| |
Hechting
Index hechting
Wat is
hechting ?
(onderstaande informatie is
verzameld uit diverse
artikelen met als thema
hechting)
Wat is
hechting, gehechtheid?
Hechting is een duurzame
liefdevolle relatie tussen
een kind en een verzorger.
Er zijn 4 fasen van hechting:
-
Fase 1 0 tot 3
maanden
De baby
zendt al vrij snel na de
geboorte signalen uit
zoals lachen, huilen,
uitdrukkingen van de
ogen. Deze signalen
richt de baby nog niet
op een vaste persoon.
-
Fase 2 3 tot 6
maanden
De baby
reageert positiever op
de aandacht van een
specifieke persoon, maar
deze voorkeur is niet
erg duidelijk. In
principe zou iedereen
met enige moeite de rol
van vaste opvoerder
kunnen vervullen.
-
Fase 3 6 tot 8
maanden
De eerste gehechtheid
treedt in. Het kind
geeft door middel van
beweging en signalen aan
de aandacht van een
vaste persoon te willen
en te houden. Het
verlies van deze vaste
persoon veroorzaakt een
heftige scheidingsangst
-
Fase 4
vanaf ongeveer 3 jaar
In deze fase kan het
kind zich inleven in de
persoon waar het aan
gehecht is en kan het
hiermee rekening houden.
Het kind kan nu doelen
bijstellen of uitstellen
omdat het een soort
besef heeft van de band
met deze persoon. Dit
besef oefent op een
abstracte manier invloed
uit op de hechting.
Vormen
van hechting:
-
Veilig gehecht
Als een kind alleen
gelaten wordt in een
vreemde omgeving, zoekt
het kind bescherming en
veiligheid bij de
opvoeder als deze
terugkeert. Bij een
veilig gehecht kind is
de balans tussen
nabijheid zoeken en
exploratie in evenwicht.
Als het kind angstig is
zal het de nabijheid van
de moeder opzoeken, als
het zich op zijn gemak
voelt, verkent het de
omgeving.
-
Vermijdend gehecht
Het kind weert de
opvoeder af en is
emotioneel uit zijn
evenwicht.
Bij onveilig gehechte
kinderen is er geen
sprake van een evenwicht
tussen nabijheid van de
moeder zoeken en afstand
van de moeder nemen. Het
evenwicht is verstoord
en de balans is
doorgeslagen naar de
nabijheid zoeken of
juist naar het afstand
nemen van de moeder.
Wanneer de balans is
doorgeslagen naar
nabijheid zoeken,
klampen de kinderen zich
heel erg aan hun moeder
vast.
-
Afwerend gehecht
Deze kinderen zijn bijna
ontroostbaar. Enerzijds
klampen zij zich huilend
aan de opvoeder vast.
Anderzijds zijn ze boos
en teleurgesteld en
laten een afwerend
gedrag zien.
-
Onveilig gehecht
Wanneer de balans is
doorgeslagen naar
afstand nemen van de
moeder zie je dat het
kind niet reageert op
het vertrek van de
moeder, maar ook niet op
haar terugkeer. Het kind
negeert de moeder. Vaak
gaan deze kinderen ten
onrechte door voor vroeg
zelfstandig.
Zelfvertrouwen
Eerst raakt het kind gehecht
aan de moeder. Een kind dat
altijd terecht kan bij zijn
moeder, door haar verzorgd,
getroost wordt, weet dat zij
ongerust is als ze niet weet
waar hij is. Hij weet dat
zijn moeder om hem geeft.
Kinderen krijgen zo een
gevoel van "zelfvertrouwen"
het kind komt goed op
anderen over. Men reageert
positief op hem, wat hem ook
een stuk zelfvertrouwen
geeft.
Het kind leert vertrouwen
krijgen in anderen.
Angst voor scheiding van de
moeder vertoont een piek
tussen 14 en 20 maanden.
Angst voor scheiding van de
moeder en angst voor
vreemden zijn kenmerkende
momenten in het eerste
levensjaar. De meeste veilig
gehechte kinderen zullen
deze angsten vertonen.
