"Uitspraken van
magistraten"
Vraag
van de heer Guy Swennen
aan de vice-eerste
minister en minister van
Justitie over
"uitspraken van
magistraten" (nr. 8409)
bron: De
kamer
CRIV 51
COM 721
25/10/2005
De
voorzitter: Aan deze
vraag was vraag nr. 8697
van de heer Bex
toegevoegd, maar deze
werd omgezet in een
schriftelijke vraag.
06.01Guy Swennen (sp.a-spirit):
Mijnheer
de voorzitter, mevrouw
de minister, ik weet
zeer goed dat de
onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht
grondwettelijk
gegarandeerd is.
Tegenover de
grondwettelijke
bescherming van de
onafhankelijkheid van de
magistratuur en de
rechterlijke macht in
het algemeen staat naar
onze mening echter
evenwel de noodzaak dat
een magistraat zich in
het openbaar -ik doel
dan zowel op de media
als op openbare
rechtszittingen -dient
te onthouden van
uitdrukkelijk
geformuleerde
persoonlijke meningen of
opvattingen,
inzonderheid indien het
gaat over ethische,
filosofische en
politieke kwesties.
Kortom, wij menen dat
een magistraat zich
neutraal moet opstellen.
Wij stellen echter van
tijd tot tijd vast dat
niet alle magistraten
zich aan die regel
houden. Ik ga een louter
fictief voorbeeld nemen
om gelijkenissen met
recente gebeurtenissen
en berichtgeving
daarrond uit te sluiten.
Het volgende is mijn
fictieve hypothese, maar
ze is niet
irrealistisch. Laten
wij stellen dat het
overduidelijk is dat een
bepaalde rechter
herhaald te kennen geeft
op zijn zitting dat hij
de gelijke rechten voor
de vrouw helemaal niet
ziet zitten, en dus maar
niets vindt, en
daarenboven met de
regelmaat van de klok
stelt dat hij een hekel
heeft aan mensen van
arbeidersafkomst.
Gesteld, in datzelfde
fictieve geval, maar ik
zeg nog eens dat het
dingen zijn die gebeuren
in andere varianten,
dat er vanuit de
magistratuur niets, maar
dan ook helemaal niets
ondernomen wordt om een
einde te maken aan zulke
uitlatingen, moet er dan
zomaar gedoogd worden
-dat is dan een vraag
naar de politiek -dat
het vertrouwen van de
rechtsonderhorige in de
neutraliteit, in de
objectiviteit van de
rechterlijke macht
systematisch en
voortdurend geschonden
wordt?
Met
andere woorden -en
daarmee rond ik mijn
vraag af -, als een
rechter onomwonden
voortdurend uitspraken
doet waaruit manifest
blijkt dat hij of zij
vooroordelen heeft ten
opzichte van bepaalde
bevolkingsgroepen, is er
dan geen fundamenteel en
acuut probleem dat het
vertrouwen in justitie
op een bijzonder
ernstige wijze
ondermijnt?
Mijn
volgende vraag is dan:
mevrouw de minister,
hebt u mogelijkheden om,
als magistraten
duidelijk over de
schreef gaan, bij gebrek
aan reactie vanuit de
magistratuur, terecht te
wijzen of hun sancties
op te leggen? Wat houdt
dat dan precies in?
06.02
Laurette Onkelinx,
ministre:
Ik zal u
de huidige stand van
zaken schetsen.
Wijzigingen zijn
uiteraard steeds
mogelijk.
Zoals u
in uw vraag reeds
opmerkte, is de
onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht
grondwettelijk
gegarandeerd.
Meerbepaald artikel 151
van de Grondwet bepaalt
dat de rechters
onafhankelijk zijn in de
uitoefening van hun
rechtsprekende
bevoegdheden.
Tuchtrechtelijk oefen
ik, als minister van
Justitie, op grond van
artikel 400 van het
Gerechtelijk Wetboek,
toezicht uit over alle
ambtenaren van het
openbaar ministerie. Op
grond van de
onafhankelijkheid van de
rechterlijke macht heb
ik, als minister van
Justitie, echter geen
enkele tuchtrechtelijke
bevoegdheid, noch
toezicht, over de
magistraten van de
zetel. Zoals u kunt
terugvinden in artikel
410 van het Gerechtelijk
Wetboek, zijn het de
eerste voorzitters van
de hoven of de
voorzitters van de
verschillende
rechtbanken die voor elk
van de leden van hun hof
of rechtbank bevoegd
zijn om een
tuchtprocedure in te
stellen. Het zijn
diezelfde tuchtoverheden
die bevoegd zijn om een
lichte tuchtsanctie op
te leggen. Voor zware
straffen ten aanzien van
de zittende magistratuur
zijn de eerste kamers
van de hoven van beroep
en de arbeidshoven van
het Hof van Cassatie of
de algemene vergadering
van het Hof van Cassatie
bevoegd. Er werd een
Nationale Tuchtraad
opgericht die bevoegd is
voor het onderzoeken van
feiten die in aanmerking
komen om te worden
gestraft met een zware
tuchtstraf en het
uitbrengen van een
niet-bindend advies over
de in dat geval op te
leggen straf. De
Nationale Tuchtraad is
geïnstalleerd en
behandelt momenteel al
een aantal dossiers.
06.03 Guy
Swennen (sp.a-spirit):
Mevrouw
de minister, ik dank u
voor uw zeer duidelijk
antwoord. U zegt dat u
terzake geen bevoegdheid
hebt. Ik concludeer
daaruit en ik noteer dat
u zeer uitdrukkelijk
hebt onderstreept dat
dit de huidige stand van
zaken is en dat dit niet
zo moet blijven. Indien
in de huidige stand van
zaken in heel extreme
gevallen de interne,
tuchtrechtelijke
procedure van de
magistraten niet werkt,
staan de politiek en
inzonderheid u als
minister van Justitie,
dus machteloos?
De
voorzitter:
Zo heb ik
het begrepen.
Het
incident is gesloten.