| |
De moeder van Sara
en Ammar, die twee
jaar geleden door
hun Syrische vader
waren ontvoerd en
kort voor de
jaarwisseling zijn
teruggekeerd, komt
binnenkort met een
boek waarin zij haar
ervaringen heeft
opgeschreven.
Iedereen in
Nederland lijkt blij
dat de kinderen
terug zijn bij hun
moeder. Maar aan de
zaak zit een
luchtje.
Voorzover
internationale
kinderontvoeringen
aan de Centrale
Autoriteit gemeld
zijn - vorig jaar
113 zaken waarbij
172 kinderen
betrokken waren -
worden zij voor 65
procent door moeders
begaan, 30 procent
door vaders en 5
procent door derden
(brief minister van
Justitie, 23 maart
2006). Maar die
moeders worden door
de autoriteiten
nauwelijks vervolgd
of gestraft.
Sara (11) en Ammar
(13) zijn weer
herenigd met hun
moeder en hun
halfbroertjes. De
Syrische vader
Hisham El-Hafez had
van de Nederlandse
ambassade te
verstaan gekregen
dat als hij geen
toestemming zou
geven om de kinderen
naar Nederland terug
te laten keren, de
kinderen tot 18 jaar
in de ambassade
zouden blijven. Dat
wilde de vader niet
en daarom ging hij
ermee akkoord de
kinderen naar
Nederland terug te
laten gaan. Er zou
een omgangsregeling
komen en El-Hafez
kreeg een
bevestiging van de
autoriteiten dat het
internationale
opsporingsbevel zou
worden ingetrokken.
Daarover had
minister Bot
(Buitenlandse Zaken)
afspraken gemaakt
met de
procureur-generaal
en de minister van
Justitie.
Minister Bot
beschouwt de
regeling als een
triomf voor de
stille diplomatie,
maar wel één met een
bijsmaak. De vader
nam in 2004 de
kinderen mee naar
diens geboorteland
zonder toestemming
van de met gezag
belaste moeder. Dat
is een strafbaar
feit waarop in
Nederland enkele
jaren
gevangenisstraf
staat. Dat de vader
van de
internationale
opsporingslijst is
geschrapt, is tegen
die achtergrond
merkwaardig.
Overigens is volgens
de officier van
Justitie in
Groningen minister
Bot niet volledig
geweest. De vader is
dan wel van de
internationale
opsporingslijst
verwijderd, maar de
nationale
signalering van
El-Hafez is nog van
kracht. Als hij voet
op Nederlandse bodem
zet, zal hij worden
aangehouden,
verhoord en volgens
de wet dus een
gevangenisstraf moet
krijgen.
Contact
Uit het
Jeugdjournaal (24
december) blijkt dat
de Nederlandse
ambassade de vlucht
van Sara en Ammar
mede heeft
geconstrueerd op
verzoek van de
moeder. De kinderen
hebben inmiddels al
laten weten dat zij
hopen dat de 'oude'
situatie terugkeert:
contact met beide
ouders. De ambassade
schermde de kinderen
van hun vader af.
Maar ook als de
kinderen uit eigen
beweging naar
Nederland willen, is
dat nog geen reden
om de vader
gedurende een
halfjaar zelfs een
gesprek met hen te
weigeren.
Bij internationale
kinderontvoeringen
geldt binnen de
rechtspraak de
regel, dat indien
een kind
onrechtmatig wordt
meegenomen
(ontvoering dus),
het een jaar na dato
in de nieuwe
situatie is
'geworteld' en
derhalve niet hoeft
terug te keren naar
het land van
herkomst. In de zaak
Sara en Ammar is
daarover door
niemand, ook niet
door minister Bot,
met een woord
gerept. Hij ging
zelfs in tegen de
EU-opvatting dat
Syrië - waar in
feite een dictatuur
heerst, zoals Bot
ook beaamde: 'de
president heeft
toegezegd dat de
kinderen nog voor
het eind van het
jaar naar Nederland
komen en dan gebeurt
dat ook' - geen
gesprekspartner mag
zijn.
