Echtscheiding -
Gevolgen voor de
kinderen
Echtscheiding heeft
grote gevolgen voor de
kinderen. Jeanette Pals
zet de gevolgen op een
rijtje, op basis van
recent wetenschappelijk
onderzoek. Ook geeft zij
aan hoe de kans op
problemen verminderd kan
worden.
Scheiden doet lijden
- vooral bij de kinderen
door
Jeannette Pals
Om
maar meteen met de deur
in huis te vallen:
kinderen zijn eigenlijk
nooit beter af na een
echtscheiding. Vaak
wordt gezegd dat een
echtscheiding voor
kinderen minder erg is
dan voortdurend te
moeten leven met
ruziënde ouders, maar
dat idee wordt niet
gesteund door
wetenschappelijk
onderzoek. Recent
Nederlands onderzoek
laat zien dat dat
scheiden alleen maar
voordelig is voor de
kinderen wanneer de
ruzies zeer frequent en
zeer ernstig zijn (met
huiselijk geweld, etc.)
Hieronder wordt de
huidige stand van het
onderzoek in kaart
gebracht.
Negatieve gevolgen
In 1991 constateerden de
Amerikaanse
echtscheidings-onderzoekers
Amato en Keith op grond
van verschillende
bestaande onderzoeken
dat kinderen die een
echtscheiding hadden
meegemaakt, op veel
punten slechter
functioneerden dan
kinderen uit intacte
gezinnen:
ze
presteerden aanzienlijk
slechter op school;
ze
hadden meer
gedragsproblemen;
ze
voelden zich psychisch
en emotioneel minder
goed;
ze
hadden een lager
zelfbeeld;
ze
hadden meer problemen
met sociale relaties.
Voor
jongens waren de
gevolgen ongeveer
hetzelfde als voor
meisjes. Ook bleek het
niet uit te maken hoe
oud het kind was tijdens
de scheiding.
Dramatische
toename
De afgelopen
twintig jaar is
het aantal
echtscheidingen
dramatisch
toegenomen. De
laatste jaren
leek dit aantal,
inclusief
flitsscheidingen,
enigszins te
stabiliseren
rond de 37.000
per jaar. Maar
wanneer je ook
ongehuwd
samenwonenden
meerekent, is
het aantal
scheidingen veel
hoger; naar
schatting rond
de 100.000 per
jaar (CBS,
2005).
|
Nu is
1991 al weer geruime
tijd geleden. Is er
sinds die tijd iets
veranderd? Ja. Tien jaar
later, in 2001, deed
Amato een vergelijkbaar
onderzoek. En hij
ontdekte dat de
negatieve gevolgen
alleen maar toegenomen
waren. Dat had hij
eigenlijk niet verwacht,
omdat echtscheiding
steeds minder leed onder
het taboe van de jaren
'50 en '60.
Eigen ontplooiing en
eigen geluk
Dat de negatieve
gevolgen toegenomen
waren, is waarschijnlijk
vooral te wijten aan het
feit dat vanaf de jaren
'80 en '90 niet alleen
de extreem slechte
huwelijken – waarin veel
geweld voorkwam –
strandden, maar ook de
matig slechte
huwelijken.
50 à 60.000
kinderen per
jaar
In Nederland
bedraagt het
aantal kinderen
dat bij een
scheiding
betrokken is, 50
à 60.000 per
jaar. Bij meer
dan 20% van de
thuiswonende
kinderen hebben
de ouders na de
scheiding geen
contact meer met
elkaar (De
Graaf, 2005).
|
Voorheen bleven ouders
nog bij elkaar 'om de
kinderen', of omdat een
scheiding financieel te
lastig was, of vanwege
de sociale afkeuring uit
de omgeving. Maar de
laatste tijd (vanaf het
eind van de 20e eeuw)
kiezen ouders steeds
vaker voor de eigen
ontplooiing en het eigen
geluk.
Uit
een recent Nederlands
onderzoek (de Graaf
2005) blijkt dat
problemen in de
relatiesfeer, zoals
botsende karakters of op
elkaar uitgekeken zijn,
voor bijna 4 op de 10
ondervraagden al een
reden voor de scheiding
was.
Ouders gelukkiger,
kinderen niet
Niet alleen vanuit
levensbeschouwelijke
(christelijke) hoek is
er verzet tegen de
huidige
'echtscheidingscultuur',
ook onderzoekers maken
zich zorgen. Een van hen
is de bekende
kinderpsychologe Judith
Wallerstein. In haar
boek The Unexpected
Legacy of Divorce
(2001) presenteerde ze
gegevens die ze in de
loop van 25 jaar had
verzameld in haar
praktijk als
kinderpsycholoog.
