|

Audiofragment
6min44
Derde casus
De casus Jef.
Een
vader, een moeder en
zoon en ze hebben
via de rechtbank
toch al een serieuze
weg afgelegd en het
einde was zodanig
nog niet in zicht.
Er wordt verwezen
naar de bezoekruimte
voor
contactherstel. De
ouders worden
uitgenodigd maar de
zoon gaf reeds in
zijn eerste contact
te kennen van “Ik
wil niet”. “Ik wil
geen contact met
mijn vader.” Moeder
zegt dan ook heel
duidelijk van kijk
als mijn zoon dat
niet wil, dan doe ik
ook niet meer mee en
het stopt daar. Dus
het wordt
terugverwezen naar
de jeugdrechtbank.
Een jaar later, de
vader is eigenlijk
nog altijd bezig om
in contact te komen
met zijn zoon. Een
jaar later komt er
opnieuw een verzoek
van de
jeugdrechtbank
binnen met de vraag
voor contactherstel
tussen vader en Jef
en deze keer in het
zelfde vonnis wat
moeder ook verveeld,
wordt veroordeeld
wegens wet tot een
dwangsom van 500
euro, per keer dat
ze geen gevolg geeft
aan het verzoek.
Dus er zit al
serieuze druk
achter. Er gebeurde
gedurende 10 maanden
2 wekelijks contact
binnen de
bezoekruimte. In
begin heel onwennig
geleidelijk aan al
wat vlotter. De
begeleiding wordt
afgebouwd en
uiteindelijk voordat
de ouders moeten
verschijnen voor de
jeugdrechtbank heeft
Jef twee keer
buitenshuis contact
gehad met zijn
vader. Dus: Er
wordt doorverwezen
naar de rechtbank en
die zou kunnen
zeggen “buiten
bezoekruimte is
positief afgerond”
Wat doet de
rechter? Die
schrijft in zijn
vonnis: OK,
blijkbaar secundair
verblijf is mogelijk
om de veertien dagen
één zaterdag gaat
Jef naar zijn
vader. Gevolg
omgangsregeling
loopt totaal niet.
Een half jaar later
moet de jeugdrechter
beslissen van: OK,
overdracht dan maar
gebeuren via het
politiebureau
opnieuw met een
dwangsom elke keer
de moeder niet
meedoet. Je ziet
ook wel het verhaal
van de dwangsom dat
ook hier weer ziet
dat de moeder daar
een zeer belangrijke
rol in speelt.
Een jaar later, dus
dan zitten we al een
aantal jaren verder,
een jaar later wordt
onze dienst opnieuw
verzocht om over te
gaan tot
contactherstel.
Opnieuw met een
dwangsom van 500
euro per keer. De
jeugdrechter krijgt
van Jef te horen dat
hij echt geen
contact wil met zijn
vader en een half
jaar later is het
uiteindelijk de
vader die zegt van
na echt wel moe
gestreden te zijn
zegt die vader van
“kijk ik geef het
op” en is hij
diegene die zich
uiteindelijk
terugtrekt.
Wat gebeurd er en
dat is wel het
frappante van heel
het verhaal dat de
moeder op dat moment
eigenlijk haar stem
laat horen en dan
vrij uitdrukkelijk
zegt van “ja maar
dit was nu eigenlijk
ook niet de
bedoeling dat de
vader zijn zoon niet
meer zag of ziet.
Eigenlijk was het
vooral de
verplichting die mij
opgelegd werd.
Conclusie of
standpunt van de
bezoekruimte:
Dwangmaatregelen
hebben vaker eerder
een effect
tegenovergesteld aan
het beoogde doel.
Nu, en ik denk dat
mijn tijd ook op
gaat zitten of al op
zit ondertussen. Ik
zou willen afronden
met een laatste
standpunt wat een
stukske ons
standpunt maar ook
ons besluit en onze
boodschap die wij
willen leggen in de
uiteenzetting als
die de werking van
de bezoekruimte
aangaat en dat
klinkt als volgt:
Naar ons gevoel is
er veel verschil
tussen enerzijds een
hulpverleningscentrum
waarin binnen
contact kan tot
stand komen, waar er
plaats is voor alle
standpunten en
enerzijds geen echte
dwang wordt
uitgeoefend naast
een gedwongen
overdracht aan de
deur in aanwezigheid
van een vreemde, een
deurwaarder die
mogelijks de
conflicten gaat
verhogen waarmee we
eigenlijk willen
zeggen van kijk
misschien is dat ook
wel een pleidooi
vanuit een bepaalde
bezorgdheid netelig
inzet verhoogd. We
zijn daar ook heel
blij om. We denken
inderdaad fysieke
dwang voor een kind
ontoelaatbaar is. En
bedoel dat niet dat
dat een aanzet gaat
geven voor een zeer
constructieve
wending in één
keer.
Ik zou inderdaad een
pleidooi willen
houden om toch
poging te blijven
ondernemen om vanuit
de hulpverlening een
constructief proces
te kunnen komen waar
verschillende
partners in
aangesproken worden
om liefst op gang te
kunnen zetten en ik
geloof dat dit de
enige manier is om
resultaat op lange
termijn te krijgen.
Waar natuurlijk de
voorwaarde is van
medewerking van
beide ouders die
daar een cruciale
rol in spelen en ik
denk dus ook met
heel heel veel goei
voornemingen dat we
stilstaan. Ik denk
dat de bezoekruimte
hier als participant
een heel belangrijke
rol in speelt in
heel het opbouw in
het proces van in
gang gezet moet
worden. Maar alléz.
Ik zou zeggen dan,
op dit moment hebben
we daar de mankracht
en de mogelijkheden
daartoe niet voor.
We zitten met de
frustratie en
terechte frustratie
van de mensen dat de
wachtlijst zorgt dat
mensen gewoon niet
aan bod komen.
Voila ik dank U voor
Uw aandacht
(applaus).
Co-voorzitter ,
Vrederechter Walter
Niewold
We danken Martine
voor uw interessante
uiteenzetting vanuit
de praktijk waar
duidelijk standpunt
en conclusie vanuit
de bezoekruimte. Ik
denk wel dat we dat
zeker moeten
meenemen naar het
debat voor straks
maar ik ben ook van
overtuigt dat niet
iedereen op dezelfde
lijn zal zitten wat
dat betreft.
|