f4j.be » diversen Wat is hechting? Een kort overzicht      :: Ga naar  
 

f4j.be home

Datum  03/12/06
 

Hechting

Index hechting

 

        

 

Wat is hechting ?

(onderstaande informatie is verzameld uit diverse artikelen met als thema hechting)

 

Wat is hechting, gehechtheid?


Hechting is een duurzame liefdevolle relatie tussen een kind en een verzorger.

Er zijn 4 fasen van hechting:

  • Fase 1          0 tot 3 maanden
    De baby zendt al vrij snel na de geboorte signalen uit zoals lachen, huilen, uitdrukkingen van de ogen. Deze signalen richt de baby nog niet op een vaste persoon.
     

  • Fase 2          3 tot 6 maanden
    De baby reageert positiever op de aandacht van een specifieke persoon, maar deze voorkeur is niet erg duidelijk. In principe zou iedereen met enige moeite de rol van vaste opvoerder kunnen vervullen.
     

  • Fase 3          6 tot 8 maanden
    De eerste gehechtheid treedt in. Het kind geeft door middel van beweging en signalen aan de aandacht van een vaste persoon te willen en te houden. Het verlies van deze vaste persoon veroorzaakt een heftige scheidingsangst
     

  • Fase 4         vanaf ongeveer 3 jaar
    In deze fase kan het kind zich inleven in de persoon waar het aan gehecht is en kan het hiermee rekening houden. Het kind kan nu doelen bijstellen of uitstellen omdat het een soort besef heeft van de band met deze persoon. Dit besef oefent op een abstracte manier invloed uit op de hechting.

        

 

Vormen van hechting:

  • Veilig gehecht
    Als een kind alleen gelaten wordt in een vreemde omgeving, zoekt het kind bescherming en veiligheid bij de opvoeder als deze terugkeert. Bij een veilig gehecht kind is de balans tussen nabijheid zoeken en exploratie in evenwicht. Als het kind angstig is zal het de nabijheid van de moeder opzoeken, als het zich op zijn gemak voelt, verkent het de omgeving.
     

  • Vermijdend gehecht
    Het kind weert de opvoeder af en is emotioneel uit zijn evenwicht.
    Bij onveilig gehechte kinderen is er geen sprake van een evenwicht tussen nabijheid van de moeder zoeken en afstand van de moeder nemen. Het evenwicht is verstoord en de balans is doorgeslagen naar de nabijheid zoeken of juist naar het afstand nemen van de moeder. Wanneer de balans is doorgeslagen naar nabijheid zoeken, klampen de kinderen zich heel erg aan hun moeder vast.
     

  • Afwerend gehecht
    Deze kinderen zijn bijna ontroostbaar. Enerzijds klampen zij zich huilend aan de opvoeder vast. Anderzijds zijn ze boos en teleurgesteld en laten een afwerend gedrag zien.
     

  • Onveilig gehecht
    Wanneer de balans is doorgeslagen naar afstand nemen van de moeder zie je dat het kind niet reageert op het vertrek van de moeder, maar ook niet op haar terugkeer. Het kind negeert de moeder. Vaak gaan deze kinderen ten onrechte door voor vroeg zelfstandig.

 

        

 

Zelfvertrouwen


Eerst raakt het kind gehecht aan de moeder. Een kind dat altijd terecht kan bij zijn moeder, door haar verzorgd, getroost wordt, weet dat zij ongerust is als ze niet weet waar hij is. Hij weet dat zijn moeder om hem geeft.
Kinderen krijgen zo een gevoel van "zelfvertrouwen" het kind komt goed op anderen over. Men reageert positief op hem, wat hem ook een stuk zelfvertrouwen geeft.
Het kind leert vertrouwen krijgen in anderen.

        

 

Scheidingsangst

 

Angst voor scheiding van de moeder vertoont een piek tussen 14 en 20 maanden. Angst voor scheiding van de moeder en angst voor vreemden zijn kenmerkende momenten in het eerste levensjaar. De meeste veilig gehechte kinderen zullen deze angsten vertonen.

Na 7 maanden gaan kinderen zich ook aan andere personen hechten die ze vaker zien zoals, vader, zusjes, broertjes.
Tussen ouder een kind ontwikkelt zich een emotionele relatie die bepalend is voor de manier waarop later door het kind relaties aangegaan wordt.

