f4j.be » documenten Kan wangedrag van een kind tot matiging van de alimentatie leiden?      :: Ga naar  
 

f4j.be home


Bron     www.alimentatie.nl   
Datum  31/01/08
 
 
 
 
Als de alimentatiegerechtigde, het kind wangedrag tegen de alimentatieplichtige, de (stief)ouder vertoont kan dit leiden tot een matiging van de onderhoudsplicht. Het gedrag kan er toe leiden dat de alimentatie op nihil wordt gesteld.
 
 
Een kind(eren) is (zijn) juridisch te onderscheiden in drie categorieën (groepen) te weten:
  • Minderjarigen: leeftijd tot 18 jaar
  • Jongmeerderjarigen: leeftijd van 18 jaar tot 21 jaar
  • Meerderjarigen: leeftijd na 21 jaar.
Art. 392 van boek 1 BW hierna te noemen art.1:392 BW, heeft het over onderhoudsplichtigen en het verstrekken van levensonderhoud aan 1e graads bloed- en aanverwantschap.
Voor meerderjarigen geldt er daarnaast de voorwaarde van " behoeftigheid".

Men is behoeftig indien men zelf niet in het eigen levensonderhoud kan voorzien, dat wil zeggen indien men zelf daartoe de nodige middelen mist en die ook in redelijkheid niet kan verwerven.

De verplichting voor levensonderhoud van de (stief)ouders jegens hun minderjarige en jongmeerderjarige (stief)kinderen bestaat onafhankelijk van de vraag of er sprake is van behoeftigheid. (Stief) ouders en (stief)kinderen worden hierna genoemd "ouders" en "kinderen".

In art. 1:399 BW is de matiging van de onderhoudsverplichting jegens de onderhoudsgerechtigde opgenomen. De rechter kan de verplichting van bloed- en aanverwanten matigen op grond van zodanige gedragingen van de tot onderhoud gerechtigde, dat verstrekking van levensonderhoud naar redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd.

Artikel 1:399 BW is niet van toepassing op minderjarige kinderen maar geldt wel voor jongmeerderjarigen en meerderjarigen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar. Ouders hebben een onderhoudsplicht vanaf 1 januari 1988 waarbij de verlaging van de meerderjarigheidsgrens tot 18 jaar in werking is getreden. Deze plicht is opgenomen in art. 1:395a BW.

 

     

 

Ad 1: Minderjarigen
Bij minderjarige kinderen heeft men het over de kosten van verzorging en opvoeding. Matiging van levensonderhoud wegens wangedrag van art. 1:399 BW is niet van toepassing op minderjarige kinderen. Een voorbeeld: Ouders zijn gescheiden en hebben een dochter van 15 jaar. Vader wordt iedere dag tijdens het werk telefonisch lastig gevallen door de dochter. Zij belt wel 30 keer per dag en dit is niet bevorderlijk voor zijn werk. Hij heeft al meerdere malen een waarschuwing gehad van zijn baas en de dochter is hiervan op de hoogte. Vader is het zat en wil de dochter niet meer onderhouden. Echter, art. 1:399 BW, matiging van levensonderhoud, is niet mogelijk bij minderjarige kinderen.

 

     

 

Ad 2: Jongmeerderjarigen
Bij jongmeerderjarigen spreekt men over de kosten van levensonderhoud en studie. Ouders hebben dus de verplichting om te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van kinderen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar. Hier is matiging van levensonderhoud wel van toepassing. Daarnaast bestaat de mogelijkheid van de rechter om op grond van gedragingen de onderhoudsplicht te matigen of zelfs de plicht tot levensonderhoud geheel te ontzeggen.

Er zijn diverse uitspraken waarbij het wangedrag van een jongmeerderjarige aan de orde was.

