De
belangrijkste adviezen
voor een goed lopend
co-ouderschap
Inleiding

Inleiding
Als de
ouders moeten besluiten
tot een echtscheiding is
dat natuurlijk heel
akelig voor alle
betrokkenen: ouders en
kinderen, maar ook de
omgeving zal hier met
veel emoties op
reageren.
Toch kan een
echtscheiding nog te
verkiezen zijn boven het
bij elkaar blijven in
een
slechte relatie. Hoe
schadelijk is het wel
niet voor een kind om op
te groeien in een
gezin
waar altijd spanning en
ruzie is? Het is al lang
niet meer zo dat het
kind na de
scheiding
een van beide ouders
moet missen. Sinds 1998
is in Nederland zelfs
bij de wet
geregeld
dat beide ouders bij een
scheiding het ouderlijk
gezag blijven houden. De
ouders
verbreken
immers wel hun
onderlinge relatie, maar
blijven beiden nog
steeds de ouders
van hun
kinderen en willen daar
vaak beiden ook vorm aan
blijven geven in de
dagelijkse
praktijk.

Praktische aanpak - het
begin van een
co-ouderschap
Steeds
meer scheidende ouders
kiezen voor een
co-ouderschap na de
scheiding, waarbij
beiden
niet alleen het
ouderlijk gezag
behouden, maar die ook
omzetten in verzorgende
taken. In
de meeste gevallen zal
een co-ouderschap er in
de praktijk op neerkomen
dat het
kind een
gedeelte van de week bij
zijn moeder woont en een
ander gedeelte van de
week
bij zijn
vader. In een enkel
geval is het zelfs
mogelijk dat het kind
steeds in hetzelfde huis
blijft en
de ouders daar
beurtelings een paar
dagen zijn om voor hem
te zorgen. Dit is in de
praktijk
een duurdere oplossing,
omdat er drie
woonruimtes zullen
moeten worden betaald,
onderhouden en in zekere
zin ook gedeeld met de
ex-partner.
In de
gunstigste situatie
hebben de kinderen bij
beide ouders een eigen
plekje en wisselen –
als ze
nog jong zijn – om de
paar dagen, of, vanaf de
puberteit, elke week van
huis. Zo
houden
zij intensief contact
met hun beide ouders en
krijgen bovendien twee
vertrouwde
thuisculturen mee. Het
lijkt erop dat dit
‘thuis zijn in twee
werelden’ een uitstekend
uitgangspunt is voor het
ontwikkelen van sociale
vaardigheden. De beide
ouders hebben
zelf ook
plezier van een
co-ouderschap: niet
alleen delen ze ‘quality
time’ met hun
kinderen,
ze hebben ook beiden de
mogelijkheid om na hun
scheiding weer een eigen
leven op
te bouwen, in de tijd
dat de kinderen bij de
co-partner zijn, hun ex.

Hoe verdeel je de zaken
Co-ouderschap is niet
gemakkelijk. Beide
ouders moeten er achter
kunnen staan of zich er
tenminste
voor willen inzetten om
het een goede kans van
slagen te geven. Het
belang van
de
kinderen staat bij
co-ouderschap voorop:
het kind houdt intensief
contact met beide
ouders en
hoeft geen van beiden te
missen. Zo zal het
duidelijk voelen dat de
ouders
misschien
niet meer bij elkaar
willen zijn, maar nog
wel bij het kind.
Co-ouderschap is nog
geen juridische term,
waardoor het moeilijk is
in te schatten hoeveel
co-ouderschappen er op
dit moment al goed
functioneren en hoe de
zorgverdeling tussen
de ouders
precies is geregeld. Het
is niet
noodzakelijkerwijs zo
dat beide ouders precies
evenveel
tijd met de kinderen
doorbrengen. Een
verdeling van 70/30
procent van de tijd
kan ook
nog een co-ouderschap
zijn, als de intentie
bij beide ouders maar is
om hun
zorgtaken
met liefde en toewijding
uit te voeren in de tijd
dat het kind onder hun
verantwoordelijkheid
valt.

