f4j.be » documenten Het snel attitudeonderzoek teneinde oudervervreemding te voorkomen      :: Ga naar  
 

f4j.be home


Bron     Guy Swennen    
Datum  07/02/08
 
 
Het snel attitudeonderzoek teneinde oudervervreemding te voorkomen
 
Wetsvoorstel teneinde oudervervreemding van kinderen na scheiding te voorkomen door invoeging van het snel attitudeonderzoek in het burgerlijk wetboek.
 
Ingediend door dhr. Guy Swennen
 
TOELICHTING
In de voorbije jaren is door opeenvolgende wetswijzigingen heel wat vooruitgang geboekt in de humanisering en modernisering van het Belgische echtscheidingsrecht, en scheidingsrecht in het algemeen. Daardoor is het aantal vechtscheidingen afgenomen, en zullen vechtscheidingen nog verder afnemen, maar vechtscheidingen zullen blijven bestaan.
 
Het is een cruciale plicht van de wetgever om enerzijds er alles aan te doen om vechtscheidingen nog meer te voorkomen, en anderzijds de schadelijke gevolgen ervan zoveel mogelijk te voorkomen, minstens te beperken. Na familiedrama’s met dodelijke of gewelddadige afloop, is het feit dat een kind de ouder bij wie het niet in hoofdzaak woont op de duur niet meer wil zien, ongetwijfeld het gruwelijkste gevolg van een scheiding. Uit diverse parlementaire hoorzittingen en publicaties blijkt wat eigenlijk niemand kan ontkennen : we hebben bijzonder weinig inzicht in de oorzaken en de gevolgen van het feit dat een kind na scheiding een ouder niet meer wil zien. In Amerika en Canada is een berg literatuur verschenen over het begrip oudervervreemdingssyndroom of ouderverstotingssyndroom of The Parental Alienation Syndrome. Die thematiek en literatuur komen in onze contreien slechts zeer uitzonderlijk aan bod. En dat is een vreselijke vaststelling, omdat een gebrek aan aandacht automatisch neerkomt op onvoldoende aanpak ervan. Een grotere aandacht voor en kennis van ouderverstoting in de rechts- en bemiddelingspraktijk en in onze samenleving in het algemeen, is dringend noodzakelijk.
 
Daarom organiseerde de sp.a- Kamerfractie een symposium “Oudervervreemding, niet langer vreemd in recht en bemiddeling ?”, op 13 februari 2007 in het federale parlement. Een constante die bij de diverse sprekers op het symposium naar voren kwam, is dat oudervervreemding het best kan voorkomen worden door zo snel mogelijk in te grijpen bij het herkennen van de eerste tekenen in dat verband.
 
Nadia De Vroede, Substituut Procureur-Generaal te Brussel omschreef het als volgt :
 
“Pour prévenir ces situations extrêmes – et pour prévenir aussi et surtout toutes les autres situations de rupture de lien avec un parent – il me semble important, comme autorité judiciaire, d’être extrêment vigilant et d’intervenir dès les premiers signes de risque de perte du lien parental. Comment détecter rapidement le risque de perte du lien parental ? Au niveau des procédures civiles, certains signes peuvent permettre au juge civil de détecter les situations de risque de perte du lien parental : il est notamment intéressant d’examiner quel rôle, quelle place chaque parent attribue à l’autre parent. Je pense aussi que, lorsque des difficultés se posent dans les relations de l’enfant avec un de ses parents, il est important d’évaluer le degré de participation du parent dans le retissage du lien de l’enfant avec l’autre parent. Très concrètement, on entend souvent à l’audience, un parent gardien justifiant les limitations des contacts de l’enfant avec l’autre parent, par des arguments comme l’état de santé fragile de l’enfant, avec dépôt de certificats médicaux, ou encore le fait que l’enfant suivrait des activités parascolaires pendant les week-ends. Face à des difficultés d’un parent de pouvoir maintenir les contacts avec son enfant, il est intéressant aussi d’analyser les réactions de l’autre parent : trouve-t-il normal ou non qu’il y ait difficultés ou même rupture ?”
 
Oudervervreemding en –verstoting kunnen voorkomen worden als men reeds vóór of bij het begin van dat (meestal geleidelijke) proces van oudervervreemding met doeltreffende maatregelen snel ingrijpt. Als we een analyse maken van de mogelijkheden van de rechter om snel in te grijpen bij oudervervreemding, dan kan niet ontkend worden dat het laatste anderhalf decennium door de wetgever een aantal nieuwe instrumenten zijn aangereikt, bovenop de voorheen bestaande. De wet op de gezamelijke uitoefening van het ouderlijk gezag, de wet inzake bemiddeling in familiezaken, de wet inzake de gelijkmatige huisvesting waarbij het verblijfsco-ouderschap als wettelijk uitgangspunt voorop gesteld werd, het zijn voorbeelden van wettelijke mijlpalen waarbij een fundamenteel andere “cultuur” inzake betrokkenheid van beide ouders bij de opvoeding van hun kinderen na een scheiding het daglicht zag. Gedragen en gevolgd door een evoluerende rechtspraak, brachten voornoemde wetswijzigingen een radicale ommekeer : de ouder bij wie het kind zijn hoofdverblijf heeft, wordt duidelijk gemaakt dat de band van het kind met de andere ouder niet alleen een recht is, maar ook een verplichting. Steeds meer nemen de rechters hun pedagogische rol terzake ten volle op.
 
