Fiscaal co-ouderschap
18/11/2008 12:00
Steeds meer uit de echt gescheiden ouders kiezen ervoor om hun kinderen op te voeden in co-ouderschap. Volgens SP.A-senator Guy Swennen is de wetgeving echter nog niet genoeg aangepast aan de veranderende samenleving.
De tijd dat kinderen na een scheiding automatisch aan de moeder werden toegewezen, ligt ver achter ons. Vandaag kiezen scheidende koppels vaak voor co-ouderschap. Bij zo'n regeling verblijven de kinderen de helft van de tijd bij de ene ouder en de andere helft bij de andere ouder. Afwisselend een week bij mama en een week bij papa is voor veel kinderen daardoor heel gewoon geworden. Ook onze wetgeving, die nog vaak van een klassieke gezinssituatie uitgaat, past zich mondjesmaat aan dit nieuwe fenomeen aan.
In 1995 kwam er voor het eerst een wet op co-ouderschap, onder impuls van huidig SP.A-senator Guy Swennen, en in 2006 kwam er een tweede. Sinds de belastingaangifte van dit jaar is ook de fiscus vriendelijker voor co-ouders.
Een belangrijke vraag voor hen is immers welke ouder de kinderen fiscaal ten laste neemt. Belangrijk, aangezien het deel van het inkomen dat belastingvrij is, wordt verhoogd per kind ten laste. In geval van co-ouderschap kunnen de kinderen nu voor de helft fiscaal ten laste worden genomen door de moeder en voor de andere helft door de vader, zodat die allebei voor een stuk genieten van het extra belastingvrije inkomen. Dit geldt wel enkel zolang de ouders als alleenstaande belast zijn, en vervalt dus wanneer ze gaan samenwonen of hertrouwen.
Beide ouders moeten bovendien akkoord gaan met het fiscaal delen van de ten laste zijnde kinderen, in een geregistreerde of een door een rechter gehomologeerde overeenkomst. Die is wel eenmalig en wordt daarna automatisch toegepast. Is er geen overeenkomst, dan zijn de kinderen in principe ten laste bij de ouder bij wie ze gedomicilieerd zijn op één januari van het aanslagjaar.
Belangrijk om te weten is bovendien dat het fiscale co-ouderschap nooit wordt toegepast als een van de ouders de onderhoudsuitkeringen, die hij of zij betaald heeft voor de kinderen, fiscaal aftrekt.
Een papiermolen die nergens voor nodig is, en eenvoudig verholpen kan worden door een co-ouderschapspasje van de gemeente.' Swennen ziet ook een oplossing in het Franse model, waar kinderen dubbel gedomicilieerd worden, bij elke ouder waar ze afwisselend wonen.
Thomas Verbeke