f4j.be » documenten Wordt de bilocatiewet wel toegepast?      :: Ga naar  
 

f4j.be home


Bron     www.dekamer.be  
Datum  28/05/08
 
 
Wordt de bilocatiewet wel toegepast?
 
 
CRABV 52 COM 228 28/05/2008 1
COMMISSIE VOOR DE JUSTITIE COMMISSION DE LA JUSTICE
van
WOENSDAG 28 MEI 2008
Voormiddag
______

De vergadering wordt geopend om 10.05 uur en voorgezeten door mevrouw Mia De Schamphelaere.
01 Samengevoegde vragen van
 
- mevrouw Sonja Becq aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en
staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, over "de gedeelde
verblijfsregeling in geval van co-ouderschap" (nr. 5456)
 
- mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste
minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, over "de
toepassing van de wet dd. 18 juli 2006 (gelijkmatig verdeelde huisvesting en gedwongen
tenuitvoerlegging inzake huisvesting" (nr. 5666)
 
01.01 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Door de wetswijziging van 2006 wordt het co-ouderschap, met een
gelijkmatige verdeling van huisvesting tussen beide ouders, aangemoedigd. Uit de praktijk blijkt nu dat dit van
kinderen heel wat meer aanpassingsvermogen en flexibiliteit vraagt dan een regeling met een hoofdverblijf.
Niet alle kinderen kunnen dit blijkbaar aan, meteen ook de reden waarom heel wat organisaties - ook
vrouwenbewegingen – aarzelen om het principe van co-ouderschap veralgemeend te promoten. Het is
daarom belangrijk om deze verblijfsregelingen, en de consequenties ervan, goed op te volgen. Beschikt de
staatssecretaris over cijfers van de laatste vijf jaar die duidelijk maken in hoeveel gevallen een gedeeld
verblijfsrecht werd toegekend?
 
Als Vlaams parlementslid heb ik ooit nog een voorstel van decreet ingediend over scheidingsbemiddeling.
Dat voorstel heeft het niet gehaald omdat de advocatuur terecht van mening was dat Vlaanderen hier niet
bevoegd voor was, maar het heeft wel wat in beweging gebracht. Het resultaat is dat er nu organisaties
bestaan die privéopleidingen in scheidingsbemiddeling geven. Verwijst de rechter bij discussies door naar
deze bemiddelingsorganisaties?
 
Leidt dit tot een opschorting van de procedure?
 
Zijn de rechters op de hoogte van het bestaan van de organisaties die echtscheidingsbemiddeling bieden,
zoals de centra voor algemeen welzijnswerk, de centra voor levensbegeleiding en advocaten die hiervoor een
specifieke opleiding hebben gevolgd?
 
Is de staatssecretaris, die toch ook het Gezin onder zijn bevoegdheden telt, op de hoogte van onderzoeken
naar het succes van co-ouderschap met een gedeelde verblijfsregeling? Zal de toepassing van de wet, met
al haar consequenties, worden geëvalueerd?
 
01.02 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld):
Ik ga niet akkoord met de manier waarop mevrouw Becq het co-ouderschap
hier voorstelt. De wet van 2006 is er gekomen omdat het Burgerlijk Wetboek helemaal niets
bepaalde over het verblijf van een kind van wie de ouders niet langer samenleven, zodat de rechters volledig
vrij oordeelden.
 
Er bleek een groot spanningsveld te bestaan tussen de traditionele verblijfsregeling (de moeder zorgt voor de
kinderen en er is een beperkt contact met de vader) en een gelijkwaardige verdeling van de verblijfstijd
tussen moeder en vader. Uit de hoorzittingen werd duidelijk dat sommige rechters dit laatste niet toestonden,
al waren de ouders het daar zelf wél over eens. De commissie besloot daarom het Burgerlijk Wetboek te
wijzen, de procedureregels voor de jeugdrechtbank te versoepelen en te werken aan de gedwongen
tenuitvoerlegging van verblijfsbeslissingen.
Nu staan er in de wet twee verblijfsregelingen ingeschreven. De rechter moet geval per geval nagaan wat de
aangewezen regeling is. Vorige vrijdag vond hierover een studiedag plaats aan de universiteit van
Antwerpen, waar na twee jaar de balans werd opgemaakt, met een interessante syllabus als resultaat.
 
