Mannen agressief? Kijk
ook eens naar vrouwen

In
Nederland is nog nooit
onderzoek gedaan naar
kindermishandelinggg
De dader
was in veel gevallen een
gescheiden moeder
Overheidsambtenaren,
geholpen door cultureel
correcte organisaties
als SIRE, zien de man
als te bot of te
machtsbelust om in te
schikken. Daarmee wordt
de werkelijkheid geweld
aan gedaan
Gezondheidseconoom en
voormalig bestuurder van
zorgorganisatiess
De
spotjes die de Stichting
Ideële Reclame (SIRE)
uitzendt over huiselijk
geweld suggereren dat
vaders daar steeds de
daders van zijn. Maar is
dit wel juist? Het is
niet de eerste keer dat
SIRE (en ook
overheidscampagnes, zie
kader) het beeld
uitdraagt van de man als
bruut. Dat was ook het
geval in de tv- en
radiocampagne ‘Kort
lontje’ (2006), waarin
alleen mannen worden
neergezet als in drift
exploderende
botteriken.
Recent startte SIRE een
campagne tegen
verwaarlozing,
mishandeling en misbruik
van kinderen. Een goede
zaak. Alleen wordt
onzorgvuldig met de
cijfers omgesprongen, en
wordt in drie van de
vier radiospotjes
gesuggereerd dat de
vader (of oom) de dader
is van huiselijk en
seksueel geweld en wordt
de grootste oorzaak van
armoede,
kindermishandeling,
verwaarlozing en
misbruik, miskend,
althans verzwegen. Die
oorzaak is
(echt)scheidingen.
“… en het is zwart …”
zegt een kinderstem op
de radio. Hij vervolgt:
“Het is de zwarte
zonnebril die mama
draagt, zodat niemand
kan zien dat pappa haar
weer geslagen heeft.”
Als gezegd wordt met de
spotjes gesuggereerd dat
pappa steeds de dader is
van huiselijk geweld.
Maar dat is volgens veel
onderzoeken onjuist.
Volgens de Californische
hoogleraar psychologie
Martin Fiebert blijkt
uit 196
wetenschappelijke
studies dat ongeveer
evenveel mannen en
vrouwen dader én
slachtoffer zijn van
partnergeweld (Google:
Fiebert violence, zie
ook
www.huiselijkgeweld.info).
Naast deze suggestieve
spotjes worden op de
website van SIRE ook
onjuiste cijfers genoemd
en worden schattingen
over kindermishandeling
op basis van één
buitenlands onderzoek
tot feiten verheven. Dat
geeft niet alleen een
vertekend beeld, maar
draagt ook niet bij tot
een oplossing van het
probleem.
SIRE vraagt aandacht
voor de
‘honderdduizenden’
slachtoffers per jaar.
De spotjes worden
afgesloten met: ‘Wanneer
openen we onze ogen?’
Die vraag geldt ook voor
SIRE. Volgens de
stichting is sprake van
80.000 kinderen die
worden mishandeld
(fysiek, psychisch,
emotioneel en
verwaarlozing) en
groeien daarnaast
450.000 kinderen op in
armoede. Dit geeft een
vertekend beeld. In de
eerste plaats omdat
onder de 450.000
kinderen zich ook een
groot aantal kinderen
bevindt dat al bij de
cijfers van de
kindermishandeling is
meegeteld. In de tweede
plaats is het getal van
80.000 een schatting op
basis van een onderzoek
in de VS dat
geëxtrapoleerd is naar
de Nederlandse situatie.
Kindermishandeling
moeten we niet
bagatelliseren, maar een
vergelijking tussen de
VS (met een andere
cultuur en veel
sloppenwijken) en
Nederland is
wetenschappelijk
onverantwoord. In
Nederland is nog nooit
onderzoek gedaan naar
kindermishandeling.
Voormalig
staatssecretaris
Ross-van Dorp heeft
opdracht gegeven voor
een onderzoek naar
kindermishandeling, maar
daarvan zijn de
resultaten nog niet
bekend.
Uit onderzoek naar
partnergeweld blijkt dat
dit veel minder voorkomt
dan de media, de
overheid en SIRE ons
willen doen geloven. De
onderzoekers dr. Karin
Wittebrood en dr. Vic
Veldheer van het Sociaal
Cultureel Planbureau
meldden in 2005 op basis
van twee
Intomart-onderzoeken in
opdracht van het
ministerie van Justitie,
dat in de vijf jaar
voorafgaand aan deze
onderzoeken ‘slechts’
3,9 procent van de
Nederlandse bevolking te
maken heeft gehad met
partnergeweld. Volgens
hen werd bijna 60
procent van het
huiselijk geweld
gepleegd door
niet-familieleden.