Naast al deze geschetste evoluties die zich eerder in de algemeen preventieve sfeer bevinden, verhardde anderzijds geleidelijk de houding van de hoven en rechtbanken ten opzichte van de ouder die zich onwillig opstelt, en het omgangsrecht belemmert of onmogelijk maakt. Ook op dit vlak heeft de wetgever heel wat nieuwe instrumenten aangereikt, als onderdeel van de wet in zake gelijkmatige huisvesting. Enkele voorbeelden: de “blijvende aanhangigheid” voor de (jeugd)rechter, de uitdrukkelijk wettelijke mogelijkheid van een dwangsom, de gedwongen uitvoering in zeer uitzonderlijke gevallen.
 
Ondanks al deze kenteringen zijn er nog steeds te veel schrijnende gevallen geleidelijk groeiende oudervervreemding,die op korte of langere termijn eindigen in totale ouderverstoting. Het hele arsenaal van preventieve ingrepen komt in de praktijk in het overgrote deel van de gevallen neer op het ingrijpen als er al beduidende schendingen van omgangsrecht een feit zijn. Meestal volgt dan nog een sociaal onderzoek, waardoor maanden tijd verloren wordt, en het proces van oudervervreemding volop ingezet wordt en daardoor steeds hardnekkiger wordt. Dit is bijzonder betreurenswaardig als we weten dat er instrumenten bestaan om in hoofde van de ene ouder het respect van de affectieve band van het kind met de andere ouder en de openheid voor contacten van het kind met de andere ouder te “meten”. Het betreft wetenschappelijk onderbouwde vragenlijsten die terzake uitsluitsel kunnen verschaffen in het vroegst mogelijke stadium : bij de bepaling van de eerste verblijfsregeling, vlak na de (feitelijke) scheiding van de ouders. In Californië hanteert men deze lijsten als dusdanig. Men gaat er zelfs zover dat kinderen alleen maar ‘toevertrouwd” worden aan de ouder die de meeste garanties biedt voor de langste en meest regelmatige kontakten met de andere ouder.
 
De bedoeling van huidig wetsvoorstel is voornoemd “meetinstrument” of methodiek bij aanvang van een scheiding als voor de rechter verplicht automatisme in de wet in te schrijven. En dit enerzijds gekoppeld aan een strikte timing (burgerlijk snelrecht), en anderzijds beperkt tot de gevallen waar één van de ouders zich zonder gegronde reden op enigerlei wijze – uitdrukkelijk of impliciet – verzet tegen het principe van een gebruikelijk omgangsrecht. Zelfs bij de minste aanwijzing terzake dient de rechter een snel attitudeonderzoek te bevelen. Het attitudeonderzoek wordt bepaald bij koninklijk besluit, zowel in zake inhoud, als inzake personen die daartoe gemachtigd worden. In hetzelfde tussenvonnis als waarbij het attitudeonderzoek bevolen wordt, stelt de rechter de zaak in voortzetting op een zitting die bepaald wordt binnen de twee maanden na datum van het tussenvonnis. Op deze zitting kan de rechter dan met kennis van zaken van de attitude van beide ouders, de gepaste maatregelen bevelen.
 
Guy Swennen

 

     

 

Wetsvoorstel

Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Artikel 2

Er wordt een artikel 374 bis ingevoegd in het burgerlijk wetboek, luidende als volgt : “Indien de rechtbank na de scheiding van twee ouders zich voor het eerst moet uitspreken over de verblijfsregeling van hun kind(eren) en vaststelt dat één van de ouders zich zonder gegronde redenen op enigerlei wijze – uitdrukkelijk of impliciet – verzet tegen een gebruikelijk omgangsrecht, beveelt de rechter een attitudeonderzoek teneinde de wederzijdse bereidheid tot respect van de affectieve band van het kind met de andere ouder te peilen. Bij tussenvonnis gelast de rechtbank een deskundige die zijn verslag binnen de termijn van een maand ter griffie dient neer te leggen; bij hetzelfde tussenvonnis bepaalt de rechter een voorlopige verblijfsregeling en stelt de zaak in voortzetting op een zitting die bepaald wordt binnen de twee maanden na datum van het tussenvonnis.”

Artikel 3

De inhoud van het attitudeonderzoek en de aanwijzing van de daartoe gemachtigde personen wordt vastgelegd bij koninklijk besluit.

Guy Swennen 7 Februari 2008

 

  

     

Verwante links:

 
Datum   Type Titel Bron
07/02/08 document Wetsvoorstel voor invoering van de omgangsbuddy Guy Swennen
07/02/08 document snel attitudeonderzoek om oudervervreemding te voorkomen Guy Swennen
07/02/08 document Guy Swennen start kruistocht tegen oudervervreemding Guy Swennen
01/01/07 document Belgische portaal ouderverstoting  
13/02/07 document Symposium oudervervreemding federale parlement Brussel  
 

     


bij favorieten  E-mail paginalink
suggestie/opmerking? print selectie
 
f4j.be bilocatiewet co-ouderschap gezagsco-ouderschap verblijfsco- ouderschap omgangsrecht het belang van het kind Ouderschap echtscheiding scheiding samenwonende ouders kinderen moeder vader verblijfsregeling alimentatie onderhoudsgeld opvoeding ouderlijk gezag hoederecht bezoekrecht Bemiddeling gelijkmatig verdeelde huisvesting vechtscheiding oudervervreemding kindermishandeling ouderverstoting parental alienation papa mama familierecht.