In België blijft het aantal
echtscheidingen
stijgen. Over
een periode van
ruim 30 jaar
tijd is dit
aantal, alsook
de kans op een
echtscheiding,
vervijfvoudigd (Corijn,
2005). Het
is echter voor
België minder
goed gekend óf
er kinderen en
hoeveel kinderen
er bij die
echtscheidingen
betrokken zijn.
In deze bijdrage
gebruiken we
gerechtelijke
gegevens om een
antwoord te
geven.
1. De
gegevensbron
In de
statistieken van
de Hoven en de
Rechtbanken
(Federale
Overheidsdienst,
Justitie) wordt,
voor echtparen
die uit de echt
scheiden in een
bepaald jaar,
aangegeven óf ze
kinderen hebben
en hoeveel ze er
hebben. Drie
types
echtscheidingen
worden
onderscheiden:
1.
echtscheidingen
met onderlinge
toestemming;
2.
echtscheidingen
op grond van een
feitelijke
scheiding van
minstens 2 jaar;
3.
echtscheidingen
op grond van
bepaalde feiten
(overspel,
gewelddaden,
mishandeling of
grove
belediging). In
deze bijdrage
nemen we de
gegevens van
2002 en 2003
samen om de
jaarlijkse
schommelingen te
beperken (60.232
echtscheidingen).
De meeste (71%)
van deze
echtscheidingen
zijn
echtscheidingen
op grond van
onderlinge
toestemming.
Scheidingen op
grond van een
feitelijke
scheiding (12%)
en echtscheiding
op grond van
bepaalde feiten
(17%) komen
minder frequent
voor.
Bij de
echtscheidingen
met onderlinge
toestemming
betreft het
aantal kinderen
zowel minder-
als
meerderjarige
kinderen; bij de
twee andere
types betreft
het enkel
minderjarige
kinderen.
Afhankelijk van
wie men als kind
beschouwt, leidt
dit tot een
onder- of
overschatting
van het aantal
betrokken
kinderen. Een
onderschatting
omdat in de
gegevens geen
onderscheid
wordt gemaakt
tussen ‘niet
gekend of er
kinderen zijn’
en ‘geen
kinderen’;
alsook omdat
meerderjarige
kinderen – die
misschien nog
bij de ouders
wonen – bij het
tweede en derde
type
echtscheiding
niet worden
meegerekend. Een
overschatting
omdat
meerderjarige
kinderen – die
misschien al
lang niet meer
bij de ouders
wonen – bij
echtscheidingen
met onderlinge
toestemming wel
worden
meegerekend.
De basisgegevens
staan in
onderstaande
tabel:
2.
Hebben echtparen
die scheiden
kinderen?
Globaal genomen
hebben recent
(ten hoogste) 1
op 3 echtparen
die scheiden
geen kinderen;
bij 2 op 3
echtscheidingen
wel (Figuur 1).
Er treden
verschillen op
naargelang het
type
echtscheiding.
Nog geen
kinderen hebben
of geen
(minderjarige)
kinderen meer
hebben, komt
iets vaker voor
bij de
echtscheidingen
op grond van
bepaalde feiten
(39%) en bij de
echtscheidingen
na jaren van
feitelijke
scheiding (38%).
Bij
echtscheidingen
met onderlinge
toestemming is
het minder vaak
zo dat men (nog)
geen (minder- of
meerderjarige)
kinderen heeft
(31%). Wel
(minder- of
meerderjarige)
kinderen hebben,
komt vaker voor
bij
echtscheidingen
met onderlinge
toestemming of
anders gesteld,
echtparen met
kinderen opteren
vaker voor een
echtscheiding
met onderlinge
toestemming.
Figuur 1: Aantal
kinderen bij een
echtscheiding,
naar type
echtscheiding
(2002-2003)(in
%)

Bron: Statistieken van de Hoven en Rechtbanken, FOD
Justitie
3. Hoeveel kinderen hebben
ouders die uit
de echt
scheiden?
Samen genomen
waren er in
2002-2003 76.161
kinderen
betrokken bij
een
echtscheiding.
Recent zijn er
dus jaarlijks
bijna 40.000
kinderen wiens
ouders een
echtscheidingsvonnis
laten
registreren.
