Onderhoudsplicht.
1)
Strafwetboek
HOOFDSTUK IX. -
VERLATING VAN FAMILIE.
Art.
391bis.
<W 05-07-1963, art. 1>
Met gevangenisstraf van acht
dagen tot zes maanden en met
geldboete van vijftig frank
tot vijfhonderd frank of met
een van die straffen alleen,
onverminderd de toepassing
van strengere straffen,
indien daartoe grond
bestaat, wordt gestraft hij
die, na door een
rechterlijke beslissing
waartegen geen verzet of
hoger beroep meer openstaat,
te zijn veroordeeld om een
uitkering tot onderhoud te
betalen aan zijn echtgenoot,
aan zijn bloedverwanten in
de nederdalende of in de
opgaande lijn, meer dan twee
maanden vrijwillig in
gebreke blijft de termijnen
ervan te kwijten.
(Met dezelfde straffen
wordt gestraft hij die, in
de omstandigheden omschreven
in het eerste lid, niet
voldoet aan de
verplichtingen bepaald in de
artikelen 203bis, 206,
207, 301, 303, 306, 307, 336
(en 353-14 van het
Burgerlijk Wetboek) en in de
artikelen 1288, 3° en 4°, en
1306, derde lid, van het
Gerechtelijk Wetboek.) <W
31-03-1987, art. 93> <W
2003-04-24/32, art. 6, 045;
Inwerkingtreding :
01-09-2005>
Dezelfde straffen zijn van
toepassing op de echtgenoot
die zich vrijwillig geheel
of ten dele onttrekt aan de
gevolgen van de machtiging
door de rechter verleend
krachtens (de artikelen
203ter, 221 en 301bis van
het Burgerlijk Wetboek en
1280, vijfde lid, en 1306,
eerste lid, van het
Gerechtelijk Wetboek)
wanneer tegen die machtiging
geen verzet of hoger beroep
meer openstaat. <W
31-03-1987, art. 93>
Hetzelfde geldt voor de
echtgenoot die, na te zijn
veroordeeld, hetzij tot een
van de verplichtingen op de
niet-nakoming waarvan door
de eerste twee leden van dit
artikel straf is gesteld,
hetzij ingevolge (de
artikelen 203ter, 221 en
301bis van het Burgerlijk
Wetboek en 1280, vijfde lid,
en 1306, eerste lid, van het
Gerechtelijk Wetboek) zich
vrijwillig ervan onthoudt de
door de sociale wetgeving
voorgeschreven formaliteiten
te vervullen en zijn
echtgenoot of zijn kinderen
aldus berooft van de
voordelen waarop zij
aanspraak konden maken. <W
31-03-1987, art. 93>
(Dezelfde straffen gelden
voor eenieder die het
toezicht op de gezinsbijslag
of andere sociale
uitkeringen vrijwillig
belemmert, door na te laten
de nodige documenten te
bezorgen aan de instellingen
belast met de vereffening
van die uitkeringen, door
valse of onvolledige
aangiften te doen, of door
de bestemming te wijzigen
die de persoon of de
overheid, aangewezen
overeenkomstig artikel 29
van de wet van 8 april 1965
betreffende de
jeugdbescherming, eraan
gegeven heeft.) <L
2005-08-10/62, art. 2, 054 ;
Inwerkingtreding :
02-09-2005>
In geval van een tweede
veroordeling wegens een van
de in dit artikel omschreven
misdrijven, gepleegd binnen
een termijn van vijf jaar te
rekenen van de eerste,
kunnen de straffen worden
verdubbeld.
Art.
391ter. <W
05-07-1963, art. 2>
Wanneer een persoon meer
dan twee maanden in gebreke
is gebleven te voldoen aan
een van de verplichtingen op
de niet-nakoming waarvan
door artikel 391bis straf is
gesteld, kan hij voor de
vrederechter worden
opgeroepen op verzoek van
belanghebbenden of van het
openbaar ministerie. De
oproeping geschiedt door
middel van een aangetekende
brief, door de griffier
getekend en verzonden met
een bericht van ontvangst.
De vrederechter neemt de
verklaringen van de partijen
af en maakt van een en ander
een proces-verbaal op, dat
hij aan de procureur des
Konings doet toekomen.