Merkwaardig
Een andere
merkwaardige
situatie. Ergens in
Nederland zit een
Algerijnse vader
gevangen omdat hij
in 1999 zijn zoontje
(toen 2 jaar) naar
Algerije heeft
ontvoerd. In eerste
aanleg werd de vader
tot zes jaar
gevangenisstraf
veroordeeld. Toen
zijn zoontje na het
uitzitten van de
gevangenisstraf nog
niet was
teruggekeerd in
Nederland, werd de
vader opnieuw
veroordeeld, terwijl
in Nederland volgens
de wet iemand maar
één keer kan worden
veroordeeld voor een
delict. Maar de
vader zit nog steeds
gevangen totdat hij
toestemt in
terugkeer van zijn
zoontje naar
Nederland of totdat
die (in 2015)
meerderjarig is.
Ontvoerende
moslimvaders
krijgen, als het hen
tegenzit, zo'n
megastraf.
Ontvoerende
autochtone vaders
krijgen doorgaans
zo'n anderhalf tot
twee jaar. Van
ontvoerende moeders
is geen geval bekend
die werden gestraft.
Illustratief voor de
rol van het OM is
ook de
zaak-Kluitenberg.
Moeder verliet het
gezin. De kinderen
werden daarom aan
vader toegewezen.
Later ontvoeren
moeder en nieuwe
partner de kinderen
naar Indonesië. De
officier van
Justitie wil de
moeder niet op de
internationale
opsporingslijst
zetten: 'de moeder
zou wel eens in een
Indonesische
gevangenis kunnen
komen en dat is
slecht voor de
kinderen'. Vader
dient beklag in bij
de hoofdofficier van
Justitie, die geen
uitspraak doet. Om
een uitspraak af te
dwingen voert vader
een kort geding
tegen de Staat der
Nederlanden, dat hij
verliest. Moeder
komt terug naar
Nederland om via het
OM Den Bosch een
overeenkomst uit te
onderhandelen. Zij
mag terugkeren en de
kinderen bij zich
houden. De officier
van Justitie: 'De
lopende strafklacht
wordt niet
uitgevoerd zolang de
kinderen bij de
moeder zijn.
Strafvervolging moet
niet dienen om een
civiele zaak op te
lossen'. Moeders
hebben blijkbaar een
voorrangsrecht op de
kinderen, plus een
daarvan afgeleide
immuniteit tegen
strafvervolging.
Onttrekking
Internationale
kinderontvoeringen
hebben hetzelfde
resultaat als het
negeren van
omgangsregelingen:
het onttrekken van
kinderen aan een van
de ouders, meestal
vader. Voor
binnenlandse 'kindermeename'
(bijna altijd door
de moeder) hebben OM
en rechtspraak de
spelregel: afdwingen
van omgang tussen
een gescheiden vader
en zijn kind is niet
in het belang van
het kind. Alsof het
wel in het belang
van het kind is dat
het van de ene dag
op de andere zijn
vader nooit meer
ziet. Volgens het
CBS zijn er bijna
30.000 nieuwe
gevallen per jaar
van vaders die na
scheiding hun
kinderen niet of
nauwelijks meer
zien. Geen Kamerlid
dat erover piekert
dat strafbaar te
willen stellen. Wel
was een wet in
voorbereiding van
het Tweede Kamerlid
Anja Timmer (PvdA)
om de maximumstraf
voor ontvoering (of
voorbereiding of
dreiging) op te
trekken naar negen
jaar gevangenis. De
kans dat ook
ontvoerende moeders
gestraft worden, mag
men wel uitsluiten.
Ten slotte. Tweemaal
zoveel kinderen
worden vermoord door
hun moeder als door
hun vader (Gerlof
Leistra en Paul
Nieuwbeerta, Moord
en doodslag , 2001).
Merkwaardig is ook
dat de moordenaar in
zo'n geval gemiddeld
tweemaal zo lang
gevangenisstraf
krijgt als de
moordenares.
Wim Orbons is
voormalig bestuurder
van
gezondheidszorgorganisaties
en betrokken bij een
expertgroep die zic
verzet tegen de
echtscheidingscultuur
in ons land. Net
voor Kerst kwamen
Sara en Ammar, die
een halfjaar in de
Nederlandse
ambassade in
Damascus hadden
doorgebracht, terug
in Nederland, waar
ze werden opgewacht
door minister Bot. |
| |
|
|
|
|