Gemiddeld
genomen zijn er
aldus bij een
echtscheiding
1,26 kinderen
betrokken. Of
anders gesteld,
de echtparen die
uit de echt
scheiden, hebben
gemiddeld 1,26
kinderen. Dit
gemiddelde ligt
iets lager voor
de
echtscheidingen
op grond van
bepaalde feiten.
Indien we ons
enkel richten op
de 2 op 3
echtparen met
kinderen die uit
de echt scheiden
(jaarlijks
ongeveer 20.000
gehuwde ouders)
dan ziet het
beeld eruit
zoals in
onderstaande
tabel.
Echtscheidingen
met kinderen
naar aantal
kinderen, per
type
echtscheiding
(2002-2003)
Ouders die uit de echt scheiden hebben vaak ofwel 2
kinderen (44%)
ofwel 1 kind
(37%). Bij 1 op
de 7 ouderparen
(14%) die
scheiden zijn er
3 kinderen.
Tenslotte gaan
jaarlijks in
bijna 1.000
‘grote’ gezinnen
(4 kinderen of
meer) de ouders
uit elkaar.
Het type
echtscheiding en
het aantal
kinderen hangt
samen. Binnen de
echtparen met
kinderen die
scheiden met
onderlinge
toestemming komt
het vaker voor
dat ze 1 of 2
kinderen hebben.
Bij de twee
andere types
echtscheidingen
komt het vaker
voor dat ze 3 of
meer kinderen
hebben. Per
echtscheidingstype
varieert het
gemiddelde
aantal kinderen
dan ook van 1,8
tot 2 kinderen.
4. Hoe lang
duurt een
huwelijk voor
het ontbonden
wordt?
Aangezien de
gegevensbron
geen informatie
bevat over de
leeftijd van de
kinderen bij de
echtscheiding
van de ouders,
richten we de
aandacht even op
de duur van het
huwelijk bij het
uitspreken van
de
echtscheiding.
We mogen hierbij
echter niet
vergeten dat de
ouders al veel
eerder uit
elkaar kunnen
zijn gegaan, en
dat de kinderen
dus jonger
waren.
In België
betreft recent
de helft van de
echtscheidingen
huwelijken die
12 à 13 jaar
hebben geduurd;
de andere helft
betreft
huwelijken die
langer hebben
geduurd. Maar de
duur van het
huwelijk
alvorens
definitief
gescheiden te
zijn, hangt ook
samen met het
type van
echtscheiding,
zoals blijkt uit
onderstaande
tabel.
Echtscheidingen
naar duur van
het huwelijk,
per type
echtscheiding
(2002-2003)
Figuur 2: Duur van het
huwelijk bij een
echtscheiding,
naar type
echtscheiding
(2002-2003) (in
%)

Bron: Statistieken van de Hoven en Rechtbanken, FOD
Justitie
Echtscheidingen met onderlinge toestemming komen
naar schatting
gemiddeld na 12
jaar huwelijk
voor; maar
eigenlijk komt
dit soort
echtscheiding
voor in alle
stadia van het
huwelijk; zowel
kort na als lang
na het huwelijk.
Echtscheidingen
op grond van
een feitelijke
scheiding
komen vooral
voor bij
echtparen die
reeds lang of
zelfs reeds zeer
lang zijn
getrouwd. De
geschatte
gemiddelde
huwelijksduur op
het moment van
de echtscheiding
bedraagt 16,4
jaar. In deze
gevallen omvat
de gemiddelde
duur een periode
van minstens 2
jaar waarin men
al feitelijk
gescheiden was.
Echtscheidingen
op grond van
bepaalde feiten
worden
uitgesproken na
een huwelijk van
gemiddeld
geschat 13,2
jaar; maar ze
komen eigenlijk
op alle
tijdstippen van
het
huwelijksleven
voor.
Hoger zagen we
dat vooral bij
echtscheidingen
met
onderlinge
toestemming
(minder- en
meerderjarige)
kinderen waren
betrokken en dat
het voornamelijk
om 1 of 2
kinderen ging.
Hier blijkt nu
dat 42% van deze
echtscheidingen
in de eerste 10
jaar van het
huwelijk
plaatsvinden.
Dit kan
suggereren dat
de betrokken
kinderen,
althans bij 4 op
de 10 echtparen,
relatief jong
zijn.