Begin uitdagingen
Een
co-ouderschap wordt vaak
begonnen in een
emotioneel zware
periode, waarin
mogelijk
nog maar net besloten is
om het partnerschap te
beëindigen, met alle
consequenties van dien.
Alleen al daarom is het
aan te bevelen om goede
afspraken te
maken met
ondersteuning van een
bemiddelaar of een
gespecialiseerd advocaat
die ook
betrokken
is bij het afhandelen
van de juridische
aspecten van de
echtscheiding. Het is
tegenwoordig
gebruikelijk, en
mogelijk over enige tijd
zelfs bij de wet
verplicht, om bij
elke
scheiding waar kinderen
bij betrokken zijn, een
‘ouderschapsplan’ op te
stellen.
Hiernaar
kan ook verwezen worden
in het
echtscheidingsconvenant
dat wordt opgemaakt
om de
echtscheiding te
regelen. In dit
ouderschapsplan wordt
vastgelegd hoe beide
ouders
overeenkomen om te gaan
met opvoedingszaken. Het
onder ogen zien van
verschillen van
opvatting
in een bestaande,
goedlopende ouderrelatie
valt al niet mee, maar
in een
emotioneel belaste
periode als die rond een
echtscheiding kan het
werkelijk een grote
opgave
zijn om dit
ouderschapsplan op
papier te zetten, zelfs
met de vakkundige hulp
van
een
bemiddelaar.
Toch is
het van groot belang om
dit te doen: de
afspraken fungeren voor
beide ouders als
houvast
om een gezamenlijk
beleid te voeren rond de
opvoeding. Dit schept
ook rust en
duidelijkheid voor het
kind. De ouders moeten
duidelijke afspraken
hebben over
belangrijke thema’s als
schoolkeuze, ingrepen
bij ziekte, uitvoering
van religie,
buitenschoolse
activiteiten, seksuele
voorlichting,
computergebruik
enzovoort. Het is
echter
niet noodzakelijk dat
het kind in beide huizen
tot in detail precies
dezelfde regels
heeft
waar het zich aan moet
houden. Kinderen zijn
uitstekend in staat om
zich aan te
passen en
goed te functioneren bij
onderlinge verschillen:
‘bij papa eten we soms
voor de
televisie, bij mama
zitten we altijd aan
tafel’ is iets wat ze
heel goed kunnen
begrijpen. Het
belangrijkste is dat ze
kunnen voelen dat ze in
beide huizen, bij hun
beide ouders welkom
zijn, een
onderdeel van dat
huishouden zijn en dat
er van ze gehouden
wordt.

Wat vertel je de
kinderen
De
kinderen moet duidelijke
uitleg krijgen over wat
ze kunnen verwachten van
de nieuwe
situatie.
Het is goed om hierbij
de nadruk te leggen op
de positieve kanten: “Je
krijgt nu
twee
eigen kamertjes, je hebt
twee huizen en twee keer
speelgoed.” Laat het
kind ook
zoveel
mogelijk zelf meedenken
over de inrichting van
het andere huis en laat
het er wat
vertrouwde spulletjes
mee naar toe nemen om
daar neer te zetten. Dat
maakt het
gemakkelijker om zich
bij beide ouders echt
thuis te voelen.
Geef ook
ruim de mogelijkheid om
het kind zorgen,
verdriet en boosheid te
laten uiten. Het
kind
heeft veel te verwerken
op dit moment en kan nog
niet overzien hoe zijn
leven er
straks
uit zal zien. Dat zal
leiden tot onzekerheid
en gevoelens van angst
waar veel
aandacht
aan moet worden besteed.
Je kunt het kind rustig
laten weten dat je ook
nog niet
op alle
vragen een antwoord
hebt, maar dat je er
beiden alles aan zult
doen om het zo fijn
en
gezellig mogelijk te
maken voor het kind.
Wees bereid om keer op
keer dezelfde vragen
te
beantwoorden, omdat het
kind zich door de
herhaling ervan
gerustgesteld zal
voelen.