Geweld tussen
(ex-)partners vormt
‘slechts’ een kwart van
het huiselijk geweld
waarvan de Nederlandse
bevolking melding maakt.
Ook uit de aangiften bij
politie en de
behandelingen bij de
Eerste Hulp van
ziekenhuizen blijkt dat
partnergeweld veel
minder voorkomt dan de
media ons telkens weer
voorspiegelen. De
politie registreerde
57.000 incidenten in
2005. In ‘slechts’ 40
procent van de gevallen
werd ook aangifte
gedaan: 22.800. Hoeveel
van die aangiften ook
daadwerkelijk tot een
veroordeling hebben
geleid is niet bekend.
Bij de ziekenhuizen
melden zich voor
behandeling volgens het
Letsel Informatie
Systeem (LIS) ongeveer
evenveel mannelijke als
vrouwelijke slachtoffers
van geweld ‘in en om
huis’: circa 9500
slachtoffers in totaal
per jaar. Opvallend is
dat twee derde van de
‘aangeefsters’ bij de
politie niet de Eerste
Hulp consulteert, en dat
slechts een kleine groep
van de mannelijke
slachtoffers van de
Eerste Hulp aangifte bij
de politie doet.
Waarschijnlijk is dat
omdat de mannelijke
slachtoffers zich
schamen en omdat
aangiften bij de politie
vooral na
(echt)scheiding vaak
onjuist zijn
(rechtspsychologen,
zoals W.A. Wagenaar,
spreken over een
percentage van minstens
50 procent), maar
waarschijnlijk ook omdat
bij de instanties
hetzelfde vooroordeel
bestaat als in de
hoofdstroom van de
samenleving, namelijk
dat bijna altijd vrouwen
slachtoffer zijn van
huiselijk geweld en
mannen de dader. Waar
komt dat onuitroeibare
geloof in de vrouw als
beter mens toch vandaan?
Het is net zo idioot als
het geloof in de vrouw
als minderwaardig wezen.
Volgens SIRE sterft
minstens een kind per
week aan de gevolgen van
verwaarlozing en
mishandeling. Dit lijkt
helaas een reële
schatting. Tijdens de
themaweek ‘Geheim
Geweld’ bleek uit een
uitzending van
Zembla dat er
tientallen gevallen per
jaar van
kindermishandeling en
verwaarlozing zijn met
de dood als gevolg. De
dader was in veel
gevallen een gescheiden
moeder.
Kindermishandeling,
kinderverwaarlozing en
infanticide (het doden
van pasgeboren kinderen)
komen veel vaker voor in
stiefgezinnen en in
eenoudergezinnen dan in
intacte gezinnen. De
kans dat een kind wordt
vermoord is volgens
enkele onderzoeken
tientallen malen groter
in een stiefgezin (en
een eenoudergezin) dan
in een intact gezin.
Niet de pedagogische tik
waarover zo uitvoerig is
gedebatteerd, maar
scheiding – volgens het
CBS 110.000 per jaar
waar bijna 60.000
kinderen bij zijn
betrokken – en het
isolement van kinderen
na scheiding met hun
vader, gecombineerd met
drank- en drugsgebruik,
leiden per jaar in
tienduizenden gevallen
tot kindermishandeling
en in tientallen
gevallen tot
kindermoord. Rowena,
Savanna, Damaris en
Daniël uit Tolbert, het
Maasmeisje Gessica en
Metehan uit Apeldoorn
zijn daar bekende
voorbeelden van. Kortom,
er is alle reden om zorg
te hebben over wat er
met onze jeugd gebeurt,
maar dan moeten we ons
wel baseren op gedegen
wetenschappelijk
onderzoek en niet op
populaire clichés.
Overheidsambtenaren,
geholpen door cultureel
correcte organisaties
als SIRE, verspreiden de
laatste twintig jaar
niet alleen de
gelijkheidsboodschap
(voor alle sectoren, op
alle niveaus, inclusief
het huishouden), maar
voeden de man ook op in
de richting van meer
vrouwelijkheid. Als de
seksen niet gelijk zijn
(zoals de dagelijkse
werkelijkheid
voortdurend laat zien),
dan komt dat doordat
mannen te bot of te
machtsbelust zijn om in
te schikken. Hun
agressie moet worden
ingetoomd. De
vrouwelijke manier van
doen is langzamerhand de
norm geworden.

De beeldvorming in
overheids- en
SIRE-campagnes is vals.