Na 7 maanden gaan kinderen
zich ook aan andere personen
hechten die ze vaker zien
zoals, vader, zusjes,
broertjes.
Tussen ouder een kind
ontwikkelt zich een
emotionele relatie die
bepalend is voor de manier
waarop later door het kind
relaties aangegaan wordt.
Kinderen die onveilig
gehecht zijn aan hun
verzorger kunnen, wanneer er
verandering in de situatie
wordt gebracht, zich alsnog
veilig gaan hechten aan hun
verzorger.
Verstandelijke beperking
in combinatie met
hechtingsproblematiek.
-
Wat ziet men?
Een volwassen persoon,
die zich vrij
zelfstandig gedraagt,
een goede babbel kan
hebben etc.
-
Wat is de werkelijkheid?
Een volwassen persoon
met een laag emotioneel
niveau en een hogere
cognitieve ontwikkeling.
De leeftijd komt niet
overeen met de
ontwikkeling.
-
Wat ziet men nog meer?
Men ziet imponeergedrag
waarvan de persoon zelf
de consequenties niet
goed overziet.
Het gedrag biedt
aanleiding dat de
persoon door zijn
omgeving wordt
overschat.
Daardoor worden zij
regelmatig
geconfronteerd met hun
falen en de
teleurstelling die dit
teweeg brengt bij
henzelf en bij anderen.
Personen
met een verstandelijke
beperking overschatten
vaak ook hun eigen.
Mogelijkheden en
ontwikkelen een negatief
zelfbeeld: ‘ik kan
niks’, ‘ik doe altijd
alles fout’, ‘Niemand
vindt mij aardig’ etc.
Gedragsuitingen:
-
Zij zijn bij voorbaat
negatief gestemd (‘dat
lukt mij nooit, ik kan
dat niet en begin er
niet aan’). Zij zijn
nooit tevreden over hun
prestaties zodat zij hun
verrichtingen naar
beneden halen en
werkstukken vernielen.
-
Zij zijn in hoge mate
achterdochtig en
wantrouwend ten opzichte
van anderen. Zij
verwachten dubbele
bodems, niet haalbare
eisen en alsnog
geconfronteerd te worden
met hun beperkingen. Een
voor hen gebruikelijke
manier om dit te
voorkomen is de ander zo
snel mogelijk het
initiatief te ontnemen
of zo te irriteren dat
het stellen van
opdrachten voorkomen
wordt.
-
Een andere mogelijkheid
is dat zij in hoge mate
hun tekortkomingen
verbloemen of
camoufleren door dit te
ontvluchten (weglopen
van school, thuis en
andere door hen als
moeilijk ervaren
situaties) en/of te
compenseren op andere
terreinen (een overdosis
lef en bravoure).
-
Een vierde mogelijkheid
is door het
bovengenoemde ongewenste
gedragsrepertoire hun
tekorten te
overschreeuwen.
-
De verschillende
alternatieven hebben met
elkaar gemeen dat zij op
allerlei manieren
ernstig in de problemen
gebracht worden. Als de
jongere zichzelf niet
accepteert zoals hij is
heeft hij veel energie
nodig om bij voorbeeld
onvredegevoelens,
schuld- en
schaamtegevoelens te
onderdrukken. Die
energie gaat ten koste
van het ontdekken en
gebruiken van allerlei
andere mogelijkheden in
het adequaat omgaan met
zichzelf en anderen. Een
negatief zelfbeeld
belemmert de jongere
ernstig in zijn
functioneren in tal van
situaties. Te denken
valt hierbij aan het
zich handhaven op
school,
omgevingsverkenning, het
leggen van contacten met
leeftijdsgenoten en een
zinvolle besteding van
de vrije tijd.
-
Bij een gezonde
ontwikkeling van het
zelfbeeld gaat het erom
dat de jeugdige zichzelf
leert zien als een
zelfstandig individu en
leert zichzelf te
accepteren met alle
mogelijkheden en
zwakheden, zonder dat
dit laatste tot
minderwaardigheidsgevoelens
leidt.
Opvoedingsvoorwaarden:
E-mail deze pagina naar
een kennis
Opmerkingen/suggesties?
E-mail ons
hier A.U.B.
| |