| |
UTRECHT - Kinderen
van gescheiden
ouders hebben bijna
twee keer zo veel
problemen als andere
kinderen. Dat blijkt
uit onderzoek van de
Raad voor de
Kinderbescherming
waarvan de
resultaten volgende
week overhandigd
worden aan minister
Rouvoet voor Jeugd
en Gezin. Kinderen
van gescheiden
ouders hebben
volgens onderzoeker
E. Spruijt vaker
last van angst,
depressieve
gevoelens, agressief
en crimineel gedrag,
ruzies met
leeftijdgenoten en
lagere
schoolprestaties. Ze
roken, drinken en
blowen vaker dan
andere kinderen, en
hebben ook twee keer
zo veel kans dat ze
later zelf gaan
scheiden. Voor zijn
boek
”Scheidingskinderen”
deed Spruijt
onderzoek onder 1659
jongeren van 12 tot
16 jaar. Daarnaast
bekeek hij 150
studies in binnen-
en buitenland. Per
jaar krijgen 70.000
thuiswonende
kinderen en jongeren
in Nederland te
maken met de
scheiding van hun
ouders. Bijna een
derde van deze groep
ouders is niet
getrouwd, maar woont
samen. Steeds meer
scheidingen (54
procent) worden door
beide ouders
aangevraagd. Nog
steeds wonen de
meeste
scheidingskinderen
bij hun moeder (75
procent), maar het
percentage dat
afwisselend bij
moeder en vader
woont
(co-ouderschap)
neemt toe (16
procent), vooral
voor jongens (21
procent). Kinderen
uit co-oudergezinnen
hebben iets minder
problemen dan
kinderen die alleen
bij hun vader wonen.
Sinds de
wetswijziging van
1998 is het contact
tussen kind en
uitwonende ouder
toegenomen. Hoe
jonger het kind was
tijdens de
scheiding, hoe
groter de kans dat
er geen contact is.
Een tweede
belangrijke
ontwikkeling sinds
1998 is dat er vaker
sprake is van ruzie
tussen de gescheiden
ouders. Kennelijk is
het vormgeven van
het gelijkwaardig
ouderschap niet zo
eenvoudig,
constateert de
onderzoeker. UTRECHT
- Kinderen van
gescheiden ouders
hebben bijna twee
keer zo veel
problemen als andere
kinderen. Dat blijkt
uit onderzoek van de
Raad voor de
Kinderbescherming
waarvan de
resultaten volgende
week overhandigd
worden aan minister
Rouvoet voor Jeugd
en Gezin. Kinderen
van gescheiden
ouders hebben
volgens onderzoeker
E. Spruijt vaker
last van angst,
depressieve
gevoelens, agressief
en crimineel gedrag,
ruzies met
leeftijdgenoten en
lagere
schoolprestaties. Ze
roken, drinken en
blowen vaker dan
andere kinderen, en
hebben ook twee keer
zo veel kans dat ze
later zelf gaan
scheiden. Voor zijn
boek
”Scheidingskinderen”
deed Spruijt
onderzoek onder 1659
jongeren van 12 tot
16 jaar. Daarnaast
bekeek hij 150
studies in binnen-
en buitenland. Per
jaar krijgen 70.000
thuiswonende
kinderen en jongeren
in Nederland te
maken met de
scheiding van hun
ouders. Bijna een
derde van deze groep
ouders is niet
getrouwd, maar woont
samen. Steeds meer
scheidingen (54
procent) worden door
beide ouders
aangevraagd. Nog
steeds wonen de
meeste
scheidingskinderen
bij hun moeder (75
procent), maar het
percentage dat
afwisselend bij
moeder en vader
woont
(co-ouderschap)
neemt toe (16
procent), vooral
voor jongens (21
procent). Kinderen
uit co-oudergezinnen
hebben iets minder
problemen dan
kinderen die alleen
bij hun vader wonen.
Sinds de
wetswijziging van
1998 is het contact
tussen kind en
uitwonende ouder
toegenomen. Hoe
jonger het kind was
tijdens de
scheiding, hoe
groter de kans dat
er geen contact is.
Een tweede
belangrijke
ontwikkeling sinds
1998 is dat er vaker
sprake is van ruzie
tussen de gescheiden
ouders. Kennelijk is
het vormgeven van
het gelijkwaardig
ouderschap niet zo
eenvoudig,
constateert de
onderzoeker.
Voortgezet Ouderschap (NL)
De bilocatiewet (BE)
Vadertop

Symposium oudervervreemding

Belgische portaal
ouderverstoting
| |
|
|
|
|