Overleg en wisselingen
Co-ouders
moeten de verleiding
weerstaan om over elkaar
te spreken met de
kinderen of,
erger
nog, met elkaar te
spreken via de kinderen.
Het is heel belastend
voor kinderen als de
ouders
lelijk doen over elkaar,
terwijl ze zelf van
beiden zoveel houden.
Het effect van
kwaadspreken over de
andere ouder is dat het
kind het gevoel zal
krijgen dat het partij
moet
kiezen voor een van
beiden. En aangezien het
bij beiden thuis is, zal
het dus gaan
worstelen
met loyaliteiten jegens
de ouder waar het niet
is, of zelfs bepaalde
eigenschappen van
zichzelf proberen te
verdringen. Dit kan
voorkomen worden door
vriendelijk en
respectvol over elkaar
te spreken en elkaar te
blijven zien in de rol
van
vader, de
rol van moeder. De rol
van ‘partner’ is niet
meer aan de orde,
afgezien van de
gemeenschappelijke
opdracht die de ouders
zich gesteld hebben: het
welzijn van hun
kinderen.
Vooral in het eerste
jaar zal er ongemerkt
nog veel oud zeer liggen
tussen de coouders,
die
voortkwam uit de
laatste, slechte periode
van het partnerschap.
Verwijten of
irritaties over de ander
kunnen het beste worden
uitgesproken tegen
vrienden of familie,
zodat het
kind in elk geval niet
hoeft mee te maken hoe
papa en mama alsnog
elkaar in de
haren
vliegen. Dat zal
namelijk vooral gebeuren
rond het punt waar de
belangen en
belangstelling elkaar
nog raken: de kinderen.

Structureer het overleg
Zorg dus
voor een goed
gestructureerde vorm van
overleg. Maak vaste
afspraken over dag
en uur
waarop het kind wisselt
van huis - en spreek af
of het kind gehaald of
gebracht
wordt.
Over het algemeen is het
voor hele jonge kinderen
(tot 6 jaar) het fijnste
om
weggebracht te worden.
Daarmee krijgt het kind
het gevoel dat de
wegbrengende ouder het
er
helemaal mee eens is dat
het nu naar de andere
ouder gaat en het niet
‘weghaalt’. Oudere
kinderen
kunnen ook zelf naar de
andere ouder gaan op de
wisseltijd. Voor jongere
kinderen
is een korter verblijf
bij beide ouders het
fijnste omdat ze de
ander anders te veel
gaan
missen. Begin
bijvoorbeeld met een
wisseling na vier en na
drie dagen en let goed
op
hoe het
kind daarop reageert.
Sta telefoontjes naar de
andere ouder toe als het
kind er om
vraagt,
maar bel zelf niet om de
‘eigen’ thuissfeer in
het andere huis niet te
belasten.
Oudere
kinderen (vanaf 12 jaar)
zullen het zelf rustiger
en prettiger vinden om
een
wekelijkse wissel te
maken. Dit geven ze vaak
zelf al aan. Het is
belangrijk dat het kind
in
beide
huizen een eigen plekje
heeft, als het mogelijk
is een eigen kamer met
eigen
spulletjes en voldoende
kleding. Zorg dat elk
kind een
‘heen-en-weer-tas’ heeft
die altijd
mee gaat
van het ene huis naar
het andere, waarin de
belangrijkste knuffels,
eventueel een
dagboekje
en lievelingskleren
zitten. Om elkaar op de
hoogte te houden van de
belevenissen,
gezondheidstoestand en
eventueel belangrijke
opmerkingen van het
kind,
kan een
schrift gebruikt worden
waarin beide ouders
alles goed bijhouden wat
het kind
aangaat.
Een
digitale vorm van
overleg kan bijzonder
praktisch zijn: denk aan
een (besloten)
coouderforum
waarop
beide ouders hun
bevindingen kwijt
kunnen. Ook is er een
speciaal
voor
co-ouders ontwikkelde
digitale agenda
beschikbaar; op deze
cokalender
(www.cokalender.nl)
kunnen beide ouders en
eventueel ook nieuwe
partners, grotere
kinderen
en mogelijk zelfs opa en
oma afspraken noteren en
kort overleg voeren over
te
nemen
beslissingen.

