f4j.be » diversen informatie over (echt)scheiding en (co-)ouderschap      :: Ga naar  
 

f4j.be home

Bron     www.f4j.be
Datum  12/10/06

Bijlage nr. 1 van open brief nr.5

 

Parlementaire vraag aan Minister Laurette Onkelinx

van Sabien Lahaye-Battheu (VLD):

 


 

Vraag 1: van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Justitie over "het uitblijven van een prioritair opvolgbeleid inzake klachten over het niet naleven van het bezoekrecht en het niet betalen van onderhoudsgeld"

(nr. 4245) 16/11/04

 

Mevrouw de minister, uit cijfers die u bezorgde aan mevrouw Taelman in een schriftelijk antwoord,blijkt dat tussen 1 januari 2001 en 31 december 2003, dus gedurende 3 jaar, niet minder dan 68.146 klachten werden ingediend over het niet betalen van onderhoudsgeld - dat wordt familieverlating genoemd -, het verwaarlozen van kinderen en het niet afgeven van

Dat zijn dus bijna 70.000 klachten op 3 jaar in deze problematiek. De meeste van die klachten, 74%, gaan over het niet naleven van bezoekrecht en 23% gaat over het niet betalen van onderhoudsgeld. Spijtig genoeg blijkt uit die cijfers ook dat in België 40,8% van die klachten werd geseponeerd. Slechts 3,13% van die klachten komt tot een dagvaarding voor de correctionele rechtbank. Dat is dus een heel laag cijfer in verhouding tot de omvang van het probleem. Door het uitblijven van een prioritair opvolgbeleid door de parketten van die klachten raken steeds meer kinderen vervreemd van een van hun ouders en vaak is dat de vader. Wanneer wij hierbij even stilstaan, moeten wij ons realiseren dat zulks niet alleen voor psychische problemen zorgt bij de kinderen nu maar ook later wanneer zij volwassen zijn. Ik hoef u geen schets te maken bij de familiedrama's ten gevolge daarvan. Dergelijke problemen nu kunnen dus over tientallen jaren nog tot geschillen leiden over onder andere erfenissen en de zorg voor de ouders. Daaruit moeten wij besluiten dat wij vandaag kort op de bal moeten spelen en dat wij werkelijk iets aan die problemen moeten doen.

Ik weet dat de echtscheidingsproblematiek niet alleen een zaak van Justitie is, maar ook van Onderwijs en van Welzijn, materies die op gemeenschapsniveau worden beheerd. Die drie departementen zouden constructief moeten samenwerken en de problemen niet altijd naar elkaar doorschuiven.

Ik heb in dit verband de volgende concrete vragen, mevrouw de minister. We zien in de cijfers bevestigd dat vier op de tien dossiers worden geseponeerd en amper 3,13 procent tot een dagvaarding en behandeling voor de rechtbank leidt. Bent u van plan om in te gaan tegen dat sepotbeleid van de parketten, eventueel door met hen aan tafel te gaan zitten daaromtrent of door het rondsturen van een omzendbrief?

 

Ik heb nog een tweede vraag. Erkent u dat de departementen van Justitie, Welzijn en Onderwijs vaak elkaar met de vinger wijzen voor dat probleem? Bent u bereid om overleg te voeren met die departementen en op een constructieve manier samen te werken? Wat is uw standpunt over dit voorstel?

 

Minister Laurette Onkelinx:

Mijnheer de voorzitter, ik ben mij ten volle bewust van de ernst van het probleem dat bepaalde ouders de regeling inzake bezoekrecht en betaling van onderhoudsgeld niet naleven. Het probleem ligt evenwel niet bij het seponeringsbeleid van de parketten. Zoals ik reeds voorheen antwoordde op de schriftelijke vragen van de heer Bourgeois en mevrouw Taelman en op de vraag om uitleg van mevrouw de Bethune, betekent seponering niet dat geen gevolg werd gegeven aan de klacht. In 30 procent van de gevallen werd de situatie geregulariseerd. In 14 procent van de situaties is de seponering te wijten aan een gebrek aan bewijs en 21 procent van de klachten werd geseponeerd, omdat er geen delict was gepleegd.

