Jeugdrechters kregen
1.000 weigeringen
tot plaatsing in
instelling
Jeugdrechters die
een probleemjongere
in een instelling
van de Vlaamse
gemeenschap
probeerden te
plaatsen, stootten
in 2006 duizend keer
op een weigering
wegens plaatsgebrek.
Dat blijkt uit
cijfers van het
Agentschap
Jongerenwelzijn.
De federale
noodinstelling van
Everberg moest 47
keer een jonge
crimineel uit
Vlaanderen weigeren.
In 2006 zijn 1.001
jongeren geplaatst
in de
jeugdinstellingen
van de Vlaamse
gemeenschap in
Beernem, Mol en
Ruiselede. Het
overgrote deel van
die jongeren had
criminele feiten
gepleegd, waardoor
de jeugdrechter
dringend ingrijpen
nodig achtte. Maar
uit cijfers van het
Agentschap
Jongerenwelzijn
blijkt nu dat de
Vlaamse
jeugdrechters veel
meer jongeren hadden
willen plaatsen.
Exact 965 keer
stootten ze echter
op een weigering
omdat de bewuste
instellingen al
volzet waren.
Dat aantal
weigeringen ligt in
de lijn van de jaren
voordien. En niets
wijst erop dat er in
2007 veel beterschap
was. In de Vlaamse
gemeenschapsinstellingen
zijn 224 plaatsen,
waarvan veertig voor
meisjes. Pas dit
jaar zouden er
twintig plaatsen
bijkomen. Niemand
kan zeggen wat er na
de weigeringen met
de betrokken
jongeren gebeurd is.
Bij de Vlaamse
administratie
vermoeden ze dat een
deel naar huis is
gestuurd. Een ander
deel is na een
tijdje wachten toch
in een van de
gemeenschapsinstellingen
binnengeraakt.
Driehonderd Vlaamse
jongens konden
terecht in de
jeugdgevangenis van
Everberg, de
federale
noodinstelling die
in 2002 werd
opgericht om te
voorkomen dat
gevaarlijke jongens
uit plaatsgebrek in
de
gemeenschapsinstellingen
weer vrij zouden
komen. Maar ook
Everberg moest in
2006 jongeren
weigeren, 47 Vlaamse
en 93 Franstalige.
Aan Vlaamse kant is
dat een verdubbeling
tegenover 2005.