De wet van 18 juli 2006 wordt door verschillende rechters toegepast. Eerst en vooral door de vrederechter in
het kader van artikel 223 van het Burgerlijk Wetboek. Hij kan de jongeren horen en inlichtingen over de
bemiddeling verstrekken, maar hoeft dat niet te doen. Hij kan geen maatschappelijk onderzoek bevelen en
kan geen gebruikmaken van de techniek van de blijvende saisine.
Daarnaast is er de kortgedingrechter. In deze procedure behoren het bevelen van een maatschappelijk
onderzoek en de blijvende saisine wel tot de mogelijkheden. Hij kan de jongeren horen en inlichtingen
verschaffen over bemiddeling, maar is daar niet toe verplicht.
 
Mensen die niet gehuwd zijn, maar samenwonen en besluiten daar een punt achter te zetten, moeten het
verblijf van de kinderen regelen voor de jeugdrechter. Die is verplicht om aan alle partijen alle nuttige
inlichtingen over bemiddeling te verstrekken en om de jongeren te horen vanaf twaalf jaar. Ook een
maatschappelijk onderzoek en de blijvende saisine behoren tot zijn instrumenten. De jeugdrechter beschikt
dus over de meeste troeven.
 
Is de staatssecretaris zich bewust van de ongelijke behandeling door de verschillende rechters en zal er iets
gebeuren om deze verschillen weg te werken?
 
De familierechtbank is een oplossing op lange termijn. Zijn er ook maatregelen op korte termijn gepland?
 
Acht de staatssecretaris de invoering van de blijvende saisine in het kader van de procedure voor dringende, voorlopige maatregen voor de vrederechter nodig?

Gebeurde er al onderzoek naar de toepassing van de wet van 18 juli 2006?
 
Heeft de wet geleid tot de beoogde mentaliteitswijziging en tot meer gelijkmatig verdeelde huisvestingen? Beschikt de staatssecretaris over cijfers?
 
01.03 Staatssecretaris Melchior Wathelet (Nederlands):
De wet van 18 juli 2006 is van kracht sinds 14 september 2006 en schuift een gelijkmatig verdeeld verblijf bij elk van de ouders als algemeen model naar voren. De wet voorziet ook in een regeling voor de gedwongen tenuitvoerlegging van de gerechtelijke beslissing.
 
Het is niet bekend in hoeveel echtscheidingszaken de gedeelde verblijfsregeling wordt opgelegd, noch in welke mate de partijen voor bemiddeling worden doorverwezen.

Ik heb geen weet van een onderzoek naar de voorwaarden voor het welslagen van co-ouderschap met gedeelde verblijfsregeling en evenmin over onderzoek naar de gevolgen van dit soort co-ouderschap op het welbevinden van de kinderen. Wel zijn er verschillende onderzoeken inzake scheiding aan de gang. Een onderzoek wordt gevoerd door de KULeuven en de UGent betreffende de factoren die de levenskwaliteit na de scheiding bepalen. De studie betreft zowel de scheiding bij gehuwde als bij niet-gehuwde koppels en de resultaten worden midden 2009 verwacht. Bij een ander onderzoek zijn diverse universiteiten en de studiedienst van de Vlaamse regering betrokken. De bedoeling van dit onderzoek is een verhoging van de levenskwaliteit na een scheiding, een verbetering van de dienstverlening bij scheiding en een ondersteuning van het beleid inzake scheiding. Ook de resultaten van deze studie worden midden 2009 verwacht. Een brede evaluatie van de wet zal dus moeten wachten tot 2010.
 
