5) Belang van het kind
Bij ouderlijk gezag kon U
het reeds lezen:
‘het belang van
het kind’ gehanteerd als
criterium is
delicate materie.
Daarom is
het noodzakelijk dit begrip
kort toe te lichten.
‘Het
belang van het kind’ is de
leidraad in het personen- en
familierecht.
Het
begrip ‘het belang van het
kind’ kan niet op een
definitieve wijze worden
vastgelegd. Het is een tijd-
en plaatsgebonden begrip en
dus onderhevig aan evolutie.
Het is ook een
contextgebonden begrip. Wat
het ‘belang van het kind’
inhoudt, varieert naargelang
de omstandigheden. De
rechter beoordeelt dit
begrip aan de hand van de
specifieke gegevens van een
zaak. Uiteraard wordt de
rechter hierbij beïnvloed
door een zekere
subjectiviteit. Hoe de
rechter het begrip invult,
hangt af van zijn inzichten
en hoe hij de omstandigheden
ervaart.
Vooraleer
de rechter een beslissing
neemt, is het belangrijk om
na te gaan in welke mate
deze de belangen van het
kind al dan niet zal
schaden.
Artikel 3
I.V.R.K.
1.
Bij alle maatregelen
betreffende
kinderen, ongeacht
of deze worden
genomen door
openbare of
particuliere
instellingen voor
maatschappelijk
welzijn of door
rechterlijke
instanties,
bestuurlijke
autoriteiten of
wetgevende lichamen,
vormen de belangen
van het kind de
eerste overweging.
2. De
Staten die partij
zijn, verbinden zich
ertoe het kind te
verzekeren van de
bescherming en de
zorg die nodig zijn
voor zijn of haar
welzijn, rekening
houdend met de
rechten en plichten
van zijn of haar
ouders, wettige
voogden of anderen
die wettelijk
verantwoordelijk
voor het kind zijn,
en nemen hiertoe
alle passende
wettelijke en
bestuur maatregelen.
3. De
Staten die partij
zijn, waarborgen dat
de instellingen,
diensten en
voorzieningen die
verantwoordelijk
zijn voor de zorg
voor of de
bescherming van
kinderen voldoen aan
de door de bevoegde
autoriteiten
vastgestelde normen,
met name ten aanzien
van de veiligheid,
de gezondheid, het
aantal
personeelsleden en
hun geschiktheid,
alsmede bevoegd
toezicht.
f4j.be nodigt U uit, om 30
seconden van Uw tijd te
spenderen om het audio
fragment te beluisteren
"Right for the
wrong reason":
Rechter Mr Van
Den Eeden sprak
als zijn zeer
gewaardeerde
opinie uit: "Als
de twee ouders
niet
akkoord gaan met
co-ouderschap
zal de rechter
een beslissing
moeten nemen en
dan gaat hij in
de meeste
gevallen uit van
de zorg gelijk
te verdelen
zoals nu bij
voorrang in de
wet is voorzien,
OMDAT
dit het meest
het belang van
het kind dient,
dat op die
manier het meest
volledige
contact kan
onderhouden met
beide ouders".
De vraag blijft
waarom dat dit
het meest het
belang van het
kind dient en
waarom dat als
universeel
uitgangspunt
genomen mag
worden.
Het antwoord
is erg goed,
maar een nog
exacter antwoord luidt, dat de
rechtsgelijkheid
en
rechtszekerheid
van het
co-ouderschap de
beste waarborg
is voor rust en vrede
tussen de
ouders, en rust
en vrede
tussen de
ouders, dat is
pas echt het
belang van het
kind. De
voorziening van
goed
ouderschap geldt
ook voor
gescheiden
ouders en dient
enkel case-by-case
onderzocht te
worden bij
gevaarsituaties.
Meestal zijn
gevaarsituaties
binnen het gezin
al langer
aanwezig en
gekend en
opgevolgd door
de overheid.
Wat blijft over?
De rijtijd of
afstand en de
agenda's van de
ouders om op
elkaar af te
stemmen.
In een kort debat achter de
schermen omtrent
"het belang van het kind"
als beslissingsgrondslag in
familiezaken"
kwam Mr. Peter Prinsen tot
(tussen)conclusie:
1. Het belang van het kind
is: vrede tussen de ouders.
2. Hierover kan geen gebrek
aan consensus bestaan.
3. Het
voorkomen van
verstoring van de vrede
vergt:
- gedisciplineerdheid
van magistraten en
bemiddelaars om geen ruimte
te bieden aan twistdebatten
over het belang van het
kind,
- ontmoralisering van
hun eigen beroepshouding,
- respect voor de
presumtie van goed
ouderschap van beide ouders,n beide ouders,n beide ouders,
- ontvlechting van
scheidingsrecht en
kinderbeschermingsrecht.
4. Jan Piet de Man
signaleert in zijn artikel
"Het belang van het kind bij
(echt)scheiding" (Revue
Trimestrielle de Droit
Familial, 3-4/1992, pp.
227-236):
"De praktische toepassing
van het "case-by-case"
principe, het belang van het
kind in elk individueel
geval afzonderlijk vast te
stellen, blijkt in de
praktijk dus het
tegenovergestelde effect te
bereiken! Het zou dus meer
in het belang van het kind
zijn, een algemeen geldende
regel van toewijzing van de
"hoede" vast te leggen, die
dus de rechtsonzekerheid
wegneemt, en de daaruit
voortvloeiende
traumatiserende strijd".
Dit lijkt mij de
rechtspsychologische
essentie, die op zichzelf
reeds voldoende is om tot
gelijke zorgdeling te komen.
In aanvulling daarop is Jan
Piet vanuit
gedragswetenschappelijk
perspectief tot diezelfde
conclusie gekomen. Mijn zorg
is, dat er weer andere
gedragswetenschappers komen
met andere opvattingen en
dat in die discussie het
rechtspsychologisch argument
op de achtergrond raakt. Ik
heb dat rechtspsychologisch
argument, dat ook al door
Jan Piet wordt gehanteerd,
naar voren willen halen.
Hopelijk wordt dit debat
eens grondig gevoerd op
internationaal niveau,
hopend daar een weerslag van
te zien in het Westers
familierecht. De
toekomst zal uitmaken of de
nieuwe bilocatiewet een
gunstige impact zal hebben
op het aantal- en de aard
van de
(v)echtscheidingen.
Is het belang van het kind
een forumdiscussie waard?
“Het belang van het
kind is een containerbegrip
waar men alle kanten mee
uitkan.” (Guy Swennen).
In de hoop hier een
boom te kunnen opzetten en
hieruit te leren het
volgende.
I) Wat zegt de wet?
II) Wat is de
praktijk?
De praktijk is dat 1 op 4
kinderen hun contact
verliezen met hun ouder na
echtscheiding.(CBS
Nederland)
III) Als de oorzaak
v/d praktijk “het belang van
het kind is”, worden onze
kinderen dan niet beter met
een wettelijk verbod het
belang van het kind in debat
te brengen bij een rechter?
I) Wat zegt de wet?
A)
art.3 IVRK (belang van
kind = de eerste overweging)
B)
art. 18 IVRK (Beide
ouders delen de gezamenlijke
verantwoordelijkheid)
C)
art. 9§3 IVRK (bij
scheiding: frequent en
regelmatig contact met beide
ouders)
D)
art. 8 IVRK (behoud van
identiteit, met inbegrip van
behoud van
familiebetrekkingen)
E) Grondwet art. 1
NL (In
België 10&11): Dacht iets in
de aard dat vrouw en man
gelijke rechten hebben.