f4j.be » informatie / onderwijs en opvang      :: Ga naar  
   
 
 

Informatie

Als ouder heb je steeds het recht op alle nuttige informatie omtrent de opvoeding van het kind.  Enkel indien de ouder uit zijn ouderlijke macht is ontzet door de jeugdrechter op basis van artikel 32 van de jeugdbeschermingswet vervalt dit recht. Dit kan indien de ouder strafrechterlijk is veroordeeld, het kind heeft mishandeld of verwaarloost alsook door slechte behandeling.  Jaarlijks zijn er in België ongeveer 50 ouders die ontzet worden uit hun ouderlijke macht.   

Het is art. 374 BW waar het recht van de ouders op informatie inzake de opvoeding of het toezicht op de opvoeding van de kinderen omschreven staat.

Indien de andere ouder of de derde plichtbewust handelt, dan kan je bij hen terecht voor alle nuttige informatie inwinnen omtrent de opvoeding van je kinderen. Indien de andere ouder of derden zoals bijvoorbeeld de school zich niet plichtbewust handelen, kan men zich tot de jeugdrechtbank wenden. 

 

      

 

Artikel 374 burgerlijk wetboek

Art. 374. BW <13 april 1995>

Wanneer de ouders niet samenleven, blijven zij het ouderlijk gezag gezamenlijk uitoefenen en geldt het in artikel 373, tweede lid, bepaalde vermoeden. 

Bij gebreke van overeenstemming over de organisatie van de huisvesting van het kind, over de belangrijke beslissingen betreffende zijn gezondheid, zijn opvoeding, zijn opleiding en zijn ontspanning en over de godsdienstige of levensbeschouwelijke keuzes of wanneer deze overeenstemming strijdig lijkt met het belang van het kind, kan de bevoegde rechter de uitoefening van het ouderlijk gezag uitsluitend opdragen aan één van beide ouders. 

Hij kan eveneens bepalen welke beslissingen met betrekking tot de opvoeding alleen met instemming van beide ouders kunnen worden genomen.  Hij bepaalt de wijze waarop de ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, persoonlijk contact met het kind onderhoudt. Dat persoonlijk contact kan enkel om bijzonder ernstige redenen worden geweigerd.

De ouder die niet het ouderlijk gezag uitoefent, behoudt het recht om toezicht te houden op de opvoeding van het kind. Hij kan bij de andere ouder of bij derden alle nuttige informatie hieromtrent inwinnen en zich in het belang van het kind tot de jeugdrechtbank wenden. 

In elk geval bepaalt de rechter de wijze waarop het kind wordt gehuisvest en de plaats waar het in het bevolkingsregister wordt ingeschreven als hebbende aldaar zijn hoofdverblijf.

  

 

      

 

Datum Type Titel Bron
31/01/06   School en echtscheiding VSKO
01/11/06 pdf CLB: Co-ouderschap CLB-Torhout
01/08/04 pdf Vertrouwenspersoon voor jongeren met echtscheidingsproblematiek  

Verwante links:

 

Ontzetting ouderlijk gezag

 

Wet van 8 april 1965 - Wet betreffende de jeugdbeschreming.

 

Art. 32. Van (het ouderlijk gezag) ten aanzien van alle kinderen, of van één of meer onder hen, kan geheel of ten dele worden ontzet : <W 31-03-1987, art. 105>
 

1° de vader of de moeder die is veroordeeld tot een criminele of correctionele straf wegens enig feit gepleegd op de persoon of met behulp van een van de kinderen of afstammelingen;
 

2° de vader of de moeder die, door slechte behandeling, misbruik van gezag, kennelijk slecht gedrag of erge nalatigheid, de gezondheid, de veiligheid of de zedelijkheid van het kind in gevaar brengt.
 

Hetzelfde geldt voor de vader of de moeder die huwt met een persoon die van (het ouderlijk gezag) is ontzet.

<W 31-03-1987, art. 105>
 

De ontzetting wordt uitgesproken door de jeugdrechtbank, op vordering van het openbaar ministerie.