| |
Sinds zondag 1 juli
is een nieuwe wet op
de afstamming van
kracht. Hierdoor
verandert nogal wat.
Sommige
discriminaties van
mannen worden
weggewerkt, maar ook
kinderen die uit
overspel geboren
zijn en ouders van
een doodgeboren
kind, worden beter
van de nieuwe wet.
Grootouders krijgen
dan weer minder
rechten. Frederik
Swennen (foto),
professor
Familierecht aan de
Universiteit van
Antwerpen en
advocaat, legt de
ingewikkelde wet,
een samenraapsel van
zeven voorstellen en
tientallen
amendementen, uit.
Wie is vader, wie is
zoon? Voor de niets
vermoedende burger
lijkt het simpel,
maar voor de jurist
kan het soms
aartsmoeilijk zijn.
Er komen steeds meer
nieuw samengestelde
gezinnen en de zeden
worden losser. Naar
schatting 10% van de
kinderen in gewone
burgerlijke
gezinnen, hebben een
andere vader dan ze
denken. Het
buitenechtelijk kind
krijgt stilaan
volledig dezelfde
rechten als het
wettige kind.
Maar het
afstammingsrecht
hinkt achterop. Het
is een ingewikkeld
kluwen met
verschillende
wettelijke
bepalingen voor
moeders en vaders,
verschillende
behandelingen van
vaders naargelang ze
al dan niet met de
moeders gehuwd zijn,
verschillende
behandelingen van
verschillende
soorten kinderen en
fel uiteenlopende
regelingen met
andere voorwaarden
en
inspraakmogelijkheden
om het vaderschap
van een kind te
vestigen.
Onder druk van het
Arbitragehof moest
het parlement de
afstammingswet
wijzigen, want 's
lands hoogste Hof
ontdekte nogal wat
discriminaties. De
nieuwe wet maakt de
procedures en
regelingen
eenvormiger, maar
het wordt er niet
echt simpeler op. De
nieuwe wet past het
recht ook aan de
nieuwe gezinsvormen
aan. Het klassieke
gezin laat daardoor
wat pluimen, maar
dat was in de
werkelijkheid ook al
zo.
Professor Frederik
Swennen kent het
afstammingsrecht als
geen ander. Hij zet
de belangrijkste
wijzigingen op een
rijtje.
Binnen het
huwelijk
"Normaal gezien
stamt een kind af
van zijn moeder en
van de man waarmee
zij getrouwd is. De
nieuwe wet verandert
daar een en ander
aan. Een voorbeeld.
De melkboer komt
langs bij een
schatrijke
notarisvrouw en
verwekt bij haar een
kind. Laten we dat
kind het
koekoeksjong noemen.
De notaris is
officieel getrouwd
met de vrouw en hij
is dus officieel de
vader van dit kind.
De melkboer kan dat
niet betwisten.
Sinds 1 juli kan de
melkboer het
vaderschap van de
notaris echter wél
betwisten, tot één
jaar nadat hij
ontdekt heeft dat
hij de biologische
vader is en niet de
notaris. Sterker:
alle biologische
vaders (alle
"melkboeren") hebben
tot 1 juli 2008 de
tijd om het
vaderschap van hun
koekoeksjong op te
eisen. Omgekeerd kan
ook de echtgenoot
van de vrouw (in het
voorbeeld: de
notaris) het
vaderschap van het
kind aanvechten, tot
1 jaar nadat hij
heeft ontdekt dat
het een koekoeksjong
van de melkboer is.
Vrouwen die in het
verleden een scheve
schaats reden,
hoeven echter niet
meteen te schrikken,
want als er een
gezinsleven is en
het koekoeksjong
behoort daartoe,
blijft alles zoals
het was".
Feitelijk
gescheiden ouders
"Er komt een
oplossing voor het
veel voorkomend
probleem van mensen
die uit elkaar zijn
gegaan, maar niet
gescheiden. Stel: de
notaris heeft zijn
vrouw aan de deur
gezet en zij trok in
bij de melkboer. Na
twee jaar gaat zij
samen met de
melkboer haar nieuwe
baby aangeven bij de
burgerlijke stand.
Kan niet, zegt men
daar. De officiële
vader is immers de
notaris, want die is
nog altijd met de
vrouw getrouwd. En
zolang dat zo is, is
hij de officiële
vader. Ook dat
veranderde op 1
juli: als de notaris
al meer dan 300
dagen feitelijk
gescheiden leeft van
zijn vrouw en dat
blijkt uit een
verschillend adres,
dan wordt hij niet
meer vermoed de
vader te zijn."
Ongehuwde moeder
"Als de biologische
vader binnen het
jaar na de geboorte
van zijn kind bij
een ongehuwde
moeder, dat kind wil
erkennen, kan die
moeder er zich niet
meer met succes
tegen verzetten (dat
verzet kon tot 1
juli nog wel).
Behalve als ze
verkracht werd door
die biologische
vader in de periode
van de verwekking."