De
Nederlandse overheid en
SIRE lijken zich steeds
meer tot taak te rekenen
om een negatief beeld
van de man neer te
zetten. Het gaat vooral
om beeldvorming via
folders, affiches,
billboards, radio- en
tv-spotjes. De ene
overheidscampagne is
nauwelijks voorbij of de
volgende gaat al van
start. In de afgelopen
vijftien jaar kreeg de
Nederlandse burger te
maken met de volgende
campagnes:s:
• ‘Seks
is natuurlijk, maar
nooit vanzelfsprekend’
(1991) van de
ministeries van
Justitie, Onderwijs en
Wetenschappen, Sociale
Zaken en Werkgelegenheid
en Welzijn,
Volksgezondheid en
Cultuur. Thema: de man
als oversekste botterik;
terwijl een onschuldig
ogend vrouwtje de thee
binnenbrengt, staat de
gnuiverd al met de broek
op zijn schoenen.
• ‘Een
veilig land waar vrouwen
willen wonen’ (circa
1997) van het ministerie
van Justitie naar
aanleiding van het
Intomart-onderzoek naar
huiselijk geweld. Dit
onderzoek komt tot de
conclusie dat er globaal
evenveel mannelijke als
vrouwelijke slachtoffers
van huiselijk geweld
zijn. Het is
gepubliceerd in het
rapport ‘Huiselijk
geweld’, waarin
paginagrote foto’s van
een verbeten ranselende
man en een met twee
kleuters aan de handen
vertrekkende vrouw.
• ‘Wie is
toch die man die zondags
het vlees komt snijden?’
(circa 1997) van SIRE.
Over de man die te
weinig thuis is. En die,
als hij in de campagne
wat terug had mogen
zeggen, misschien wel
had geantwoord: “Vaak de
man wiens vrouw hem
alleen accepteert als
hij door overwerk een
hoog inkomen inbrengt.”
Deze stelling werd in
een recent onderzoek van
het Sociaal en Cultureel
Planbureau (‘Hoe het
werkt met kinderen’)
bevestigd: in bijna alle
onderzochte gezinnen
werken de vaders
fulltime (en de moeders
parttime). En die
taakverdeling sluit
volgens de onderzoekers
aan bij de wensen van de
moeders.
• ‘Wie
doet wat?’ (2002-2003)
van het ministerie van
Sociale Zaken (Directie
Coördinatie
Emancipatiezaken). Zou
minstens een miljoen
euro hebben gekost.
Onder andere
televisiefilmpjes met
man als autist: een
sloofje van een vrouw
wordt gek van een paar
onmogelijke kinderen,
terwijl pa onbewogen met
zijn rug naar het gezin
achter de computer
blijft zitten of wat in
zijn auto gaat
rondrijden met een
vriend.
• ‘Mannen
worden er beter van en
vrouwen ook’ (2003) van
het ministerie van
Sociale Zaken (Directie
Coördinatie
Emancipatiezaken). Over
de lage participatie van
vrouwen in het
beroepsleven, die werd
voorgesteld als
veroorzaakt door de
onwil van mannen om mee
te doen in het
huishouden. Mannen
moeten dus thuis vaker
de handen uit de mouwen
steken.
• De 46
regeringsleiders van de
Raad van Europa besloten
in 2005 tot een
campagne. De poster
toont een verkreukelde
afbeelding van een
vrouw, met de slogan:
‘Het begint met
schreeuwen. Maar mag
nooit eindigen in
stilte.’ Op een Europees
seminar (2007) spraken
‘deskundigen’ over wat
te doen tegen huiselijk
geweld dat bijna gelijk
wordt gesteld met ‘man
slaat vrouw’.
•
‘Huiselijk geweld is
niet normaal’
(2005-2006) van het
ministerie van Justitie.
Man zit met een voet op
tafel, vrouw naast hem
heeft zojuist een
oplawaai gekregen. Dat
is inderdaad niet
normaal. Toch zijn niet
alleen mannen plegers
van huiselijk geweld.
Ook vrouwen zijn
gewelddadig, zowel tegen
hun mannen als tegen hun
kinderen.
• ‘Kort
lontje’ (2006), tv- en
radiocampagne van SIRE,
waarin alleen mannen
worden neergezet als in
drift exploderende
botteriken.
• ‘Ik
zie, ik zie wat jij niet
ziet’ (2006-2007),
radiospotjes van SIRE
waarin mensen worden
opgeroepen om in hun
omgeving beter te letten
op huiselijk en seksueel
geweld tegen vrouwen en
kindermishandeling en
dit vervolgens bij de
autoriteiten aan te
geven. Met wederom
mannen in de rol van
dader, als het om geweld
en misbruik gaat. (WO)

