|
|
|
|
|
| |
Falende
gelijkstelling leidt tot
geweld tegen vrouwen
24/11/2005
Gazet van Antwerpen
In vele landen is elke
tweede vrouw door haar
partner al eens geslagen of
moet andere vormen van
huiselijk geweld ondergaan.
Dat is gebleken uit een
grootscheepse bevraging van
de
Wereldgezondheidsorganisatie
(WHO) in tien landen.
Een van de hoofdoorzaken
voor geweld tegen vrouwen is
blijkbaar het ontbreken van
gelijkheid tussen man en
vrouw. Dit is tegelijkertijd
het gevolg en de oorzaak van
huiselijk geweld tegen
vrouwen, aldus de bevinding
van de WHO in een donderdag
in Genève voorgestelde
studie.
"Huiselijk geweld vormt een
groot probleem voor vrouwen
in verschillende landen en
culturen", zei
WHO-directeur-generaal Jong
Wook Lee. Vrijdag vindt de
Internationale Dag tegen
Geweld tegen Vrouwen plaats.
Geweld tegen vrouwen heeft
voor de betrokkenen
verreikende consequenties
voor de gezondheid, luidt
het in het verslag. De WHO
roept de regeringen op om
gezamenlijk op te treden
tegen geweld tegen vrouwen.
De VN-organisatie biedt ook
voorstellen aan voor een
verbeterde opvoeding en een
wijziging van het
justitieapparaat.
In totaal werden voor de
studie 24.000 vrouwen in
tien landen - Bangladesh,
Brazilië, Ethiopië, Japan,
Namibië, Peru, Samoa, Servië
en Montenegro, Thailand en
Tanzania bevraagd. Een kwart
tot de helft van de vrouwen
gaf aan, het slachtoffer te
zijn geweest van huiselijk
geweld. Ook eerdere
onderzoeken hebben
aangetoond dat tot 52
procent van de bevraagde
vrouwen door hun partner
werd geslagen.
Voor vrouwen is het gevaar
groter om door naasten
gewelddadig behandeld te
worden dan door vreemden op
straat, zei Lee. "De
publieke opinie meent dat
thuis een veilige haven is.
Maar dat is niet zo". De
politiek moet zich meer
bezighouden met het fenomeen
van heimelijk huiselijk
geweld, zegt de WHO. Daartoe
behoort ook de vroegtijdige
vaststelling door artsen bij
onderzoeken en dan de
noodzakelijke gerechtelijke
vervolging voor dergelijke
strafbare feiten. De meeste
vrouwen die bevraagd werden
en lichamelijk geweld
toegaven, hadden er nooit
eerder met iemand over
gesproken, zei de
directeur-generaal van de
WHO.
|
|
|
|
|
|