Kinderen die onveilig gehecht zijn aan hun verzorger kunnen, wanneer er verandering in de situatie wordt gebracht, zich alsnog veilig gaan hechten aan hun verzorger.

        

 

Verstandelijke beperking in combinatie met hechtingsproblematiek.

  • Wat ziet men?
    Een volwassen persoon, die zich vrij zelfstandig gedraagt, een goede babbel kan hebben etc.

  • Wat is de werkelijkheid?
    Een volwassen persoon met een laag emotioneel niveau en een hogere cognitieve ontwikkeling. De leeftijd komt niet overeen met de ontwikkeling.
     

  • Wat ziet men nog meer?
    Men ziet imponeergedrag waarvan de persoon zelf de consequenties niet goed overziet.

    Het gedrag biedt aanleiding dat de persoon door zijn omgeving wordt overschat.
    Daardoor worden zij regelmatig geconfronteerd met hun falen en de teleurstelling die dit teweeg brengt bij henzelf en bij anderen.
    Personen met een verstandelijke beperking overschatten vaak ook hun eigen. Mogelijkheden en ontwikkelen een negatief zelfbeeld: ‘ik kan niks’, ‘ik doe altijd alles fout’, ‘Niemand vindt mij aardig’ etc.

        

Gedragsuitingen:

  • Zij zijn bij voorbaat negatief gestemd (‘dat lukt mij nooit, ik kan dat niet en begin er niet aan’). Zij zijn nooit tevreden over hun prestaties zodat zij hun verrichtingen naar beneden halen en werkstukken vernielen.

  • Zij zijn in hoge mate achterdochtig en wantrouwend ten opzichte van anderen. Zij verwachten dubbele bodems, niet haalbare eisen en alsnog geconfronteerd te worden met hun beperkingen. Een voor hen gebruikelijke manier om dit te voorkomen is de ander zo snel mogelijk het initiatief te ontnemen of zo te irriteren dat het stellen van opdrachten voorkomen wordt.

  • Een andere mogelijkheid is dat zij in hoge mate hun tekortkomingen verbloemen of camoufleren door dit te ontvluchten (weglopen van school, thuis en andere door hen als moeilijk ervaren situaties) en/of te compenseren op andere terreinen (een overdosis lef en bravoure).

  • Een vierde mogelijkheid is door het bovengenoemde ongewenste gedragsrepertoire hun tekorten te overschreeuwen.

  • De verschillende alternatieven hebben met elkaar gemeen dat zij op allerlei manieren ernstig in de problemen gebracht worden. Als de jongere zichzelf niet accepteert zoals hij is heeft hij veel energie nodig om bij voorbeeld onvredegevoelens, schuld- en schaamtegevoelens te onderdrukken. Die energie gaat ten koste van het ontdekken en gebruiken van allerlei andere mogelijkheden in het adequaat omgaan met zichzelf en anderen. Een negatief zelfbeeld belemmert de jongere ernstig in zijn functioneren in tal van situaties. Te denken valt hierbij aan het zich handhaven op school, omgevingsverkenning, het leggen van contacten met leeftijdsgenoten en een zinvolle besteding van de vrije tijd.

  • Bij een gezonde ontwikkeling van het zelfbeeld gaat het erom dat de jeugdige zichzelf leert zien als een zelfstandig individu en leert zichzelf te accepteren met alle mogelijkheden en zwakheden, zonder dat dit laatste tot minderwaardigheidsgevoelens leidt.

        

 

Opvoedingsvoorwaarden:

  • Sociale vaardigheden krijg je niet bij je geboorte mee. Dit moet men zich eigen zien te maken in de ontwikkeling van baby tot volwassene.
  • Het is dus belangrijk om de negatieve ontwikkelingen bij deze jongeren te stoppen. Dit met behulp van een goed doordacht begeleidingsprogramma om te buigen in de richting van een juiste en gewenste omgang met anderen.
  • De opvoeding dient dus gericht te zijn om de jongere de juiste vaardigheden aan te leren en deze zich eigen te laten maken zodat er een gewenst sociaal gedrag ontstaat en het ongewenste en storende gedrag niet meer gebruikt hoeft te worden.

 

 

        

Verwante links:::

 
Datum   Type Titel Bron
03/12/06 document Hechting hoe doe je dat en waarom? vvoc.be
03/12/06 document Wat is hechting? Een kort overzicht overschatten.nl
         

 

        

  E-mail deze pagina naar een kennis

Opmerkingen/suggesties? E-mail ons hier A.U.B.