Informatie voor de
omgeving
Bij het
aangaan van een
co-ouderschap is het
belangrijk om de
omgeving, waaronder de
school,
zorgvuldig op de hoogte
te stellen van de
gewijzigde leefsituatie
van het kind en te
vragen
beide ouders goed te
informeren over
gedragswijzigingen. In
een enkel geval kan
het
verstandig zijn om
professionele
begeleiding van het kind
te zoeken zodat het zich
gesteund
voelt bij het doormaken
van alle veranderingen.
Scholen
zijn vrijwel altijd
bereid om mededelingen
in duplo mee te geven of
naar twee
adressen
te sturen, zodat beide
co-ouders op de hoogte
blijven van de
ontwikkelingen en
bijzondere
schoolactiviteiten.
Natuurlijk is het het
beste als beide ouders
aanwezig zijn bij
uitvoeringen van het
kind, ouderavonden en
dergelijke activiteiten.
Soms kan dat
gemakkelijker zijn als
er een derde bij is,
bijvoorbeeld een
grootouder, een
gezamenlijke
vriendin
of een tante. Als de
ouders, bijvoorbeeld in
het eerste jaar, nog
niet zo ver zijn dat
ze zich
op hun gemak kunnen
voelen in elkaars
nabijheid - of die van
een nieuwe partner -
is het
verstandiger om beiden
in een andere hoek van
de zaal te gaan zitten,
dan om elkaar
te
ontlopen. De keuze voor
co-ouderschap betekent
ook dat beide ouders
serieus
zelfonderzoek moeten
verrichten om zich
voldoende over hun
grieven naar elkaar heen
te
zetten,
zodat het kind zich
prettig kan voelen bij
beiden, ook als ze samen
zijn.

De hobbels van het
co-ouderschap
Er is nog
maar weinig praktische
informatie op papier
gezet om tot een goed en
verstandig
co-ouderschap te komen.
Daar zal zeker mee te
maken hebben dat toch
voor elk stel, elk
kind,
moet worden gezocht naar
de juiste balans en
invulling ervan. Toch is
het niet nodig
om elk
wiel apart uit te
vinden; de ervaringen
van andere co-ouders
zijn een rijke
inspiratiebron voor
iedereen die zoekt naar
goede oplossingen voor
de problemen die zich
– bij
co-ouderschap net zo
goed als bij elke andere
relatievorm –
ongetwijfeld aandienen,
als
uitdaging om tot nieuwe
inzichten en vormen van
opvoeding te komen.
Een
aantal praktische
problemen die zich
kunnen voordoen bij
co-ouderschap is met
goed
overleg,
geduld en de juiste
instelling op te lossen.
Bij elke onenigheid
tussen de ouders zal
het kind
merken dat er iets aan
de hand is en zal daarop
reageren, ook als de
ouders
zorgvuldig proberen hun
problemen verborgen te
houden voor het kind.
Het is daarom
verstandig om het kind
zo goed mogelijk, in
begrijpelijke
bewoordingen, duidelijk
te
maken dat
de ouders zelf
oplossingen zullen
zoeken en dat het
probleem niet
veroorzaakt
wordt
door het kind. Het is
belangrijk om het kind
te laten vertellen wat
zijn of haar
voorkeuren zijn,
bijvoorbeeld als het
gaat om de periodes die
het bij beide ouders
doorbrengt, maar de
beslissingen worden door
de ouders genomen.
Belast het kind niet met
beslissingsbevoegdheid,
zodat het weet dat er
voor hem of haar gezorgd
wordt en het niet
de
verantwoording hoeft te
dragen voor een een
goede verstandhouding
tussen de ouders.
Veel
co-ouders merken op dat
de inrichting van de
twee kamers nogal kunnen
verschillen
en ook
bij beide ouders andere
aspecten van het
karakter het eerste
zichtbaar worden: bij
de ene
ouder speelt het kind
bijvoorbeeld veel met
poppen, terwijl het daar
bij de andere
ouder
niet naar omkijkt. Dit
zijn vaak verschillen in
fases die het kind na
enige tijd zelf in
balans
weet te brengen.