Inspraak kinderen
"Kinderen krijgen
voortaan vanaf 12
jaar inspraak in de
procedure waarbij
een 'vader' hen wil
erkennen. Als het
kind niet akkoord
gaat, wordt
onderzocht of de
erkenning in strijd
is met zijn belangen
en beslist de
rechter over de
zaak. Voorheen
bedroeg die leeftijd
15 jaar. Een echt
vetorecht krijgt het
kind pas vanaf 18
jaar. Maar dat
laatste was vroeger
ook zo."
"Bovendien zal een
minderjarig kind
niet meer kunnen
worden erkend door
een vader die de
moeder heeft
verkracht in de
periode dat het kind
werd verwekt.
Tenminste als moeder
of kind zich tegen
die erkenning
verzetten."
Grootouders
"Nieuw is ook dat de
erkenning van een
kind niet meer kan
betwist worden door
de ouders van de
erkenner (de
grootouders van het
kind), maar die
regel geldt pas
definitief vanaf 1
juli 2008."
Schoon- en
stiefouders
"Ook kinderen uit
een relatie tussen
schoonouder en
schoonkind of
stiefouder en
stiefkind kunnen
voortaan worden
erkend. Tot 9 juli
2007 kan zo'n kind
worden erkend als
het huwelijk
waardoor de schoon-
of stiefrelatie is
ontstaan, al is
ontbonden door
echtscheiding of
overlijden.
Bijvoorbeeld: een
vader kan een kind
erkennen dat hij
heeft bij de dochter
van zijn
vooroverleden
echtgenote, als die
dochter uiteraard
niet zijn eigen
dochter is. Vanaf 9
juli 2007 valt de
voorwaarde weg dat
het huwelijk moet
ontbonden zijn. Dan
kan een vader dus
een kind erkennen
dat hij heeft bij de
echtgenote van zijn
zoon, ook al is zijn
zoon nog met de
schoondochter
getrouwd! Uiteraard
moet dan eerst het
wettelijke
vaderschap van de
zoon worden
betwist."
Buitenechtelijke
kinderen
"De regeling voor de
erkenning van
buitenechtelijke
kinderen wordt
eenvoudiger. De
erkenning door een
overspelige vader
moest door de
rechtbank worden
gehomologeerd om
definitief te
worden. Nu is zo'n
erkenning meteen
definitief en moet
ze enkel ter kennis
worden gebracht van
de bedrogen
echtgenote".
"En verder: tot 1
juli kreeg een
buitenechtelijk (of
ook: overspelig)
kind bij de geboorte
niet vaders- maar
moedersnaam. Om zijn
familienaam naar
vadersnaam te kunnen
wijzigen, was de
toestemming van de
bedrogen echtgenote
nodig. Voortaan
krijgen alle
kinderen, ook de
buitenechtelijke,
bij de geboorte de
familienaam van hun
vader. Als pas na de
aangifte van de
geboorte bekend
wordt wie de
biologische vader
is, dan moet de
bedrogen echtgenote
geen toestemming
meer geven om het
buitenechtelijke
kind de familienaam
van de vader te
geven."
"Kinderen die uit
overspel geboren
zijn, krijgen
bovendien voortaan
hun volwaardig
erfdeel in de
goederen die vererfd
worden (meubelen,
aandelen in
familiebedrijf,
...). Dat was tot 1
juli niet zo. Tot
dan konden ze alleen
maar de tegenwaarde
van die goederen in
geld krijgen – daar
hadden ze altijd
recht op -, als de
wettige kinderen dat
zo beslisten. De
buitenechtelijke
kinderen kunnen
bovendien het
initiatief nemen om
het vruchtgebruik
van de langstlevende
echtgenote, met wie
zij niets te maken
hebben, om te zetten
in geld. Ook dat kon
vroeger niet".
Onderhoudsgeld
"Sinds 1 juli kan de
moeder altijd
onderhoudsgeld
vragen van de
vermoedelijke vader
van haar kind. Voor
1 juli kon dat
alleen in de eerste
drie jaar na de
geboorte of nadat de
verwekker de hulp
die hij vrijwillig
gaf, had stopgezet.
Er komt dan een
gerechtelijke
procedure die nagaat
of de 'vermoedelijke
verwekker' tijdens
het tijdvak van de
verwekking
geslachtsgemeenschap
had met de moeder.
Zo ja, dan moet hij
een
onderhoudsuitkering
betalen, als het
kind uiteraard nog
geen juridische
vader heeft. Voor de
rest ontstaat géén
ouderschap. Enige
bijkomende gevolg is
een
huwelijksbeletsel
tussen kind en
vermoedelijke
verwekker."
Doodgeboren
kinderen
"Kinderen van 180
dagen oud die
doodgeboren zijn,
worden sinds 1999
geregistreerd. Hun
overlijden wordt
aangegeven en in die
akte worden de naam
van de moeder én de
vader vermeld. Sinds
1 juli mag ook de
naam van de persoon
die het kind erkent
erbij, als de moeder
niet getrouwd is.
Ook zonder erkenning
mag de naam van de
biologische vader
erbij, als de moeder
daarmee akkoord
gaat."
"En als een kind
snel na de geboorte
overlijdt, kan de
biologische vader
het voortaan nog
erkennen binnen het
jaar na de geboorte.
Dat is heel
belangrijk voor het
psychologisch
verwerkingsproces
van het overlijden
van het kind".
4
JULI 2007
| |
|
|
|
|
|