Discriminatie van vaders
bij kinderontvoeringen
Menselijke benadering is
nodig
Het drama van twee
kinderen in de
Nederlandse ambassade in
Damascus vestigt
opnieuw de aandacht op
de internationale
kinderontvoeringen.
Voorzover die aan de
Centrale Autoriteit
gemeld zijn – vorig jaar
113 zaken waarbij 172
kinderen betrokken waren
– worden zij volgens het
ministerie van Justitie
voor 65 procent door
moeders begaan. Maar die
moeders worden door de
autoriteiten nauwelijks
vervolgd of gestraft.
Terwijl de vaders vaak
als schurken worden
aangepakt. Rob van
Altena en Wim
Orbons pleiten voor een
meer menselijke
benadering.
Het begint al bij de
politie die een aangifte
tegen de ontvoerende
moeder pas opneemt na
sterk aandringen. Een
voorbeeld hiervan is de
zaak-Hammer, die
in februari in de
publiciteit
kwam. Ook neemt
de politie zaken wel
eens niet op in opdracht
van het Openbaar
Ministerie (OM): de
zaak-Kalthof in
2002 te Heerlen.
Sprekend voor de rol van
het OM is ook de
zaak-Kluitenberg.
Moeder verliet het
gezin. De kinderen
werden daarom aan vader
toegewezen. Later
ontvoeren moeder en
nieuwe partner de
kinderen naar Indonesië.
De officier van Justitie
wil de moeder niet op de
internationale
opsporingslijst zetten:
“De moeder zou wel eens
in een Indonesische
gevangenis kunnen komen
en dat is slecht voor de
kinderen.” Vader dient
beklag in bij de
hoofdofficier van
Justitie, die geen
uitspraak doet. Om een
uitspraak af te dwingen
voert vader een kort
geding tegen de Staat
der Nederlanden, dat hij
verliest. Moeder komt
terug naar Nederland om
via het OM Den Bosch een
overeenkomst uit te
onderhandelen. Zij mag
terugkeren en de
kinderen bij haar
houden. De officier van
Justitie: “Lopende
strafklacht wordt niet
uitgevoerd zolang de
kinderen bij de moeder
zijn. Strafvervolging
moet niet dienen om een
civiele zaak op te
lossen.” (De
Gelderlander, 9
september en 19 november
1999).
Moeders hebben blijkbaar
een voorrangsrecht op de
kinderen, plus een
daarvan afgeleide
immuniteit tegen
strafvervolging.
Voor vaders gelden
andere spelregels. Een
ontvoerende Algerijnse
vader wordt net zolang
in Nederland gevangen
gezet totdat zijn
ontvoerde zoon naar de
moeder zal worden
teruggebracht - vonnis
tegen
Hadi
Deliba, Assen
1999. Later werd dit
vonnis gewoon verlengd.
En dat lijkt een trend
te worden. Het OM heeft
ook de gevangen
Tunesische vader
Haykel
Bougeazzi
gedreigd met
zo’n
zelfde eis als hij zijn
ontvoerde zoon niet naar
de moeder liet
terugkeren. De
Algerijnse jongen is nu
een jaar of 9 en zit al
sinds zijn eerste jaar
in Algerije. Toch
blijven moeder en OM op
overbrenging naar
Nederland aandringen.
Daarentegen
hoeven kinderen die door
moeders naar Nederland
(of andere
verdragslanden) worden
ontvoerd al na een jaar
niet meer terug omdat
zij dan in Nederland (of
ander verdragsland)
‘geworteld’ zijn, aldus
het Haags
Kinderontvoeringsverdrag.
Belang
van het kind
Voor binnenlandse
kindermeename
(bijna altijd door de
moeder) hebben OM en
rechtspraak weer een
andere spelregel:
afdwingen van omgang
tussen een gescheiden
vader en zijn kind is
niet in het belang van
het kind volgens een
brief in 2005 van de
minister van Justitie.
Alsof het wel in het
belang van het kind is
dat het van de ene dag
op de andere zijn vader
nooit meer ziet. Ook
ambassades schermen
kinderen van hun vader
af. Want ook als de twee
kinderen in
Damascus uit
eigen beweging naar
Nederland willen, is dat
nog geen reden om de
vader zelfs een gesprek
met hen te weigeren.