In nog geen 5 procent van de gevallen was de seponering te wijten aan het feit dat andere prioriteiten werden gekozen. Wel ligt het probleem bij het tekort aan wettelijke middelen om onmiddellijk op te treden wanneer een ouder in gebreke blijft. Om die reden heb ik een voorontwerp van wet uitgewerkt dat ik weldra aan de Ministerraad zal voorleggen. Ik zal daarin voorstellen om de partijen op een eenvoudige, snelle en goedkope manier toe te laten voor de rechter te komen met het oog op nieuwe maatregelen, bijvoorbeeld een herziening van de regeling inzake materiële bewaring. Voor uitzonderlijke gevallen zal ik een dwanguitvoering per gerechtsdeurwaarder voorstellen, maar ik beklemtoon dat het belang van het kind steeds dient te primeren en dat elk risico op een trauma moet worden vermeden. Daarom zal ik bepalen dat de gerechtsdeurwaarder in die uitzonderlijke gevallen steeds vergezeld zal zijn van een maatschappelijk werker of assistent in de psychologie. Ook zullen er modaliteiten kunnen worden bepaald, zoals een tijdelijke opvang van het kind op een neutrale plaats of de aanstelling van een vertrouwenspersoon. Daarnaast is het raadzaam om de efficiëntie te verhogen van de regeling van de dwangsom die wordt opgelegd om de ouder te dwingen om het kind zo snel mogelijk af te geven. Ik stel voor om een beslag op het inkomen van de schuldenaar mogelijk te maken, zoals dat vandaag reeds mogelijk is met het oog op de betaling van het onderhoudsgeld.Ten tweede, in geval een van de ouders de ander verhindert om zijn omgangsrecht uit te oefenen, wordt steeds in eerste instantie getracht om op burgerrechtelijk vlak tot een oplossing te komen, bijvoorbeeld via gezinsbemiddeling. Hiervoor is het van belang dat effectief nauw wordt samengewerkt met de Gemeenschappen. Ook de ontmoetingsruimten spelen in dit verband een belangrijke rol. Ik zal contact nemen met de bevoegde gemeenschapsministers, maar ik wens geen inbreuk te plegen op hun exclusieve bevoegdheden terzake, zoals de Raad van State heeft bevestigd in zijn advies van 11 februari 2002. Ik zal de Gemeenschappen daarom uitnodigen om me te informeren over welke inhoudelijke punten ze tot samenwerking bereid zijn.


 

Sabien Lahaye-Battheu (VLD):

 

Mevrouw de minister, uw antwoord bewijst dat u de ernst van het probleem inziet. U hebt een hele opsomming gegeven van maatregelen die er zullen komen. U hebt in het begin gezegd dat niet het sepotbeleid er de oorzaak van is dat ouders worden verhinderd met hun kinderen om te gaan. Ik zou dat toch enigszins tegenspreken. U zegt dat 30 procent is geregulariseerd na tussenkomst van het parket.

Mijn ervaring leert toch dat als een ouder klacht indient omdat hij zijn kind of kinderen voor de zoveelste keer niet gezien heeft, het parket niet de eerste weken of maanden reageert, maar dat het soms jaren duurt vooraleer er initiatief genomen wordt. Parketmagistraten zeggen mij letterlijk dat dat niet hun prioriteit is, dat het zichzelf misschien wel zal oplossen of dat de ouders maar naar de jeugdrechter moeten gaan. Volgens mij is de realiteit toch wel dat het sepotbeleid bestaat en in stand gehouden wordt.

U zegt dat er een voorontwerp van wet zal komen om de mogelijkheid te geven aan partijen om op een snelle manier naar de rechtbank te gaan als er iets misloopt met de uitoefening van dat bezoekrecht. Ik meen dat dat ontwerp dan een beetje zal aansluiten bij het wetsvoorstel dat de VLD heeft ingediend en dat erop neerkomt dat als een ouder twee keer zijn kinderen niet ziet, de zaak opnieuw voor de bevoegde rechter gebracht kan worden die eventueel de verblijfsregeling kan omkeren. Ik denk dus dat wij op die piste samen verder kunnen gaan. Ik kijk ook uit naar de realisatie van uw voorstel om een dwangmiddel in te passen, in die zin dat de deurwaarder met de vertrouwenspersoon ter plaatse zal gaan om het kind of de kinderen mee te nemen naar de andere ouder. Over de verhoging van de efficiëntie van de inning van de dwangsom – u zegt dat die dwangsom ook geïnd moet kunnen worden op het inkomen van degene die moet betalen – vraag ik mij het volgende af. Is dat dan met een onbeperkte beslagbaarheid zoals met onderhoudsgeld nu, of hoe ziet u dat? Voor de inhouding van onderhoudsgeld kan men het loon nu onbeperkt in beslag nemen. Ziet u dat ook zo voor die dwangsom? (Instemming) Bedankt.