Bij
echtscheidingen
op grond van
feitelijke
scheiding
waren minder
vaak
(minderjarige)
kinderen
betrokken; maar
als er kinderen
waren, waren het
er vaker 3 of
meer. Op grond
van de hogere
geschatte
gemiddelde duur
van het huwelijk
op het moment
van dit type
echtscheiding en
aangezien 63%
van deze
echtscheidingen
binnen de 20
jaar huwelijk
plaatsvinden,
kan het zijn dat
de betrokken
kinderen
relatief gezien
iets ouder zijn.
Maar aangezien
de start van de
feitelijke
scheiding
minstens 2 jaar
eerder was,
waren deze
kinderen hoe dan
ook jonger toen
hun ouders uit
elkaar gingen.
Bij
echtscheidingen
op grond van
bepaalde feiten
kwam het minder
vaak voor dat er
(minderjarige)
kinderen waren
betrokken; maar
als er kinderen
waren dan ging
het vaker om 3
en meer
kinderen. Bij
deze
echtscheidingen
heeft 27% van de
huwelijken
langer dan 20
jaar geduurd,
waardoor we
kunnen
veronderstellen
dat de betrokken
(minderjarige)
kinderen ouder
zijn.
De uitspraak van
een
echtscheiding is
een eindpunt van
een proces dat
kort ervoor,
lang ervoor of
zelfs zeer lang
ervoor werd
ingezet. Over de
duur van de
echtscheidingsprocedures
zijn geen
cijfers bekend.
Men kan alleen
besluiten dat de
kinderen nog
jonger waren op
het moment dat
de
echtscheidingsprocedure
werd ingezet.
5. Ongekend is
onderschat
De gegevensbron
betreft enkel de
echtscheidingen;
niet de paren
die ongehuwd
samenwoonden en
uit elkaar
gingen, terwijl
ze al of niet
kinderen hadden.
Hierdoor vormen
de bovenvermelde
cijfers een
onderschatting
van het aantal
kinderen dat een
scheiding van de
ouders meemaakt.
In 2003 waren er
in ons land op
de 100 paren die
samenwoonden, 87
die gehuwd waren
en 13 die
ongehuwd
samenwoonden.
Van de gehuwden
hadden er 56 op
100 inwonende
kinderen; van de
ongehuwden 45 op
100 (Corijn
& Lodewijckx,
2005: Samenwonen
in België anno
2004). Het
is enerzijds
algemeen gekend
dat ongehuwd
samenwonenden
vaker en sneller
uit elkaar gaan
dan gehuwden.
Het is
anderzijds
gekend dat
ongehuwd
samenwonende
paren gemiddeld
genomen minder
inwonende
kinderen hebben
- omdat ze vaker
geen kind(eren)
hebben en omdat
ze vaker 1 kind
hebben - dan
gehuwde paren (Corijn
2005: Ongehuwd
samenwonen in
het Vlaams
Gewest anno 2004).
Hoe dan ook
maken veel meer
dan 40.000
kinderen
jaarlijks een
echtscheiding
van de ouders
mee, omdat
sommige ouders
feitelijk
scheiden (en die
feitelijke
scheiding nooit
of pas veel
later omzetten
in een
wettelijke
scheiding) en
omdat sommige
ouders die uit
elkaar gaan niet
gehuwd zijn.
Deze informatie
is niet gekend
en dus wordt het
voorkomen ervan
en de eventueel
ermee
samenhangende
problemen
onderschat.
Op basis van een
rijksregisterbestand
heeft Lodewijckx
voor het Vlaamse
Gewest (Kinderen
en scheiding bij
hun ouders in
het Vlaamse
Gewest en
Kinderen en
scheiding van de
ouders: een
demografische
schets)
nagegaan hoeveel
kinderen een
echtscheiding en
een scheiding
hebben
meegemaakt en op
welke leeftijd.
Referenties:
Corijn, M.
(2005).
Huwen, uit de
echt scheiden en
hertrouwen in
België en het
Vlaamse Gewest.
Een analyse op
basis van
Rijksregistergegevens.
Brussels:
CBGS-werkdocument
5, 98 pp.
Lodewijckx E.
(2005).
Kinderen en
scheiding in het
Vlaamse Gewest
Een analyse op
basis van
Rijksregistergegevens.
Brussels:
CBGS-Werkdocument
7.
Auteur:
dr. Martine
Corijn
Martine Corijn
Bronvermelding: M. Corijn (2005),
Echtscheidingen
in België: met
of zonder
kinderen.
www.cbgs.be, Uit
het onderzoek,
17 oktober 2005.