Maar de Stichting
Gestolen Kinderen heeft
met dit alles geen
moeite. “Voor ouders van
wie de kinderen worden
bedreigd met ontvoering
zoekt de Stichting
zonodig een
onderduikadres.” Een
onderduikadres zoekt de
Stichting trouwens ook
voor een ontvoeder. Als
dat
tenminste de
moeder is. Zoals de
Nederlandse
Marjorie Dorenbos
die haar kind uit Spanje
ontvoerde. “Dit is
zo’n
schrijnend geval, we
staan vierkant achter
haar.”
Informatief is de
uitgave
Ontvoering van kinderen,
verhalen van ouders
(2002) van
Defence
For
Children
International. Daarin
doen tientallen moeders
hun verhaal over
dreigende
kinderontvoering. Bijna
uitsluitend moeders uit
een meestal korte
relatie met een
buitenlander. Zij willen
die relatie niet
voortzetten en vinden
het vanzelfsprekend de
kinderen voor zichzelf
te houden en de vader
meestal ook van omgang
uit te sluiten.
Volgens het CBS zijn er
bijna 30.000 nieuwe
gevallen per jaar van
vaders die na scheiding
hun kinderen niet of
nauwelijks meer zien.
Als een buitenlandse
vader nog niet eerder
aan ontvoering gedacht
had, zal hij dat nu dan
toch wel gaan doen. En
van dat moment af zijn
oorzaak en gevolg niet
meer te scheiden. Moeder
wil geen omgang omdat
zij bedreigd is met
ontvoering. Vader denkt
over ontvoering omdat
hij bedreigd is zijn
kind nooit meer te zien.
Beide partijen zijn
bedreigd.
Defence
For
Children
International is zelfs
zo discriminerend dat
het de vaders niet eens
aan het woord laat
komen. Sommige van de
verhalende moeders
hebben duidelijk nooit
een relatie willen
hebben, maar een kind
zonder man. Bewust
Alleenstaande Moeders.
Is dat zaadroof? Geen
Kamerlid dat erover
piekert dat strafbaar te
willen stellen. Wel is
een wet in voorbereiding
door het Tweede Kamerlid
Anja Timmer (PvdA) om
de
maximum straf voor
ontvoering (of
voorbereiding of
dreiging) op te trekken
naar negen jaar
gevangenis. De kans dat
ook ontvoerende moeders
gestraft worden mag men
wel uitsluiten. De
uitvoerders van de wet
(politie, OM en
rechters)
zullen alleen
vaders treffen.
Meeneming
Een verademing is de
zelfhulporganisatie
Lawine met het boek
Internationale
Kinderontvoeringen
(2002) door
Betty de Hart.
Die titel is alleen
gekozen om reden van
herkenbaarheid want in
het boek zelf wordt het
demoniserende
woord ontvoeringen
vermeden en “meegenomen”
gebruikt. “Wij zijn van
mening dat een oplossing
alleen duurzaam is
wanneer alle betrokkenen
goed tot hun recht komen
(…). Dreigingen wijzen
er nog niet op dat de
ouder concrete plannen
koestert. Dreigingen
kunnen geuit zijn in
wanhoop, woede, om druk
uit te oefenen.”
Zou deze menselijke
benadering in het
onlangs geopende
expertisecentrum tot
haar recht kunnen komen?
Dat Centrum
Internationale
Kinderontvoeringen
krijgt de komende drie
jaar meer dan een
miljoen euro subsidie om
informatie te geven aan
ouders van wie een kind
is ontvoerd of dreigt
ontvoerd te worden. Het
Centrum zal draaien op
mensen die worden
getraind door de
deelnemende Stichting
Gestolen Kinderen,
Defence
For
Children
International en Lawine,
waarmee de menselijke
benadering wel in de
minderheid lijkt.
Rob van
Altena is
voormalig leraar en
juridisch publicist. Wim
Orbons voormalig
bestuurder van
gezondheidszorgorganisaties
en publicist over
gezinszaken