rechtbank in strijd met de
redelijkheid en billijkheid
en zullen op na te melden
wijze worden gematigd.
4. Beslissing
4.1
De beschikking van deze
rechtbank van 17 november
2004 wordt met ingang van
heden gewijzigd.
4.2
De minderjarige kinderen
zullen hun gewone
verblijfplaats bij de vader
hebben.
4.3
De moeder heeft recht op
omgang met de minderjarigen
en wel drie weekenden per
vijf weken van vrijdagavond
tot zondagavond, waarbij de
ene keer de vader de
kinderen haalt en brengt en
de andere keer de moeder,
dit alles in onderling
overleg af te spreken.
De moeder verbeurt aan de
vader een dwangsom van €
50,00 voor elke keer dat zij
de minderjarigen na de
omgang niet terugbrengt naar
de vader.
4.4
De rechtbank bepaalt dat de
moeder haar medewerking moet
verlenen bij de inschrijving
van de minderjarige [naam
kind 1] op een middelbare
school te [woonplaats] en
het ingeschreven houden van
de minderjarige [naam kind
2] op zijn huidige school.
De moeder verbeurt aan de
vader een dwangsom van €
50,00 per dag dat zij geen
uitvoering geeft aan de
(her)inschrijving van de
minderjarigen op hun
scholen.
4.5
Deze beslissing is tot zover
uitvoerbaar bij voorraad.
4.6
Het meer of anders verzochte
wordt afgewezen.
4.7
De beschikking van 17
november 2004 blijft voor
het overige gehandhaafd.
Deze beschikking is gegeven
door mr. A.S. Penders,
kinderrechter, in
tegenwoordigheid van drs. S.
Verhoeven, griffier, en
uitgesproken ter openbare
terechtzitting van 18
augustus 2006.
bron:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=AZ1192&u_ljn=AZ1192
| |