Voor kinderen is een scheiding vaak slecht, zo blijkt uit tal van onderzoeken. Zij doen het gemiddeld minder goed op school en ze hebben later een 2,5 keer zo grote kans dat hun eigen relatie strandt. Als gevolg van de echtscheiding kunnen kinderen ook last krijgen van depressieve gevoelens, verlatingsangst en een lage zelfwaardering. Vooral scheidingen waarbij ex-partners blijven ruziën, hebben een negatief effect op kinderen.
Een ouderschapsplan kan deze schade beperken. Daarom heeft een meerderheid van de Tweede Kamer zich onlangs uitgesproken voor een verplicht ouderschapsplan bij echtscheidingen. Nu kunnen echtparen zo’n plan vrijwillig opstellen; veel scheidingsbemiddelaars of mediators wijzen hun cliënten al op die mogelijkheid. Maar de meeste stellen scheiden via de rechtbank, zonder plan.
Echtscheidingsbemiddelaar en notaris Fred Schonewille legt zijn cliënten een concepttekst voor, waarin de belangrijkste thema’s van het gedeelde ouderschap zijn beschreven. Op basis van die tekst praten ouders onder meer over de verdeling van de kosten, bedtijden, een gezond voedingspatroon, schoolkeuze, medische zorg en vakanties. In een ouderschapsplan wordt ook vastgelegd hoe ex-partners elkaar informeren over het leven van hun kinderen.
Communicatie tussen de ouders kan na een scheiding problematisch zijn, zegt echtscheidingsnotaris Arthur de Kok. Hij was de mediator van hiernaast geïnterviewde Margreet Breeschoten en Stephan Geukers, die in harmonie uit elkaar zijn gegaan. Maar ook voor ex-partners die liever geen persoonlijk contact met elkaar hebben, heeft hij een oplossing: „Zij moeten van mij een kort verslag maken van de week of het weekend, en dat e-mailen ze dan aan elkaar, soms met een afschrift naar mij.” Ook internet is een uitkomst voor sommige gescheiden ouders: zij praten hun ex via een weblog bij over de kinderen.
Ex-partners die nu vrijwillig een ouderschapsplan maken, zijn gemotiveerd om in samenspraak zo goed mogelijk voor hun kinderen te zorgen. Dat wil niet zeggen dat zo’n plan altijd makkelijk tot stand komt, zegt Schonewille. Moeilijke punten in de onderhandeling zijn vaak de rol van de nieuwe partner, de financiële afspraken en het vaststellen van de officiële woonplaats van de kinderen (zij kunnen maar op één adres geregistreerd worden).
Het kan ook lastig zijn als een van de ex-partners het ouderschapsplan in een later stadium wil veranderen. Gaat vader bijvoorbeeld minder uren werken en wil hij graag meer tijd met zijn kinderen doorbrengen, dan is het maar de vraag of moeder daarmee instemt. Schonewille signaleert nog een ander struikelblok: op naleving van de vastgelegde afspraken is geen controle. Hij zou daarom voorstander zijn van een bijzondere curator, die de belangen van het kind behartigt en toeziet op de uitvoering van het ouderschapsplan.
Ook al is die curator er nog niet, toch zijn Schonewille en De Kok voorstanders van het verplichte ouderschapsplan. Want dat dwingt alle ouders – ook de ruziënde – te focussen op het welzijn van hun kinderen. En dat willen ze uiteindelijk allemaal, zegt De Kok, die jaarlijks zo’n honderd echtscheidingen doet: „Ik heb nog nooit een ouder gehad die zei: kan mij die kinderen schelen.’’
Jaarlijks zijn er zo’n 100.000 scheidingen van samenwonende en getrouwde stellen. Daarbij zijn 50.000 tot 60.000 kinderen betrokken. Tachtig procent van de kinderen blijft na de scheiding bij de moeder wonen, vijf procent bij de vader, in vijftien procent van de gevallen is er sprake van co-ouderschap. Ruim twintig procent van de gescheiden ouders met thuiswonende kinderen onderhoudt na de scheiding geen contact met de ex-partner.