| |
Gehuwden zijn gelukkiger
dan samenwonenden
Gehuwde stellen zijn én
blijven gelukkiger dan
paren die samenwonen.
Dat blijkt uit een
onderzoek bij 758jonge
Nederlanders die
achttien jaar gevolgd
werden.
Uit meerdere onderzoeken
van de afgelopen
decennia weten we dat
gehuwden gelukkiger en
gezonder leven dan
samenwonenden. Ze leven
langer, hebben minder
last van depressies en
alcoholproblemen. Maar
die onderzoeken dateren
vaak uit een periode dat
trouwen nog de regel was
en samenwonen en
scheiden nog de
uitzondering. Laat staan
een vaste partner hebben
maar er niet mee
samenwonen: een
lat-relatie dus.
Ondanks de
veranderde tijdgeest en
leefvormen blijven
gehuwden zich gelukkiger
voelen. Ook op de lange
termijn. Dat blijkt uit
een analyse van de
Panelstudie Sociale
Integratie in Nederland
(PSIN).
758jongvolwassenen
tussen 18 en 26jaar
werden ondervraagd over
hun relaties en
tevredenheid met het
leven. Dat gebeurde
regelmatig over een
periode van achttien
jaar, zodat de
onderzoekers er een
goede kijk hebben op
wanneer de
geïnterviewden relaties
aangingen, hoe die
relaties evolueerden en
hoe de betrokkenen zich
daarbij voelden.
Uit het
onderzoek blijkt dat
trouwen een grotere
stijging in
levenstevredenheid tot
gevolg heeft dan
ongehuwd samenwonen.
Gehuwden scoren
gemiddeld 7,9 op tien op
de schaal van geluk,
samenwonenden 7,6,
mensen met een
lat-relatie 7,2 en
singles 6,6. Nochtans
lijken de leefsituaties
van koppels die
samenwonen en gehuwde
paren sterk op elkaar.
Ze hebben een
gezamenlijke
huishouding, voelen zich
verantwoordelijk voor
elkaar, er worden ook
kinderen geboren en
samenwonenden kunnen
vandaag juridisch heel
wat laten vastleggen.
Minder
traditioneel
Maar er zijn ook
verschillen. Wie
samenwoont, heeft
doorgaans minder
traditionele opvattingen
en waarden. De
takenverdeling in het
huishouden is
evenwichtiger dan bij
gehuwden, ze dragen
samen hun steentje bij
tot het gezinsinkomen.
Ze hebben anderzijds ook
meer conflicten dan
gehuwden en de kans dat
ze uit elkaar gaan, is
groter.
Vanwaar het
grotere geluksgevoel bij
gehuwden? De
onderzoekers hebben er
geen sluitende
verklaring voor, maar
stellen vast dat
samenwonen vaak als een
soort proefhuwelijk
beschouwd wordt. Dat
zorgt toch voor
onzekerheid. Pas wanneer
ze echt zeker zijn van
elkaar, gaan nogal wat
samenwonenden trouwen.
Een
samenwoonrelatie houdt
doorgaans ook minder
lang stand dan een
huwelijk. De
verwachtingen van de
partners vallen niet
altijd samen. De ene wil
een levenslange
verbintenis aangaan,
terwijl de andere
partner het samenwonen
als vrijblijvender
ervaart. Ondanks het
hoge percentage
echtscheidingen stapt
men nog altijd in het
huwelijksbootje met de
bedoeling samen te
blijven 'in voor- en
tegenspoed. Tot de dood
ons scheidt'.
Geluk neemt
echter met de jaren af.
Je kan er bijgevolg van
uitgaan dat mensen op de
langere termijn niet
gelukkiger worden van
een relatie, maar dat
blijkt volgens het
Nederlandse onderzoek
niet te kloppen. Wanneer
partners blijvend een
belangrijke bron van
steun zijn in plezierige
maar ook minder prettige
momenten, bijdragen tot
elkaars gevoel van
eigenwaarde en
identiteit en het
samenzijn ook financiële
voordelen oplevert,
blijft het relatiegeluk.
Naarmate
mensen langer
samenleven, daalt
weliswaar het
welbevinden maar dat
gebeurt zo langzaam dat
na 15jaar het
geluksgevoel nog altijd
groter is dan voorheen.
Wie bij aanvang van de
relatie meer tevreden
was, blijft dat dus ook
op termijn en dat zijn
de gehuwden.
Jongvolwassenen die niet
met een partner
samenleven, worden
daarentegen in de loop
der jaren ongelukkiger.
De kans om een partner
te vinden, neemt af met
het ouder worden. De
onzekerheid daarover kan
leiden tot een lager
welbevinden.
Conclusie
van het onderzoek: wie
trouwt, leeft doorgaans
nog lang(er) en
gelukkig(er) dan mensen
met een andere
levenswijze. Al is nog
onduidelijk welk
geluksgevoel partners
hebben eens ze de 40
gepasseerd zijn.
| |
|
|
|
|