| |
HILVERSUM (ANP) -
Zeker 140 kinderen
zijn het afgelopen
jaar ontvoerd door
een van hun ouders.
Van hen werden 92
kinderen door de
verzorgende ouder
meegenomen, in 48
gevallen ging de
niet-verzorgende
ouder er met het
kroost vandoor.
Dat
blijkt uit woensdag
gepubliceerde
cijfers van het
Centrum
Internationale
Kinderontvoering (CIK).
In totaal vertrokken
66 ouders met 101
kinderen naar een
ander land zonder
toestemming van de
andere ouder. De
grootste groep
kinderen kwam
terecht in Turkije,
gevolgd door Egypte,
Spanje, Marokko,
België en Duitsland.
Zo’n 23 ouders namen
34 kinderen mee naar
Nederland.
Het
centrum is vorig
jaar op 1 juni
officieel geopend.
Sindsdien belden
meer dan duizend
mensen naar het
telefoonnummer voor
informatie, advies
of begeleiding
rondom een
(dreigende)
ontvoering van
kinderen door een
van de ouders. In
250 gevallen was er
direct sprake van
een (dreigende)
ontvoering, daarbij
waren 311 kinderen
betrokken. Veel
landen, waaronder
alle lidstaten van
de Europese Unie,
hebben afspraken
over internationale
kinderontvoering
gemaakt in het Haags
Verdrag, dat in
oktober 1980 tot
stand kwam.
Bestaat
het vermoeden dat
het kind is
meegenomen naar een
van de 76 landen die
bij dat verdrag zijn
aangesloten, dan
kent het ministerie
van Justitie een
speciale instantie
waarop de ouder van
wie het kind is
ontvoerd, een beroep
kan doen: de
Centrale autoriteit.
Die werkt nauw samen
met de centrale
autoriteiten in de
andere
verdragslanden. Als
het land waar het
ontvoerde kind zich
bevindt geen partij
in het verdrag is,
schakelt de Centrale
autoriteit het
ministerie van
Buitenlandse Zaken
in. Dat zal een
beroep doen op het
bewuste land om te
handelen in de geest
van het Haags
Verdrag. Dat gebeurt
onder meer met
Egypte, Marokko,
Tunesië en Turkije.
| |
|
|
|
|