Er is inderdaad een verschil in procedure naargelang de betrokkenen zich wenden tot een vrederechter, een kortgedingrechter, een jeugdrechter of een gewone rechter van eerste aanleg. In mijn beleidsnota pleit ik voor een uitbreiding van de alternatieve vormen van geschilbeslechting en voor aanmoediging van de bemiddeling. Mijns inziens wordt dit debat het best gevoerd binnen het kader van de oprichting van een familierechtbank, waar de versnippering van bevoegdheden inzake gezinsconflicten weggewerkt kan worden.

01.04 Sonja Becq (CD&V - N-VA):
Ik begrijp dat rechters niet staan te springen om cijfers bij te houden,
maar deze cijfers zouden zeer interessant zijn voor de twee onderzoeken die de staatssecretaris aanhaalt.
 
01.05 Staatssecretaris Melchior Wathelet (Nederlands):
Dat klopt. Misschien kan die kwestie bekeken worden in overleg met de minister van Justitie.

01.06 Sonja Becq (CD&V - N-VA): Het is niet mijn bedoeling om afbreuk te doen aan de keuze van koppels
voor co-ouderschap, maar het is ook fout om te veronderstellen dat die regeling in de beste verstandhouding
verloopt.  Ik noteer dus dat er onderzoeksresultaten zullen zijn tegen einde 2009, maar ik dring erop aan dat er zoveel
mogelijk statistisch materiaal wordt verwerkt in deze studies, ook uit Wallonië.

01.07 Sabien Lahaye-Battheu (Open Vld):
De staatssecretaris zegt dat hij vandaag nog niet weet wat de gevolgen zijn van een wet die in september al twee jaar van toepassing zal zijn. Ik vind niet dat we kunnen wachten tot 2009 of 2010. Een snelle evaluatie is nodig.
Het is misschien niet evident om aan cijfers te komen, maar de rechters beschikken wel jaarlijks over cijfers.
In antwoord op een aantal schriftelijke vragen kreeg ik wel al cijfers over andere concrete dossiers. Misschien
kan samen met de minister van Justitie worden nagegaan of we deze informatie toch niet kunnen krijgen van
de rechtbanken?

In de subcommissie Familierecht hebben we de voorbije regeerperiode heel wat mensen uit het veld
gehoord. Misschien kunnen we de betrokkenen in het najaar uitnodigen om te vragen hoe de wet loopt en
wat hun opmerkingen zijn?

Zoals ik verwachtte, meent de staatssecretaris dat de familierechtbank een oplossing zal bieden voor de
uiteenlopende behandeling door de verschillende rechters. Ook dit kan echter niet meer wachten. Er moeten
sneller stappen worden gezet om de verschillen weg te werken.
 
01.08 Staatssecretaris Melchior Wathelet (Nederlands):
Een goed compromis zou zijn dat de familierechtbank er zo snel mogelijk komt.
Ik beschik nog niet over cijfers. Daarvoor moeten we eerst over meer informatie beschikken. De twee
universitaire, multidisciplinaire studies zijn in dit opzicht heel interessant. Zij gingen niet alleen cijfermatig na
in hoeveel echtscheidingsdossiers werd besloten tot een gelijkmatig verblijf van de kinderen, maar ook wat
de gevolgen daarvan zijn voor alle betrokkenen. We mogen het parlementaire debat daarom niet loskoppelen
van deze twee studies: zij kunnen een echte meerwaarde bieden als we tot het besluit komen dat de wet
moet worden aangepast.
 
Het incident is gesloten.
 

  

     

Verwante links:

 
Datum   Type Titel Bron
         

 

     


bij favorieten  E-mail paginalink
suggestie/opmerking? print selectie
 
f4j.be bilocatiewet co-ouderschap gezagsco-ouderschap verblijfsco- ouderschap omgangsrecht het belang van het kind Ouderschap echtscheiding scheiding samenwonende ouders kinderen moeder vader verblijfsregeling alimentatie onderhoudsgeld opvoeding ouderlijk gezag hoederecht bezoekrecht Bemiddeling gelijkmatig verdeelde huisvesting vechtscheiding oudervervreemding kindermishandeling ouderverstoting parental alienation papa mama familierecht.