f4j.be » documenten      :: Ga naar  
 

f4j.be home


Bron     www.nidi.nl 
Datum  01/01/98 
Datumpubl. f4j.be 05/02/07

Scheiden doet lijden

JENNY GIERVELD / PEARL DYKSTRA

Echtscheiding en verweduwing hebben vaak vervelende gevolgen. Zo vervallen veel vrouwen na een scheiding in armoede. Mannen ondervinden vooral op de lange termijn gevolgen van een echtscheiding. Oudere ooit gescheiden vaders kunnen, wanneer ze hulp behoeven, minder een beroep doen op hun kinderen omdat het contact vaak is verminderd of verbroken. Voor vaders van wie de partner overleed geldt dat niet. Ook gescheiden moeders vallen minder terug op elders wonende kinderen dan moeders van wie de echtgenoot overleed.
 

Het zijn tegenwoordig niet meer alleen betrekkelijk jonge mensen en mensen op middelbare leeftijd die gaan scheiden. Ook onder 55-plussers komt echtscheiding vaker voor dan in het verleden het geval was. Daarnaast bereiken steeds meer gescheiden mensen de pensioengerechtigde leeftijd. Van 1960 tot 1990 nam het percentage gescheiden 55-plussers sterk toe. Hoewel deze tendens het sterkst zichtbaar is onder de 'jongere ouderen' zien we ook binnen de wat oudere leeftijdscategorieën een langzame maar gestage stijging van het percentage gescheidenen. Binnen elke leeftijdscategorie boven de 55 leven van alle vrouwen er in verhouding meer gescheiden dan van alle mannen (figuur 1 en figuur 2). Dat komt vooral doordat vrouwen minder hertrouwen dan mannen.

Figuur 1. Gescheiden vrouwen in percentages van het totaal aantal vrouwen per leeftijdscategorie; periode 1960-1990

Figuur 2. Gescheiden mannen in percentages van het totaal aantal mannen per leeftijdscategorie; periode 1960-1990

Het aantal oudere mensen dat ooit is gescheiden, is uiteraard hoger dan het aantal dat op een bepaald moment als gescheiden geregistreerd staat. Exacte cijfers ontbreken echter. Voor de Verenigde Staten wordt geschat dat in het jaar 2000 circa de helft van alle dan levende mensen boven de 65 jaar ooit een scheiding heeft meegemaakt. Een dergelijke schatting is voor Nederland niet gemaakt. Slechts via survey-onderzoek kunnen we enig idee krijgen van de omvang van deze categorie. Van groter belang is echter dat we meer te weten komen omtrent de lange-termijngevolgen van echtscheiding. Economische achteruitgang, vooral bij gescheiden vrouwen, en problemen in het sociale netwerk, vooral bij gescheiden mannen, zijn belangrijke consequenties.

Vrouwen: armoede

De economische gevolgen van echtscheiding treffen vooral de vrouwen. Gebrek aan werkervaring en de zorg voor de toegewezen kinderen maken het vrouwen vaak niet mogelijk het vóór de scheiding beschikbare huishoudensinkomen ook na de scheiding te handhaven. Uit de recente publicatie 'De Kwetsbaren; tweede jaarrapport armoede en sociale uitsluiting' blijkt heel duidelijk dat gescheiden vrouwen dan wel alleenstaande moeders het hoofd vaak maar net (of net niet) boven water kunnen houden. Meestal betekent het verbreken van een huwelijk dat vrouwen, vooral als ze weinig opleiding hebben genoten, in armoede vervallen. De achteruitgang in inkomen kan vele jaren doorwerken. Ook nadat de kinderen het ouderlijk huis hebben verlaten, lijden veel oudere gescheiden vrouwen armoede.
 

Mannen: minder sociale contacten

De consequenties van echtscheiding op het vlak van de sociale contacten treffen vooral gescheiden mannen. Zo wordt het contact met de kinderen vaak vager en minder frequent. Een deel van de mannen verliest het contact met de kinderen geheel. Belangrijke vraag daarbij is of de contacten weer zullen worden aangehaald dan wel hersteld wanneer de ouders op een leeftijd komen dat zorg en steun van anderen noodzakelijk wordt. Zullen de kinderen dan alsnog inspringen? Zal zoiets als latente liefde tussen de ouder en het kind of een gevoel van morele verplichting dan prevaleren boven afstandelijkheid?