Dochter, geboren in 1985, wiens moeder is overleden, was opnieuw gaan studeren en verzocht de rechtbank in september 2003 om een bijdrage van €1.000, - per maand. Daarnaast had zij de vader slecht bejegend, wilde geen contact met hem en had haar geslachtsnaam laten wijzigen. Art.1:395a BW spreekt over de verlengde onderhoudsplicht t.o.v. meerderjarige kinderen tot 21 jaar. M.a.w. ouders zijn verplicht te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt.

De rechtbank matigde het bedrag tot € 530,- per maand maar het hof vernietigde de beschikking omdat het hof van oordeel was dat op grond van art. 1:399 BW tot matiging over gegaan kon worden gezien de voor de vader krenkende bejegening door de dochter. De bijdrage werd gematigd tot € 450,- per maand. In het bijzonder gezien haar weigering contact met haar vader te hebben kon niet van de vader gevergd worden geheel in haar behoefte te voorzien.

In cassatie oordeelde de Hoge Raad op 10 november 2006, LJN AZO428, dat niet op de enkele grond van het weigeren van contact met de vader door de dochter diens onderhoudsplicht gematigd kan worden. Het verlagen van de meerderjarigheidsgrens brengt mee dat het kind vanaf de leeftijd van 18 jaar zelfstandig over de inrichting van zijn leven en studie mag beslissen. De Hoge Raad geeft aan dat de wijze waarop het kind het doet, langs de weg van art. 1:399 BW, kan leiden tot matiging van de onderhoudsplicht, maar voegt eraan toe dat in de parlementaire geschiedenis is benadrukt dat dit, gezien de strekking van art. 1:395a BW, niet snel het geval zal zijn.

Gezien ook andere uitspraken kan gesteld worden dat voor een geslaagd beroep op art. 1:399 BW, de matiging van levensonderhoud wegens wangedrag, er meer aan de hand moet zijn dan het enkele weigeren van contact door de jongmeerderjarige met de ouder. Het moet gaan om gedragingen van het kind die een zodanige kwetsend karakter hebben voor de onderhoudsplichtige dat verstrekking van het levensonderhoud naar redelijkheid niet of niet ten volle kan worden gevergd.

 

     

 

Ad 3: Meerderjarigen
Deze kinderen hebben jegens hun ouders een zelfstandig recht op een bijdrage in de kosten van hun instandhouding indien de behoeftigheid wordt aangetoond. Hier gelden zowel art 1:392 BW, onderhoudsplichtige verplicht tot verstrekken van levensonderhoud aan 1e graads bloed- en aanverwantschap met de voorwaarde van behoeftigheid van het kind, als art 1:399 BW matiging van het levensonderhoud.

Alhoewel bij de meerderjarigen de verplichting van de ouders vervalt om bij te dragen in het levensonderhoud van hun kinderen na het bereiken van het 21e levensjaar, zijn er twee uitzonderingen betreffende de behoeftigheid bijvoorbeeld:

  • als het kind een ernstige handicap heeft moeten ouders blijven onderhouden
  • ouders die daartoe financieel in staat zijn, moeten hun meerderjarige kinderen ook na hun 21e gedurende een redelijke tijd financieel in staat stellen om hun studie af te maken. Dit in het geval als de ouders nadrukkelijk hebben toegezegd om bij te dragen in de studiekosten, kan hun meerderjarige kind zelfs eisen om die verplichting na te komen.

     

    Redactie KSU
    Bronnen: Wetten.nl, Jurisprudentie, Trema rapport september 2006.
 
 

  

     

Verwante links:

 
Datum   Type Titel Bron
         

 

     


bij favorieten  E-mail paginalink
suggestie/opmerking? print selectie
 
f4j.be bilocatiewet co-ouderschap gezagsco-ouderschap verblijfsco- ouderschap omgangsrecht het belang van het kind Ouderschap echtscheiding scheiding samenwonende ouders kinderen moeder vader verblijfsregeling alimentatie onderhoudsgeld opvoeding ouderlijk gezag hoederecht bezoekrecht Bemiddeling gelijkmatig verdeelde huisvesting vechtscheiding oudervervreemding kindermishandeling ouderverstoting parental alienation papa mama familierecht.