Op de
gemengde Rotterdamse
basisschool De
Vierambacht levert
Meryem Akbulut ’s
ochtends haar oudste
dochter af. Akbulut
hoeft daarna niet
gehaast door naar
haar werk. Toen haar
eerste kind geboren
werd, heeft ze haar
baan in de tuinbouw
opgezegd. „Het was
moeilijk om mijn
dochter te moeten
missen en ook nog
eens de helft van
mijn salaris aan een
oppas kwijt te
zijn.”
Nu
wil Meryem Akbulut
graag weer werken,
maar ze denkt dat
werkgevers niet op
haar zitten te
wachten. Het liefst
zou ze een opleiding
volgen, maar daar
heeft ze geen tijd
en geld voor. Het
komende kabinet
biedt alleenstaande
ouders speciale
scholingsmogelijkheden,
maar getrouwde
herintreders als
Meryem Akbulut niet.
Voorlopig zal ze het
daarom ook bij twee
kinderen houden.
„Alles wordt duurder
en we hebben het al
best krap.”
De
nieuwe coalitie
neemt in het
regeerakkoord veel
maatregelen die
gunstig zijn voor
gezinnen, zoals de
scholingsmogelijkheden
en extra geld voor
kinderopvang. Die
maatregelen zijn
zeker bedoeld voor
het gezin van Meryem
Akbulut en haar man
Mustafa. Want,
schrijven CDA, PvdA
en ChristenUnie,
werken aan
betrokkenheid en
zelfvertrouwen is in
het bijzonder van
belang voor nieuwe
Nederlanders, omdat
dat segregatie kan
tegengaan.
In
het nieuwe kabinet
komt een minister
voor jeugd- en
gezinsbeleid. De
komende vier jaar is
400 miljoen euro
extra beschikbaar
voor jeugd en
gezinnen en 700
miljoen voor
kinderopvang.
De
Vereniging Groot
Gezin, die gezinnen
vertegenwoordigt met
ten minste drie
kinderen, ziet de
gezinsmaatregelen
als een „steun in de
rug” voor ouders.
Maar voorzitter Nell
Coumans (54, acht
kinderen) verwacht
geen geboortegolf.
„Dit kun je geen
bevolkingspolitiek
noemen. Zo ver is
Nederland echt nog
niet.” Maar ze is
blij dat het gezin
„eindelijk” een
plaats krijgt in het
regeringsbeleid.
„Dat was altijd
taboe, omdat
emancipatie voorrang
had. Dat leek niet
samen te gaan met
een gezinsbeleid”.
Coumans vindt dat de
coalitieook kansen
heeft laten liggen.
„Ouders die een
time-out hebben
genomen om voor hun
kinderen te zorgen,
hebben een gat in
hun cv en zijn niet
meer welkom op de
arbeidsmarkt. Daar
is niets voor
geregeld”, zegt
Coumans.
Naast de thema’s
sociale cohesie en
milieu zijn jeugd en
gezin speerpunt van
het nieuwe kabinet.
In het
coalitieakkoord
staat: „Het gezin is
een belangrijke bron
voor het kweken van
betrokkenheid bij de
samenleving. Een
gezinsvriendelijk
beleid draagt eraan
bij dat kinderen van
jongs af aan
zelfvertrouwen,
weerbaarheid en
verantwoordelijkheidsgevoel
meekrijgen.”
Er
staat ook dat in het
gezin „geborgenheid
wordt geboden en
essentiële waarden
en normen worden
overgedragen aan
volgende generaties.
Ouders moeten daar
voldoende tijd,
middelen en
vaardigheden voor
hebben.”
De
54-jarige Nell
Coumans is net oma
geworden en ziet aan
haar oudste dochter
van bijna 30 hoe
„gecompliceerd” het
ouderschap is
geworden, vooral in
combinatie met werk.
„De rolpatronen
liggen niet meer
vast en ouders
moeten zo veel
keuzes maken dat het
goed is als de
overheid gezinnen
meer ondersteunt.”
Ze
juicht het toe dat
de kinderopvang
professioneler wordt
en ouders er meer
financiële
ondersteuning voor
krijgen. Ook als
grootouders of buren
de kinderen
opvangen. „Nederland
heeft een
achterstand in te
halen”, zegt Coumans
die zelf inmiddels
al 26 jaar haar
eigen kinderen naar
de basisschool
brengt. Kinderen
hebben is geen
hobby, vindt zij,
maar een lange
termijn-investering.