Hulp

In recent NIDI-onderzoek werd nagegaan van wie ouderen hulp ontvangen, wanneer zij deze behoeven. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen informele en formele hulp, tussen mensen met en zonder partner en tussen mensen die wel of niet ooit hun partner verloren door overlijden dan wel echtscheiding. Uit de tabel blijkt dat bij mensen met een partner informele hulp in de eerste plaats wordt geboden door die partner. Mannen die ooit gescheiden zijn, noemen wat minder frequent hun nieuwe partner als bron van hulp, gescheiden vrouwen noemen hun partner in dit verband het meest frequent.

Bronnen van hulp voor mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder, met kinderen, die hulp behoeven bij dagelijkse activiteiten, onderscheiden naar huwelijksgeschiedenis en naar huidige partnerstatus; in procenten
  eerste huwelijk ooit verweduwd ooit gescheiden
M V M V M V
met (huwelijks)partner ontvangt informele hulp van:
- de partner 63 63 54 --*) 47 73
- andere leden van het huishouden 5 5 3 --*) 3 12
- kinderen die elders wonen 25 25 23 --*) 0 15
- overige familieleden 4 3 6 --*) 3 0
ontvangt formele hulp 18 26 20 --*) 18 42
zonder (huwelijks)partner ontvangt informele hulp van:
- leden van het huishouden --*) --*) 8 7 0 3
- kinderen die elders wonen --*) --*) 47 53 13 23
- overige familieleden --*) --*) 6 11 0 10
ontvangt formele hulp --*) --*) 54 50 50 46

( *): te weinig waarnemingen.

Hulp van de zijde van overige leden van het huishouden wordt zowel door mensen met als door mensen zonder partner niet vaak genoemd. Dat ligt anders voor de hulp die men krijgt van de kinderen. Mensen met een partner blijken nog in zo'n 15 à 25 procent van de gevallen hulp te krijgen van een of meer van hun kinderen. Dat wordt door ander onderzoek bevestigd. De kinderen functioneren klaarblijkelijk als eerste 'achterwacht' na de partner, in het geval dat aanvullende hulp nodig is.

Als de oudere man of vrouw geen partner heeft zijn de kinderen als regel de eerst aangewezenen om (informele) hulp te verschaffen. Zoals blijkt uit de tabel is dat bij mensen van wie ooit de partner overleed in veel sterkere mate het geval dan bij mensen die ooit scheidden. Van de weduwen die problemen hebben met de dagelijkse activiteiten en daarom hulp behoeven, noemt 53 procent de kinderen als bron van hulp, van de weduwnaren is dat 47 procent. Bij de ooit-gescheidenen gaat het echter om respectievelijk 23 en 13 procent. De kinderen van een zeer belangrijk deel van de verweduwden zonder partner blijken dus veel sterker betrokken bij de hulp aan hun vader of moeder dan die van ooit gescheiden vrouwen en vooral mannen. Behalve dat vaders vlak na de scheiding vaak minder contact met hun kind(eren) hebben, heeft die gebeurtenis blijkbaar ook ernstige gevolgen voor de relatie met de kinderen op de langere termijn.

Strikt genomen kunnen andere verschillen tussen de ondervraagde ooit-verweduwden en ooit-gescheidenen een rol spelen. Mogelijk waren de ooit-gescheidenen die in het onderzoek werden betrokken gemiddeld wat jonger en gezonder en was hun behoefte aan hulp daardoor minder groot. Mogelijk hadden ze gemiddeld minder kinderen dan de ooit-verweduwden.

Het aantal kinderen dat nog in leven is uit het huwelijk dat in echtscheiding eindigde, blijkt in dit verband voor gescheiden moeders van groot belang. Voor vaders is dat meer het aantal kinderen dat nog in leven is uit een volgend huwelijk (of relatie). De kans dat ooit gescheiden moeders onvoldoende hulp krijgen van de kinderen en een beroep moeten doen op (aanvullende) formele hulp neemt toe wanneer de moeder minder kinderen heeft uit het huwelijk dat tot echtscheiding leidde. De kans dat een ooit gescheiden vader onvoldoende hulp krijgt van zijn kinderen en een beroep moet doen op (aanvullende) formele hulp is daarentegen direct gerelateerd aan het aantal kinderen dat de vader heeft uit een ander huwelijk (of relatie) dan het huwelijk dat op echtscheiding uitliep. Met andere woorden, bij ooit gescheiden moeders vervullen de kinderen uit het huwelijk dat is verbroken een centrale rol, bij ooit gescheiden mannen zijn de kinderen uit een vervolghuwelijk vooral belangrijk. Deze bevindingen weerspiegelen de consequenties van het feit dat moeders na de scheiding nog steeds vaak de dagelijkse zorg voor de kinderen krijgen toegewezen, en dat veel gescheiden vaders hertrouwen en ook kinderen hebben uit deze tweede relatie. Klaarblijkelijk zijn de vaders er wel in geslaagd goede relaties met de kinderen uit het tweede huwelijk op te bouwen, maar niet met die uit het eerste. De kans is daardoor groot dat in het sociale netwerk van oudere gescheiden mannen essentiële relaties ontbreken en dat de steun van de kinderen wordt gemist op het moment dat die nodig is.