Het incident is gesloten.

 

       

 

Parlementaire vraag aan Minister Patrick Dewael

van Sabien Lahaye-Battheu (VLD):

 

Vraag 2:  van mevrouw Sabien Lahaye-Battheu aan de minister van Binnenlandse Zaken over "de functie, bevoegdheden en opdrachten van de politieassistenten in het kader van het niet toelaten van omgangsrecht" (nr. 4246) 10/11/04

 

Sabien Lahaye-Battheu (VLD)

 

Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, ik heb een vraag over politieassistenten en het niet toelaten van het omgangsrecht met kinderen. Een ouder die bijvoorbeeld op vrijdagavond de kinderen mag afhalen bij de ex-partner en aldaar op verzet stuit of voor een gesloten deur staat, kan vandaag nergens heen. Die persoon kan dit wel melden bij de politie, maar die zal in het beste geval een PV opstellen, vaak met weinig enthousiasme. Daarmee is het probleem echter niet opgelost. Vandaag zijn er weinig efficiënte middelen voorhanden en er is zeker geen cultuur om in zo’n geval onmiddellijk in te grijpen. Veel leed bij kinderen en ouders zou nochtans kunnen worden voorkomen door in te grijpen en de weigering onmiddellijk ongedaan te maken. Ik stelde minister Onkelinx in de maand juni voor om een dienst in het leven te roepen waar men op die momenten zou kunnen aankloppen. Ik wees er meer bepaald op dat de justitiehuizen deze taak op zich zouden kunnen nemen. De minister sloot deze mogelijkheid echter uit, omdat de justitiehuizen een specifieke opdracht hebben. Zij werken bij wijze van spreken met een mandaat dat hen werd gegeven door de rechtbank. Tijdens mijn zoektocht naar een oplossing in dergelijke situaties vond ik de ministeriële rondzendbrief van 6 mei 2002 betreffende de functie, bevoegdheden en opdrachten van de politieassistenten. Ik heb de volgende concrete vragen daarover.

Mijnheer de minister, uit de functiebeschrijving, de opdrachten en de bevoegdheden van politieassistenten maak ik op dat bij hun opdrachten onder andere ook de globale problematiek van de gezinsconflicten staat: echtelijke problemen en relatieproblemen tussen samenwonenden, echtscheidingsproblemen en conflicten die daarmee gerelateerd zijn. Mag ik aannemen dat een ouder die bij de ex-partner de kinderen wil ophalen en ze niet meekrijgt, op dat ogenblik een beroep kan doen op een politieassistent?

Gaat u ermee akkoord dat een politieassistent in een dergelijk geval meer moet doen dan een PV opstellen en ook moet bemiddelen om het omgangsrecht wel te kunnen laten doorgaan? In de rondzendbrief staat, ik citeer: “In het verleden werd de functie van politieassistent niet in alle gemeentelijke politiekorpsen ingevuld. Vooral de kleinere korpsen waren niet steeds in de mogelijkheid om een assistent in hun organisatietabellen op te nemen. Anderzijds was er geen dwingende maatregel en stond het de korpsleiding vrij om al dan niet de functie in te vullen. Rekeninghoudend met de missie van de politie kan het niet anders dan dat elk lokaal politiekorps alles in het werk moet stellen om over minstens één assistent te beschikken”. Mijnheer de minister, werden door alle lokale politiekorpsen intussen een of meer assistenten aangeworven die in een permanentiesysteem kunnen instappen?


 

Minister Patrick Dewael:

Mijnheer de voorzitter, collega's, er werden achtereenvolgens verschillende vragen gesteld.

Eerst en vooral de ministeriële omzendbrief GPI 19 betreffende de politieassistenten benadrukt de belangrijke sociale taak en de gemeenschapsgerichte politiezorg die aan de lokale politie is opgedragen. Hoewel die omzendbrief sterk aanbeveelt dat in elk politiekorps een of meerdere politieassistenten moeten worden voorzien, is dit momenteel niet in alle lokale politiekorpsen het geval en zeker niet in de kleinere korpsen. Wij moeten dat onderkennen.

