| |
Senator
Guy Swennen (sp.a) trekt
de komende twee jaar ten
strijde tegen
oudervervreemding. Hij
begint met twee
wetsvoorstellen. “In
België mag men het
aantal kinderen dat één
van de ouders niet meer
wil zien, schatten op
circa achtduizend.
Vooral vaders zijn daar
het slachtoffer van.”
Guy Swennen maakte na de
verkiezingen zijn
overstap van Kamer naar
Senaat. In de Kamer
maakte hij naam als de
man die ons familierecht
hervormt. In de Senaat
gaat hij breder, maar
blijft familierecht een
prioriteit.
Dat blijkt ook uit zijn
eerste twee voorstellen
waar hij vandaag mee
uitpakt. De volgende
maanden volgt nog veel
meer. Swennen maakte van
de voorbije ‘rustige’
maanden in het parlement
immers gebruik om zijn
huiswerk grondig voor te
bereiden.
Belangrijk fenomeen
Oudervervreemding is de
situatie waarbij één of
meer kinderen één van de
ouders ‘ten onrechte’
niet meer wil zien.
Gewoonlijk bouwt die
afkeer zich geleidelijk
op, veelal onder
psychische beïnvloeding
van de andere ouder. Het
kan uiteindelijk leiden
tot ouderverstoting. De
woorden ‘ten onrechte’
zijn niet zonder belang.
Soms is het terecht dat
een kind een van de
ouders niet meer wil
zien, bijvoorbeeld na
familiaal geweld.
Onder de vorige
legislatuur werden onder
impuls van Swennen al
wetten gestemd tegen
oudervervreemding.
Voorbeelden zijn de wet
op het
verblijfsco-ouderschap
en nieuwe maatregelen om
het omgangsrecht te doen
naleven. Ze bleven niet
zonder effect: in 2006
waren er al 20 procent
minder inbreuken op het
bezoekrecht dan in 2005.
Toch blijft
oudervervreemding een
groot probleem. Cijfers
ontbreken, maar in
Nederland ging het om
12.000 kinderen die één
van hun ouders - 7.500
mannen en 500 vrouwen -
niet meer willen zien.
Swennen: “De
sociologische situatie
in België verschilt
weinig van die in
Nederland. Rekening
houdend met de grootte
van de landen, kan men
in België spreken van
circa 8.000 kinderen die
een van hun ouders
absoluut niet meer
willen zien.”
Wetsvoorstellen
Guy
Swennen maakt van de
strijd tegen de
oudervervreemding een
speerpunt in zijn
politieke actie. Dat wil
hij doen met vragen,
resoluties, symposia en
alle andere middelen die
hij als politicus
voorhanden heeft. Hij
begint dit offensief met
twee wetsvoorstellen.
Attitudeonderzoek
Het
eerste wetsvoorstel zegt
dat wanneer bij een
scheiding een van de
ouders het moeilijk
heeft met het
bezoekrecht voor de
andere, er meteen een
attitudeonderzoek moet
komen. Dat moet aangeven
hoe groot het probleem
is of kan worden. Zo’n
onderzoek moet er meteen
komen na het eerste
signaal dat er problemen
zijn met het bezoekrecht
of co-ouderschap. Door
snel te handelen kan men
psychische beïnvloeding
en oudervervreemding
voorkomen.
Omgangsbuddy
Met zijn
tweede voorstel wil
Swennen een omgangsbuddy
invoeren, een door de
rechter aangestelde
persoon vanaf de eerste
schending van het
omgangsrecht. Hij moet
er op het terrein voor
zorgen dat de contacten
tussen ouder en kind
hersteld worden. Men kan
een omgangsbuddy zien
als een snuffelaar,
bemiddelaar, motiveerder
en waakhond, die zolang
dat nodig is elke maand
verslag uitbrengt bij de
rechter maar voor het
het overige door weinig
formaliteiten is
gebonden.
Eric DONCKIER
| |
|
|
|
|