Haar
boodschap was dat er een
zware schaduwzijde zit
aan al die ontbonden
huwelijken. Namelijk dat
de ouders er misschien
wel gelukkiger door
worden, maar de kinderen
zeker niet.
Integendeel. Slechts 7
van de 131 door haar
gevolgde kinderen
groeiden op in stabiele
stiefgezinnen, twee
derde maakte zelfs
meerdere scheidingen mee
en dus ook tweede of
derde huwelijken van een
of beide ouders. Hierbij
waren nog niet
meegeteld: de talloze
verhoudingen,
kortstondige relaties,
of het ongehuwd
samenwonen van de
betrokken ouders.
Levenslang schade
De gevolgen voor de
kinderen, zo betoogt
Wallerstein, zijn
desastreus. De scheiding
van hun ouders is voor
hen niet de oplossing
van een onhoudbare
situatie, maar vooral
het begin van een soms
jarenlange zoektocht
naar rust en
stabiliteit. Deze
kinderen groeien op met
de angst dat ze de
fouten van hun ouders
zullen herhalen. En
omdat er zoveel gebeurt
in hun leven wat ze
moeten verwerken,
ontwikkelen ze zich
langzamer en lopen ze
meer risico dan andere
kinderen om in de
problemen te raken.
De
cliënten die Wallerstein
in haar kliniek
behandelde, waren stuk
voor stuk zwaar
beschadigd door de
scheiding van hun
ouders. Wallerstein: "Te
gemakkelijk werd in het
verleden gezegd dat
kinderen beter af waren
met gescheiden ouders
dan met constant
ruziënde ouders".
Volgens haar ondervinden
deze kinderen eigenlijk
hun leven lang schade
van de scheiding van hun
ouders, niet alleen in
directe zin, maar ook
indirect in hun eigen
(huwelijks)relaties en
de opvoeding van hun
eigen kinderen.
Bij
elkaar blijven voor de
kinderen
De conclusies van
Wallerstein zijn
aanvechtbaar. De mensen
die zij volgde en
onderzocht, kwamen in
haar kliniek vanwege
persoonlijke of
relatieproblemen.
Terugkijkend naar hun
jeugd bleek een groot
gedeelte van de
problemen die zij
hadden, terug te voeren
op de scheiding van hun
ouders. Maar dat
betekent natuurlijk niet
dat elke scheiding zulke
gevolgen heeft voor alle
kinderen.
Desondanks is er wel
degelijk ondersteuning
te vinden voor
Wallersteins pleidooi in
andere, breder opgezette
studies. Zo toonde
onderzoek aan dat
kinderen uit intacte
gezinnen in alle
opzichten beter
functioneren dan
kinderen van gescheiden
ouders. Kinderen uit
gescheiden gezinnen
vertonen meer
gedragsproblemen dan
andere kinderen,
ongeacht de mate van
conflict in het huwelijk
(Morrison en Coiro,
1999).
Conflicten in het gezin
Anderzijds valt niet te
ontkennen dat ook
chronische of heftige
conflicten tussen de
ouders ernstige gevolgen
hebben voor de kinderen.
In gezinnen met veel
ruzie en geweld kan een
scheiding wel degelijk
beter zijn voor de
kinderen.
Ook in
Nederland is hiernaar
onderzoek gedaan. Jaap
Dronkers toonde in een
onderzoek onder meer dan
9000 middelbare
scholieren aan dat
alleen bij zeer
frequente en zeer
ernstige ruzies tussen
de ouders, kinderen
beter af zijn na de
scheiding (Dronkers,
1999).
Ouderverstotingssyndroom
(PAS)
Een bron van problemen
voor kinderen van
gescheiden ouders is het
niet (of bijna niet)
meer zien van de andere
ouder. Dit kan grote
gevolgen hebben voor het
kind. [Zie onder andere
de artikelen die we hier
kort geleden over
publiceerden:
Mijn kind wil geen vader
meer en
Ouderverstoting (PAS)
misvormt kinderen -
red.]
In
heftige scheidingen kan
het kind gedwongen
worden door de ouder bij
wie het kind woont, om
tegen de andere ouder te
kiezen. In het uiterste
geval kan dat leiden tot
het Parental Alienation
Syndrome (PAS), een
situatie die door de
Amerikaanse psychiater
Gardner voor het eerst
uitgebreid is
beschreven.
Kinderen met PAS houden
afstand tot de ouder,
gedragen zich minachtend
en hebben duidelijk vóór
de andere ouder gekozen.
Dit proces wordt
aangemoedigd en in stand
gehouden door de ouder
bij wie ze wonen. De
term PAS wordt overigens
niet gebruikt wanneer de
afstand of haat
gerechtvaardigd is, met
name bij misbruik of
mishandeling.