LITERATUUR

Engbersen, G., Vrooman, J.C. & Snel, E. (red.), De Kwetsbaren; Tweede jaarrapport armoede en sociale uitsluiting. Amsterdam: Amsterdam University Press, 1997.

de Jong Gierveld, J. & Dykstra, P.A., The longterm consequences of divorce for the care of elderly fathers. Paper gepresenteerd op de 23e IUSSP-conferentie, Beijing, oktober 1997.

Prof. dr J. Gierveld en dr P.A. Dykstra, NIDI

Leefvormen en sociale netwerken van ouderen

De gegevens waarvan gebruik is gemaakt, zijn in 1992 verzameld in het kader van het onderzoeksprogramma 'Leefvormen en sociale netwerken van ouderen'. Dit onderzoeksprogramma is uitgevoerd door de vakgroepen 'Sociologie en Sociale Gerontologie' en 'Methoden en Technieken van Sociaal-Wetenschappelijk Onderzoek' aan de Vrije Universiteit te Amsterdam en door het NIDI. Het onderzoek is mede mogelijk gemaakt door een bijdrage in het kader van het Nederlandse Stimuleringsprogramma Ouderenonderzoek (NESTOR), gesubsidieerd door de ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

De centrale onderzoeksvragen in het NIDI-onderzoek luidden: in hoeverre springen kinderen van ooit gescheiden oudere vaders en moeders bij, wanneer deze ouders hulp behoeven bij het verrichten van dagelijkse activiteiten? Is daarin een verschil te herkennen ten opzichte van ouders die een andere huwelijksgeschiedenis achter de rug hebben?

Er werden in totaal 4494 Nederlandse mannen en vrouwen van 55 tot 89 jaar mondeling ondervraagd. Uit deze totale steekproef werden die mannen en vrouwen geselecteerd die één of meer problemen ondervonden bij dagelijkse activiteiten als traplopen, buitenshuis lopen over een afstand van meer dan 5 minuten, gaan zitten en opstaan uit een stoel, aan- en uitkleden, inclusief het dichtknopen van schoenveters, het sluiten van ritsen en dergelijke, en die daarom hulp nodig hadden. Vervolgens werden de mensen met (nog levende) kinderen eruit gelicht. Op deze manier bleven er 1122 respondenten over, van wie werd nagegaan of ze getrouwd waren (eerste huwelijk), dan wel ooit het overlijden van hun partner hadden meegemaakt en/of ooit waren gescheiden. De nooit-gehuwden werden vrijwel allen uitgeselecteerd omdat zij zelden kinderen hebben.

Verder is nagegaan of de respondenten werden geholpen bij hun dagelijkse activiteiten, en zoja door wie. Daarbij werd onderscheid gemaakt tussen informele hulp, door de partner, de kinderen die het ouderlijk huis hebben verlaten, door overige familieleden, buren, vrienden en kennissen, en formele hulp, verleend door een particuliere verpleegster, door de wijk, door vrijwilligers en dergelijke.

Ook werd onderzocht of sprake was van een partner in het huishouden, buiten het huishouden (bijvoorbeeld in geval van een LAT-relatie). Daarnaast werd het aantal kinderen dat nog in leven was, inbegrepen adoptie- en stiefkinderen, vastgesteld. Voor de ooit-gescheidenen is daarbij afzonderlijk nagegaan hoeveel kinderen ze hadden uit het huwelijk dat in echtscheiding eindigde en hoeveel uit een ander huwelijk of een andere relatie.

 

  

     

Verwante links:

 
Datum   Type Titel Bron
         

 

     


bij favorieten  E-mail paginalink
suggestie/opmerking? print selectie
 
f4j.be bilocatiewet co-ouderschap gezagsco-ouderschap verblijfsco- ouderschap omgangsrecht het belang van het kind Ouderschap echtscheiding scheiding samenwonende ouders kinderen moeder vader verblijfsregeling alimentatie onderhoudsgeld opvoeding ouderlijk gezag hoederecht bezoekrecht Bemiddeling gelijkmatig verdeelde huisvesting vechtscheiding oudervervreemding kindermishandeling ouderverstoting parental alienation papa mama familierecht.