Politieassistenten worden ingezet voor specifieke taken. Ouders die worden geconfronteerd met problemen van bezoekrecht kunnen op die assistenten effectief een beroep doen zoals u hebt aangegeven. Indien er geen politieassistent beschikbaar is, kan de politie de betrokken ouders in contact brengen met de bevoegde, gespecialiseerde diensten. Wat uw tweede vraag betreft, kan ik het volgende meedelen. Politieassistenten beogen juist een meer psycho-sociale benadering van de problematiek en zullen in de eerste plaats via bemiddeling proberen tot een oplossing te komen.         

Wanneer die bemiddeling geen oplossing oplevert, zal er uiteraard een proces-verbaal moeten worden opgesteld. Ik kom dan bij uw derde vraag. Omwille van de materiële of de financiële toestand van kleinere

korpsen heeft mijn voorganger in de omzendbrief geen dwingende maatregel voorzien om deze functie in elk lokaal politiekorps in te vullen. Intussen beschikken de meeste zones over een of meerdere politieassistenten. Daarnaast zijn de zones ook verplicht om een dienst Slachtofferbejegening op te richten. Heel wat zones beschikken over een dienst Sociale Bemiddeling. Deze diensten kunnen indien nodig eveneens tussen beide komen voor een bemiddeling met betrekking tot het laten doorgaan van het bezoekrecht. Samenvattend kan ik zeggen dat er zich voornamelijk in de kleinere zones nog problemen voordoen. U weet dat men in de basispolitietaken alleszins het aspect slachtofferbejegening kent. Bij kleinere korpsen worden die diensten vaak gebruikt voor de doelstelling die u bekommert.

 

Sabien Lahaye-Battheu (VLD):

 

Mijnheer de voorzitter, ik hoor de minister graag zeggen dat het tot de taken van de politieassistenten behoort om te bemiddelen en te proberen het omgangsrecht te laten doorgaan. Spijtig genoeg is het zo dat er op het terrein al te weinig gebeurt. Als een ouder op vrijdagavond of zaterdagmorgen naar de politie stapt om zijn beklag te doen over het feit dat hij of zij de kinderen niet heeft meegekregen dan is de reflex heel vaak om daarvan een PV op te stellen. Dit PV wordt naar het parket gestuurd en het parket seponeert dit omdat uit de cijfers blijkt dat dergelijke misdrijven geen prioriteit vormen. Eigenlijk blijven de mensen in de kou staan. Het gaat echter om een misdrijf dat heel wat leed veroorzaakt voor gebroken gezinnen. Als we onmiddellijk en op het ogenblik zelf kunnen ingrijpen waardoor we kunnen vermijden dat er een escalatie optreedt van het herhaaldelijk niet nakomen van het bezoekrecht, met soms familiedrama's tot gevolg, dan zouden we misschien heel veel leed kunnen besparen. Ik dank de minister voor zijn antwoord en ik vraag hem om er bij de politieassistenten op aan te dringen dit in de praktijk te brengen.

 

Minister Patrick Dewael:  

Mijnheer de voorzitter, ik wil even heel kort aanvullen. Het ene is een poging van de politie en de assistenten om die zaak in der minne te regelen en om te bemiddelen. In het andere geval, bij weigering en bij herhaling dat het bezoekrecht niet kan worden uitgeoefend, komt men natuurlijk bij de noodzaak van de indiening van een klacht. Dan is de vraag of de parketten wel voldoende doen, of het wel voldoende als een prioriteit wordt aanzien door de parketten. Dat is natuurlijk de competentie van mijn collega van Justitie.

Het incident is gesloten.

 

Bijkomend document :

Omzendbrief GPI 19 over de taken en opdrachten van de polititieassistenten

 

       

Bijlagen bij openbrief nr.1 :

 
Datum   Type Titel Bron
12/10/06 document Open brief nr. 5 - Intrafamiliaal geweld - f4j.be
12/10/06 document Lijst van de bevoegde personen f4j.be
12/10/06 document Bijlage nr. 1 open brief nr.5 f4j.be
12/10/06 document Open brief nr5 _en _openbrief nr 5 bijlage1 (pdf - 9blz) f4j.be

 

        

Verwante links:

 
Datum   Type Titel Bron
04/10/06 document Aanbevolen lectuur, audio & video inzake familierecht f4j.be

 

        

  E-mail deze pagina naar een vriend