Alleen nieuwe
generaties kunnen
voor de toekomstige
ouderen zorgen.
Daarom moeten ook
kinderlozen solidair
zijn met gezinnen,
vindt Coumans.
„Solidair zijn?”,
zegt Lenie de Zwaan,
voorzitter van het
Centrum Individu &
Samenleving. Zij is
belangenbehartiger
van 2,5 miljoen
alleenstaanden en
vindt dat er
„eenzijdig veel
geld” naar gezinnen
gaat. „Men vergeet
dat alleenstaanden
ook een belangrijke
bijdrage leveren aan
de samenleving”,
zegt zij. „Jaar op
jaar zijn het de
alleenstaanden die
er op achteruitgaan
of het minst op
vooruit gaan. Zij
betalen de rekening
van de gezinnen.”
Ouders bij het
Rotterdams
kinderdagverblijf
Beatrix maken zich
in de ochtendspits
niet zo druk om dat
soort vragen. Hun
voornaamste zorg is
hun kinderen op tijd
weg te brengen, om
zelf niet te laat op
werk te komen. Jikke
Vergragt draagt haar
zoontje van 2,5 jaar
aan de leidsters
over en fietst
daarna met haar
dochter van ruim
vier jaar naar
school.
Zij vindt het „heel
goed” dat
bijvoorbeeld het
ouderschapsverlof
wordt verdubbeld tot
26 weken en zal
daarvan zeker
gebruikmaken. Maar,
zegt zij, de opgave
is hoe ook de vaders
meer gaan zorgen.
Vaak vinden mannen
het moeilijk om
minder te gaan
werken. Dat heeft
natuurlijk
financiële redenen,
maar eigenlijk is
nog veel meer een
mentaliteitsverandering
nodig. Zo wordt er
op het werk van haar
partner, die even
veel voor de
kinderen zorgt, toch
„anders” gereageerd.
Enthousiast is de
jonge moeder over de
opvoedingsondersteuning
en gezinscoaching
die het kabinet
belooft, maar ze wil
eerst zien hoe dat
in de praktijk
uitpakt. „Nu zijn
gezinscoaches nog te
veel gericht op
gezinnen met
ernstige problemen,
terwijl heel veel
doorsnee vaders en
moeders grote
behoefte hebben aan
simpel
opvoedingsadvies”,
zegt zij. „Als
opvoedingsondersteuning
laagdrempelig is en
er niet gelijk een
problematische
Riagg-sfeer omheen
hangt, zou ik daar
graag gebruik van
maken.”
Heel precies staat
dat niet in het
regeerakkoord. De
invulling van veel
plannen wordt aan
betrokken
organisaties
overgelaten. Er
staat dat in wijken
Centra voor Jeugd en
Gezin komen, waar
ouders en hun
kinderen „zo veel
mogelijk medische,
sociale en
educatieve
ondersteuning”
krijgen. Het
consultatiebureau
moet er onder één
dak komen te zitten
met pedagogen,
maatschappelijk
werkers, de school-
en huisarts, de
verloskundige en de
peuterspeelzaal.
Ouders kunnen er
terecht met grote en
kleine problemen. Zo
moeten in een vroeg
stadium opvoed- en
opgroeiproblemen van
kinderen worden
gesignaleerd en
aangepakt, om erger
te voorkomen.
Preventie is een
belangrijk streven,
vindt
scheidingsbemiddelaar
Gerda de Boer, maar
dat moet ook
concreet worden
uitgewerkt. De Boer
begeleidt families
bij een
echtscheiding. Het
kabinet schenkt ook
aandacht aan „de
gevolgen van
echtscheiding voor
kinderen”. Dat vindt
De Boer een goede
ontwikkeling. In
haar praktijk ziet
zij de schade die
gebroken huwelijken
kunnen veroorzaken.
Zij ontmoet kinderen
met emotionele
problemen die op
school minder goed
functioneren en
vriendschappen niet
in stand kunnen
houden.
Tachtig procent van
de kinderen die bij
Bureau Jeugdzorg
belanden, komt uit
een éénoudergezin.
Kinderen en ouders
die met scheidingen
worden
geconfronteerd
moeten, volgens De
Boer, voor weinig
geld begeleiding
kunnen krijgen. Of
het kabinet daarvoor
zorgt, is volgens
haar nog maar de
vraag. „Het
voornemen om daar
aandacht aan te
besteden bestaat
wel, maar er wordt
vooralsnog geen geld
speciaal voor dat
doel vrijgemaakt.”