Een nieuwe partner
Aan een
eventuele nieuwe partner
moet direct duidelijk
gemaakt worden dat er
geen
vacature
is voor de functie van
‘nieuwe ouder’. Een
goede band tussen een
nieuwe partner
en het
kind kan in de loop der
tijd ontstaan en er
zelfs toe leiden dat er
bijvoorbeeld drie
volwassenen naar het
tien-minutengesprek op
school zullen gaan of
een toneelvoorstelling
van het
kind bijwonen. Dit kan
alleen als beide ouders
en het kind zich hier
gemakkelijk
genoeg
bij voelen, wat enige
oefening vereist. Vaak
is er enige tijd nodig
om zo’n situatie
te laten
ontstaan en vooral in
het eerste jaar na de
scheiding kan dat nog op
emotionele
weerstand
stuiten.
Voor
jonge kinderen kan het
een grote steun zijn om
een huisdier waar het
aan gehecht is
mee te
laten wisselen naar de
andere ouder. Natuurlijk
is ook van belang hoe
het dier
hierop
reageert.

Woonkeuzes
Het is
van belang dat de
co-ouders op redelijke
afstand van elkaar
blijven wonen, zodat het
kind
uiteindelijk zelfstandig
van de ene naar de
andere ouder kan komen
per fiets of bus.
Zeker als
de kinderen wat ouder
zijn, zullen ze af en
toe de behoefte hebben
een snel
bezoek
aan hun andere huis en
ouder te brengen, soms
met de verklaring dat ze
iets
belangrijks vergeten
zijn in het andere huis.
Geef de kinderen hier
voldoende vrijheid in,
maar
blijf zorgen voor goed
overleg en duidelijke
afspraken. Sta in geen
geval toe dat het
kind naar
de andere ouder
verdwijnt om een ruzie
of een standje te
ontlopen: het is
belangrijk dat
onenigheid wordt
uitgepraat met de ouder
waar het is ontstaan.
Vooral in
het begin kan het kind
de andere ouder erg
missen. Bij jonge
kinderen zal dit
gemis na
een of twee dagen snel
zakken. Soms helpt het
om even telefonisch
contact te
hebben
met de andere ouder. Een
enkele keer zal het
mogelijk en wenselijk
zijn dat de
andere
ouder even langs komt om
een welterustenkusje te
komen geven. Het is wel
verstandig om dit
ritueel snel af te
bouwen, zodat het kind
helemaal thuis kan zijn
bij de
ouder
waar het op dat moment
is.

‘Wat
bedoel je?’
Vraag
altijd goed door als het
kind weerstand lijkt te
hebben om naar de andere
ouder te
gaan.
Soms kan er een heel
praktische reden zijn
voor die weerstand:
slaapproblemen
kunnen
voortkomen uit zorgen,
maar ook omdat het
matras bij een van beide
ouders niet
fijn ligt
of een grote hond bij de
buren ’s nachts blaft,
wat het kind angstig
maakt.

Wanneer is co-ouderschap
niet mogelijk
Als een
van beide ouders
pertinent niet wil
meewerken aan een
co-ouderschap zal
gekozen
moeten
worden voor een
ouderwetse scheiding met
een omgangsregeling. Ook
verdenking
van
geweld of drugsgebruik
sluit co-ouderschap uit
als optie.