PAS
in Nederland
PAS komt ook in
Nederland voor,
variërend van mild tot
matig. Vooral bij
scheidingen waarin
conflicten niet worden
bijgelegd en in een
rechtszaak worden
uitgevochten, komt
ouderverstoting meer
voor, net als bij
problemen rond de
bezoekregeling.
Om het
risico op PAS te
verkleinen, pleiten
Nederlandse onderzoekers
voor:
vaker
gebruik maken van
bemiddeling (mediatie)
bij de scheiding;
verplichte communicatie
tussen gescheiden ouders
en hun kinderen;
het
door de rechter opleggen
van begeleide
bezoekregelingen.
Met
name die bemiddeling of
mediatie kan een
goede manier zijn om de
problemen voor de
kinderen enigszins te
verzachten. Om dezelfde
reden kan ook gepleit
worden voor vroegtijdige
bemiddeling, nog vóór de
scheiding voltrokken is.
Afkoelingsperiode
Omdat ook steeds meer
'matig succesvolle'
huwelijken ontbonden
worden, neemt het aantal
kinderen dat met een
scheiding geconfronteerd
wordt toe. Voor de
kinderen uit deze
gezinnen komt de
scheiding vaak
onverwacht. Dat kan
leiden tot twijfel aan
zichzelf en aan de
betrouwbaarheid van
anderen.
Het is
dan ook begrijpelijk dat
velen (in de politiek,
maar ook bij justitie en
hulpverlening) pleiten
voor een traject dat
verplicht doorlopen moet
worden voordat de
scheiding daadwerkelijk
kan worden uitgesproken.
Hierbij kan gedacht
worden aan:
een
afkoelingsperiode van
bijvoorbeeld een half
jaar tot een jaar tussen
de aanvraag en de
daadwerkelijke
voltrekking van de
scheiding;
verplichte counseling
of relatiebemiddeling
bij het voornemen om te
gaan scheiden;
een
gesprek met de ouders,
waarin de negatieve
gevolgen voor de
kinderen uiteen worden
gezet.
Echtscheiding
is erfelijk
- Kinderen van
gescheiden
ouders scheiden
zelf ook vaker:
de kans is twee
keer zo groot
als bij mensen
van wie de
ouders niet
gescheiden zijn.
- Hoe jonger het
kind was bij de
scheiding, hoe
groter de kans
dat het later
zelf gaat
scheiden.
- Bijna de helft
van alle
kinderen die
tussen de 0 en 4
jaar waren toen
hun ouders
scheidden, zijn
zelf binnen 20
jaar huwelijk
gescheiden. Voor
oudere kinderen
liggen deze
percentages iets
lager (Steenhof
en Prins, 2005).
|
In
Amerika bestaan al
verschillende soorten
oudercursussen die
ingaan op de gevolgen
van een echtscheiding
voor de kinderen. Na het
volgen van zo'n cursus
bleken veel ouders zich
meer te gaan richten op
de kinderen, en werden
ze constructiever in het
oplossen van conflicten.
Meer aandacht voor het
kind
Waar praktisch alle
onderzoekers het over
eens zijn, is dat er in
ieder geval meer
aandacht moet komen voor
de positie van kinderen
die betrokken zijn bij
de scheiding. Niet
alleen heeft het kind
recht op een goede
omgangsregeling met de
uitwonende ouder, het
heeft ook recht op goede
en tijdige informatie
over wat er gebeurt en
gaat gebeuren in het
gezin. Een kind moet de
mogelijkheden krijgen om
op zijn eigen manier
alle emoties rond de
scheiding te verwerken.
Een
voorbeeld van een
Nederlands programma is
de spel- en praatgroep
KIES (Kinderen In
Echtscheidings-Situaties,
zie ook:
www.klassenwerk.com).
In dit programma wordt
in acht bijeenkomsten
gewerkt aan dingen als:
herkenning vinden;
weer
grip krijgen op je eigen
leven;
hulp
in de eigen omgeving
activeren;
het
verwerken van de
scheiding.
In een
recent onderzoek van de
Universiteit van Utrecht
werden kinderen die
deelnamen aan dit
KIES-programma
vergeleken met kinderen
die nog op de wachtlijst
stonden. De kinderen die
al hadden deelgenomen,
scoorden iets beter dan
de wachtlijst-kinderen
op een aantal factoren,
zoals: hun eigen oordeel
over hun eigen
welbevinden en het
oordeel van de ouders
over het welbevinden van
hun kind.
De
kinderen gaven zelf aan
dat het beter met hen
ging, dat ze minder last
hadden van depressieve
gevoelens, en dat ze
beter begrepen waarom de
ouders waren gescheiden.
