"Zowel de
politie als de
hulpverlening ontkennen
vaak het bestaan van
seksuele delinquentie
door vrouwen.
Slachtoffers van deze
feiten blijven hierdoor
in de kou staan."
Dat stelt Nicolas Brackx
in zijn eindverhandeling
voor de opleiding
criminologie aan de
K.U.Leuven. Brackx
bestudeerde in het kader
van zijn studie een
aantal gerechtelijke
dossiers van vrouwen in
de gevangenis van
Brugge.
"In de gerechtelijke
statistieken is
nauwelijks sprake van
seksuele delinquentie
door vrouwen, alhoewel
het in de praktijk wel
degelijk voorkomt",
aldus Brackx. Als
slachtoffers van
dergelijk misdrijven bij
de politie of
hulpverleners komen,
worden hun beweringen
vaak als ongeloofwaardig
beschouwd en
geminimaliseerd.
"Hun traumatische
symptomen worden erger
omdat ze geen gehoor
vinden bij de
hulpverlening. Bij de
feiten die bekend zijn,
waren de slachtoffers
vooral minderjarigen,
pubers en ook jongeren
onder de 12", stelt
Brackx.
Dit fenomeen wordt vaak
ontkend omdat het
volledig ingaat tegen
het beeld in onze
maatschappij van de
vrouw als verzorgster,
als opvoedster en als
een passief iemand,
zeker wanneer het gaat
om het seksuele.
Brackx pleit ervoor dat
het bestaan van
vrouwelijke seksuele
delinquentie wordt
aangekaart in
opleidingen van
politiemensen en
hulpverleners. "Er moet
ook informatie over
doorsijpelen naar onder
meer de diensten
slachtofferzorg in
justitiehuizen en de
centra voor algemeen
welzijnswerk. Ook andere
hulpverleners zoals
huisartsen worden best
gesensibiliseerd",
besluit Brackx.