Ook wisten ze beter wat
ze moesten doen bij
problemen.
Daarnaast bleek dat de
band van de kinderen met
de vader beduidend beter
was bij de kinderen die
het KIES-programma
hadden gevolgd dan bij
de kinderen die dat
(nog) niet hadden
gedaan. Zelfs het
contact tussen de
ex-partners onderling
was verbeterd. Deze
resultaten zijn
bemoedigend.
Andere factoren
Overigens is er
natuurlijk meer nodig
dan alleen een
praatgroep, om problemen
te voorkomen. Zoals:
een
goed functionerende
verzorgende ouder;
zo
min mogelijk
geconfronteerd worden
met ouderlijke
conflicten;
het
nakomen van afspraken
over de alimentatie;
de
eigen vaardigheden van
het kind;
steun
van de sociale omgeving.
Deze
factoren werden in het
Utrechtse onderzoek niet
meegenomen. Ook waren
bij dit onderzoek alleen
ouders en kinderen
betrokken die zich
vrijwillig hadden
aangemeld voor het
programma. Dat betekent
dat zij oog hadden voor
de problemen en de wil
hadden om iets te
veranderen, iets wat
zeker niet zal gelden
voor alle ouders die
verwikkeld zijn in een
scheiding.
Maar
tegelijkertijd geeft dat
ook de kern aan van de
betekenis van de
resultaten: aandacht
voor de kinderen in de
hele
echtscheidingssituatie
is van het grootste
belang. Alleen als
ouders hun plicht
serieus nemen en
handelen naar dit
inzicht, kan voorkomen
worden dat het kind
uiteindelijk de rekening
van de scheiding
betaalt.
Jeannette Pals
p/a
redactie@ouders.nl
Bronnen
Amato,
P.R., and B. Keith,
Parental divorce and the
well-being of children:
A meta analysis.
Psychological Bulletin
(1991) 100:26-46
Dronkers, J. (1999). The
effects of parental
conflicts and divorce on
the well-being of pupils
in Dutch secondary
education. European
Sociological Review,15
(2), 195-212
Graaf,
A. de (2005). Scheiden:
motieven, verhuisgedrag
en aard van de
contacten.
Bevolkingstrends, 4,
39-46.
Morrison, D.R. & M.J.
Coiro, (1999) Parental
conflict and marital
disruption: Do children
benefit when
high-conflict marriages
are dissolved?
Journal of marriage and
the family, 61 (3),
626-637.
Spruijt, E., B.
Eikelenboom, J.
Harmeling, R. Stokkers &
H. Kormos (2005).
Parental Alienation
Syndrome (PAS) in the
Netherlands. American
journal of family
therapy, 33.
303-318.
Spruijt, E., J.
Bredewold, A. Breunese,
C. Chênevert, D, Feringa,
A. Hardenberg, R.
Harterink, Y. Hemminga,
E. Hindriks, L.
Hoenderdos, F. Okkerse,
C. Thomas, T. Wong, S.
Spruijt (2005).
Effecten van het volgen
van KIES. Kinderen In
Echtscheiding Situatie.
Universiteit Utrecht,
Kinder- en Jeugdstudies.
Steenhof, L. & K. Prins
(2005). Echtscheiding
van ouders en kinderen.
Bevolkingstrends,
4, 39-46.
Valk,
I. vander, E. Spruijt,
M. de Goede, C. Maas, W.
Meeus (2005). Family
structure and problem
behavior of adolescents
and young adults: a
growth-curve study.
Journal of Youth and
Adolescence, 34 (6),
533-546.
Jeannette Pals
(46) maakt deel uit van
de redactie van
Pedagogiek.net. Ze
is getrouwd en heeft
drie kinderen in de
basisschoolleeftijd
(8-12). Na de opleiding
HBO-Jeugdwelzijnswerk
(voorloper SPH) en een
opleiding voor
speltherapeutisch
medewerkster studeert ze
nu Psychologie, Kinderen
en Jeugd in Utrecht.
Daarnaast werkt ze als
praktisch pedagogisch
gezinsbegeleidster. Ze
adviseert ouders (van
kinderen met
bijvoorbeeld ADHD,
PDD-NOS en
verstandelijke
handicaps) over de
opvoeding.
Pedagogiek.net en
Ouders Online zijn
op 1 maart 2006 een
samenwerkingsverband
aangegaan.
Pedagogiek.net is
een project van de
opleiding Pedagogiek van
de Universiteit Utrecht,
waarbij het Internet een
belangrijke rol speelt.
Studenten en docenten
van deze opleiding geven
informatie, commentaar
en analyses over
opvoeding, onderwijs,
jeugdzorg, en
ontwikkelingen in de
pedagogische
wetenschappen.